Dagboek 29 juni 2007

Er dringt hier nog wel wat nieuws door uit de buitenwereld. Herstel, verkeerd gezegd: dit hier is de buitenwereld. Erg veel buitenwereld. En dan wil ik weten hoe het met mijn thuisbases is. Nederland. Maar ook Gaza. Westoever. Lees ik dat Olmert van plan is om een deel van het belastingeld dat hij geheel illegaal van de Palestijnen heeft ingehouden wel aan Abbas wil geven. Op voorwaarden natuurlijk. En dat hij bereid is om 250 gevangenen vrij te laten. Geen Hamasmensen natuurlijk en geen vechters. Terwijl er nog tienduizend Palestijnen in de gevangenis zitten, veel van hen zonder proces, waaronder een groep parlementariers. Maar die zijn van Hamas en die laat hij niet vrij, natuurlijk. Dit is niet eens een dooie mus, dit is een halve dooie mus. Ik zei het al: daar houdt hij zelfs Abbas niet mee in het gareel. Laat staan heel veel kwaaie Palestijnen in Hebron en Nablus. Dat was dus erg voorspelbaar.

Vier berichtjes gelezen over de bijeenkomst in de Rode Hoed met Ehsan Jami, waar ik niet heen wilde. Zo te lezen werd het niks. Meer van hetzelfde. Dat was dus ook erg voorspelbaar. Ik wil graag af en toe ongelijk krijgen. In het geval van Olmert, omdat dat beter geweest zou zijn voor de Palestijnen. In het geval van Jami, omdat ik dan iets had gehad over na te denken.

Hier in Straatsburg had ik wel wat om over na te denken. Gisteren bespraken we het rapport van mr. Margelov over antisemitisme, en ik mocht in vier minuten reageren namens de Unified Left partij. Nu was het rapport op zich niet controversieel, want praktisch iedereen was het er over eens dat er sprake is van antisemitisme, en dat dat niet goed is. Het rapport werd uiteindelijk met 75 stemmen tegen 2 stemmen aangenomen, inclusief mijn stem, want ik was voor.

Interessanter was de subtekst, de onderhuidse thema’s. Een van de thema’s was dat je antisemitisme niet op mag tellen bij andere vormen van discriminatie en intolerantie, zoals bijvoorbeeld Hancock van de UK dat wilde, die zich afvroeg of antisemitisme tegenwoordig echt erger is dan andere vormen van ‘racial abuse and intolerance’, en of het niet in een breder kader meegenomen moest worden. Ook werd een motie afgewezen, om bij de aanbeeling om de ontkenning van genocide strafbaar te maken de laatste woorden van de zin, de genocide tijdens de tweede wereldoorlogte verwijderen. Als het aan sommige participanten aan de discussie had gelegen was er ook verboden om ooit andere humanitaire rampen of onderdrukking te vergelijken met de jodenvervolging en de holocaust. Wat de joden is aangedaan en wat joden nog wordt aangedaan, moet absoluut apart en als uniek worden gezien. De interessante vraag is waarom de samenstellers van het rapport, en rabbijn Schneier die was uitgenodigd om het woord te voeren, zich zo fel verzetten tegen elke suggestie dat je antisemitisme en jodenvervolging zou kunnen vergelijken met ander kwaad, waarom het absoluut een unieke status moet houden.

Het antwoord ligt al een beetje in de tweede subtekst. Margelov heeft netjes geprobeerd in zijn rapport een onderscheid te maken tussen werkelijk antisemitisme en kritiek op Israel of op het zionisme, maar het lukt hem niet echt. In zijn rapport verschuift hij het thema onwillekeurig steeds weer naar kritiek op het zionisme of op Israel. Bijvoorbeeld waar hij het heeft over het antisemitisme van extreem links. Ik zou oprecht graag willen weten wat het rapport daarmee bedoelt, want het enige wat ik weet is dat links vaak wordt aangevallen vanwege de kritiek op Israel of op het zionisme. Bij alle andere zaken, zoals het antisemitisme van edxtreem rechts worden er voorbeelden genoemd, bij dat wat van links zou moeten komen niet. En zoals ik in mijn bijdrage zei (tekst hieronder): ik wil graag dat er een helder onderscheid wordt gemaakt tussen antisemitisme, dat ik van harte mee wil helpen bestrijden, en kritiek op Israel of op het zionisme, dat weliswaar als pijnlijk kan worden ervaren, maar wat je zeker niet kunt verbieden als je in de Raad van Europa zit die de mensenrechten hoog in het vaandel heeft, plus de gelijke behandeling. Neem je dat serieus dan kun je niet om kritiek op Israel heen.

Ik kreeg een stevig applaus na mijn vier minuten, ik denk dat ik iets had geraakt, er kwamen mensen na afloop na me toe om me te zeggen dat ze het wel met me eens waren. Maar wel een beetje met een fluisterstem en kijken over de schouder. En dat is dus, zie subtekst 1, wat er vaak gebeurt. Tegenover de verschrikkelijke zwaarte van de jodenvervolging durven nog steeds veel mensen geen kritiek te hebben op Israel omdat dat uitgelegd kan worden als antisemitisme. En dat kan vooral wanneer je er voor zorgt dat je nooit vergelijkingen mag maken, en de jodenvervolging uniek en onvergelijkbaar is.

Ik kreeg dus meteen na mijn bijdrage meneer McShane aan het woord die prachtig tegenstrijdig zei dat hij er tegen was dat het Midden-Oosten er steeds maar bij gehaald werd, om vervolgens zelf het Midden-Oosten erbij te halen toen hij de Britse academische boycot van de Israelische universiteiten antisemitisch noemde, alsof zij gezegd zouden hebben dat ze die willen boycotten omdat het joden zijn. En daarna kwam meneer Dreyfuss-Schmidt, die nog kwader was – het duurde even voordat ik doorhad dat hij met ‘die vrouw’ mij bedoelde – in ieder geval, ik werd weer eens voor antisemiet uitgemaakt waar ik bijstond: ik was ook zo iemand die zelf niet weet dat ze joden haat en denkt dat ze er mee weg kan komen door te zeggen ik heb ook joodse vrienden, zei hij. En daarmee illustreerde hij dus precies wat ik bedoelde. Ed van Thijn kwam nog even bij me zitten. Het blijft lastig, zei hij, als zoveel joden zelf geen onderscheid maken tussen antisemitisme en kritiek op Israel.
Hieronder mijn tekst, in het engels.

Mr President, dear colleagues,

I want to express our great appreciation for mr. Margelov’s report on anti-Semitism in Europe. We agree completely that we should be vigilant in combating old and new anti-Semitism. We know about the dark days of European persecution of our Jewish populations, and we are responsible for taking care that it never happens again. For that reason, we should monitor any expression of political or populist aggression against Jews as individuals or as a group, just as we should with any expression of intolerance and racial abuse.

We also agree that mr. Margelov makes a distinction between anti-Semitism and anti-Zionism when he quotes mr. Thomas Hammarberg: “Aggression against a Jew cannot be justified by the actions of Israel or its army. But that does not mean that every criticism of Israels methods or military actions is anti-Semitic”. As a socialist who stands for justice and human rights and also for the Palestinian people, I have personally been accused of anti-Semitism, when in fact I criticised Israel and questioned Zionism. We should not forget that Zionism is a political movement. It is not the same as Judaism, although it is one expression of the justified wish of the Jewish people for a safe place free of persecution.

Early well-known Jewish thinkers, such as Hannah Arendt and Martin Buber, expressed their doubts.There are religious Jews who never acknowledged the state of Israel. My friend, Michael Warschawski, the son of a former chief rabbi of Strasbourg, now living in Jerusalem, calls himself a post-Zionist, since the idea of a Jewish state, in the present circumstances, does not offer Jews more safety, does not help in the least to end anti-Semitism and is inherently unjust to non-Jews living in Israel, as others agree, for instance, the European Jews for a Just Peace. I do not think that we should call these people anti-Semites.

I would like to ask mr. Margelov ehether he thinks that it is more important to make an even more clear distinction between criticism of Zionism and of Israel, and anti-Semitism than he has done in his report. He writes about the anti-Semitism of the extreme left, but does not quote any concrete cases. Honestly, I wish to hear them. If that is true, I am on Mr Margelov’s side in wanting to combat anti-Semitismj on the left, but I wish to hear of concrete cases.

Are we allowed to ask whether a state – israel – that bases its citizenship on and athnic-religious principle can be called a democracy? Are we allo9wed to argue for that state top treat all citizens equally without being accused of wanting to destroy Israel? Are we allowed to ask questions about human rights in Israel and the different ways in which it treats Jews and Arabs? Are we allowed to stand up for the human rights of Palestinians without being suspected of hating Jews?

There are two reasons why it is important to draw a distinction between real anti-Semitism – hatred and distrust of Jews, and of anti-Zionism which is criticism of Israel. The first reason is portant for the Council of Europe and for all people dedicated to justice. If we want to be taken seriously in our work in promoting human rights and equality, we should not allow ourselves to be distracted by false accusations. The second reason is if we call too many things anti-Semitic, the genuine fight against anti-Semitism will be weakend. I can promise that I will support the fight against anti-Semitism with all my heart, just as I fight for justice for all people.

Ik heb trouwens al eerder een lang stuk geschreven over het ‘nieuwe antisemitisme’ Hier.
En zie Hajo Meijer. Hier.
En hier over zionisme.

5 gedachten over “Dagboek 29 juni 2007

  1. Het verbod van discriminatie heeft te maken met macht. Wie macht heeft, heeft de mogelijkheid om positief of negatief onderscheid te maken tussen mensen en groepen. Het antisemitisme, zoals ook in Nazi-Duitsland, was een rechtstreeks gevolg van discriminatie. De staat, toen Nazi-Duitsland, had de macht (Duitse) joden te onderscheiden van andere Duitsers, met als gevolg de holocaust. Wie macht bezit kan discrimineren met ernstige gevolgen. Om die reden is het verbod op discriminatie opgesteld. De staat Israël nu heeft de macht onderscheid te maken tussen joden die in Israël zijn gaan wonen en de arabieren die in Israël zijn blijven wonen. Ze maken dat onderscheid ook. Arabieren worden daar als tweederangsburgers behandeld. De staat Israël pleegt dus discriminatie. Daarnaast voeren ze al jaren een aanvalsoorlog uit in de gebieden waarheen de meeste Palestijnen, de voormalige bewoners van Israël van voor 1947, zijn gevlucht of verjaagd. Kritiek op deze discriminatie in Israël en de gevoerde oorlogspolitiek is terecht en heeft niets met anti-semitisme te maken.
    En, dat er ook mensen zijn die, onder de paraplu van deze kritiek (opnieuw) de kans grijpen om hun eigen anti-semitische gevoelens de vrije loop te laten, is helaas een gegeven, maar doet niet af aan die fundamentele kritiek op de politiek van Israël.

  2. Sharansky heeft een paar punten waar ik hem gelijk in geef, maar nog steeds haalt hij kritiek op Israel door elkaar met antisemitisme. Wanneer Israel getoetst wordt op de kwestie van mensenrechten, en daarbij door de mand valt, kun je er kwaad over worden als niet alle andere landen even scherp getoetst worden. Maar dat is geen anti-semitisme. Mensenrechten zijn absoluut, en niet onderhandelbaar. Als Israel daar niet aan voldoet is kritiek geheel op zijn plaats. Je kunt hoogstens zeggen: kijk ook naar de andere landen, en daar heeft hij mij geheel in mee.

    Ook vind ik het volstrekt onjuist dat hij kritiek op het bestaan van de staat Israel opvat als antisemitisme. Want waar het om gaat verzwijgt hij in zijn verhandeling: dat Israel zichzelf definieert als een joodse staat, houdt impliciet en expliciet in dat niet-joodse burgers in Israel geen gelijke rechten hebben. Daar kunnen we zware kritiek op hebben, maar daar hoef je helemaal geen antisemiet voor te zijn. In zijn ogen is iemand die vindt dat Israel pas een democratie zou zijn wanneer alle burgers gelijke rechten hebben, en zou iemand die zegt (zoals Warschawski dat doet) dat het zionisme geen recht van bestaan meer heeft, daarmee de staat Israel afwijzen en daarmee antisemitisch zijn. Maar dat heeft niets te maken met of de mensen die een staat willen hebben op een etnisch-religieus beginsel joden zijn of chinezen of katholieken. Dat Israeli’s joden zijn is namelijk helemaal niet het punt.

    Uiteraard is het zo dat kritiek op Israel vermengd kan zijn met antisemitisme. Maar dat is nooit een excuus om het onderscheid niet te maken.

    Ook al brengt Sharaansky enige nuances aan, ook hij gebruikt het verwijt van antisemitisme, dat in onze wereld hard aankomt, als een politiek middel om kritiek op Israel van de hand te kunnen wijzen, en ik blijf dus bij mijn betoog: als je het verwijt van antisemitisme misbruikt als politiek middel zit je op twee fronten verkeerd: het maakt het werk zoals van de Raad van Europa, die opkomt voor mensenrechten moeilijker wanneer je suggereert dat je een antisemiet bent wanneer je Israel op dat punt bekritiseert, en je maakt de strijd tegen werkelijk antisemitisme moeilijker, omdat je het verwart met legitieme politieke opvattingen. Daardoor geef je mensen die terecht kritiek hebben op Israel een te makkelijk excuus om niet tegen werkelijk antisemitisme op te komen. Ik blijf dus bij mijn punt.

Reacties zijn gesloten.