‘Alles is gewoon kut’. Interview Vrij Nederland

Feministe en schrijfster Anja Meulenbelt (77): “Alles is gewoon kut”

door Fréderike Geerdink, Vrij Nederland 19 sept 22

Bijna zestig jaar geleden, toen Anja Meulenbelt feminist werd, dacht ze nooit na over ouderdom. “We hadden er een superieure minachting voor”, zegt ze. “Net als voor geld: dat zien we later wel weer.” Nu het zover is, ziet ze dat het bereiken van een respectabele leeftijd ook een maatschappelijke positie is, net zoals vrouw-zijn, en dat er discriminatie in het spel is. Met het rijpen van dat inzicht is ook haar blik op de Anja van toen scherper geworden dan ooit. “In mijn 53ste boek zou ik eens terug moeten kijken op wat ik nou eigenlijk zocht in de beweging.”

Haar 51ste boek, ‘Alle moeders werken al’, komt op 20 september uit. Als 52ste rekent ze een boek, ‘Voorbij de verbijstering’, waarover ze samen met twee anderen de redactie voerde, dat gaat over gender en geweld en dat volgend jaar uitkomt. ‘Alle moeders werken al’ gaat over hoe in de huidige samenleving met moederschap wordt omgegaan en over vraagstukken die daarmee samenhangen.
Alleenstaande moeders zijn belangrijk in dat verhaal. Toevallig was ze er zelf een, vroeger: Meulenbelt werd op haar zestiende, in 1961, zwanger, werd van school gestuurd omdat ze een slecht voorbeeld was, trouwde met de vader van haar kind en bracht drie jaar door in een gewelddadig huwelijk. “Dat waren angstaanjagende jaren”, zegt ze nu. De scheiding betekende haar ‘ontsnapping’: “Ik was ontsnapt aan de druk om mijn kind af te staan, ik was ontsnapt aan een gewelddadig huwelijk, ik was ontsnapt aan het levenslang bedienen van een man, zoals mijn moeder deed.”
Dat soort van ontsnapping bepaalde het feminisme van de tweede golf waarin ze, inmiddels student aan de sociale academie, werd meegezogen. Meulenbelt: “Wij waren voor het opheffen van het kostwinnersbeginsel, waarbij de man werkte en genoeg verdiende om een gezin van te onderhouden terwijl de vrouw thuis bleef om te zorgen. Dat lukte, maar wat ervoor in de plaats kwam was het neo-liberalisme, waarin iedereen voor zichzelf zorgt. Dat is uitgemond in een enorme ramp voor niet-hoogopgeleide vrouwen.”
In ‘Alle moeders werken al’ schetst ze het plaatje. Van de bijstand viel bij de invoering ervan in 1965 nog wel te leven, inmiddels staat het gelijk aan een leven in armoede. De druk om fulltime te werken neemt toe, terwijl een fulltime baan al geen garantie meer is voor een inkomen waar je van rond kunt komen, laat staan een parttime baan. Hogeropgeleide vrouwen die fulltime werken, kunnen dat meestal bij de gratie van naamloze oppassen, au-pairs en schoonmaaksters. “Maar die vrouwen hebben vaak óók kinderen”, zegt Meulenbelt, “en wie zorgt daar dan voor? Waarom geven we de zorg voor onze kinderen eigenlijk uit handen? Het onderhouden van vriendschappen besteden we toch ook niet uit, en familiebezoek toch ook niet?”
Denk niet dat ze voor een terugkeer naar rollenpatronen van weleer pleit. Integendeel: in ‘Alle moeders werken al’ pleit ze een werkweek van dertig uur voor iedereen. En in die uren moet iedereen dan een inkomen kunnen verdienen waar je van kunt leven. Onrealistisch? Er was wel meer onrealistisch. Meulenbelt schrijft: “In de begintijd van de fabrieksarbeid was een werkweek van zestig of zeventig uur nog gewoon, ook voor vrouwen en kinderen, werkdagen dus van twaalf tot veertien uur.”

In ‘Alle moeders werken al’ knoopt ze de klassenstrijd en feminisme stevig en met humor aan elkaar, er behendig ook racisme en ongelijkheid op basis van gezondheid en handicap en op basis van leeftijd in mee breiend. Al die kenmerken samen bepalen wie er maatschappelijk worden in- en uitgesloten, wie er macht heeft en wie niet, welke groep onderdrukt en welke wordt onderdrukt. Haar 50ste boek, ‘Klassenstrijd in deze tijd, een pleidooi voor vernieuwing’, dat eerder dit jaar uitkwam, doet iets soortgelijks. Net als haar 49ste, ‘Brood en rozen, over klasse en identiteit’, uit 2019. Heeft ze nou drie keer hetzelfde boek geschreven, maar dan met telkens net een andere focus? Meulenbelt: “Ik heb wel tien keer hetzelfde boek geschreven!”
Dat komt, zegt ze, omdat ze telkens een andere groep wil bereiken met in principe dezelfde boodschap, die draait om de strijd voor een rechtvaardige maatschappij. Meulenbelt: “Om die te bereiken moeten we het volledige plaatje van uitbuiting en onderdrukking meenemen, niet alleen de verschillen tussen loonarbeiders en kapitaal: ook klasse, kleur en sekse tellen mee. Het onbetaalde werk dat vrouwen doen, is daar onderdeel van.” Het raakt voor haar de kern van de vrouwenstrijd én het socialisme: “Voor mij is feminisme geen feminisme als het er alleen is voor de vrouwen die toch al meer kansen hebben. En socialisme is geen socialisme als migranten niet meetellen.”

====

Een paar dagen voor dit interview deelt ze op haar Facebookpagina foto’s van een bijeenkomst van de Stichting Single SuperMom, een groep die pleit voor het verbeteren van de sociaal-economische positie van alleenstaande moeders en die samenkomt in allerlei activiteiten. Ze raakte er toevallig bij betrokken toen er een spreekster uitviel op een bijeenkomst en ze zich opwierp omdat ze zelf ooit een alleenstaande moeder was. Ze is er ‘blijven hangen’. Op één van de foto’s staat Meulenbelt met een uitbundig lachend gezicht. Was ze zó gelukkig, zó op haar plek? “Ik ben één van hen, al ben ik van een andere generatie. Deze moeders zijn eigenlijk nog maar net begonnen met het ontdekken van hun woede en de kracht van collectiviteit. Ik vind het enig daar bij te horen en ook met ze over politiek te praten. Om de vertaalslag te maken tussen verschillende posities.”

Activisme is helend, leerde ze in haar begintijd als feminist: “Toen ik net gescheiden was, woonde ik samen met andere moeders met kinderen. Ik was niet meer alleen.” In dat warme bad, waar ze zich geborgen en gezien voelde, ontstond ruimte om aan zichzelf te werken. Om de confrontatie aan te gaan met haar jeugd, waarin ze van haar ouders niet kreeg ‘wat kinderen horen te krijgen’: “Mijn ouders hadden een slecht huwelijk, mijn moeder was denk ik depressief. Er was geen warme aandacht voor mij. Daardoor was ik, zo ontdekte ik in therapie, gevoelig geworden voor aandacht – aandacht van foute mannen, bijvoorbeeld.”
De helende kracht die de feministische beweging haar gaf, ziet ze terug in andere emancipatiebewegingen, bijvoorbeeld in de anti-racismebeweging: “Gezien worden zorgt ervoor dat je de waardigheid terugkrijgt die je door bijvoorbeeld seksisme of racisme wordt afgenomen.”

Voor Meulenbelt is het cruciaal de strijd voor gelijkwaardigheid die verschillende groepen voeren aan elkaar te verbinden. Om, zoals dat heet, intersectioneel te zijn. Voor haar hoort de strijd van witte arbeiders daar nadrukkelijk bij – immers, klasse is, net als racisme en seksime, een uiting van diepgewortelde ongelijkheid. Bij BIJ1, waar ze zich meteen bij aansloot toen Sylvana Simons de partij in 2016 oprichtte (toen nog Artikel1 geheten), lukt het niet de groep witte arbeiders te betrekken, tenzij ze ook op een ander vlak behoren tot een groep die maatschappelijk op achterstand staat, bijvoorbeeld omdat ze queer zijn of een handicap hebben. Het frustreert haar: “De mensen waarmee we ook zouden moeten optrekken, verdwijnen naar extreem-rechts en verliezen zich in complotten. Het zijn barre tijden.” Ze trekt een vergelijking met de jaren zeventig: “Toen voelden we ons geweldig want we waren aan het winnen. Nu zijn we aan het verliezen.”

===

Niet dat de tweede feministische golf alleen maar warm was. Het voelde ijskoud nadat in 1976 haar eerste boek, het autobiografische ‘De schaamte voorbij’, een internationale besteller werd en ze van de opbrengsten een huis(je) kocht. Sommmige van haar mede-strijdsters waren boos: “Ik was beroemd geworden over de rug van vrouwen, zeiden ze.” Tijdens een bijeenkomst werd ze op het podium ter verantwoording geroepen: “De spreekster vroeg me: ‘Hoe voelt het om beroemd te zijn, Anja?’ ‘Ik sta alleen op een gure koude berg’, antwoordde ik, ‘en ik wil ontzettend graag weer naar beneden.’ Maar dat ging zomaar niet. Ik heb geprobeerd me zo dienstbaar mogelijk op te stellen, bijvoorbeeld door een uitgeverij op te zetten om boeken van andere vrouwen uit te geven. En ik theoretiseerde het. Waarom is het makkelijker om solidair te zijn in gedeelde zwakte dan in gedeelde kracht?”
Het is een paradox, concludeerde ze, je zowel ergens thuis voelen als jezelf zijn. Die twee wringen en botsen. Maar ook trauma’s speelden een rol, en wat haar betreft staan die vaak aan de basis van activisme – óók dat van haarzelf: “Bijna iedereen die dwangmatig bezig is de wereld te verbeteren, torst een rugzakje mee.” Vandaar dat activisme en ideologie wat haar betreft niet zonder zelfreflectie kunnen. Haar trauma’s uit haar jeugd en huwelijk waren niet los te zien van maatschappelijke ongelijkheid, maar tegelijkertijd heeft ze als witte vrouw uit een redelijk welgesteld gezin de wind in de rug gehad. Wat er weer voor zorgde dat ze pas de laatste jaren écht oog heeft gekregen voor de sociaal-economische positie van de meeste alleenstaande moeders, die tot de allerslechtste in de samenleving behoort.
Die dynamiek speelt ook een rol bij BIJ1, denkt ze, waar het ‘rommelt’ met opstappende bestuursleden en beschuldigingen van vriendjespolitiek, racisme en machtsmisbruik. Zíj ziet een groep mensen met de oprechte wil een brede partij op te bouwen die strijdt voor gelijkwaardigheid en economische rechtvaardigheid, maar ook rugzakjes met uiteenlopend trauma. Ze probeert haar bijdrage te leveren aan het in goede banen leiden daarvan als onderdeel van een groepje partijleden-op-leeftijd, waarin onder andere ook emeritus hoogleraar genderstudies Gloria Wekker en psychiater Glenn Helberg zitting hebben.

===

De frictie tussen je ergens thuis voelen en jezelf kunnen zijn, is een leidend thema in haar leven, zegt ze. Daarover zou ze voor dat 53ste boek wel eens door willen denken. Memoires? “Oh nee, geen memoires”, reageert ze verschrikt. “Maar wel terugkijken, en formuleren wat ik heb geleerd, en wat ik zocht en zoek in het feminisme.”
Memoires klinkt te veel als een afsluiting. “Ik zou chagrijnig worden als ik het schrijven en het activisme niet had. Alles is gewoon kut, maar het helpt me om iets venijnigs te schrijven, en ik kom leuke mensen tegen met wie ik het goed heb. Dat is ook een thuis. Ik zie me ook al op de bank zitten zeg, een beetje Netflixen alsof er niks gebeurt.” Ze noemt de Palestijnse strijd, waar ze zich ook al decennia voor inzet: “Daar zit ook geen centimeter beweging in, maar dat wil niet zeggen dat je je er bij neer moet leggen. Aan míj zal het niet liggen.”?