{"id":3445,"date":"2006-10-15T08:44:02","date_gmt":"2006-10-15T06:44:02","guid":{"rendered":"http:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/10\/15\/hoe-we-gelukkig-worden\/"},"modified":"2006-10-15T09:31:16","modified_gmt":"2006-10-15T07:31:16","slug":"hoe-we-gelukkig-worden","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/10\/15\/hoe-we-gelukkig-worden\/","title":{"rendered":"Hoe we gelukkig worden"},"content":{"rendered":"<p>Mijn moeder zei vaak: &#8216;kind, geld maakt niet gelukkig.&#8217; Daar was ze expert in, want ze had geld, en ze was niet gelukkig. Dat was in de tijd van mijn marxistische scholingsgroepjes, ik had net het Kapitaal gelezen, een absolute blikopener vond ik dat, en ik kreeg dus vaak ruzie met mijn kapitalistische moeder. En dan zei ik hardvochtig: als je nou toch van plan bent om ongelukkig te zijn, kun je dat toch prettiger <em>met<\/em> geld dan <em>zonder<\/em>.<br \/>\n<!--more--><br \/>\nDaar dacht ik aan bij het lezen van een artikel van Arjo Klamer, in het weekeinde NRC, met de lange titel <em>&#8216;Pleidooi voor een nieuw politiek programma: maak de burger niet rijker, maar gelukkiger.<\/em> &#8216; Arjo Klamer is econoom en houdt zich bezig met geluk. Klamer was trouwens ook een van de adviseurs van het verkiezingsprogramma van de SP. Ik heb wel eens met hem gesproken, en hem horen spreken. Die aanvankelijke vraag: watte? Waarom bemoeit een econoom zich met geluk, moet hij dat niet aan de psychologen overlaten? is voor mij allang beantwoord. Zoals ik ook nog steeds een groot aanhanger ben van de oude feministische slogan het persoonlijke is politiek (en dus is het politieke ook persoonlijk) zie ik dankzij Klamer ook dat economie direct verbonden is &#8211; of zou moeten zijn &#8211; met denken over menselijk geluk. En dus met de politiek.<\/p>\n<p>Kan de politiek ons gelukkiger (of ongelukkiger) maken? Dat kan, zegt Klamer. <\/p>\n<p>De algemene gedachte in de vaderlandse politiek is dat we met z&#8217;n allen gelukkiger worden van economische groei. Daarom worden we gemaand harder en meer te gaan werken, zodat de economie flink gaat groeien en we allemaal gelukkiger worden. Zo simpel is het dus niet. Nederlanders blijken in doorsnee een tevreden volk. We geven ons leven gemiddeld een 7,5. (Ik denk daarbij ook aan die onvertaalbare Hollandse uitdrukking: &#8216;ik mag niet klagen&#8217;.) Maar de afgelopen jaren zakken we terug. Terwijl we wel rijker worden. Hoe komt dat?<\/p>\n<p>Dat komt in de eerste plaats omdat we van consumptie niet speciaal gelukkiger worden. Ga zelf maar na, iets nieuws kopen kan een kortstondig lekker gevoel geven, maar het is vluchtig. Zo zijn er ook mensen aan kopen verslaafd geraakt, die hebben steeds meer nodig om dat kortstondige geluksgevoel nog te halen. Geluk blijkt relatief te zijn. We spiegelen ons aan anderen. Gaan de buren langer of verder met vakantie, dan voelt de eigen bescheiden vakantie niet meer zo goed. Als iedereen tegelijk rijker wordt neemt het totale geluksgevoel dus niet toe. Het neemt wel af voor de mensen die het gevoel hebben de boot te missen omdat ze achterblijven. Wanneer de ongelijkheid toeneemt, neemt het totale geluksgevoel dus af, is een nieuwe economische wet. Vandaar, voeg ik maar toe, dat we Klamer hebben als adviseur van de SP, want dat is een van onze hoofdthema&#8217;s: de ongelijkheid tussen mensen die groter is geworden, ook nu de economie groeit. Armoede, naar de voedselbank moeten voor eten, je kinderen geen merkkleding kunnen geven die hun vriendjes wel hebben, dat is vooral schrijnend als je ziet dat andere mensen dat wel hebben. Dit is dus punt 1 wat de overheid, en de politiek kunnen doen om er voor te zorgen dat Nederlanders gelukkiger worden: meer gelijkheid in de samenleving nastreven.<\/p>\n<p>Verder blijkt uit onderzoek dat geluk niet zozeer een kwestie is van consumeren maar van het goede doen. Het goede gevoel komt wanneer je dat wat je doet goed doet. Dus als je het goed doet als vader, als manager, als leraar, als verpleegster, als dakbewerker, als vriend, zegt Klamer. <\/p>\n<p>Meteen beginnen bij mij de associaties te komen. Ik herinner me dat we na een dag hard werken en veel ellende zien in Gaza in de flat zaten, en we in een van die existentiele gesprekken terecht kwamen waar we kennelijk voor naar Gaza moeten. De vraag was: waarom doen we dit eigenlijk? Waarom zitten we er zo achterheen? Ja, onze woede over onrecht natuurlijk. En de verbondenheid die we voelen met de mensen daar, en die met onze vriendschappen mee is gegroeid. Maar er is nog meer. Joes, de verpleeghuisarts, zei het. Dat hij in Gaza het gevoel had dat het beste in hem naar boven kwam. En zo formuleerden we het uiteindelijk, want ik herkende dat: dat je het beste wat je in je hebt kunt geven en dat het nog uitmaakt ook. Dat het effect heeft. Dat je het verschil kunt zien wat je maakt. Dat is geluk. En dat herken ik ook bij andere mensen die in erge landen hun best doen. Jawel, dat doen ze voor die andere mensen, maar waarom worden we er zelf zo gelukkig van? Het is moeilijk te formuleren, anders dan in wollige christelijke termen, en het wordt in de huidige tijd vaak verdacht gemaakt: goed zitten doen voor zielige mensen en jezelf dan erg goed vinden. Een beetje gaan sinterklazen. Cynici vinden dat maar niks. Maar het blijkt gewoon een inherente menselijke eigenschap te zijn. We worden gelukkig van het gevoel als we dat wat we doen goed doen. <\/p>\n<p>Een andere associatie. Ik heb meer dan twintig jaar lang met ontzettend plezier les gegeven. Dan had ik een zaterdag, een lesdag van vijf uur, om in mijn eentje een groep van tweehonderd studenten bezig te houden over diversiteit, verschillen tussen mensen. Een fikse uitdaging. De mensen die ik les moest geven waren vaak &#8216;herintreders&#8217;, mensen met flink wat levenservaring, kritisch, want alles wat ik zei toetsten ze meteen aan wat ze zelf hadden meegemaakt. En ongeduldig, alle theorie die ze hoorden wilden ze ook toe kunnen passen, en wel liefst vandaag nog. Het grote plezier was als ik in de vijf uur dat ik me daar uit de naad stond te werken zag dat de kwartjes door begonnen te vallen, mensen die begonnen te knikken, kritische vragen stelden, hun verhalen wilden delen, in de pauze naar me toe kwamen om nog wat te vragen. Dit was geluk. Ik had wat te vertellen en het kwam aan. Mensen hadden er wat aan. Ze konden er wat mee. Na afloop van zo&#8217;n zaterdag kon je me bij elkaar vegen. Maar ik ging gelukkig naar huis. En ik ben nog lang, terwijl ik er eigenlijk al geen tijd meer voor had, zulke zaterdagen les blijven geven. Omdat ik er zelf zo gelukkig van werd.<\/p>\n<p>Geluk is dus een kwestie van je best doen, zegt Klamer. En daar hoor ik mijn moeder weer: &#8216;als je geen zin hebt dan maak je maar zin&#8217;. En daar had ze nou eens gelijk in. <\/p>\n<p>Gelukkig worden van het goede doen is geen nieuwe uitvinding. De filosoof Aristoteles had al een uitdrukking voor het goede gevoel dat een gevolg is van het goede doen: <em>eudaimonia<\/em>. Klamer bevroeg dakwerkers en advocaten, en allemaal konden ze hetzelfde vertellen: de voldoening die je had in je werk wanneer er een uitdaging in zat, en je kon doen waar je goed in was en dat ook nog goed deed. Om mensen dat vermogen aan te leren zouden ouders en leraren daar meer aan kunnen doen. Onderwijs zou niet alleen het aanleren van competenties moeten zijn, maar ook het aanleren van het goede doen en het goed doen. Een morele taak, die ook om een nieuwe academische instelling vraagt. <\/p>\n<p>In de Amerikaanse theorie komen we dat geluksgevoel tegen in de onvertaalbare uitdrukking <em>flow<\/em>. Dat is het gevoel dat we hebben wanneer alles klopt en alles perfect loopt, zegt Klamer: &#8220;Een leraar heeft dat wanneer zijn klas loopt als een trein, als iedereen meedoet, en de ogen oplichten van opwinding. Een verpleegster heeft dat wanneer haar zorg de patient beter doet voelen, en een athleet ervaart de flow wanneer hij een topprestatie levert als in een roes. Maar een flow komt niet zomaar. Daar moet je je stinkende best voor doen&#8221;. <\/p>\n<p>Nog een associatie: er zijn mensen die denken dat je goed doet voor andere mensen als je daar dankbaarheid voor krijgt. En ik kende ook mensen die in Gaza aan het werk gingen en zich dan beklaagden dat de lui daar niet dankbaar genoeg waren. Die hielden het niet lang vol in dat werk. Ik voel me altijd een beetje ongemakkelijk bij dankbaarheid. Ik word ook zelden gelukkig van complimenten. Ik word gelukkig als ik <em>zie <\/em>en <em>voel<\/em> dat het goed gaat. En dan hoef ik niet bedankt te worden. En hoe vertaal je dat nu politiek?<\/p>\n<p>Door te zien waar mensen ongelukkig van worden. De lerares die door de administratieve rompslomp de kans niet krijgt om goed les te geven. De verpleegster die de zin in haar werk kwijt raakt wanneer ze alles moet doen met het horloge in haar hand en geen tijd meer heeft voor de werkelijke zorg voor een patient. De ambtenaar die ongelukkig wordt wanneer hij te horen krijgt dat de ambtenarenstatus wordt afgeschaft.<\/p>\n<p>Kortom: het onderzoek wijst uit dat mensen erkenning nodig hebben en dat het dus gaat om eerherstel van ambten en deskundigheid. En dat we er voor moeten zorgen dat mensen niet verdrinken in een bureaucratie, en de ruimte houden om hun werk goed te doen, hun eigenlijke werk waar het om begonnen was. En dat de zorgzaamheid als deugd in zorgzame beroepen opnieuw moet worden gewaardeerd.<\/p>\n<p>En dan een derde factor in het geluk. En dat is de beleving van gemeenschappelijkheid. Het goede gevoel mag dan individueel zijn, zegt Klamer, het ontstaat vaak in gemeenschap met anderen. En hier belanden we bij een belangrijke oorzaak voor het grote onbehagen dat Nederlanders in zijn greep heeft. Ze ervaren deze tijd, en deze samenleving, als toenemend hard en kil. Ze hebben last van het verlies aan onderlinge solidariteit. <\/p>\n<p>Meteen weer een associatie. Ik heb in mijn leven in tijden van ongenoegen altijd weer een nieuwe groep opgezocht, en soms zelf opgericht, om daar wat aan te doen. In de vrouwenbeweging deden we dat. De grote ontdekking was dat je echt niet op de prins om het witte paard moest gaan zitten wachten om je gelukkig te <em>maken<\/em>. Die eerste vrouwengroepen, samen het heft in eigen handen nemen, dat was geluk. En nog steeds. Ik ben lid geworden van de SP vanuit mijn bezorgdheid na de periode Fortuyn. Ik wilde wat doen. Samen. Ik heb met vrienden Stichting Kifaia opgericht, om wat te gaan doen in Gaza, en niet alleen. Samen. Toen ik eergisteren naar een iftar ging in Bos en Lommer in Amsterdam, gaf me dat geluk. Saamhorigheid als tegengif tegen de kilte van de polarisatie in deze maatschappij. Het is een oude wet: mensen kunnen meer aan wanneer ze het kunnen delen. <\/p>\n<p>Veel kunnen we dus zelf. Maar er zitten ook lessen in voor de politiek. De overheid kan wel degelijk het algemene geluk bevorderen, zegt Klamer, en komt tot de volgende punten. Door:<br \/>\n&#8211; te streven naar grotere gelijkheid<br \/>\n&#8211; meer aandacht te geven aan de morele dimensie in het onderwijs &#8211; aan het leren hoe het goede te doen<br \/>\n&#8211; ambten en deskundigheid in ere te herstellen<br \/>\n&#8211; de gemeenschapszin te versterken, onder andere door onderlinge solidariteit te benadrukken.<\/p>\n<p>Zo kan je ook van &#8216;geluk&#8217; een criterium maken om de verkiezingsprogramma&#8217;s op te toetsen, zegt Klamer.<\/p>\n<p>Ik ben een gelukkig mens. <\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Mijn moeder zei vaak: &#8216;kind, geld maakt niet gelukkig.&#8217; Daar was ze expert in, want ze had geld, en ze was niet gelukkig. Dat was in de tijd van mijn marxistische scholingsgroepjes, ik had net het Kapitaal gelezen, een absolute &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/10\/15\/hoe-we-gelukkig-worden\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":"","_jetpack_memberships_contains_paid_content":false},"categories":[1],"tags":[],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/3445"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=3445"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/3445\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=3445"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=3445"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=3445"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}