{"id":1148,"date":"2005-08-05T12:15:02","date_gmt":"2005-08-05T10:15:02","guid":{"rendered":"http:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2005\/08\/05\/het-persoonlijke-is-politiek\/"},"modified":"2005-08-05T13:19:47","modified_gmt":"2005-08-05T11:19:47","slug":"het-persoonlijke-is-politiek","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2005\/08\/05\/het-persoonlijke-is-politiek\/","title":{"rendered":"Het persoonlijke is politiek (1)"},"content":{"rendered":"<p>De bijdrage van Kennedy (Over tolerantie 4) was voor mij een aanleiding om na te denken. Dit was het stukje tekst dat een reeks van associaties veroorzaakte:<\/p>\n<blockquote><p>Er is voor het eerst een meederheidscultuur ontstaan die gekenmerkt kan worden als liberaal, seculier en blank. Omdat deze mensen zich niet tot een minderheid voelen behoren, zijn zij minder geneigd de waarde van respect voor minderheden te ontkennen. Omdat het geen deel uitmaakt van hun eigen belevingswereld, kunnen zij zich moeilijk voorstellen waarom minderheden een bepaald respect zouden moeten krijgen. Dat is een belangrijke ontwikkeling die nog steeds doorgaat.<\/p><\/blockquote>\n<p>Is het waar? Dit is in ieder geval wat ik waarneem: dat er veel harder over minderheden wordt gedacht en geoordeeld dat in het nabije verleden. <!--more-->Of waren de oordelen over minderheden meer ondergronds, minder zichtbaar voor mij? Ik maakte deel uit van twee circuits die me erg hebben gevormd: aan de ene kant de sociale bewegingen van de jaren zeventig en tachtig, en aan de andere kant het feit dat ik jarenlang les gaf en trainingen aan hulpverleners. In die sociale bewegingen voelden we ons allemaal min of meer lid van een of meer minderheden, door afkomst, kleur, levenstijl, politieke overtuigingen. Ik was al bij een antiracistische solidariteitsbeweging en las al Marx voordat de nieuwe golf feminisme losbarstte. Ik nam die ervaringen mee de vrouwenbeweging in. De sociale bewegingen van toen hadden allemaal de neiging om de eigen ervaring van onderdrukking of achterstelling centraal te stellen en weinig oog te hebben voor andere factoren. Links had het alleen over klasse en over economische uitbuiting en vond etniciteit en sekse secundair. Zeker was het belangrijk om bij de achterstelling van vrouwen en bij racisme de economische factoren te zien, maar inmiddels weten we (kunnen we weten) dar racisme en seksisme deels autonome processen zijn, en dat het niet vanzelf goed gaat als je er geen aandacht aan besteedt. De anti-racistische beweging had even vanzelfsprekend vooral oog voor etnische achterstelling en werd zwaar door mannen gedomineerd. En de vrouwenbeweging had het aanvankelijk alleen over het lot van vrouwen. Daar kwam verandering in toen zwarte vrouwen en arbeidersklassevrouwen zich begonnen te weren. Wat duidelijk werd: dat vrouwen  wel gemeenschappelijke ervaringen hadden met de dominantie van mannen, maar dat het tegelijk behoorlijk uitmaakte of je een werkster had dan wel een werkster was. Ik was dus deel van de bewegingen binnen de beweging, de socialistisch-feministische stroming en de solidariteit met zwarte en migrantenvrouwen. <\/p>\n<p>Helaas lijkt daar weinig van te zijn overgebleven, misschien hebben we te weinig aan de weg getimmerd. Als je het voornaamste overblijfsel ziet uit die tijd, het maandblad Opzij, tref je daar voornamelijk het mono-feminisme in aan. Als het maar gaat over vrouwen, vrouwen naar de top, dan is het wel in orde. En van socialisme lijken ze ook niet gehoord te hebben. Achter het mom van politieke neutraliteit verbergt zich een sterke hang naar de VVD. Het is niet voor niets dat migrantenvrouwen zich er weinig in kunnen vinden. Het lijkt wel of we weer terugvallen in ieder voor zich. <\/p>\n<p>Veel van de koplopers van toen uit de vrouwenbeweging en homobeweging lijken zich aangesloten te hebben bij de nieuwe seculiere blanke meerderheid, en van daaruit de nieuwe verworvenheden te verdedigen tegen de nieuwkomers, die een deel van het emancipatieproces nog doormaken. <\/p>\n<p>Ik heb lang les gegeven aan hulpverleners over diversiteit, over maatschappelijke verschillen, bij elkaar bijna dertig jaar. Ik behandelde bewust de grote scheidslijnen, klasse, kleur en sekse gemeenschappelijk, met ruimte voor nog andere verschillen, homo of hetero, joods zijn, dat weer niet vanzelfsprekend paste in het stramien van etniciteit, mensen met een handicap, leeftijdsdiscriminatie, geloof, stad en platteland. Mijn stelling daarbij was dat we meer empathie kunnen ontwikkelen voor wat andere mensen meemaken, andere minderheden, als we onder ogen zien en verwerken wat we zelf hebben meegemaakt. Want het is mijn overtuiging dat we allemaal, meer dan we ons meestal van bewust zijn, gevormd zijn door het nest waar we uitkomen.<\/p>\n<p>Ik ben daar zelf een voorbeeld van. Ik ben geboren in de hogere middenklasse, als ondernemersdochter. Bij mij thuis was het motto: iedereen die iets wil bereiken kan dat, als hij maar zijn best doet. Dus wie weinig bereikte had dat ook aan zichzelf te danken. Te lui of te dom. Toen ik op mijn zestiende met een buitenlander trouwde zondr geld en met weinig opleiding viel ik met een klap uit mijn klasse. Het was een dubbele cultuurshock. Opeens kon ik ervaren hoe veel privileges je hebt als ondernemersdochter &#8211; toen ik ze kwijt was. Mijn motto veranderde: wie van onderop komt moet twee keer zo hard werken om het te maken dan mensen die van hogerop komen. En meer dan werken. We kennen al langer het begrip racisme. We kennen inmiddels het nieuwe begrip seksisme. Maar voor klassisme, discriminatie op grond van sociale achtergrond hebben we geen naam en we nemen het dus vaak niet waar. Iemand die maatschappeloijk gezien &#8216;verder&#8217; wil komen moet zich op vele manieren aanpassen, een ander taalgebruik, een andere smaak, andere gewoontes, vergelijkbaar met het proces van &#8216;inburgering&#8217;  waar mensen uit andere culturen doorheen moeten. En onderweg maar al te vaak flink wat vernederingen slikken. Kijk maar, bijvoorbeeld, naar het aantal negatieve uitdrukkingen met het woord boer er in. Let maar op hoeveel mensen aan de top &#8216;plat&#8217;  of een &#8216;dialect&#8217;  praten.<br \/>\nHeel weinig.<\/p>\n<p>Even tussendoor: het blijkt bijna onmogelijk om het over klasseverschillen te hebben zonder woorden als &#8216;hoog&#8217;  en &#8216;laag&#8217;. We hebben het over een hogere opleiding, we hebben het over opklimmen en over neerkijken op anderen. Het hoog en laag zit, met de er aan verbonden waardeoordelen, in onze taal ingebakken. Dat zegt wel iets over de mate waarin klasse, niet alleen economisch maar ook in de beleving van mensen een verborgen maar grote rol speelt, die een grote rol kan spelen in het eigen gevoel van eigenwaarde en de houding die we ontwikkelen tegenover anderen. <\/p>\n<p>Als ik werkte in een gemengde groep (gemengd: vrouwen en mannen) dan begon ik meestal met klasse. Daar had ik, uit ervaring wijsgeworden, een goede reden voor. Begon ik als vrouw met sekse dan kon ik er op rekenen dat de aanwezige mannen de hakken in het zand zouden zetten en niet wilden horen wat de vrouwen zeiden. Dan kreeg je mannen die zeiden: &#8216; ik wou dat ik thuis kon zitten en me laten onderhouden&#8217;. (Uit het woord <em>zitten<\/em> kon je meteen opmaken dat ze weinig wisten van huishouden, en de mannen die wel eens vrijwillig of noodgewongen financieel van een vrouw afhankelijk waren geweest wisten dat het weinig doet voor je ego) Het kenmerkende van de minderheid aan mannen in de hulpverlening was dat ze vaak afkomstig waren van de &#8216;lagere&#8217;  regionen van de maatschappij en al een heel emancipatrieproces hadden doorgemaakt, alleen, daar had niemand het over. Ik wel. Ik vroeg ze ernaar wat ze hadden moeten doen om zo ver te komen en wat ze onderweg hadden meegemaakt. Dan kreeg je soms emotionele verhalen, verhalen van pijn en moeite. En kijk, wanneer de mannen het gevoel hadden dat hun ervaring erkenning kreeg, woorden kreeg, dat ze niet voor niets trots mochten zijn op wat ze hadden bereikt, dan werden ze van de weeromstuit zachter &#8211; en opener, voor de ervaringen van vrouwen. Ook al blijkt elke &#8216;scheidslijn&#8217; zijn  eigen geschiedenis te hebben, en zijn eigen verschijningsvormen, mijn stelling dat mensen hu empathie kunnen voor anderen kunnen vergroten door eerst te kijken naar wat ze zelf hebben meegemaakt, maar ook om uitgenodigd te worden het daar niet bij te laten, werd keer op keer bevestigd. Waar ik als groepsbegeleidster vervolgens op moest letten is dat er geen Olympische Spelen uitbarstten van wie is er hier het meeste onderdrukt of gediscrimineerd en wie heeft er dus het meeste recht van spreken, en ik moest een beetje letten op de mensen die dachten dat ze saai waren omdat ze blank, hetero en uit de middenklasse kwamen. Uiteraard, dat ik dit werk zo kon doen had er mee te maken dat de ontwikkeling van empathie een belangrijke profeesionele eigenschap is voor hulpverleners, die tenslotte om moeten kunnen gaan met clienten uit een andere sociale laag of een andere cultuur &#8211; dat hoefde ik tenminste niet uit te leggen. Maar de belangrijkste les was &#8211; is- in principe ook daarbuiten geldig: als mensen niet de gelegenheid krijgen om erkenning te krijgen voor wat ze zelf hebben meegemaakt zitten ze vaak &#8216;dicht&#8217;  voor het leed van anderen, alsof er bij elk verhaal een stemmetje zegt: hoe zo heb jij het moeilijk, en ik dan?<\/p>\n<p>Ik had in die tijd een droom. Ik dacht, als alle mensen die deel uitmaken van een minderheid, of van een achtergestelde en gediscrimineerde groep over de schuttingen van de eigen ervaringen ook naar anderen kunnen kijken, als al die groepen elkaar zouden erkennen, de handen ineen zouden slaan, coalities zouden sluiten, dan waren we geen minderheden meer maar een meerderheid. Dan hoefden we ons alleen nog maar af te vragen hoe we de machtige minderheid van blanke heteroseksuele middenklasse mannen om moesten turnen.<br \/>\nDie droom lijkt verder weg dan ooit. In een sombere bui denk ik wel eens dat we weer helemaal opnieuw moeten beginnen.<br \/>\nOkee, dan beginnen we weer opnieuw. <\/p>\n<p>(Morgen deel 2. Bewaar reacties even tot dan)<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>De bijdrage van Kennedy (Over tolerantie 4) was voor mij een aanleiding om na te denken. Dit was het stukje tekst dat een reeks van associaties veroorzaakte: Er is voor het eerst een meederheidscultuur ontstaan die gekenmerkt kan worden als &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2005\/08\/05\/het-persoonlijke-is-politiek\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":"","_jetpack_memberships_contains_paid_content":false},"categories":[1,6,10],"tags":[],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1148"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1148"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1148\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1148"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1148"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1148"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}