{"id":1514,"date":"2006-01-19T14:04:31","date_gmt":"2006-01-19T12:04:31","guid":{"rendered":"http:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/01\/18\/klasse-2\/"},"modified":"2008-11-21T11:59:48","modified_gmt":"2008-11-21T10:59:48","slug":"klasse-2","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/01\/19\/klasse-2\/","title":{"rendered":"Klasse (2)"},"content":{"rendered":"<p>In elke lesgroep waar ik begon over verschil, en dus ook over klasse, was er wel iemand die me verbaasd aankeek: klasse? Hoezo? Voor haar maakte het niets uit. Voor haar waren alle mensen gelijk. &#8220;Middenklasse&#8221;  dacht ik dan meteen, want mensen van onderop zul je zelden horen zeggen dat klasse er niets toe doet, die weten wel beter.<br \/>\n<!--more--><br \/>\nIk deed een denkoefening met de studenten, waar ze in kleine groepjes ruim te tijd kregen om over na te denken. Als je terug denkt aan je familie van toen je kind was, wie bedoelden je ouders als ze &#8216;wij&#8217; zeiden, wie hoorden er bij en wie niet? Welke mensen in de omgeving waren &#8216;hoger&#8217;, welke waren &#8216;lager&#8217; en hoe wist je dat? Er waren altijd maar weinig studenten bij die zo fortuinlijk waren uit een nest te komen waarin ze werkelijk alle kinderen mee naar huis mochten nemen en bij iedereen mochten spelen. Vaak weten we niet meer exact hoe het ons duidelijk werd gemaakt, maar ik wist heel zeker dat ik de kinderen van de &#8216;verkeerde&#8217; kant van de straat, waar ze arm waren en in Indonesische pensions woonden, met sambal op hun brood, niet mee naar huis moest nemen, want die hoorden niet bij &#8216;ons&#8217;. Het maakte ze natuurlijk alleen maar spannender, voor mij wel. Ik weet nog dat ik bij het overbuurmeisje mocht eten en dat ik zat te kijken dat ze de pan met aardappels zo op tafel zetten, en dat het vlees in hele kleine stukjes werd gesneden, iedereen maar een beetje, terwijl wij elk een hele carbonade kregen, maar wat erg was dat we de vla toe moesten eten van het bordje waar de sju en de aardappelresten nog op zaten, om een schoon bordje uit te sparen. Bij mij thuis kreeg je voor toe altijd een schoon bordje want anders gruwde ik ervan. Mensen met aardappel door hun vla, die waren anders dan wij. <\/p>\n<p>We krijgen allemaal boodschappen mee, ook al zijn we ons daar op dat moment niet bewust van. Wie voor een dubbeltje geboren is wordt nooit een kwartje. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg. Tegen die boodschappen kunnen we ons verzetten of we kunnen ze aannemen, maar ze doen wat met ons.<\/p>\n<p>De expliciete boodschap bij ons thuis was: wie wat bereiken wil die kan dat. De impliciete, onuitgesproken boodschap dus: wie niets bereikt heeft dat alleen maar aan zichzelf te danken. Die boodschap was er niet toevallig. Mijn vader had zich na de oorlog omhoog gewerkt, met heel weinig opleiding, maar wel met een zakelijk inzicht, was hij een onderneming begonnen voor de export en import van kantoormachines. Die bloeide op in de naoorlogse opbouw, tot hij een zaak had met honderd mensen personeel. Daar had hij hard voor gewerkt, en toen hij begon was hij niet te beroerd om de schrijfmachines zelf op de bakfiets rond te brengen. Daarom vergat hij gemakshalve maar dat de erfenis die mijn moeder inbracht wel had geholpen. Geld maakt niet gelukkig, zei mijn moeder altijd als ik als vroege en ongeschoolde socialiste met mijn moeder in de clinch ging. Want ze had natuurlijk gelijk. Zij had geld en zij was niet gelukkig. Maar je kunt misschien beter ongelukkig zijn met geld dan zonder, zei ik. Dan kun je net als jullie naar de tennisclub. Nou, zei ze verontwaardigd, er komen heel verschillende mensen op de tennisclub hoor. En noemde ze op: een tandarts, een politieagent, een advocaat, een paar studenten &#8230; En een arbeider? vroeg ik demagogisch, want ik had net de arbeiders ontdekt. Die willen helemaal niet tennissen, wist mijn moeder zeker, want als ze echt zouden willen&#8230; Daar gingen we weer. Ik vond mijn moeder een hopeloos burgerlijk mens. <\/p>\n<p>Ik heb me zo afgezet tegen mijn ouderlijk huis dat ik lang niet wilde weten dat ik wel degelijk een paar voorrechten mee had gekregen. Niet alleen dat ik van huis uit de taal sprak waar ik overal mee terecht kon, niet alleen dat ik me door autoriteiten niet laat intimideren, maar ook dat ik gewend was om te denken: als je iets nodig hebt en het is er niet dan maak je het. Een ondernemersdochter tegen wil en dank. Toen ik later eens terugkeek wat ik allemaal mee had opgezet, een uitgeverij, een nieuw blad, een opleiding, moest ik toegeven dat ik het ondernemen in de genen had meegekregen. Dat was mijn sterke kant.<\/p>\n<p>Mijn zwakke kant was dat ik aanvankelijk echt dacht dat mensen die niet verder waren gekomen dat alleen aan zichzelf te danken hadden. Zelfs toen ik in de marxistische scholingsgroepjes had ontdekt dat ik uit een erg foute klasse was gekomen, en het proletariaat ons zou bevrijden van het grootkapitaal keek ik nog neer op dat luie klootjesvolk dat met een pilsje voor de tv hing. En kwam er pas laat achter dat dat in principe dezelfde mensen waren. Dat er wel iets af mocht van mijn bewondering voor dat denkbeeldige proletariaat, maar ook wel wat van mijn misprijzen voor de man die uitgekakt na een dag werk voor de buis hing. Vandaar dat ik tegenwoordig erg allergisch ben voor mensen die beweren dat die en die het enkel en alleen maar aan zichzelf te danken hebben, <em>blaming the victim<\/em>, wat nu weer zo in de mode is. Ik hoor die eigenwijze jongedame van vroeger praten. Die dacht als ik &#8217;s avonds nog Marx lees waarom doen zij dat dan niet, het gaat godbetert over hun. <\/p>\n<p>Ik vond het belangrijk om niet alleen de studenten naar hun verhalen te vragen maar ook dat van mijzelf te vertellen. Deels omdat ik vind dat je zulke intieme zaken, want dat zijn het voor veel mensen echt, niet mag vragen als je zelf ook niet met de billen bloot gaat. De verhalen van anderen zetten mensen ook aan het denken, die eerst niets verzinnen kunnen &#8211; bij mij thuis deden we niet aan klasse, ik was <em>gewoon<\/em>, en wat ik ook ontdekte dat juist de mensen uit de hogere klassen zich vaak schaamden, en daarom de neiging hadden om hun voorrechten te verdoezelen en ontkennen, precies dat waar iemand van onderop zich vreselijk aan ergert. Dit was het uitgangspunt: niemand hoeft zich te schamen over waar je vandaan komt, je hebt niet voor je afkomst gekozen. Wat er toe doet is hoe je er vervolgens mee omgaat. <\/p>\n<p>Zo heb ik in de loop van de jaren een stroom verhalen gehoord, ontroerende, aangrijpende, pijnlijke, trotse verhalen. Soms in tranen, soms woedend.<br \/>\nEen middenstandsdochter, winkel aan huis; die vertelde: de klant was altijd koning. Sterke kant: ik kan heel goed met veel verschillende mensen omgaan. Zwakke kant: ik durf niet voor mijn eigen mening uit te komen en ben bang voor ruzie.<br \/>\nEen boerendochter: sterke kant: flexibiliteit. Je kon wel een plan maken maar als het regende was alles weer anders. Zwakke kant: totaal ongeschikt voor een baan waar je de hele dag moet zitten en niet je eigen plan kunt trekken.<br \/>\nDochter van helemaal onderop, &#8216;asociaal&#8217;  zei ze zelf: sterke punt: nooit bang om zonder geld te komen zitten, kon altijd haar bestaan bij elkaar scharrelen. Zwakke punt: niet gewend om iets uit te stellen, rustig af te wachten, straatvechtersgedrag, ook in de groep. Wat, jij!<\/p>\n<p>Het is duidelijk, en daarom moet je dit soort werk ook niet zomaar doen, dat het uitkijken is met stigmatisering en nieuwe clichees. De ene arbeidersdochter was de andere niet. Er waren grote verschillen tussen een arbeidersgezin in een klein katholiek dorp, en een politiek bewust socialistisch gezin uit de grote stad. <\/p>\n<p>Ik werkte in een team van zes docenten, vrouwen, en onderling waren onze achtergronden heel verschillend, terwijl we allemaal dezelfde baan hadden. We oefenden dus met elkaar, want werken met klasse moet je zeker niet op je studenten loslaten als je zelf niet al wat verwerkt hebt. (En dat is de reden dat ik er weinig over geschreven heb, bang voor beunhazerij) Ik was niet de sjiekste in het team, we hadden ook een consulsdochter. Wat voor een sjofele regenjas ze ook aan had, als we een restaurant ingingen zeiden we Rita, loop voorop en zet je dure neusvleugels op. Ze kreeg altijd alles gedaan. Hoe we van elkaar verschilden kon je bijvoorbeeld zien aan omgang met geld, ook een emotioneel onderwerp. We hadden een collega, boerenafkomst, die altijd erg sputterde als we in een restaurant gingen eten, zonde van het geld. Je kon ook een boterhammetje meenemen of thuis eten, veel goedkoper. Toen hoorde ik haar zonder blikken of blozen aan de telefoon onderhandelen over de koop van een huis. Thuis lagen eens per maand de briefjes van honderd en duizend op tafel als er koeien of een tractor werden gekocht. van groot geld werd ze niet zenuwachtig, alleen klein geld uitgeven, dat deed je op de boerderij niet. Je nam maar een appeltje, en spelen kon je met de beesten. Bij mij was het precies andersom. Totaal verzenuwd toen ik een huis moest kopen, maar zolang ik niet rood stond gaf ik het makkelijk uit. <\/p>\n<p>Klasse migranten kunnen van alles meemaken onderweg. Periodes van onzekerheid, waar hoor ik. Niet meer bij waar je vandaan kwam maar ook niet echt waar je heen gaat. Soms op rare momenten een terugval. Een collega, die het al had geschopt tot interim-manager zei dat er altijd nog momenten waren dat ze als het ware naar zichzelf keek en dacht: daar zit Trudie van de werkster, wat doet Trudie hier? <\/p>\n<p>Ik denk dat klassemigranten, als ze hun eigen geschiedenis een beetje onder ogen hebben gezien en verwerkt hebben, uitstekende mensen zijn om met etnische migranten te werken &#8211; want er zijn veel overeenkomsten.<\/p>\n<p>Volgende aflevering:<br \/>\nhoe reproduceren klasseverschillen zichzelf? Ga verder naar deel 3, <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/01\/20\/klasse-3\/#more-1517\">hier.<\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>In elke lesgroep waar ik begon over verschil, en dus ook over klasse, was er wel iemand die me verbaasd aankeek: klasse? Hoezo? Voor haar maakte het niets uit. Voor haar waren alle mensen gelijk. &#8220;Middenklasse&#8221; dacht ik dan meteen, &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/01\/19\/klasse-2\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":"","_jetpack_memberships_contains_paid_content":false},"categories":[1,10],"tags":[],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1514"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1514"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1514\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1514"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1514"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1514"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}