Brief van Trees

Ik moet weer even wat kwijt (schrijft Trees). Ik ben gisteren begonnen aan het boek “De andere kant van Israel”, geschreven door Susan Nathan. Zie hier de beschrijving.

Een joodse vrouw tussen 25.000 Palestijnen
zondag 02 oktober, 14u00 – AUDITORIUM 3
Met: Susan Nathan
Interviewer: Mark Ooms (VRT radionieuws)

‘Toen ik mijn linkse vrienden in Tel Aviv vertelde wat ik had besloten, waren ze allemaal, zonder uitzondering, ontzet. Aanvankelijk wezen ze mijn keuze boos van de hand, in de veronderstelling dat ik ofwel leed aan een verregaande vorm van onbegrip voor de realiteit van het Midden-Oosten, ofwel bevangen was door een kinderlijke behoeft om te shockeren. Toen het echter duidelijk werd dat mijn besluit vast stond, kwamen ze met zwaarder geschut. ‘Je wordt vermoord, ‘ zeiden verschillende tegen mij. ‘Weet je, in het begin zijn die Arabieren nog wel vriendelijk maar na een tijdje keren ze zich tegen je.’ Een ander bracht naar voren dat de mannen me zouden verkrachten. Uiteindelijk nam weer een andere vriend me apart, om me toe te fluisteren: ‘Ik heb het telefoonnummer van een speciale eenheid van het leger. Als je hulp nodig hebt komen ze je zo halen. Je belt me maar, als je in nood bent.’

In 2003 nam Susan Nathan een dapper besluit. Zij verhuisde van Tel Aviv naar Tamra, een Arabische stad in het noorden. Daar wilde zij, als enige joodse tussen 25.000 moslims, aan den lijve ondervinden hoe de Palestijnen leven.
Vanuit haar uniek gezichtspunt beschrijft Susan Nathan de geschiedenis en de actuele stand van zaken in Israël. In haar voormalige woonplaats Tel Aviv verwonderde ze zich steeds meer over de onwetendheid die er heerste ten aanzien van de Palestijnen. Dus besloot ze naar Tamra te verhuizen, waar ze ontdekte hoe het daar nu echt is, achter de betonnen muur en de prikkeldraad die de Palestijnse enclaves afscheiden van het Israëlische gedeelte.
Met veel gevoel, humor en medeleven portretteert Nathan het dagelijks leven van haar naaste buren: de uitdagingen waar zij voor staan en de hoop op vrede die zij nog steeds koesteren. Nathan bewijst dat het mogelijk is voor joden en Palestijnen om samen te leven en te werken. En daarmee is De andere kant van Israël meer dan het verhaal van één moedige vrouw met een ideaal: het boek laat zien hoe er in een verscheurd land misschien ooit vrede zal kunnen komen.

M.m.v.: Archipel – WPG-Uitgevers, The American Book Center

Eigenlijk is het boek geschreven door Jonathan Cook (www.jkcook.net), die Susan weken lang heeft geintervieuwd.
Jonathan is de zgnd. Ghost writer, zo schijnt men dat te noemen. Ik ken Susan persoonlijk, en mag haar erg graag. Dus ik was benieuwd hoe het boek eruit zou komen te zien. En ook ben ik overtuigd van de schrijverskwaliteiten van Jonathan. Het boek is ook in het nederlands vertaald. Afgelopen zaterdag kwam Jonathan een kop koffie drinken bij me, en ik kreeg van hem de nederlandse vertaling.

Ik ben er zondag in begonnen en al lezende gbeurt er van alles met me. Ten eerste is dit een boek wat een zeer goede beschrijving geeft van de ‘democratische staat” Israel en hun houding naar de “Israeli arabs” toe.
En al lezende wordt me wer zoveel duidelijk, en vraag ik me af hoe dit toch allemaal maar kan.
Zij beschrijft zoveel dingen die ik zelf hier ook meegemaakt heb. Maar die ik vaak niet meer wil zien.
Toen ik hier kwam te wonen, heb ik me vaak boosgemaakt over de discriminatie van Joodse Israelies naar de Palestijnse medeburgers. Ook ben ik daar zelf vaak slachtoffer van geweest, zogauw men erachter kwam dat ik in Sakhnin woonde en dat mijn man palestijn was.

Ik maakte me er in het begin vaak kwaad over, en probeerde dit aan de kaak te stellen door er met mijn Nederlandse vrienden over te praten. Of door me er tegen te verzetten. Susan beschrijft over de behandeling van palestijnen (met een Israelies paspoort) op het vliegveld. Ik krijg gelijk weer die beelden voor me over mijn behandeling aldaar toen ik tot twee keer toe hals over kop naar Nederland moest voor de begrafenis van mijn vader en de begrafenis van mijn schoonzus. Dan krijg je het vreselijke nieuws van de familie uit Nederland, je koopt gelijk een ticket, en binnen een halve dag zit je op dat vliegveld. Maar voor iemand uit Sakhnin is dat niet zo makkelijk, want je bent verdacht. Je voelt je emotioneel al niet zo goed, vreselijk verdrtieitg, en op dat vliegveld gaan ze je nog eens extra ondervragen. En dan krijg je van die vragen zoals “waarom heeft U gisteren besloten om naar Nederland te gaan’. Omdat gisteren mijn vader (en later mijn schoonzus) overleden is. Heeft U daar een bewijs van? Uhhhhhhhh nee. (ondertussen probeer je je tranen tegen te houden) Wie heeft Uw ticket betaald? Ikzelf, wie anders. En zo gaat dat door, en uiteindelijk zie je dat iedereen door mag lopen, maar ik wordt apart genomen en moet me helemaal ontkleden. En dat allemaal terwijl je zo gammel bent van verdriet, van verlangen om bij mijn familie te zijn.

Ook de hele toestand om ons huis heen, de jarenlange strijd om een vergunning voor ons huis te krijgen, de talloze boetes die we betaald hebben, de keren dat Ali gearesteerd werd, omdat we iets “tegen de wet gedaan hebben”.

Die keer dat er een heel kordon politie snachts mijn huis binnen viel, en Ali(mijn man)arresteerde, omdat hij mee had gelopen met een demonstratie. De burokratische romsplomp die we net achter de rug hebben om onze oudste dochter met haar studie te laten beginnen aan de hebreeuwsw universiteit in Jerusalem. Het schijnt dat bijna alle Arabische studenten hier onder te lijden hebben. Men stuurt de nodige papieren niet op. Deze papieren heb je nodig om je in te schrijven aan de universiteit. En ze kwamen 2 maanden te laat, waardoor mijn dochter niet kon studeren wat ze wilde. Dit was geen incident, maar gebeurt gewoon met iedere Arabische student.

Al lezende kwamen er talloze gebeurtenissen naar boven, en ik moet zeggen ik werd weer boos, maar voelde me ook erg gefrustreerd.

Ik kan me herinneren dat, toen ik hier net kwam te wonen, ik vaak boos was, en niet begreep hoe mensen hier al deze onrechtvaardigheden konden accepteren. Waarom knokten ze niet harder, waarom gedroegen ze zich zo slaafs.

Totdat ik het zelf ook ging doen. Na talloze keren op het vliegveld mijn mond open gedaan te hebben en geprotesteerd te hebben tegen de behandeling van de veiligheidsdienst, en daardoor nog meer moeilijkheden kreeg, ben ik maar mee gaan werken. Ondertussen kokend van woede. Maar je weet, als je niet mee werkt, dan maken ze je het leven behoorlijk zuur.

Ik begrijp nu ook beter waardoor ik in het begin van mijn leven hier zo in opstand kwam, en nu minder. Ik ben geboren in Nederland, ben blank, en heb altijd geleerd dat je niet mag discrimineren. Ook heb ik altijd geleerd dat je mensen respectvol moet behandelen, maar ook moet men mij respectvol behandelen. Als je in dit land leeft, dan word je gediscrimineerd omdat je deel uitmaakt van een bepaalde groep. Hoewel, het is nog beter. Zolang mijn Joods Israelische medebewoners niet weten dat ik in Sakhnin woon en een Palestijnse echtgenoot heb, is alles okee. (want Nederland heeft Israel altijd gesteund, hahaha)maar zogauw men weet dat ik in Sakhnin woon, is het afgelopen. Hoe is het mogelijk dat een blanke, ontwikkelde vrouw zoals ik, daar gaat wonen. In die negorij. Dan moet er wel iets fout zijn met me. Wat Susan beschrijft in haar boek, herken ik allemaal zo, en het is zo pijnlijk.

Als je hier langer woont, en al dit soort dingen dagelijks meemaak, dan ga je het ontkennen, of je gaat je schouders erover ophalen. Ik begin dat te doen. Maar hoe raar vond ik dat 10 jaar geleden als ik zag dat de mensen hier er maar een beetje om lachten of hun schouders ophaalden over alle ellende die ze meemaakten. Nu begrijp ik het. Het is te zwaar om te dragen en er is toch niet tegen te vechten. Ik heb het geprobeerd, maar het is me niet gelukt om dingen te veranderen. Dat maakt een mens egoistisch. Het lukt me om in ieder geval voor mezelf en mijn gezin te zorgen, en dat is al moeilijk genoeg, en ik kan me niet druk maken om anderen of om dingen die toch buiten mijn bereik liggen.

Ik heb mensen hier vaak beschuldigd van apathie, maar begin er zelf soms ook last van te krijgen. Het werkt eigenlijk zo, men (ik) wil niet altijd weten dat het is zoals het is. Dat we hier (ik dus ook, omdat ik deel uitmaak van deze gemeenschap) leef als tweederangs burger. Dat ik, nederlandse Trees, gehaat wordt door een heleboel mensen(Joodse Israeliers) alleen omdat ik gekozen heb voor deze Palestijnse gemeenschap.

Het werd me allemaal erg duidelijk toen ik ruim anderhalve maand geleden bij een demonstratie was tegen de muur. Ik werd vastgepakt door een stelletje soldaten, die mij sommeerden om met hun mee te gaan. Ik dacht grappig te zijn en vertelde ze dat ik van mijn moeder had geleerd dat ik niet met vreemde mannen mee mocht gaan (lachuuuu maar niet heus) waarop een van die soldaten zei, een joch van 20 jaar “maar je houdt er wel van om met Arabische mannen mee te gaan”. Terwijl ik dit schrijf voel ik de woede weer in me op komen, toen hij dit zei. Hoe durft hij, het was zo’n regelrechte belediging. Die dag heb ik veel schokkende dingen gezien, veel geweld, maar deze gebeurtenis blijft me bij als de meest schokkende. Terwijl dit soort dingen dagelijks gebeuren, en Palestijnse vrouwen dagelijks aan dit soort beledigingen blootgesteld zijn. Maar dat het mij overkwam, blanke Trees uit Holland….. ongelooflijk. Hallo Trees word wakker.

Ik ervaar het lezen van het boek “de andere kant van Israel” als zeer pijnlijk, omdat het mij confronteert met mijn eigen leven. Mijn leven in Sakhnin, mijn leven als iemand die deel uitmaakt van de Palestijnse gemeenschap in Israel. Susan zet alles op een rijtje, en ik word verdrietig van de dingen die ze vertelt, ook word ik boos, maar voel me tegelijkertijd ook zo vreselijk machteloos. Want ik kan niks doen om deze dingen te veranderen. Ik kan de dagelijkse discriminatie niet aan de kaak stellen. Ik ben iemand die te weinig invloed heeft.

Het enige wat ik nu kan doen is dit boek van Susan Nathan (en JonathanCook) aanraden, ik denk dat iedereen die iets meer achtergrond wil weten over Israel dit boek moet lezen.

Heb je dat gedaan, vertel me wat je er van vindt.

Ik ben nog niet verder gekomen dan het tweede hoofdstuk, en het raakt me al ontzettend. Mischien omdat ik er veel in herken. Maar ik hoop van harte dat het anderen ook raakt zoals het mij raakt.

Trees Kosterman

7 gedachten over “Brief van Trees

  1. Als ik het goed heb is het boek dat Trees hier beschrijft een heel goed boek. Ik heb het ISBN nummer gevonden bij Bol.com. Ik hoop dat het, het goede ISBN nummer is maar dat kan Trees ons vertellen.
    ISBN: = 9063052065 van het boek: De andere kant van Israël en geschreven door Susan Nathan.

  2. Waarom kan zo’n verhaal van Trees niet eens worden opgenomen in onze vaderlandse pers?
    Ik heb overwogen deze bijdrage te sturen naar de redactie van BNDeStem waarop ik ben geabonneerd maar ik realiseerde mij dat ik opnieuw het antwoord zou krijgen: “Wij hebben onze eigen correspondent Ad Bloemendaal in Jeruzalem”.
    In de kolom “ontwikkeliingen” bij een artikel naar aanleiding van de herdenking van de dood van Arafat in deze krant van vrijdag moest ik weer het geëigende commentaar lezen: “Ondanks de breed (sic!) levende hoop dat Arafats dood, het aantreden van Abbas en de terugtrekking van Israël uit de Gazastrook het vredesproces nieuw leven zou inblazen, blijven resultaten uit. Abbas toont zich een machteloos leider, ook waar het gaat om het beteugelen van het Palestijnse geweld.”
    Het bloed stijgt je toch naar je hoofd bij deze laatste zin, de schuld ligt dus zoals altijd bij de Palestijnen.
    Helaas is dit toch de tendens van de berichtgeving in Nederland. Er is geen enkele krant die het zonder meer durft opnemen voor het onderdrukte en schandelijk behandelde Palestijnse volk, òòk de Volkskrant niet! En op deze manier kan ook onze regering en de meerderheid in de kamer blijven pretenderen een neutraal standpunt in te nemen.

  3. Je hebt gelijk, Johan. Het is een vaak herhaald cliche, dat het vredesproces er van af zou hangen of de Palestijnen een ‘krachtige’ leider zouden hebben. Maar je krijgt nooit antwoord op de vraag wat die leider dan zou moeten doen. Het beteugelen van het Palestijnse geweld? a. Ook als Abbas daar heel wel toe in staat is gaat Israel gewoon door met de ‘liquidaties’, heel wel wetende dat er dan vroeger of later weer een aanslag komt. b. Is er geen enkele aanwijzing dat Israel wel bereid zou zijn om een werkelijke rechtvaardige vrede met de Palestijnen te sluiten ook als er geen enkel verzet meer geboden zou worden. Geen enkel moment is de uitbreiding van de nederzettingen of de bouw van de muur gestopt. De bezetting wordt dus nog steeds verder uitgebreid. Ook tijdens de wapenstilstanden is de bouw gewoon doorgegaan. Het erge is dus dat in ieder geval een deel van de Nederlandse media, en de politici, gewoon geloven wat Israel zegt: dat het aan de Palestijnen, of aan de Palestijns leiding ligt als er geen vrede komt. Er zijn maar weinig journalisten die gewoon naar de tastbare feiten willen kijken: dat er geen enkele aanwijzing is dat Israel de bezetting op zou willen heffen.

  4. Ik ben bijna aan het eind van het boek, en nogmaals, het is goed. Johan, ik zag gisteren in het journaal Eddo Rosenthal weer even, die de herdenking van de dood van rabin moest verslaan. daaaarbij waagde hij het om te zeggen “vandaag de dag wordt het linkse gedenkgoed van Rabin voortgezet door de rechtse Sharon. Hij doelde daarop op de terugtrekking uit Gaza Nondeju, dit is de informatie die de Nederlanders voorgeschoteld krijgen. ik denk dat we eens een hele grote actie tegen het Nos journaal moeten gaan opzetten. Want dit kan toch niet.
    En het klopt wat je zegt paula, officieel geschreven door Susan nathan. Ik ben benieuwd naar jullie reacties, of dit boek duidleijk maakt wat hier zoal gebeurt. groetjes

  5. Hoi Trees, ik ga het boek deze week nog bestellen via internet. Als ik hem helemaal uit heb dan zal ik je laten weten wat ik ervan gevonden heb. Ik ben er erg nieuwsgierig naar.
    Groetjes Paula

  6. Ik heb het boek bijna uit. Ij vond het in de bieb. Ook al wist ik al het een en ander, het shockeert toch, bladzijde na bladzijde. Hulde aan de vrouw die met zoveel moed haar verhaal zo helder heeft weten te vertellen. Dit boek hoort volgens mij door iedereen die in Israël is geïnteresseerd gelezen te worden. Gelukkig is het in de bieb te vinden, want in de gewone boekhandel is het helaas niet meer te koop.

Reacties zijn gesloten.