{"id":4178,"date":"2006-11-28T06:58:41","date_gmt":"2006-11-28T04:58:41","guid":{"rendered":"http:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/11\/28\/inburgering\/"},"modified":"2011-07-25T11:54:06","modified_gmt":"2011-07-25T09:54:06","slug":"inburgering","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/11\/28\/inburgering\/","title":{"rendered":"Inburgering"},"content":{"rendered":"<p>Vandaag gaan we in de Eerste Kamer stemmen over de nieuwe wet inburgering. De SP, die wel voor inburgering is, is niet erg te spreken over de wet die Verdonk naar de kamer heeft gesleept, nadat er al zoveel af moest wat juridisch niet houdbaar was, dat er weinig meer overbleef. Het punt waar het voor ons nog steeds op haakt is dat er sprake is van een &#8216;slaagplicht&#8217;, in plaats van een &#8216;prestatieplicht&#8217;. Dat vinden wij onhoudbaar en unfair. In het Nederlandse onderwijssysteem willen we dat leerlingen hun best doen, maar gezien de grote verschillen, kun je mensen niet verplichten om te slagen. Deze wet is dus vooral nadelig voor de mensen die het al het moeilijkst hebben, en als ze niet slagen, komen ze voor grote problemen, het gaat ze nog meer geld kosten, hun verblijfsvergunning komt in gevaar. Wij vinden dus dat mensen aantoonbaar hun best moeten doen, maar we erkennen ook dat er mensen bij zijn die wat meer tijd nodig hebben om Nederlands te leren. En dat willen we ze wel gunnen.<br \/>\n<!--more--><br \/>\nOok zijn we zoals van ons verwacht mag worden niet verrukt van de &#8216;marktwerking&#8217; die wordt ingevoerd. Nieuwkomers moeten zelf op zoek naar de juiste cursus, en beoordelen of die voor de prijs die ze moeten betalen wel de beste is om ze snel Nederlands te leren. Wie dat kan is bij voorbaat geslaagd, zou ik denken. <\/p>\n<p>Hieronder de tekst die Tiny Kox uitsprak bij de behandeling van de nieuwe wet. <\/p>\n<p>De heer Kox (SP):  In het kader van zijn studie fysiologie was mijn zoon vorige week op zoek naar een geschikte allochtoon om te interviewen. Ik zei: jongen, dan neem je toch de zoon van Osman, die zie je direct bij het voetballen. Antwoordt mijn zoon: maar dat is geen allochtoon! Waarom zou hij allochtoon zijn? Omdat zijn opa in Turkije geboren is? De mijne is in Duitsland geboren. Ik voel mij geen allochtoon en de zoon van Osman voelt zich ook geen allochtoon. Mijn zoon zou niet weten waarom die jongen een allochtoon zou zijn. Eigenlijk gaat het wel goed in de samenleving, dacht ik, als wij eigenlijk niet meer weten waarover wij het hebben in dit soort gevalllen. Mijn zoon ging verder zoeken wie dan wel een geschikte allochtoon was. De Chinese overbuurvrouw eigenlijk ook niet, want die woont daar al haar hele leven en is zo Tilburgs als het maar zijn kan. Bij de Surinaamse, de Marokkaanse en Turkse jongens die wij kennen, speelt eigenlijk hetzelfde probleem. Zij zijn meer Tilburgs dan Surinaams, Turks of Marokkaans. \tHet tekent tegelijkertijd het probleem. Want er zijn allochtonen in alle soorten en maten, het lijken bij wijze van spreken wel autochtonen!<br \/>\n<!--more--><br \/>\n\tIk deel nog een persoonlijke observatie met u. Vorige week was ik te gast op het Nelson Mandelaplein de wijk Transvaal hier in Den Haag. Ik heb begrepen dat sinterklaas er dit jaar niet rond gaat rijden. Als je daar kijkt en rondloopt, gaat de naam Transvaal wel heel apart klinken; echt apart want allochtonen en autochtonen wonen daar inderdaad apart. Dat is helemaal niet best. Daar weten de mensen nog precies van elkaar wat zij zijn. Wij zijn allochtoon en zij zijn autochtoon. Ik sprak daar in het kader van de verkiezingen wel zo&#8217;n 100 Turkse Nederlanders, mevrouw de minister. De meesten hadden stemrecht en waren allemaal van plan om te gaan stemmen. Dat vond ik wel heel erg goed en heel erg ge\u00efntegreerd, bijna t\u00e9, want wij Nederlanders gaan niet allemaal stemmen; het moet maar net uitkomen, maar zij zouden zeker gaan stemmen. Voor die groep van 100 Turkse Nederlanders waaronder een enkele Koerd en nog wat verdwaald volk, moesten sommige dingen die gezegd werden, vertaald worden. Ik vond dat ok\u00e9 maar het was wel jammer. De mensen voor wie er vertaald moest worden, behoorden tot de hardst werkende klasse. Zij zorgen ervoor dat onze stations &#8217;s en onze wc&#8217;s &#8217;s morgens schoon zijn en dat de straat geveegd wordt. Zij doen werk dat anderen liever niet doen. Het is bizar dat wij deze mensen wel goed hebben gevonden om al die jaren te werken en al die dingen te doen die zo fijn zijn voor ons en dat wij niet de gelegenheid hebben genomen om deze mensen Nederlands te leren waardoor zij maar de helft begrijpen van wat er op zo&#8217;n verkiezingsbijeenkomst gezegd wordt. Het wordt toch tijd dat wij dat inburgeren beter gaan regelen.<\/p>\n<p>\tEn dan is het twee dagen voor de verkiezingen en bespreken wij de Wet inburgering. Het is het hoofdwerk van deze minister. Goed werk heeft tijd nodig, maar de vraag is of hier goed werk is geleverd. Wie het oorspronkelijke wetsvoorstel vergelijkt met wat hier voorligt, moet toch denken dat het om twee wetten gaat. Het aanvankelijke wetsvoorstel regelde van alles wat op die manier niet geregeld mocht worden en het wetsvoorstel dat nu voorligt, regelt eigenlijk nauwelijks iets en heeft een zeer geringe betekenis voor de samenleving en voor de inburgering van de mensen waarover ik zojuist sprak. Het is zo gering dat mijn fractie er wellicht voorstander van is om dit wetsvoorstel niet naar de Koningin door te sturen maar naar het Rijksmuseum. Het kan daar dienen als voorbeeld van een beetje doldwaze Nederlandse politiek in het begin van de 21ste eeuw.<\/p>\n<p>Eigenlijk kunnen wij het voorstel gerust naar het museum sturen, want als wij afspreken dat wij de huidige wet Inburgering nieuwkomers handhaven, maar via een wetswijziging aanvullen met de artikelen 17 t\/m 22 van dit voorstel, hebben wij op een veel eenvoudigere, een veel minder bureaucratische manier en op minder omslachtige manier zowat hetzelfde resultaat. Daarmee voorkomen wij dat iedereen buiten dit gebouw na morgen horendol wordt vanwege het feit dat zij al ons ondoorzichtig geregel binnen nu en een maand in hun gemeente moeten doorvoeren. Dit alternatieve voorstel heb ik niet zelf bedacht. Het is ons aangereikt door mensen van buiten deze Kamer. Die mensen hebben naar onze mening meer zicht op de materie dan deze minister. Het spijt mij zeer om het te zeggen, maar zij heeft dit wetsvoorstel voortdurend gebruikt om hier weer haar spierballen te kunnen tonen. Met respect voor haar goede bedoelingen die zij ongetwijfeld heeft, heeft zij hiermee eigenlijk geen deuk in een pakje boter geslagen. Dat hadden wij veel sneller kunnen bedenken: een wet waar niets in staat.<\/p>\n<p>Mevrouw de voorzitter. Naar onze mening heeft deze minister kostbare tijd verspild met politiek geneuzel en daarmee hen die in dit land al jaren zitten te springen om via een goede opleiding een wat warmere plek in de zon te kunnen veroveren, in de kou laten staan. Dat klinkt hard, maar ik kan er niet meer van maken.<\/p>\n<p>Ik ben erg voor inburgeringscursussen en ik zie niets in wegkijken of in pappen en nathouden en ook niet in slappe praat als het over integratie gaat. Daar moet werk van gemaakt worden. Dat kan ik persoonlijk toelichten. Wat ik namelijk zojuist zei, bepleitte ik begin jaren &#8217;80 al in de gemeenteraad van Tilburg. De enige partij waarvan ik toen een beetje steun kreeg, was opmerkelijk genoeg de VVD. Andere partijen reageerden heel anders en vroegen waar ik en mijn partij de brutaliteit vandaan haalden om tegen Turkse en Marokkaanse Tilburgers te gaan zeggen hoe de zaken in Tilburg geregeld werden en dat het verstandig was om daarvan kennis te nemen en daarmee rekening te houden. Erger was het dat ik het in een onbewaakt moment een goed idee noemde dat Turkse en Marokkaanse mensen in de bijstand er wellicht wijs aan deden om snel een cursus Nederlands te volgen. Wat is er mis met Turks? kreeg ik toen te horen. Dat waren nog eens tijden, zeg ik tegen collega Middel en tegen andere collega&#8217;s. Gelukkig, mijnheer Platvoet, denken de minister en wij allen daar nu een stuk verstandiger en genuanceerder over. Wie burger van Nederland wil zijn, moet zich inburgeren, moet de regels, de gewoonten en de taal van het land kennen. Vervolgens kan hij of zij in alle vrijheid die wij onze burgers bieden zijn of haar plek in de samenleving vinden. Dat wij dit inzicht delen, is naar mijn mening een grote vooruitgang. Met dank aan de commissie-Blok, die in de Tweede Kamer goed werk heeft geleverd. Het is vervolgens zaak om hieraan invulling te geven. Dat had met deze wet moeten gebeuren, maar volgens mij zal deze wet weinig of niets aan het beoogde doel bijdragen. Misschien kan de minister mij hierover meer vertellen. Deze wet is nauwelijks een wet. Zij is vooral een statement. Zij is er opdat de minister straks kan zeggen: ik heb een inburgeringswet doorgevoerd. Ik vind deze gang van zaken een verantwoordelijkheid van deze minister. Naar mijn mening weet zij het te vaak beter dan iedereen die er verstand van heeft. Natuurlijk, het is terecht dat de minister zegt: niet iedereen die mij een brief schrijft, geef ik gelijk. Echter, zij krijgt veel brieven van mensen die zich met deze materie bezighouden en zij zeggen: mevrouw de minister, zou het niet verstandiger zijn om het op een andere manier te doen? Ik zou het dan niet verkeerd kunnen vinden als zij meer naar deze mensen luisterde en wat minder koppig reageerde, op de manier van: zij weten het beter, daar heb je ze weer. Aan de blik in haar ogen zie ik dat de minister denkt: daar staat er ook weer eentje te praten. Maar ja, ik ben lid van deze Kamer, dus zolang als mijn spreektijd duurt, mag ik hierover doorpraten.<\/p>\n<p>Mevrouw de voorzitter. Ik vind het tegen beter weten in vasthouden aan de door de minister bedachte slaagplicht voor deelnemers aan de inburgering een voorbeeld van volstrekt onnodige koppigheid. Door mijn collega Fenna Vergeer is naar mijn mening aan de overkant de minister uitstekend en overtuigend uitgelegd dat inburgering in Nederland zo niet werkt.<\/p>\n<p>Maar die inburgeringscursus heeft de minister blijkbaar nog niet met succes kunnen afronden. Zij  blijft stoer zeggen dat zij niets koopt voor inspanningen, maar dat het gaat om resultaten. Dat vindt ieder weldenkend mens, maar wie wel denkt, weet dat tussen droom en daad nog heel wat in staat. Mijn kinderen heb ik destijds naar de basisschool gebracht in de vaste veronderstelling dat zij zouden slagen voor het basisonderwijs, want dan zouden zij even ver zijn als hun opa&#8217;s en oma&#8217;s, voor wie dat de eindopleiding was. Zij zijn geslaagd, en het gaat ze goed, maar zij kenden geen slaagplicht, maar een leerplicht. Wat maakt het zo moeilijk om voor de mensen die moeten leren, af te spreken dat een van hun plichten de leerplicht is? Zit achter die stoere slaagplicht geen groot wantrouwen, zo van: ik kan ze wel iets laten doen, maar werken ze wel hard genoeg? Kijk ze eens in de ogen! Als ze bereid zijn onze stations te poetsen, zijn ze misschien ook wel bereid een cursus af te maken. Ik zou niet weten waarom je daar op voorhand wantrouwend over moet zijn. Met die slaagplicht zet de minister een ongelooflijk grote stok achter de deur voor mensen die al zoveel goed werk in de samenleving doen, en voor wie wij zo graag een betere plek in onze samenleving zouden willen hebben. Stokken achter de deur hebben soms een functie, maar van dit formaat zijn ze niet wenselijk. Immers, slaag je niet, dan kan je verblijf in Nederland in gevaar komen, en dat is nogal wat!<\/p>\n<p>\tAl te goed is buurmans gek. Hoe leggen wij zo&#8217;n spreekwoord trouwens uit in de inburgeringscursus? Aan iemand die je rechten geeft, kun je ook plichten opleggen. Het heeft geen zin om dat vrijblijvend te laten zijn. Kiezen voor een stelsel van waarborgsommen voor cursisten, en van studiefinanciering voor vervolgcursussen, dat lijkt ons alleszins acceptabel en verstandig. Maar laten wij het daarbij houden! Laten wij de vervolgcursussen breder aanbieden dan nu het geval is, en ervoor zorgen dat niet iedereen op het niveau van de inburgeringscursus blijkt steken. Het handhaven van de slaagplicht is voor ons een belemmering om voor dit wetsvoorstel te stemmen, iets wat wij in de Tweede Kamer ook duidelijk hebben gemaakt.<\/p>\n<p>\tVoordat dit wetsvoorstel het wellicht toch tot wet schopt, liggen er al weer wetswijzigingen klaar. Ik kreeg een staatsrechtelijk college van collega Middel, maar ik weet niet of hij het bij het juiste eind heeft: het gaat niet over novelles, maar over echte wetswijzigingen. Wellicht hoor ik dat later nog van anderen.  Maar het is wel vreemd: het wetsvoorstel is nog niet gepromoveerd tot wet, of de wetswijzigingen liggen al klaar. Dat is niet goed. Zou het niet verstandiger zijn om het goedbedoelde advies op te volgen om de Wet inburgering nieuwkomers door te laten lopen, verrijkt met enkele artikelen? In een land waar vaak wordt gezegd dat er te veel regels en te weinig resultaten zijn, is dit een pronkstuk dat het tegendeel zou bewijzen. Practice what you preach, ofte wel: doe wat je zegt, in plaats van steeds meer regels te maken, en steeds minder aan mensen over te laten.<\/p>\n<p>\tIk ga niet alle kritiek herhalen die hier al naar voren is gebracht en die ons reeds toegestuurd is. Ik hoop dat ik morgen, een dag voor de verkiezingen, een minister zal horen in eerste termijn, die zegt: het heeft weliswaar allemaal wat lang  geduurd en de verhoudingen zijn wellicht wat gespannen geweest, maar ik laat nu zien dat ik goed geluisterd heb naar wat er in dit land wordt gezegd over dit wetsvoorstel en ik ga uw vragen hier goed beantwoorden. Ik vind dat eigenlijk heel erg Nederlands en ook heel erg goed passen bij het onderhavige onderwerp. Ik zie dan ook met grote belangstelling uit naar de aard, de wijze en de inhoud van de beantwoording van de minister.<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vandaag gaan we in de Eerste Kamer stemmen over de nieuwe wet inburgering. De SP, die wel voor inburgering is, is niet erg te spreken over de wet die Verdonk naar de kamer heeft gesleept, nadat er al zoveel af &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2006\/11\/28\/inburgering\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":"","_jetpack_memberships_contains_paid_content":false},"categories":[6,12],"tags":[28],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4178"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=4178"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4178\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":51961,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/4178\/revisions\/51961"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=4178"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=4178"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=4178"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}