Brief aan Etty

Te gast: Annemieke van Twuijver. Dit is wat ze me stuurde: een brief aan mij, gevolgd door een brief aan Elsbeth Etty, journaliste van het NRC. Etty nam het in een column op voor Hirsi Ali. En daar reageerde ik weer op op dit weblog.

Geachte Anja Meulenbelt,

Gisteren attendeerde een vriendin me op een stuk in Het Parool, waarin stond dat u er geen voorstander van bent dat Ayaan Hirsi Ali de Harriet Freezerring Prijs krijgt van het maandblad Opzij. Mijn vriendin meldde mij dit omdat zij wist dat ik het geheel met u eens ben. Ik ben vervolgens gaan kijken op uw website en trof een artikel aan dat mij bijzonder aansprak. Het artikel was een reactie op een column van Elsbeth Etty.

Laat ik me eerst even voorstellen. Mijn naam is Annemieke van Twuijver en ik ben journaliste. Als freelancer heb ik voor allerlei bladen en tijdschriften gewerkt, van Marie Claire tot Opzij, Van NRC Handelsblad tot De Morgen in Brussel. Momenteel werk ik aan een roman. (Mijn eerste, dus spannend!)

De bovengenoemde column van Etty heb ik ook gelezen. Deze heeft mij zeer verontwaardigd. Ik ben niet iemand die snel boze brieven schrijft, maar in reactie op Etty’s column heb ik een uitzondering gemaakt. Ik heb de brief naar Etty gestuurd en, hoe verrassend, geen antwoord gekregen. Nu maakt me dat verder niet veel uit, maar wellicht kan ik toch nog iets met mijn brief doen. Inzenden naar de redactie van de brievenpagina NRC lijkt me niet meer zo gepast en evenmin zinvol. Overigens is de brief vooral kritisch naar Etty en niet in de eerste plaats naar Ayaan Hirsi Ali. Ik wilde vooral Etty aanspreken op haar column. Maar wat de Hirsi Ali betreft schaar ik me achter uw mening: ik vind het gebrek aan enige achterban uit de groep die zij beweert te vertegenwoordigen onverteerbaar. Ook vind ik het een slechte zaak dat Hirsi Ali zich te weinig laat informeren dan wel adviseren door degenen voor wie zij op de bres zegt te springen en voor wie ze dan haar leven waagt. Niet bepaald het toonbeeld van een gekozen parlementariër. Voorts stoor ik me mateloos aan het feit dat je als geëmancipeerde vrouw geen kritiek mag uiten op Hirsi Ali. Alsof je daarmee een halfbakken feministe bent. Ik vind het juist halfbakken dat je haar niet als volwaardig beschouwt en dus aanspreekt op haar woorden en op daden, met alle vernietigende kritiek die daar op kan volgen van dien. Ik persoonlijk vind Hirsi Ali een Joseph McCarthy in de dop. Dat wil ik graag kunnen zeggen zonder meteen voor idioot te worden versleten.

Afijn, genoeg hierover.

Wie weet dat u iets met mijn brief aan Etty kunt (en wilt). Zo niet, dan kunt u mijn brief hoogstens beschouwen als een opsteker: er zijn meer mensen die vinden wat u vindt. En aangezien ik jong ben (een dertiger), kunt u zich zelfs sterken (hoop ik) aan de gedachte dat nieuwe generaties vrouwen ook bepaald niet zijn gediend van een zekere strategie die wordt gekozen door het enige ‘echte’ feministische publieksblad dat Nederland rijk is. Feministisch? Mwah.

Leuk weblog heeft u trouwens. Succes ermee!

Met vriendelijke groetjes,
Annemieke van Twuijver

———————————-
Amsterdam, januari 2005

Geachte Elsbeth Etty,

Hear hear, laat we het over de záák hebben, zoals u in uw column van 18 januari jl. voorstelt. De záák zijnde de emancipatie van moslimvrouwen in Nederland. Precies waar VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali zich voor inzet. Prima. Maar laat daarbij de voorstelling van zaken zuiver en genuanceerd blijven. Ik vind dat u in uw column, alas, een onzuiver en ongenuanceerd beeld schetst.

Allereerst wat betreft het buitenland. In alle landen (islamitisch of niet) waar patriarchisme hoogtij viert, zijn vrouwen – publiekelijk dan wel ondergronds – bezig zich te organiseren, zich in te spannen voor de záák, voor seksegelijkheid en rechten voor vrouwen. De feministische beweging in Afghanistan, bijvoorbeeld, is één van de volhardendste ter wereld, de website van de Afghaanse ‘suffragettes’ één van de beste in zijn soort (www.rawa.org) – achter de burka gebeurt méér dan lijdzaam de mannenonderdrukking ondergaan. Hetzelfde geldt voor landen in Azië, Afrika en Latijns-Amerika. In patriarchische landen waar bittere armoede heerst en de meeste vrouwen jammerlijk geen enkele scholing kunnen genieten, is het inderdaad aan een kleine voorhoede van ’theoretisch onderlegde baanbreeksters’ om het pad te vereffenen, maar de wegen worden absoluut geplaveid, langzaam, stukje bij beetje, desnoods met handen- en voetenwerk. Deze buitenlandse vrouwenbewegingen staan voor de enorme taak om een cultuuromslag te forceren, om verandering te brengen in ingesleten denkpatronen die soms al duizenden jaren meegaan: dat kost tijd en energie. En de vrouwen ondervinden vanzelfsprekend weerstand, want niks is lastiger dan het bewerkstelligen van een nieuwe mentaliteit in de hoofden van gewoonteminnende mensen. Petje af en ‘hulde voor zoveel persoonlijke moed’. Het is daarom, mijns inziens, tendentieus om Ayaan Hirsi Ali te vergelijken met de Nederlandse suffragettes van een eeuw geleden. Ik herhaal: van een eeuw geleden. Hier is inmiddels algemeen kiesrecht. Wie de vergelijking met suffragettes rechtmatig toekomt, zijn de vele moedige mensen die strijden voor gelijkheid in landen waar vrouwen sinds mensenheugenis en nog steeds, op alle mogelijke gebieden, het onderspit delven.

Terug naar Nederland. Het land waar praktisch iedereen kan lezen en schrijven, waar iedereen kan deelnemen aan het openbare leven en waar elke stemgerechtigde inwoner naar de stembus mag. Waar suffragettes er een eeuw geleden (of liever gezegd, iets korter) in slaagden om de cultuuromslag op gang te brengen waar vrouwen elders ter wereld nog elke dag voor vechten. Waar seksegelijkheid wettelijk is verplicht. Dat er vandaag de dag vrouwen in Nederland wonen die elders zijn geboren en hier een ‘ongeëmancipeerd’ leven leiden, met dank aan het sociaal-maatschappelijke erfgoed van hun oorspronkelijke cultuur, valt te betreuren en helemaal wanneer deze vrouwen diepongelukkig zijn en geen kans zien iets aan hun situatie te verbeteren. Het is verdienstelijk wanneer politici zich inspannen, desnoods met gevaar voor eigen veiligheid, om dergelijke nijpende wantoestanden te veranderen. Wederom ‘hulde’. Echter, veel van de ‘onderdrukte’ vrouwen die Ayaan Hirsi Ali zegt te vertegenwoordigen, zijn in Nederland grootgebracht, hebben in Nederland op school gezeten en gaan – zoals alle andere ingezetenen – gewoon over straat, allicht op de fiets, met of zonder hoofddoek. Deze vrouwen zijn beslist niet zo wereldvreemd dat zij geloven te leven in het land van hun voorouders. Het is maar de vraag of deze vrouwen werkelijk zo stevig onder de gewelddadige knoet van hun vaders, broers, echtgenoten en imams zitten, dat zij de hulp van een ’theoretisch onderlegd’ iemand nodig hebben om ‘in te zien’ dat ze hun eigen stem mogen laten klinken. Het lijkt mij dat zij dat allang begrijpen. Dat zij politiek weinig van zich laten horen, is niet zozeer een vrouwenkwestie alswel een kwaal waar de gehele moslimgemeenschap aan heeft geleden – te weinig organisatie, te weinig onderlinge samenhang. In dit opzicht is er de afgelopen maanden veel aan het veranderen, getuige de embryonale vorming van partijen en belangenbehartigingsclubs; het is een kwestie van tijd dat ook moslima’s zichtbaarder worden in de politieke en maatschappelijke arena.

Bij mij wekt u in uw column de indruk – niet met zoveel woorden, maar duidelijk tussen de regels door – dat u denkt dat vrouwen in patriarchische buitenlanden zich zonder enig protest of verweer laten onderdrukken, stenigen, besnijden, seksueel misbruiken en besluieren. En dat allochtone vrouwen in Nederland (oh, wat heb ik een hekel aan het woord ‘allochtoon’) dusdanig zijn lamgeslagen door een monddoodmakende, religieus georiënteerde onderdrukking, dat alleen een onverschrokken breekijzer als Ayaan Hirsi Ali aan de noodbel kan trekken. Ik vind beide suggesties beledigend voor alle betreffende vrouwen. En helemaal wanneer ik kijk naar het huidige emancipatieniveau van de ‘autochtone’ (dat woord vind ik ook verschrikkelijk) bevolking in Nederland. Want hoe is het daarmee gesteld? Ik geloof dat de suffragettes van een eeuw geleden zich omdraaien in hun graf. Betrekkelijk weinig Nederlandse vrouwen bekleden topfuncties in het bedrijfsleven of in de politiek, bijna geen enkele Nederlandse vrouw met kinderen werkt fulltime. Vrouwen als eurocommissaris Nelie Kroes zijn de zeldzame uitzonderingen die de regel bevestigen. Vraag aan duizend willekeurige Nederlandse vrouwen wanneer het Internationale Vrouwendag is en de meesten zullen het antwoord op de vraag schuldig blijven. (Ten overvloede, maar toch: acht maart.) Als ergens de vrouwenbeweging is ingekakt, dan is het wel in Nederland. Verworvenheden als het recht op echtscheiding, op anticonceptie, op abortus, op het hebben of erven van vermogen en op het zelfstandig beslissingen nemen zonder inmenging van derden, worden als dusdanig vanzelfsprekend beschouwd dat geen vrouw zich er nog druk om kan maken. Maar gebruikmaken van die rechten gebeurt zeker niet altijd. Je kunt wel het recht hebben op echtscheiding, maar als je je man de kost laat verdienen zul je toch niet heel snel de benen nemen, met je bloedjes van kinderen onder de armen. Om maar iets te noemen. Oh jee. Zie ik daar uw polemische ving!
er alweer omhooggaan? Dan zeg ik op mijn beurt: nou, jammer dan.

Ik zeg: steek die vinger in eigen boezem. Wie roept dat allochtone vrouwen moeten emanciperen, ‘het grootste emancipatievraagstuk van deze tijd’, doet er verstandig aan zelf eerst het goede voorbeeld te geven. Al is het maar om niet roomser te zijn dan de paus en niet te pretenderen dat je als enige de wijsheid in pacht hebt. Natuurlijk ben ik tegen elke vorm van vrouwenonderdrukking, vrouwendiscriminatie en vrouwenmishandeling, in binnen- en buitenland, laat daar geen twijfel over bestaan. Zoals Ayaan Hirsi Ali. Zoals ook u. En zoals vele, vele, vele andere vrouwen (en mannen) ter wereld. Ik wil geen enkele misstand bagatelliseren: wanneer vrouwen thuis worden toegetakeld, uit naam van wie of wat dan ook; wanneer het vrouwen onmogelijk wordt gemaakt om zich vrij te bewegen en zich vrij uit te spreken, dan vind ik het zaak daartegen in verweer te gaan. Záák, zelfs. Maar: mét en aan de zijde van de vrouwen die het betreft. Want mijn vertrouwen in hún kracht, hún moed en hún wil om iets ten goede te veranderen, is zo onwrikbaar als uw rotsvaste geloof in (zelfuitgeroepen) voorhoedefiguren als Ayaan Hirsi Ali. Ik vind het jammer dat u alle bovengenoemde vrouwen op één na afvalt (omwille van de polemiek? Maar wat – en vooral wie – bereikt u daar dan mee?). Van een feministe van het eerste uur verwacht ik toch iets meer, ehm, kameraderie.

U ontvangt vast vele brieven, te veel om allemaal te lezen, laat staan te beantwoorden. Wanneer u op dit punt nog aan het lezen bent, voel ik me in alle oprechtheid vereerd.

Met allerhartelijkste groeten,

Annemieke van Twuijver, Amsterdam

3 gedachten over “Brief aan Etty

  1. Erg goed stuk in het parool en erg goede brief van Annemieke van Twuyver. Inderdaad Ayaan Hirsi Ali is absoluut niet mijn vertegenwoordiger, niet als nederlandse autochtoon en zeker niet als moslima.

  2. Goeie brief Annemieke…!
    Jammer dat er geen aandacht aan wordt besteed in de landelijke media. Eens zal echter ook daar ‘het licht’ wel doorbreken…!!
    Ga zo dóór…!!

  3. Na 1945 kwamen er in Nederland haast meer verzetsstrijders boven water dan er inwoners waren, in de jaren zeventig en tachtig werd het land massaal antikoloniaal en -fascistisch, na een nederlaag van Oranje in een belangrijke voetbalwedstrijd verheffen zich tien miljoen voetbalprofessoren die het nationale team naar winst geleid zouden hebben en Elsbeth Etty probeert lady Pankhurst, Aletta Jacobs en Joke Smit de loef af te steken in een tijd die daar amper om vraagt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *