Q en A over onderzoek naar Israëlische en Palestijnse oorlogsmisdaden

cotran-herre-6-of-1.jpg
(Brigitte Herremans)

Te gast: Brigitte Herremans, medewerker Midden-Oosten Broederlijk Delen-Pax Christi
Met een nuttig en informatief stuk over onderzoek naar oorlogsmisdaden.
Dank, Brigitte

Q&A: Israëlische en Palestijnse onderzoeken naar oorlogsmisdaden

Tijdens het conflict in de Gazastrook schonden zowel Israël als de Palestijnse gewapende groeperingen het internationaal humanitair recht. Bijna 1400 Palestijnen en 13 Israëli’s kwamen om tijdens het conflict en de vernieling van infrastructuur in Gaza is ongezien. In opdracht van de VN-Mensenrechtenraad onderzocht rechter Goldstone de schendingen van het internationaal recht. In zijn rapport stelde hij dat beide partijen binnen de zes maanden de aantijgingen van oorlogsmisdaden moeten onderzoeken. De Algemene Vergadering van de VN steunde op 5 november 2009 het rapport in een resolutie. Ze vroeg Secrataris-Generaal Ban Ki Moon, de interne onderzoeken van Israël en de Palestijnen te monitoren en op 5 februari daarover verslag uit te brengen.

1. Wat zijn de conclusies van Ban Ki Moon?
In zijn 72 pagina’s tellende rapport aan de Algemene Vergadering (AV), stelde de Secretaris-Generaal dat hij niet zeker is dat Israël en de Palestijnen de eisen omtrent geloofwaardige en onafhankelijke onderzoeken inwilligden. Hij benadrukte dat dergelijke onderzoeken nodig zijn waar er sprake is van ernstige mensenrechtenschendingen. Ban Ki Moon drukte de hoop uit dat een resolutie van de AV naar onafhankelijke onderzoeken leidt die aan internationale standaarden beantwoorden. Zoals veel mensenrechtenorganisaties vreesden, gaat de Secretaris-Generaal erg omzichtig te werk omdat het Goldstone-rapport een erg negatieve reactie uitlokte bij Israël. Zijn rapport somt vooral de officiële antwoorden van Israël, de Palestijnse Autoriteit en Hamas op. Het is niet opiniërend en schept geen duidelijkheid over de visie van de VN op de kwaliteit en de vorderingen van de interne onderzoeken.

2. Waarom leggen de VN en de EU zoveel voorzichtigheid aan de dag?
Israël schreeuwde moord en brand over het Goldstone-rapport en zoekt internationale steun om het in de doofpot te stoppen. Bij de stemming van de resolutie van de VN-Mensenrechtenraad in Genève in oktober stemden vele landen, waaronder EU-lidstaten, tegen omdat de resolutie enkel Israël viseerde. Bij de stemming van de resolutie in de AV, die de aanbevelingen van het Goldstone-rapport onderschreef, onthielden vele landen zich. Belangrijke EU-lidstaten verklaarden dat ze dit deden omdat het Goldstone-rapport het vredesproces zou belemmeren. Ze stelden dat ze verkiezen om zowel Israël als de Palestijnen direct aan te sporen om zelf interne onderzoeken te voeren. Het Goldstone-rapport gaat nog een stap verder en stelt dat als de partijen falen in hun interne onderzoeken, de cases moeten worden doorverwezen naar het Internationaal Strafhof in Den Haag. Het lijkt dus alsof er binnen de internationale gemeenschap een consensus is over het belang van onafhankelijke en evenwichtige interne onderzoeken door Israël, Hamas en de Palestijnse Autoriteit. Het probleem is echter dat er geen concrete maatregelen worden genomen om de vooruitgang in die interne onderzoeken op te volgen.

3. Wat is het probleem met de Israëlische onderzoeken?
Israël presenteerde een rapport aan de Secretaris-Generaal over de interne onderzoeken en stelt dat die voldoen aan de vereiste standaarden. De Israëlische regering houdt vol dat haar strijdkrachten het oorlogsrecht niet schonden. De berichten in de media en externe druk, noopten Israëlische militaire organen om onderzoeken in te stellen naar aantijgingen door ngo’s over schendingen van het internationaal humanitair recht. De manier waarop die uitgevoerd worden, is echter problematisch. Zo leidden slechts 36 van de 150 onderzochte zaken tot een strafrechtelijk onderzoek. Bovendien worden de onderzoeken uitgevoerd binnen het militaire systeem. Dit strookt niet met standaarden op het gebied van transparantie en efficiëntie, maar stelt vooral een probleem inzake onafhankelijkheid en neutraliteit. De instantie die ervan beschuldigd wordt misdaden te hebben gepleegd, krijgt de opdracht om zichzelf te onderzoeken. Beslissingen die door het politieke niveau genomen werden, worden helemaal niet onderzocht. Het gevolg van dit gebrek aan onafhankelijkheid is dat de onderzoeken zich toespitsen op geïsoleerde incidenten. Voorbeelden zijn gevallen van plundering, executies en het gebruik van Palestijnse burgers als menselijke schilden. Grootschalige oorlogsmisdaden, en mogelijk zelf schendingen tegen de mensheid – zoals het beleid van collectieve bestraffing en blokkade, de doelbewuste vernietiging van burgerlijke infrastructuur, en de inzet van bepaalde wapens – blijven zo buiten schot.

4. Wat is het probleem met de Palestijnse onderzoeken?
Zowel de Palestijnse Autoriteit in Ramallah als het regime van Hamas in de Gazastrook namen pas erg laat het initiatief om interne onderzoeken in te stellen. De kans dat ze aan de vereisten beantwoorden, is zeer onwaarschijnlijk. In december 2009 stuurden Palestijnse mensenrechtenorganisaties een brief naar de Palestijnse autoriteiten op de Westoever en in Gaza om te pleiten voor onafhankelijke en transparante interne onderzoeken. In januari besliste de ministerraad om een onafhankelijke onderzoekscommissie in te stellen. Die zal bestaan uit rechters uit de Palestijnse gebieden en daarbuiten. Ze zullen het mandaat hebben om schendingen van het internationaal humanitair recht door Hamas en door de Palestijnse Autoriteit te onderzoeken. De vraag is echter of Hamas en de Palestijnse Autoriteit volledig zullen meewerken. Net zoals aan Israëlische kant, zijn de hoogste militaire en politieke niveaus immers verantwoordelijk voor meest systematische en grootschalige schendingen van het oorlogsrecht. Ook hier bestaat dus het gevaar om te vervallen in een onderzoek naar geïsoleerde incidenten. Hamas beweerde dat het onderzoeken instelt, maar geeft geen informatie over het verloop ervan. Leiders van Hamas stellen dat de Palestijnse raketten gericht waren op militaire doelwitten en niet op burgers, maar dat de raketten niet nauwkeurig genoeg zijn. Deze recente verklaringen zijn in tegenspraak met de verklaringen van de gewapende groepen tijdens en voor de Gaza-oorlog. Bovendien is het volgens het internationaal humanitair recht onder alle omstandigheden verboden om wapens te gebruiken die geen onderscheid kunnen maken tussen burgers en militairen.

5. Wat is de oplossing?
De landen van de internationale gemeenschap, waaronder de Europese lidstaten, moeten een duidelijker engagement nemen om rekenschap voor schendingen van het internationaal recht mogelijk te maken. Hoewel er een consensus is over de nood aan interne onderzoeken, worden hier geen effectieve maatregelen toe genomen.
Beleidsmakers lijken een tegenstelling te zien tussen rekenschap voor begane misdaden en vooruitgang in het vredesproces. Dit is evenwel een misverstand. Schendingen van het internationaal recht liggen aan de basis van het conflict. Zonder gerechtheid en de erkenning van begane fouten zullen vredesgesprekken nooit vruchtbaar zijn. In mei 2010 loopt de deadline van Goldstone voor de interne onderzoeken af. De EU moet alle partijen aansporen om geloofwaardige onderzoeken uit te voeren en daarin een pro-actieve rol spelen. De lidstaten kunnen dit via hun ambassades en consulaten ter plaatse, door consultatie met Israëlische en Palestijnse ngo’s, door onderling overleg en door een eensgezinde positie hierover binnen de VN. België kan als EU-Voorzitter en lid van de VN-Mensenrechtenraad in dit proces een leidende rol spelen. Bij het beoordelen van de interne onderzoeken, moeten staten zich ervoor hoeden legitimiteit te geven aan problematische interpretaties van het internationaal humanitair recht. Bewuste pogingen om het onderscheid tussen burgers en strijders, en tussen burgerinfrastructuur en militaire doelwitten te vervagen, moeten worden tegengegaan. Wanneer de internationale gemeenschap aanvaardt dat Israël Gaza als een ‘vijandige entiteit’ beschouwd en elke burger als een potentiële terrorist, ondergraaft het de bescherming die de Conventies van Genève aan burgers onder bezetting bieden.

Meer informatie

Resolutie van de Algemene Vergadering over het Goldstone-rapport: hier.

Brief Palestijnse NGO’s over de nood aan interne Palestijnse onderzoeken: hier.

Briefing paper van Adalah over de Israëlische militaire onderzoeken: hier.

3 gedachten over “Q en A over onderzoek naar Israëlische en Palestijnse oorlogsmisdaden

  1. Hier een quote uit een ander apport gepubliceerd door het Jerusalem Center for Public Affairs

    “Travers rejects the idea that Israel launched the offensive in Gaza on December 27, 2008, as an act of self-defense in response to Hamas rockets. ”

    en hier de link naar het haaretz artikel, dat ook zegt,dat Hamas voor de aanval “something like two” rockets that fell on Israel. ”

    http://www.haaretz.com/hasen/spages/1148851.html

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *