Geen kattenpis (6)

Hopelijk voorlopig het laatste bericht van het kattenfront hier in huis, want alles gaat goed. Josephine slikt elke ochtend braaf haar pilletje wat ze voor de rest van haar leven moet doen en ze loeit niet meer zo vreselijk, en vreet niet meer zo onbeheerst, en Kobus heeft al twee dagen zijn kraagje af, zonder nieuwe ongelukken, en huppelt weer vrolijk als ik hem roep voor zijn superdure dieetbrokjes- ook voor de rest van zijn leven – gelukkig vindt hij ze lekker.

Dit laatste verhaaltje gaat over een kater met een kut, en wie dat woord te ruw vindt moet nu niet verder lezen. Zoals bekend hoor ik bij de lichting feministes die eens bedachten dat we niet één vriendelijk woord hadden voor wat zo ellendig ons geslachtsapparaat heet, of onze ‘vagina’, of vaagjes ‘tussen onze benen’, en mijn voorstel destijds was om ons het platte woord kut toe te eigenen en net zo lang te gebruiken tot het gewoon geworden was. Dat is dus niet gelukt, wel heeft iedereen, ook ik, het woord tegenwoordig ingelijfd als scheldwoord, en ook ik vind de politieke situatie in ons land zwaar kut.

Jawel, er zijn alternatieven. Zo hoorde ik pas een vrouw die flink was afgevallen zeggen dat ze het fijn vond dat ze nu haar poes weer kon zien. Maar zeg nou zelf, moet ik het over de poes zijn poes hebben?

Nou kijk, als je er nog bent, het gaat om Kobus die niet meer kon plassen omdat hij steeds maar verstopt raakte, en de manier om daar wat aan te doen, want je kunt aan niet kunnen plassen morsdood gaan, was wat met een groot woord voor zo’n minipiemeltje een penisamputatie heet. Dat vond ik wel zielig, maar dood is nog zieliger, en sinds hij zijn balletjes ook al niet meer had deed hij met dat piemeltje niks anders dan plassen. Of niet plassen dus. Okee.

Dokkie heeft er zwaar op zitten borduren, en heeft mij de details uitgelegd. Ongeveer zo als bij een geslachtsverandering van man naar vrouw werd het piemeltje binnenstebuiten gekeerd, naar binnen getrokken, en wat je ziet nadat de draadjes weg zijn en de korstjes eraf is – jawel – een schattig kutje met roze lipjes. En Kobus kan er mee pissen als een paard. Hij heeft nog nooit zo gezellig en tevreden zitten sassen, ik kan het horen in de kamer ernaast. Maar nu. Kobus was nog niet gewend aan een kutje, en Kobus is nogal een bonkige kat, met weinig subtiliteit of elegantie, dus die zat meteen als ik zijn kraagje afdeed met zijn snuit in zijn kruis en begon als een gek te likken. En ik ernaast, als ervaringsdeskundige: Kobus, een kutje mag je wel likken, maar niet raspen, man!

Zat hij toch opeens weer met een kontje dat bloedde. Kut! Eh, shit! Kraagje weer om. Kraagje twee dagen later weer af. En er steeds maar bij blijven. Kobus, niet doen, jongen, laat zitten! Doe nou toch een beetje zachtjes! Het is genoeg! Anders moet je kraagje weer om! Lieve lezers: het gaat inmiddels. Hij is er aan gewend. Alsof het niets bijzonders is, een kater met een kutje. En er groeit alweer oranje pluis op zijn malle kaalgeschoren billetjes, en binnenkort zie je er niets meer van.

Op mijn fractievergadering vertelde iedereen wat voor nuttige dingen ze gedaan hadden de afgelopen tijd. Naar eer en geweten kon ik melden dat ik voornamelijk thuis was gebleven voor de kat z’n kut.

7 gedachten over “Geen kattenpis (6)

  1. Nou, zo kan het wel weer Anja!!
    Ik ben de schaamte nog niet voorbij, haha!

    Hi Kobus, mijn rooie broeder,
    Niks van aantrekken hoor, van wat die gekke mensen allemaal zeggen,
    Eens een rooie kater, altijd een rooie kater!
    En zoals Bommel het eens zei “Een rooie kater blijft altijd een heer.”

    Groet Miauw
    Gerrie Ollebol

  2. Tja, het toppunt van vrouwenemancipatie schijnt toch nog steeds te zijn, dat vrouwen mannentaal gebruiken die beschaafde mannen genant vinden…

  3. Het toppunt van vrouwenemancipatie is dat we ons door zogenaamde beschaafde mannen niet langer de wet voor laten schrijven, dinges. En als je nog eens wilt komen mopperen: we houwen hier niet erg van lui die zich achter een schuilnaam verbergen.

  4. Lieve Anja,
    Ik moet toegeven dat ik als taalpurist en als gegeneerde beschaafde man (ala Dwarsbongel) de uitdrukking “voor de kat z’n kut” tot op heden uitsprak als: “voor de kat d’r sterretje”. Per slot van rekening was “kat” vrouwelijk, meende ik. Maar nu weet ik beter. De uitdrukking luidt “voor de kat z’n kut” of sinds kort “voor de kut van Kobus”. Ik had graag de gezichten van de eerstekamerfractie van de SP gezien toen je zei dat je voornamelijk daarvoor was thuisgebleven. Wat een prachtig verhaal, dankjewel! Aai voor Josephine en Kobus!

Reacties zijn gesloten.