Not in my name. Ronnie Kasrils

kasrils.jpg

Er wordt vaker een vergelijking gemaakt tussen het Zuid-Afrika onder het apartheidsregime, en het huidige Israel. Nee, die vergelijking gaat niet naadloos op, daarvoor zijn de respectievelijke geschiedenissen, de motieven waarom de apartheidsstaat enerzijds, en de joodse staat anderzijds zijn ontstaan te verschillend. Ook is onze verantwoordelijkheid voor de repressie, bij en ene door de blanke-Afrikaanse minderheid, bij de andere door de joods-Israelische meerderheid, zoals we die vanuit Europa voelen – of niet voelen – verschillend. We weten het ondertussen: het is de holocaust en onze Europese schuld die staat tussen massaprotest zoals dat met Zuid Afrika wel gebeurde, en het nog veel te magere protest tegen de daden van het huidige Israel.

Dat gezegd zijnde, er zijn ook overeenkomsten. En niemand kan daar beter over oordelen als Ronnie Kasrils, Zuid Afrika’s minister voor de veiligheidsdiensten, en jood. Kasrils was de oprichter van Not in My Name, een protestbeweging tegen het onrecht dat Israel de Palestijnen in de bezette gebieden aandoet. En hij houdt geen blad voor de mond: “De Israelische bezetting is erger dan de apartheid: de blanken beschoten de zwarte buurten nooit met tanks en artillerie”.

In Haaretz schreef Gideon Levy een artikel over hem, naar aanleiding van een ontmoeting. Kasrils was nog niet eerder in Israel, waar hij familie heeft, tot een maand geleden. Hij nodigde premier Haniyah uit naar zijn land.

“Ik ben een Zuid Afrikaan, en jij een Israeli”, zei hij tegen Levy. “En ik vertrouw er op dat er een dag komt dat mensen zullen begrijpen dat ik niet anti-joods ben of anti-Israel. Maar het doet me echt pijn als jood dat Israel zo’n vijandschap heeft opgeroepen vanwege de behandeling van de Palestijnen.”

Toen we op de tv het drama zagen van jullie land, de beelden van de onderdrukking van Palestijnen, het ontwortelen van de bomen, de tanks die Jenin inreden, en die oude vrouw die huilde bij de verwoesting van haar huis, en schreeuwde ‘de joden, de joden’ – was het net als ik mijn grootmoeder hoorde toen ze me vertelde over de pogroms: ‘de Kozakken komen, de Kozakken komen’. Wat ik bedoel te zeggen: het zijn niet de joden die dit doen, het is het zionisme. Dus besloot ik op te staan en mijn mond open te doen. Voor mij is dit een joodse traditie: om je mond open te doen, in naam van ons geweten.

Toen ik de bezette gebieden bezocht reed ik door Israel en zag de bossen die geplant zijn op de resten van de Palestijnse dorpen. Als de voormalige minister van bebossing viel me dat ontzettend op. Ik heb ook een paar nederzettingen bezocht. Het was krankzinnig. Jonge Amerikanen die de vlag op mijn auto bespuugden. De bezetting herinnert me aan de zwartste dagen van de apartheid, maar wij zagen nooit tanks en vliegtuigen die schoten op de burgerbevolking. Zo iets monsterlijks heb ik nog nooit gezien. De muur die jullie gebouwd hebben, de checkpoints, de wegen alleen voor joden – je maag draait zich om, zelfs voor iemand die onder de apartheid is opgegroeid. Het is honderd keer erger.

We zagen de toegang naar Kaliliya (een door de muur omsingeld stadje op de Westoever, A.M.) en hoe de mensen daar bij het checkpoint uren in de rij stonden. Israel is een prachtig land, ik hou van het landschap, maar het is ook duidelijk dat er ruimte is voor meer mensen. Israel heeft zich op indrukwekkende wijze ontwikkeld, maar hoeveel indrukwekkender zou het zijn als jullie een rechtvaardige oplossing vinden – mij kan het niet schelen of dat twee staten worden of een staat – dat maken maar jullie uit, de Israeli’s en de Palestijnen.

Wat zionisme voor mij betekent? Toen ik tien jaar oud was betekende het veiligheid en een nationaal thuisland voor de joden. Ik zwaaide met de Israelische vlag op mijn bar mitzvah en was trots op mijn jodendom. Het eerste boek dat ik op mijn bar mitzvah kreeg was ‘De opstand’, van Menachem Begin. Maar later las ik niet alleen Herzl, maar ook de historici, Illan Pappe, Benny Morris en Tom Segev, en ik begon 1948 in een ander licht te zien. Ik begreep dat het ging om etnische zuivering.

Kasrils begon te begrijpen dat er een parallel was tussen de manier waarop de blanken in zijn land zichzelf eens zagen als een uitverkoren volk, en de ideologie van het zionisme, dat ook spreekt van een uitverkoren volk. Dat in 1961 Hendrik Verwoerd zei dat Israel verwant was met Zuid Afrika opende hem de ogen. We wisten van de militaire samenwerking tussen Israel en het Zuid Afrika van de apartheid, zegt hij. En Johannes Vorster, met een uitgesproken nazistisch verleden, werd in Israel ontvangen als een held.

Ik ben me erg bewust van de holocaust en van antisemitisme, maar mijn ervaring leidt maar tot een conclusie: dat alle vormen van racisme bestreden moeten worden met een gezamenlijke strijd. Ik heb een droom: dat jullie veranderen, net als wij in Zuid Afrika. Wanneer politici het eens worden is het verbazingwekkend hoe snel gewone mensen van mening zullen veranderen. Verander het leiderschap en de economische omstandigheden, en je zult zien hoe makkelijk dat gaat.

Voor het hele artikel in Haaretz, Cry, the beloved country, : Hier.

8 gedachten over “Not in my name. Ronnie Kasrils

  1. Lieve Anja,
    Sluit naadloos aan aan onze discussie donderdagavond,
    dank, en liefs, Alexandra

  2. Ik heb deze reactie eerder geplaats bij het dagboek van woensdag 23 mei, maar dat wordt daar niet meer gelezen en hier is het ook heel passend:
    Ein Bustan is een vrije kleuterschool in Israël, in het Engels en Duits Waldorf Kindergarten.
    Van de website http://www.ein-bustan.org: The Ein Bustan kindergarten is the first Jewish/ArabWaldorf Kindergarten in Israel, and is situated in the small Arab village of Hilf, near Kiryat Tivon. The kindergarten, which is based on the principles of the Waldorf educational method, accepts both Arab and Jewish cultures equally. The 15 children of “Ein Bustan” (meaning “spring in the garden”) come from Kiryat Tivon, (a Jewish town) and the surrounding Bedouin (Arab) villages Hilf and Bosmat Tab’un.

    The founders of Ein Bustan share a vision of a society in which Jews and Arabs live together peacefully in equality and understanding. In order to create this reality, there must be education that fosters true friendship, trust and shared culture and language. An educational system that separates children by their religion and nationality fails to take into consideration the widening gap between the two communities, which will take years to bridge and generations to mend.

    We believe that children deserve to grow up in an environment enriched with the religious and ethnic folklore and traditions surrounding them, and feel that incorporation of a humanistic and Waldorf approach with a multicultural genre is the way to prepare children for the complex world in which they live.

    In Israël is scheiding van cultuur en staat, niet alleen kerk (onderdeel van de cultuur) en staat, zo belangrijk: Joden en Palestijnen gelijk voor de wet. In Ein Bustan wordt dat in de praktijk geoefend. Ein Bustan is mijns inziens een deel van de oplossing van de problemen in Palestina, heel concreet.

    Groet,

  3. Het doet heel veel deugd om dit te lezen! Zodra we willen begrijpen dat praten, luisteren en onderhandelen in plaats van naar de wapens grijpen niet ons einde betekent maar juist een nieuw, beter en veiliger begin voor ons en voor die anderen is al haast àlles gewonnen!

  4. Ik kende wat blanke Zuid-Afrikanen vroeger die zelf ook racistisch dachten.Ik ken nu de nodige Israeli’s die inmiddels hier wonen en niet bepaald pro-Palestijns zijn , maar racistisch denken doen ze niet. Hoe zit dat ? Ik bedoel , kan iemand dat eens uitleggen? Anders maakt de vergelijking niet zo veel duidelijk.

  5. Welke vergelijking, Cees? Bedoel je dat je het apartheidssysteem van Zuid Afrika alleen met dat van Israel zou mogen vergelijken als je aan kunt tonen dat alle Israeli’s racistisch denken of zo? Er waren ook blanken in Zuid Afrika die niet racistisch dachten. Kasrils is er een van. Dus ik snap je opmerking niet.

  6. Ad at 3, Bert.

    Misschien maak ik een gevoelige opmerking. Toch moet me het volgende van mijn hart.

    Ik heb – altijd – gemengde gevoelens bij informatie over joods-arabische “proeftuinen”. Er is niks tegen, er is veel voor, maar het is niet genoeg om hoop aan te ontlenen. Het gaat er nl. niet om dat andere scholen in Israel de joodse en arabische CULTUUR niet gelijkwaardig vinden. Het probleem is de Israelische bezettingsproblematiek. Je bereidt kinderen niet voor op een complexe wereld als je het niet over onrecht hebt. Religieuze en etnische folklore, tja..

    Wat me opvalt is de terminologie. Het gaat over Joods-Arabisch. Niet over Joods en Moslim. En er is sprake van ARABISCHE dorpen, niet van PALESTIJNSE. Dit is werkelijk erg veelzeggend.
    In je commentaar, Bert, gebruik jij overigens – en dat vind ik prettig – WEL het woord Palestijn, maar ik reageer op de Engelse tekst.

    Zijn de bestuursleden van de school ook aktief in wat-er-nog-rest-van-Israelische vredesbeweging? Bijv. actief voor recht op dienstweigeren? Anders moeten straks de Joodse kleuters van nu naar het bezettingsleger… En hun Palestijnse vrienden weten wat dat inhoudt. Kunnen er weer interessante films gemaakt worden over jeugdvriendschappen die geen stand houden, door die vermaledijde politiek.

    Bij eerdere soortgelijke opmerkingen van mij kreeg ik vaak de reactie: “Wees toch niet zo negatief, je moet toch ergens hoop aan ontlenen!”. Maar ik heb, hoewel ik behoefte heb aan hoop, geen zin om mezelf voor de gek te houden.
    Een mooie multi-culturele houding, die het niet wil hebben over onrecht: ik vind het een onderdeel van het probleem en niet van de oplossing.
    Heb je het over politiek, over onrecht, over mogelijkheden/plicht om je tegen onrecht te verzetten, en lever je daarbij een multi-culturele onderwijs- en opvoedingssituatie: Ja, dan komen we misschien een beetje vooruit.

  7. Ik heb vroeger ook vaker deel genomen aan vormen van gelijkwaardige uitwisseling, Fennie en Bert. Vanuit de gedachte dat een deel van het probleem bestond dat de leden van de bevolking elkaar niet kenden, niet begrepen. Ik nam bijvoorbeeld deel aan een grote vrouwenconferentie Engendering the Peace process, waar Palestijnse, Israelische en internationale vrouwen elkaar troffen. Zo waren er veel, Seeds of Peace bijvoorbeeld. Maar uiteindelijk liepen al die initiatieven stuk op hetzelfde feit, en daar geef ik Fennie erg gelijk in, het feit van de bezetting. De Palestijnse vrouwen gingen terug naar een onverdragelijk leven. Ze verwachtten dat de Israelische vrouwen zich nu in zouden zetten om daar wat aan te doen, dat wil zeggen dat ze stelling zouden nemen tegen de politiek van het land waar ze stemgerechtigde burgers van waren. Het is niet genoeg om elkaar aardig te vinden. En veel van de Palestijnse vrouwen voelden zich uiteindelijk gebruikt: we geven de Israeli’s even fijn de ervaring dat we elkaar wel begrijpen, maar er verandert niets. De conclusie was dat dergelijke projecten vooral fijn zijn voor de leden van de dominante groep, die even bevrijd zijn van hun schuldgevoel.

    Ilan Pappe, die zelf, toen hij nog in Israel woonde zijn kinderen naar een van die zeer weinige gemengde scholen deed, het kan wel zo’n school zijn als hierboven is genoemd wat er zijn er maar heel weinig, is ook afgestapt van de gedachte dat zulke ‘kissing cousins’ projecten veel bij zullen dragen, of hoogstens als een eerste bewustwording. Pappe is met zijn gezin verhuisd naar Engeland.

Reacties zijn gesloten.