Even geluk in Rafah


(Khalid al Najjar omarmt zijn oma)

Tien jaar geleden stond ik voor het eerst bij de grens tussen de Gazastrook en Egypte, in Rafah. Rafah was eens een dorp, dat toen de Gazastrook nog onder Egypte viel een eenheid was. Met de bezetting van de strook door Israel werd Rafah rigoreus in tweeen gesneden door de nieuwe grens. Tien jaar geleden snapte ik er nog niet veel van. Net zo naief als ik was toen ik mijn nieuwe Palestijnse vrienden vroeg of ze het niet jammer vonden dat ze maar een dag per week vrij hadden, en niet een heel weekeinde en dus nergens naar toe konden, en er onbedaarlijk werd gelachen – waarheen dan?, net zo naief vroeg ik nu wat die Israelische vlaggen deden op de wachttorens van de grens tussen Gaza en Egypte, was de Gazastrook niet net teruggegeven aan de Palestijnen na de handtekening op het gazon van Clinton, was niet net de autonomie uitgeroepen en was het Palestijnse Gezag niet net gevestigd?

Alweer gelach. En schouderophalen. Wat dacht ik, teruggegeven? Hanan Ashrawi zei het toen al, en kan het nu herhalen, nu Gaza opnieuw is ‘teruggegeven’, autonomie is als je in de gevangenis je eigen potje kunt koken.

Die grens. Toen bestond die nog uit een strook zand, met aan beide zijden prikkeldraad en een hoog hek. Aan beide zijden waren kistjes neergezet, er lagen stenen. En daar stonden de leden van de families die door de grens van elkaar waren gescheiden, naar elkaar te schreeuwen. Hoe is het met tante, hoe is het met opa. Ouders tilden hun pasgeboren kinderen hoog op zodat oma aan de andere kant haar nieuwe kleinkind kon zien.

In de loop van de jaren heb ik gezien hoe de situatie verslechterde. Eerst kwamen er betonnen en stalen muren, zodat de families elkaar niet meer konden zien. Toen werd er aan de Gazaanse kant een brede, en steeds breder wordende ‘veiligheidsstrook’ aangelegd, de beruchte Philadephia Road. Maar aangezien de grens dwars door een dorp was getrokken waren er dus huizen en huisjes en krotten gebouwd, tot vlak onder de muur. Eerst kwam de angstaanjagerij. Achter de muur kon je de tanks horen brommen, en soms kwamen die opeens door een gat in de muur tevoorschijn en begonnen te schieten. Soms werd er ook vanaf de wachttorens lukraak op de bewoners geschoten. De vrouw van onze chauffeur Kassim werd geraakt in haar arm en haar buik toen ze op haar binnenplaatsje brood zat te bakken. Ik heb het verhaalal eerder verteld, ze overleefde het. Maar bij de operatie in het ziekenhuis overleed wel de baby in haar buik. In die tijd kon ik zien hoe de huisjes vol met kogelgaten zaten. Toen kwam de afbraak. Dat werd een dilemma voor de bewoners. Bleven ze in hun huisjes dan liepen ze dagelijks en vooral ‘ s nachts gevaar dat de bulldozers en de tanks zouden komen om hun huis af te breken, gingen ze bij familie wonen dan zei het leger dat de huizen leeg stonden en dat ze niets anders hadden gedaan dan onbewoonbare krotten af te breken.

Er zijn heel wat mensen gestorven in Rafah, in die tijd. Soms omdat ze niet op tijd weg konden komen toen de bulldozers midden in de nacht kwamen. Een dove man werd bedolven onder het puin. Ergens anders kon een familie niet meer naar buiten, omdat de deur al klem zat door een berg zand. Bezittingen meenemen was er ook al niet bij. Over compensatie werd niet gesproken. En veel jonge mannen zijn gesneuveld in een wanhopige poging om de tanks te lijf te gaan met hun geweren en zelfgemaakte bommen. Vandaar dat ik ook wat cynisch reageer als er weer een kolonist klaagt dat het zo lastig is dat zijn familie in een hotel moet wonen terwijl zijn vrouw net een baby heeft gekregen. In een hotel! Wat erg!

In de loop van de jaren heb ik de vlakte puin steeds breder zien worden. Kassims huis en dat van zijn broer verdween. Ook de auto van Kassim, die daar als chauffeur zijn brood mee verdiende. Platgewalst door een van de huizenhoge bulldozers. Duizenden families werden dakloos, soms opnieuw, en trokken dan maar in bij de al overvolle vluchtelingenhuizen van familie, of in tenten. Sosm zag je iemand over het puin klauteren om nog iets te redden van de huisraad, maar het bleef gevaarlijk, elk moment kon er weer geschoten worden. Over de traumatisering van de kinderen heb ik het maar even niet. Het is geen wonder dat de radicalisering in Rafah nog verder om zich heen heeft gegrepen dan in Gaza stad.

Nu verliet het Israelische leger de grenspost bij Rafah, zonder dat er iets geregeld was. Even waren de gehate tanks weg. De bevolking van Rafah liet zich niet meer verbieden om de grens over te steken, door de luiken in de metalen muur, door kieren waar nu geen soldaat meer op hen wachtte aan de andere kant, over de muur heen. Mandjes met eten werden over de muur heen gehesen, levende geiten. Even konden familieleden die elkaar vele jaren lang lang niet meer hadden gezien elkaar in de armen sluiten. Zie je wel, zeiden de Israeli’s, zonder ons toezicht wordt het daar meteen een chaos.


(Twee vrouwen van de al Khashef familie zien elkaar voor het eerst na elf jaar)

Zie voor het hele verhaal de Electronic Intifada. Engels.

Een gedachte over “Even geluk in Rafah

  1. Anja,

    Heel schrijnend, maar ja, over een jaar of 10 hebben ze het alleen maar over ‘anja, was die niet anti-semitisch’ en alle nuances worden vergeten. maar misschien valt het mee?

Reacties zijn gesloten.