Het grote sterven


(Jongen met aids, Jakarta)

Adriaan Backer is fotograaf. Maar hij kan het niet laten zich dat wat hij ziet en fotografeert ook aan te trekken, en er wat aan te willen doen. Hij is te gast vandaag, met een verhaal over drugsverslaving en Hiv in verschillende delen van de wereld, en wat Nederland daar niet aan doet. Foto´s zijn ook van hem.

Harm Reduction
Op 18 oktober 2003 stond in NRC Handelsblad een artikel dat mijn ogen deed openen. Ik werk als reportage fotograaf in verschillende gebieden in Afrika, de voormalige Sovjet-Unie en Zuid- en Zuidoost-Azië, en aids is mijn belangrijkste thema. Met eigen ogen heb ik de verschrikkelijke gevolgen van deze ziekte gezien. De weg naar de dood is voor de meeste mensen met aids een lange martelgang. Tijdens het ziekteproces wordt er een grote druk gelegd op de familie. Als de hiv-geïnfecteerde eenmaal is overleden gaan de achterblijvers vaak een ongewisse toekomst tegemoet.


(Overleden kind, Zuid Afrika)

Het artikel in de krant had als onderwerp de aids-bestrijding. De journalist had voor zijn verhaal twee deskundigen geraadpleegd: de epidemioloog en directeur van het Global Fund de Brit dr.Richard Feachman, en de Belg dr.Peter Piot, de directeur van UNAIDS, het programma van de Verenigde Naties dat de campagne tegen aids internationaal begeleidt.

Dr. Feachman wordt in het artikel geciteerd met de woorden: ‘Twintig jaar lang heeft de mensheid niks wezenlijk gedaan om de ziekte te keren. Als ze twintig jaar geleden doelbewust had besloten om niets tegen aids te ondernemen, was ze ruwweg net zo ver geweest als nu’. Hij voegt er aan toe dat aids de grootste catastrofe uit de menselijke geschiedenis is, groter dan de pest uit de veertiende eeuw. En het ergste moet nog komen. Volgens dr. Piot zal ‘het grote sterven’ leiden tot economische en sociale neergang, voedselcrises veroorzaken, het onderwijs en gezondheidszorg en de rest van het staatsapparaat ondermijnen, en vormt ze uiteindelijk een bedreiging voor de nationale veiligheid en democratie. Hij meldt in het artikel dat alle kennis om aids te bestrijden al jaren aanwezig is maar dat het gebrek aan geld en politieke wil de oorzaak is dat het niet op grote schaal kon worden toegepast.


(Spuitomruil, Lahore, Pakistan)

Gemiste kansen met grote gevolgen, volgens deze twee experts. ‘Het grote sterven’ is in sub-Sahara Afrika aan de gang, dat kan niemand zijn ontgaan. Sinds de jaren vijftig schijnt het hiv-virus zich rond de Grote Meren hebben verspreid. In de jaren tachtig en negentig hebben prostituees en vrachtwagenchauffeurs het virus naar alle uithoeken van sub-Sahara Afrika gebracht. De prostituees waren de brug naar de ‘gewone’ man. Op het moment brengen hiv-positieve moeders in Afrika baby’s ter wereld die zijn geïnfecteerd. De situatie is op het continent volledig uit de hand gelopen.

Achteraf is het makkelijk conclusies te trekken. Een analyse maken van waar het fout is gegaan of waar de gemiste kansen lagen zal de geïnfecteerden, de aan aids overleden mensen en de achterblijvers weinig helpen. Toch is het goed om de vinger op de zere plek te leggen. De verspreiding van het hiv-virus heeft zich niet tot Afrika beperkt. In de voormalige Sovjet-Unie en in Zuid- en Zuidoost-Azië is er nog een lage prevalentie maar de vooruitzichten zijn verontrustend. Als er niet snel wordt ingegrepen zal het aantal hiv-infecties binnen tien jaar zeer snel toenemen.


(Gebruikte naalden verzamelen, Vietnam)

In de voormalige Sovjet-Unie en Zuid- en Zuidoost-Azië zijn intraveneuze druggebruikers (gebruikers die drugs via een naald injecteren) en prostituees de belangrijkste verspreiders van het hiv-virus. In de genoemde regio’s is gebruik van heroïne via een injectienaald de laatste tien jaar sterk gestegen. Heroïne is zeer verslavend en de verslaving is zeer moeilijk te bestrijden. Daarbij lopen de gebruikers een zeer groot risico om geïnfecteerd te raken met het hiv-virus omdat er bloedcontact is wanneer zij naalden delen. Ik heb drie jaar geleden gewerkt in een wijk in Jakarta waar druggebruik een groot probleem is geworden. De arts die een kliniek in de wijk runt vertelde mij dat van de gebruikers die hij de afgelopen jaren had getest 97 procent hiv-positief zijn. 97 procent! Ik heb een aantal weken in de wijk rondgelopen en trok met de gebruikers op. Het waren jongeren van vijftien tot 25 jaar oud en kwamen voor het grootste deel uit stabiele families. Heroïne is in de mode onder de jongeren. Een verschijnsel veel voorkomt in grote delen van Azië en de voormalige Sovjet-Unie.

Harddrugs treft verschillende groepen. Hierboven noemde ik de adolescenten die gevoelig zijn voor de gedragingen van hun leeftijdgenoten. Een andere groep die vatbaar zijn voor harddrugs zijn de mensen die leven in pure armoede. Vaak daklozen die in de marge van de maatschappij proberen te overleven. Het uitzichtloze bestaan proberen ze te verdringen door drugs te gebruiken. Daarbij speelt een rol dat in Azië drugs niet een nieuw fenomeen is. Al eeuwen wordt er opium gerookt. Tegenwoordig wordt er steeds meer heroïne gespoten omdat gebruikers op deze manier met minder drugs meer effect kunnen voelen. In Lahore, Pakistan heb ik foto’s gemaakt van deze groep gebruikers. De parken en steegjes in de stad lagen vol met daklozen.
Bijna allemaal mannen. Van alle leeftijden, van straatkinderen tot ouderen. Bijna alle daklozen gebruiken drugs. Het aantal gebruikers dat heroïne spuit neemt toe. Veel gebruikers hebben geen partner en hebben seksueel contact met een prostituee. Net als in Afrika is deze laatst genoemde groep de brug naar de ‘gewone’ man.

Kort samengevat: aids bedreigt de voormalige Sovjet-Unie, en Zuid- en
Zuidoost-Azië. De subculturen van druggebruikers en prostituees zijn de
groepen die op dit moment het zwaarst zijn getroffen. De uitdaging is om in deze groepen te interveniëren voordat het virus overslaat naar de ‘gewone’ bevolking. De kansen mogen nu niet meer worden gemist.

De expertise om de verspreiding van het hiv-virus in de groepen van
druggebruikers tegen te gaan is ruimschoots aanwezig. In het Westen was in de jaren zeventig en tachtig het gebruik van heroïne onder bepaalde groepen populair. De gebruikers liepen een groot risico geïnfecteerd te raken toen het hiv-virus halverwege jaren tachtig zijn opwachting maakte. In Amsterdam zijn een aantal mensen begonnen met het omruilen van gebruikte naalden om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Iedere gebruikte naald werd ingeruild voor een nieuwe. De gemeente Amsterdam ondersteunde het project.
Internationaal was er grote verontwaardiging. Er werd verondersteld dat het verstrekken van naalden druggebruik zou bevorderen. Het project kreeg de naam harm reduction (vrij vertaald: schade beperking) en vond navolging in andere Nederlandse steden en in New York en Australië. Al deze gebieden hebben het laagste percentage hiv-positieve druggebruikers ter wereld.

Het bewijs van een effectieve aidsbestrijding onder druggebruikers is
geleverd. Als men een catastrofe wil voorkomen dan moet men toevlucht nemen tot onconventionele middelen. Een ‘open mind’ en een pragmatische instelling hebben. En vooral handelen, zo snel mogelijk en op een zo groot mogelijke schaal. De expertise is er, nu nog de politieke wil. De Amsterdamse uitvinding van harm reduction wordt op het moment geëxporteerd naar verschillende delen van de voormalige Sovjet-Unie en Zuid- en Zuidoost-Azië. Een voorbeeld: in Lahore, Pakistan worden honderden schone naalden per dag verspreid onder de druggebruikers, daarnaast worden de daklozen geïnformeerd over de gevaren die ze lopen. Van de honderd geteste gebruikers is twee procent hiv-positief. De schade wordt beperkt.


(Hivpositieve druggebruiker)

Helaas heeft niet iedereen een ‘open mind’. De Amerikaanse regering stopt veel geld in de aidsbestrijding. De ontvangers van het geld moeten beloven niet mee te werken aan harm reduction en het verspreiden van condooms. In de omgeving van Hanoi, Vietnam was ik te gast bij een organisatie die werkte met druggebruikers. De organisatie, in zijn geheel geleid door Vietnamezen, krijgt zijn geld van de Amerikaanse regering. De medewerkers zijn er honderd procent van overtuigd dat de beste methode van aidsbestrijding het verstrekken van schone naalden is. Helaas, helaas, ze mogen het niet in praktijk brengen. De Amerikaanse regering ziet het uitdelen van naalden als promoten van drugs. Als de medewerkers toch besluiten schone naalden uit te delen wordt de financiering stopgezet en is het einde oefening voor de organisatie. Het treurige feit is dat zestig procent van de gebruikers in hun werkgebied hiv-positief is. De naalden worden nog steeds gedeeld en de gebruikers zijn voor het grootste deel jonge mensen die seksueel actief zijn. De gevolgen zijn makkelijk na te rekenen.

Ook minister Van Ardenne blinkt uit in onkunde. Zij gaat, tegen het advies van de deskundigen, de ondersteuning aan de Asian Harm Reduction Network stopzetten. Deze organisatie verstrekt schone naalden in de meest kwetsbare gebieden in Zuid- en Zuidoost-Azië. Zeer effectief en met grote kennis van zaken. Nu moet de organisatie voor haar voortbestaan vrezen. De Nederlandse overheid was een van de weinigen die harm reduction projecten financieel durfde te ondersteunen. Contacten en expertise die in de afgelopen jaren zijn opgebouwd gaan verloren. De CDA-bewindsvrouwe geeft als argument dat de Nederlandse regering geen internationale organisaties meer ondersteunt. Steun aan harm reduction wil ze uitbesteden aan de Verenigde Naties. Volgens de deskundigen te groot en te log om met een controversieel thema als drugs slagvaardig om te gaan. De kans is zeer groot dat AHRN kan opdoeken, en dat moeizaam opgebouwde netwerken en expertise van de afgelopen jaren verloren gaan. Een uitzondering wil Van Ardenne niet maken en ze wil niet meewerken
naar het zoeken naar een oplossing om AHRN te laten voortbestaan. Een motie van D66 om steun aan AHRN toch te laten plaatsvinden heeft het niet gered. Het CDA laat de marginale groepen in Zuid- en Zuidoost-Azië keihard vallen


(Druggebruik Lahore, Pakistan)

Deze jaren zijn in de aidsbestrijding cruciaal. Harm reduction verdient een zo groot mogelijke steun. Ik hoop niet dat over twintig jaar de deskundigen de conclusie trekken dat door gebrek aan politieke wil weinig is bereikt.

Adriaan Backer

Eén gedachte over “Het grote sterven

  1. Er zit nog een aspect aan deze – wat in tal van delen van de wereld als een demografische catastrofe kan worden gezien – epidemie.

    En dat is dat ziekten als TBC (ook in vormen die steeds resistenter worden tegen medicijnen!) “meeliften” met deze epidemie.

    Als er te langzaam wordt gereageerd zou dat ons op enige termijn wel eens heel vies kunnen opbreken, en vallen we terug naar een situatie zoals in de 19e eeuw, waarbij dergelijke ziekten massaal huis houden onder de bevolking zonder dat je daar veel aan kunt doen.

    Mazzel & broge, Evert

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *