Deja vu (2)

Drie modellen

Grofweg hebben moderne vrouwen drie levensmodellen waaruit ze kunnen kiezen: ze kunnen (Kinneging) hun werk opgeven als ze kinderen krijgen, en fulltime huisvrouw en moeder worden. Ze kunnen (Mees) kiezen voor carriere, wat vaak neerkomt op het afzien van kinderen en soms ook van een partner. En ze kunnen proberen om beide werelden, gezin en werk, met elkaar te combineren. Op dit moment is dat laatste model onder de Nederlandse vrouwen het meest populair. Het betekent wel, in de meeste gevallen, een stapje terug doen in het werk. En zo krijg je het anderhalf kostwinnersgezin, waar Mees en Kinneging zo misprijzend over doen, zij het beide uit diametraal tegenover elkaar staande motieven. Want Kinneging denkt alleen aan de kinderen en niet aan de vrouwen, en Mees denkt alleen aan de vrouwen en niet aan de kinderen.

Emancipatie geslaagd, nu vrouwen iets te kiezen hebben? Helemaal niet, want het blijft behelpen. Elk model heeft zijn eigen prijskaartje, waar ik nog op kom, en de rekening wordt voornamelijk door vrouwen (en door kinderen) betaald. En er is met die keuzemogeljkheden ook nog iets verloren gegaan. Vroeger konden we zeggen dat het lag aan het patriarchaat, of de mannen, of ‘het systeem’. Nu zeggen ze ons: maar je hebt er toch zelf voor gekozen (voor kinderen, voor carriere, voor de combi). Dan is het ook je eigen schuld als het niet loopt zoals je had gedacht. En nog een terzijde: mijn excuses dat ik het hier vooral heb over heteroseksuelen. Omdat een groot deel van het probleem nu eenmaal gelegen is in de verhoudingen tussen mannen en vrouwen.

Wanneer ik in de lezingen die ik in het verleden veelvuldig heb gegeven over deze drie modellen sprak, was er vaak een man – als er al mannen in de zaal zaten, want emancipatie ging hun natuurlijk niet aan, dat was de zaak van hun vrouw- en die man zei dan verbolgen: ‘vrouwen kunnen tenminste nog kiezen. Ik als man helemaal niet. Ik zou ook wel eens thuis willen zitten.’ Uit dat werkwoord ‘zitten’ konden we meteen opmaken dat hij dat nooit had geprobeerd, thuis blijven met de kinderen en het huishouden, want dan wist hij dat zitten er niet erg bijzat. Maar een punt had hij wel: eigenlijk is het geijkte model voor mannen nog steeds hetzelfde. Je zoekt een zo goed mogelijke baan, je verdient voor je gezin zo veel mogelijk geld, je zoekt daar een leuke vrouw bij, en die doet dan het leeuwendeel van het huishouden en de zorg voor de kinderen, al of niet naast een halve baan. Het is wel een beetje veranderd: meer vaders besteden gemiddeld een beetje meer tijd aan de kinderen, liefst in het weekeinde, en ze doen ook een beetje meer in het huishouden. Maar het houdt nog steeds niets over, de heterostellen waarbij het werkelijk eerlijk is verdeeld zijn nog altijd, statistisch gezien, een kleine groep. Laat staan een rolverdeling waarbij de man fungeert als ondersteuning bij de carriere van zijn vrouw. Dit is dus het punt: dat ene model waar die man over klaagt is nu net het model dat voor verreweg de meeste vrouwen niet eens haalbaar is: zelf aan het werk gaan en de kinderen overlaten aan je partner. Het model van meneer Kinneging, maar nu met mevrouw Kinneging in de hoofdrol.

De prijskaartjes van de drie mogelijke keuzes. Daar moet ik meteen een kanttekening bij maken, want zo vrij is die keuze natuurlijk niet altijd. Veel vrouwen voeden alleen hun kinderen op, niet omdat ze daarvoor kozen, maar omdat er niets anders opzit. Veel vrouwen komen niet aan het werk, niet omdat ze niet willen maar omdat ze geen werk krijgen, vanwege een handicap, ziekte of leeftijd of een onderbreking in de loopbaan. Sommige vrouwen hebben geen kinderen, een deel omdat ze die niet willen, maar soms ook vanwege geen partner of een andere reden. Veel vrouwen hadden graag een eerlijke verdeling van zorg en werk gehad, maar krijgen dat in hun relatie niet voor elkaar en leggen zich er maar bij neer. Maar het gaat om nog iets anders: elk model heeft zijn eigen bezwaren en aan elk model hangt een prijskaartje.

Moeder en huisvrouw

Model 1. De fulltime moeder en huisvrouw. Dit nog even vooraf: het is feministes vaak kwalijk genomen dat ze neerkeken op huishouden en kinderen verzorgen, en voor sommigen gaat dat ook op. Mees vind in ieder geval dat andere vrouwen dat maar moeten doen. Alsof emancipatie alleen maar hetzelfde is als aan het werk en nog meer aan het werk, en vooral zo ver mogelijk door naar de top. Alsof kinderen grootbrengen niet minstens zo’n maatschappelijke bijdrage is als het geld in de schatkist aandragen. Ik hoor dus niet bij de feministes die op kinderzorg en huishouden neer kijken, maar we weten wel wat de nadelen en risico’s zijn van fulltime huisvrouwschap. Die zijn vele jaren geleden al beschreven door Betty Friedan. De meeste vrouwen worden er gek van. De meeste mannen ook, maar die kijken meestal wel uit.

Destijds, lang geleden, werd het als een vanzelfsprekende vrouwelijke eigenschap gezien, dat thuisblijven met de kinderen het heerlijkste en het vrouwelijkste was dat vrouwen konden doen. Het hoorde ons van nature goed af te gaan, en wie er depressief van werd had kennelijk moeite met haar vrouwelijkheid. Want massa’s vrouwen werden er depressief van. Wat Friedan beschreef als ‘de ziekte zonder naam’ werd door miljoenen vrouwen herkend, en was voor velen het begin van de nieuwe emancipatiebeweging.

Het huisvrouwenbestaan brengt isolement met zich mee, het doet maar een beroep op een deel van de capaciteiten van vrouwen, het bestaat voor een groot deel uit steeds herhaalde handelingen, die bovendien vooral gezien worden als je ze niet doet. Je kunt van de aardigste echtgenoot niet verwachten dat hij elke keer weer uitroept, schat, wat glanst de vloer weer prachtig. Het is grotendeels onzichtbaar werk, het versnippert je tijd. Kinderen meemaken is fantastisch, maar als dat degenlang zowat je enige gezelschap is gaat er toch meestal iets niet goed. Veel vrouwen krijgen het gevoel te verpieteren, en hun identiteit te verliezen, wanneer ze alleen maar de vrouw van en de moeder van zijn. En dan is er nog de economische afhankelijkheid, die zich vooral uit als een vrouw alleen komt te staan, wat bij een op de drie ook gebeurt. Bijvoorbeeld omdat meneer Kinneging opeens een vrouw die niet jarenlang thuis is gebleven aantrekkelijker gaat vinden en aan een tweede mevrouw Kinneging gaat beginnen.

De prijs voor model 1 is dus nogal hoog. Wat niet wil zeggen dat er niet ook vrouwen bestaan die deze rol op het lijf is geschreven, en die niets liever doen. Ik ken ze alleen niet.

De carriere

Dan is er het model Mees. Model 2. De carriere. Een carriere kost meestal meer dan een gewone werkweek. Neem je die serieus dan is er voor kinderen niet meer veel ruimte – als je een vrouw bent tenminste. Voor vrouwen met een hoge opleiding, die geen kinderen willen of al uit de kinderen zijn is dit misschien het leukste wat ze kunnen doen. Vrouwen die geen kinderen willen zijn er. Het is een legitieme keuze. Toch betalen ook deze vrouwen een prijs. Een man met een carriere kan meestal rekenen op de emotionele en praktische ondersteuning van een vrouw. Vrouwen met een carriere maar zelden. Je moet dus hoe dan ook voor hetzelfde resultaat harder werken dan een man. Het is zelfs de vraag of het je uberhaupt lukt om een aardige relatie te onderhouden, want mannen zijn gemiddeld niet bereid om voor vrouwen te doen wat vrouwen – gemiddeld – wel voor mannen doen. Nu kun je natuurlijk werk hebben dat veel voldoening geeft en veel sociale contacten oplevert. Maar ik ken ook de vrouwen – ik zei al dat ik les gaf in de verslavingszorg – die last hadden van wat ze de vrijdagavonddip noemde. Kwam je na een week hard werken thuis. Dacht je nog, heerlijk, een vrij weekeinde. Maar tja. Dan was er niks. Want alles wat je graag wilde aan gezelligheid, en de geur van lekker eten, moest je eerst zelf organiseren. Er waren toen aparte cursussen voor succesvolle vrouwen die dan maar naar de fles grepen.

Sommige van de carrierevrouwen hebben misschien wel een partner. En samen veel geld waardoor ze veel uit eten kunnen, hun kleren naar de stomerij kunnen brengen, een werkster in kunnen huren. Misschien hebben die het wel reuze naar hun zin, samen. Maar er zijn ook diensten die je niet kunt kopen, en dat is emotionele steun. Er zijn mannen die daar erg goed in zijn. Maar zoals mijn moeder al wat mismoedig zei: ‘er zijn wel aardige mannen maar er zijn er niet genoeg voor ons allemaal.’ De gemiddelde man vraagt meer zorg dan hij inbrengt. Dus daar hoeven de meeste carrierevrouwen het niet voor te doen. Nog afgezien van het feit dat de meeste mannen het liefst een vrouw hebben op wie ze teder neer kunnen kijken en die er voor hem is als hij moe van zijn werk thuiskomt.

Ook hier weer: misschien zijn er wel vrouwen die het prima doen in zo’n model. Niets liever. Lekker geen kinderen. En geen partner, ach, dan heb je toch fijn tijd voor andere dingen. Kun je het weekeinde toch lekker doorwerken en doorzakken met vriendinnen die ook geen gezin hebben?

De combi

En dan zijn er de vrouwen die proberen die twee werelden met elkaar te combineren. Model 3: de combi. Die het beste willen van beide werelden. Leuk gezin. Leuk werk. Sommige vrouwen lukt dat verbazingwekkend goed. Maar ze krijgen behalve het beste van twee werelden ook de problemen van twee kanten. Het zijn vaak experts in schuldgevoel, want ze mogen dagelijks kiezen waar ze zich liever schuldig voelen, op hun werk, omdat ze hun kind dat eigenlijk al een beetje ziek was toch naar school lieten gaan, of tegenover hun werk, omdat ze met dat kind thuis zijn gebleven. Het zijn ook de vrouwen die volgens onderzoek het minste toekomen aan dat kostbare genotsmiddel: slaap. Het zijn de vrouwen die een fiks deel van hun tijd bezig zijn met regelen, want het arbeidsbestel is nog steeds niet werkelijk ingesteld op mensen die kinderen te verzorgen hebben, en de wereld van het gezin niet op mensen die werken. Denk aan schooltijden. Denk aan thuis moeten zijn voor leveranciers. Nu hebben mensen die met een anderhalf kostwinnersmodel voldoende verdienen voor hulp, opvang en twee auto’s het natuurlijk weer een beetje makkelijker, maar in heel veel gevallen is daar gewoon niet genoeg geld voor. En dan is het schipperen. Het is dan ook niet voor niets dat vrouwen in de periode dat ze kinderen hebben vaker achteruit gaan in status en verdiensten, terwijl mannen met kinderen er vaker meer gaan verdienen en hogerop komen. Want is het niet te doen, is een kind te vaak ziek, is het werk te ver weg, raakt een vrouw overspannen en oververmoeid, dan is zij het meestal die minder gaat werken of er -tijdelijk, hoopt ze – helemaal mee ophoudt. En dan verspeelt ze haar plaats op de arbeidsmarkt, want vijf jaar moederschap doet niets voor je cv.

Kortom. Wie vind dat ik overdrijf en doe alsof alle vrouwen ongelukkig zijn krijgt van mij meteen gelijk. Ik overdrijf van harte. Maar in plaats van met elkaar te kissebissen welke vrouw de ware feministe is, zouden we een stuk eerlijker zijn als we toegaven dat het voor veel vrouwen nog steeds een boel geschipper is, en dat je voor elke keuze ook een prijs betaalt. Want zover zijn we gekomen: de problemen zijn niet opgelost maar we mogen nu wel zelf kiezen welk probleem we het liefste hebben. En redden we het daar niet mee of valt het tegen, dan zegt iedereen, je moest toch zo nodig (carriere maken, thuis blijven, kinderen en werk)

Hoewel er vrouwen zijn die behoorlijk gelukkig zijn met het leven dat ze hebben gekozen, of waar ze in terecht zijn gekomen, altijd nog leuker dan dat van hun moeders, heeft het heel weinig zin om elkaar daarop aan te gaan kijken. Ik vind het misprijzen van Mees op vrouwen die niet voor haar model kiezen geheel misplaatst en in het geheel niet feministisch want buitengewoon onsolidair ook nog. Laat haar vooral doen wat zij wil doen. Maar laten we erkennen dat er geen ideale oplossingen zijn. Voor de meeste vrouwen niet. Want als mij weer eens gevraagd wordt hoe vrouwen er in zouden kunnen slagen om gezin en werk met elkaar te verenigen dan zeg ik: niet. Zolang het nog steeds geformuleerd wordt als een probleem waar vrouwen maar een oplossing voor moeten vinden en niet erkend wordt dat zowel betaald werk als zorg voor kinderen niet een vrouwenkwestie maar een mensenzaak zijn. En niet alleen een individuele keuze maar een zaak waar de hele maatschappij mee te maken heeft.

11 gedachten over “Deja vu (2)

  1. Ik heb een leidinggevende functie in deeltijd, twee kinderen en de vader van de kinderen werkt ook part-time. Voor gekozen destijds, omdat we de kinderen niet aan een oppas wilden overdragen. Deze constructie is alleen te doen dankzij mijn flexible werkgever en collega’s die oog hebben voor zieke kinderen en schoolvakanties. Mijn direkte “baas” is een vrouw met zelf kinderen, misschien helpt dat mee. Desondanks schipperen en schuldgevoelen wij ons suf, want je beetje zieke kind naar school sturen terwijl hij eigenlijk met een dekentje op de bank had gemoeten, is niet leuk. (je kunt niet 4 x per maand een beroep op je collega’s doen..) Ik denk dat er van de combi-moeders en vaders een enorme flexibiliteit wordt gevraagd; het is steeds schakelen tussen professioneel gedrag op het werk en emotionele steun voor de kinderen. Nou kon ik altijd al goed schakelen, en ik als ik eerlijk ben moet ik zeggen dat het geschakel in het geheel, mijn werk zeker ten goede komt. Hoofdzaken van bijzaken onderscheiden, snel kunnen denken en handelen, niet uit het veld geslagen bij calamiteiten, drie keer ademhalen en huppakee. Ik ben dan ook geen “vergader-leidinggevende” geworden. Elk nadeel hep z’n voordeel.Het schuldgevoel zit hem toch vooral richting de kinderen. Ook al zijn wij bij iedere presentatie op school, ouderavond en uitvoeringen zus&zo, ooit ben ik een jaar alleen thuis geweest. Ik was een rustiger mens, en stiekem denk ik dat dat beter is voor mijn kinderen. Maar goed, er moet gewoon brood op de plank, dus tot het moment dat ik de Staatsloterij win, gaat het zo.

  2. Een goede oplossing voor veel “samenleefproblemen” is in een wat grotere groep gaan samen leven en delen. Dan is er ook meer ruimte voor iedereen, maar ja – het grote probleem is dat we dan wel een groot stuk van dat keiharde ego in moeten leveren.
    Het is niets nieuws, – het was tenslotte de basis samen leef en overlevingsvor bij vele natuurvolken.
    Groet,
    Amita

  3. Heb jij dat wel eens geprobeerd, Amita?
    Ik drie keer.
    In een gemengde woongroep kreeg je hetzelfde, zelfde rolverdeling tussen mannen en vrouwen, maar dan in het kwadraat. Dus behalve gezanik over wie de kattebak, daar ook nog wekelijks over moeten vergaderen.
    In een commune met alleen maar vrouwen was het ook niet opgelost. Want daar werd ik het mannetje. Kwam ik na een dag met lesgeven thuis, tot mijn uiterste sociaal geweest, en wilde alleen maar even de krant en een borrel en geen gedrens aan m’n kop. Maar daar zat een vrouw die de hele dag alleen maar muizenhokken in een lab had schoongemaakt, en die wou nu wel eens menselijk kontakt en aandacht. Van mij. En ik had niks meer over. Je bent net een man zei ze. Had ze gelijk in. Had niets met sekse te maken maar met functie.
    Ik was heel gelukkig toen ik weer op mezelf woonde en net zo asociaal mocht zijn als ik wilde.

  4. beste Anja,

    Afgelopen najaar heb ik op mijn website een oud stokpaardje van me bereden dat misschien een bijdrage kan leveren aan deze belangrijke discussie. Voor wat het waard is:

    moeders 1
    moeders 2
    moeders 3
    moeders 4
    moeders 5

    Overigens bevindt een goede vriend van me op dit moment in een interessante juridische situatie. Achttien jaar geleden gaf hij zijn prachtige carriere in Nederland op, toen zijn vrouw de gelegenheid kreeg in de internationale bankwereld een topfunctie te bekleden. Hij heeft vanaf dat moment voor hun kind gezorgd, is met zijn vrouw meeverhuisd naar haar verschillende standplaatsen, heeft met veel plezier de rol van huisman op zich genomen. Nu staat het kind op eigen benen en was de bedoeling samen te gaan rentenieren. Hij heeft al voor dat doel een huis in Frankrijk opgeknapt.
    Maar het liep anders, ze heeft hem heel klassiek ingeruild voor een jonger exemplaar, omdat ze vond dat hun relatie was leeggebloed. Hij is met lege handen achtergebleven, woont nu op een kamer en is helemaal terug bij af. Hij is furieus.

    Hij eist nu (terecht) alimentatie en straks de helft van haar pensioen. Maar dat valt niet mee als man. Het is echt een eye-opener om te zien hoeveel moeite hij moet doen begrip te krijgen voor zijn positie en door hoeveel vooroordelen hij nu heen moet zien te breken. De prijs voor hun jarenlange volkomen ongebruikelijke rolverdeling is hoog.

    vriendelijke groet,
    Alma

  5. @Anja: Het ligt een beetje aan de groep waarin je woont, hoor. In mijn woongroep — 10 mannen, 10 vrouwen — zijn de grootste sloddervossen mannen, maar de grootste opruimers ook. Dat is wel anders geweest, maar het heeft niet altijd wat met seksestereotypen te maken. De mannen met kinderen voelen zich meer verantwoordelijk voor hun omgeving, dat is misschien de enige factor die ik kan benoemen.

    Wat betreft het verdelen van sociaal en privé: wij hebben het voordeel dat we veel ruimte hebben. Wie behoefte heeft aan sociaal, die zoekt de gezamelijke ruimtes op, wie liever effe privé wil, die zondert zich af. Niemand die daar een punt van maakt. Dat werkt als een tierelier, en het levert veel huisgenot op.

  6. Heb in grote groepen samengeleefd, en ervaren hoe het kan en hoe het niet kan. De kans van slagen neemt toe, naarmate meer dingen samen gedaan worden, – respect en acceptatie toeneemt en ego’s worden ingeleverd.
    Hoe minder regels, hoe beter, anders krijg je een soort kloosterorde. – Dat kan natuurlijk ook, als je er voor kiest.
    Groet,
    Amita

  7. Het emancipatieproces is in de loop der jaren zeer langzaam verlopen, vind ik. Er werken nog veel te veel vrouwen deeltijd en mannen, zoals je aangeeft in model 2 leveren liever niets in. Ik vind het ronduit belachelijk dat ook jonge mannen er automatisch vanuit gaan dat hun partner minder gaat werken als er kinderen komen. Ik heb het zelf meegemaakt toen mijn vrouw zwanger was. We (een jong stel van eind twintig, begin dertig) kregen van onze hoger opgeleide vrienden constant de vraag of Laila dan 3 dagen gaat werken. Ik zei dan altijd dat ook ik minder ga werken en dat was vaak een verrassing. We kiezen namelijk samen voor kinderen en dus ook samen voor de opvoeding. We werken beiden 4 dagen en ik kook bijna iedere dag omdat ik het fijn vind, tegelijkertijd is Laila juist degene die bureaus, boxen of weet ik het in elkaar zet, want daar begrijp ik vaak weinig van. Maar er blijven nog geregeld verbaasde reacties komen als men over ons huishouden hoort. En dit anno 2007.

  8. Goeie analyse, Anja. Het automatisme waarmee vrouwen thuisblijven en gaan zorgen dit heel vanzelfsprekend vinden moet maar eens afgelopen zijn. Leren loslaten en gaan voor de econmische zelfstandigheid. Als vrouw ben je meer dan alleen moeder. Wat je ook terecht schrijft, mannen willen best zorgen, uitzonderingen daargelaten, maar krijgen niet altijd de kans door moeder de vrouw die het vaak beter denkt te weten..
    T.a.v. dit onderwerp is er nog een grote slag te slaan!

  9. Voor Anya: dat loslaten, daar zit ‘m nou juist de kneep. Bijna iedere (werkende) moeder in mijn omgeving heeft dáár nou zo’n moeite mee. Ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat juist op dat vlak iets van biologie om de hoek komt kijken. Ga maar eens naar een willekeurige speeltuin: de vaders laten de kinderen bijna vanzelfsprekend klimmen, omgekeerd van de glijbaan gaan en toeren uithalen waarvan de moeders zichzelf moeten toespreken: niet ingrijpen, laat maar gaan, hij moet het leren… etc. Ik ben zeker meer dan alleen moeder en bovendien economisch zelfstandig, maar (laat ik voor mezelf spreken) ik vind het godvergeten ingewikkeld om los te laten. Dit vooral niet te verwarren met: opvoeding delen! De vader staan te betuttelen als hij luiers “verkeerd” omdoet, daar heb ik het niet over. Ik heb het over het onderbuikgevoel. Daarom kun je voor deze hele zaak ook geen regels bedenken. Ik begrijp dat jullie het vanzelfsprekende mechanisme aan de kaak willen stellen, prima en terecht, maar hou dan ook een beetje rekening met dat (onderbuik)gevoel. Als het simpel was, was het allang opgelost.

  10. @ Alma Oostenwint (4):

    Citaat: “Hij eist nu (terecht) alimentatie en straks de helft van haar pensioen. Maar dat valt niet mee als man.”

    Gelukkig is het wel zo, dat hij het recht geheel aan zijn kant heeft. Dus het moet een zal hem lukken!

    Interessante verhalen over die woongroepen. Zelf heb ik -in de jaren zeventig- drie jaar in zo’n groep verbleven. Naast veel plezier hebben we ook problemen gehad; in ieder geval heb ik er heel veel van geleerd.
    Daarna heb ik nog een paar keer geprobeerd met anderen een woongroep te vormen, maar dat is toen telkens op het laatst gestrand. Ik denk er nu wel weer eens aan voor de tijd, dat ik echt oud en wijs zal zijn. (Als die komt, tenminste!).

  11. Herkenbaar verhaal, Anja! Ik ben zo’n moeder die de twee werelden probeert te combineren. Ik geniet van mijn kind en ik geniet van het werk, maar precies zoals je beschrijft, niet zonder schuldgevoel. Het welzijn van mijn kind staat op de eerste plek, maar ik moet eerlijk zeggen dat mijn werk hier wel eens onder lijdt. Ik heb een zeer leuke baan. Maar die is aanmerkelijk minder leuk geworden doordat ik ouderschap verlof ‘moest’ opnemen (voor mijn prikkelgevoelige kind was drie dagen opvang teveel) en de werkdruk nu enorm hoog is. Mijn man vertikt het gewoon om een dag minder te gaan werken. Op een gegeven moment ben je uitgeruziet en accepteer je het maar zoals het is. Een scheiding heb ik er niet voor over, mijn kind heeft daar ook niet om gevraagd. Maar toch blijft het steken: al het geregel, geschipper en gedoe moet van mijn kant komen. Wat mij betreft is de emancipatie nog niet geslaagd!
    PS: Anya beschrijft ‘loslaten’ als oorzaak. Er zullen best situaties zijn waarin dat klopt, maar misschien moeten we het ook eens hebben over het gebrek aan ‘verantwoordelijkheidsgevoel’ bij de mannen … Want ik pas ervoor dat mijn kind uiteindelijk de rekening betaalt van de gemakszucht van mijn man…

Reacties zijn gesloten.