{"id":6574,"date":"2007-08-16T07:43:37","date_gmt":"2007-08-16T06:43:37","guid":{"rendered":"http:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2007\/08\/16\/les-over-gender-2\/"},"modified":"2011-07-25T12:37:15","modified_gmt":"2011-07-25T10:37:15","slug":"les-over-gender-2","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2007\/08\/16\/les-over-gender-2\/","title":{"rendered":"Les over gender (2)"},"content":{"rendered":"<p>Hoe komt het dat mannen meer aarzelen om het een en ander van vrouwen over te nemen dan omgekeerd? Omdat alles wat met vrouwelijkheid geassocieerd wordt een lagere status (en meestal ook letterlijk geen of een lagere betaling) oplevert? Dat is zeker een punt, maar het is tegelijkertijd een cirkelredenatie, want zo gauw mannen die &#8216;vrouwelijke&#8217; activiteiten over zouden nemen zou die status stijgen.<br \/>\n<!--more--><br \/>\nOmdat mannelijkheid met meer macht verbonden is en niemand vrijwillig privileges opgeeft, luidt een antwoord. Kan zijn. Maar vrouwen zijn kennelijk wel in staat om de macht te delen, het heeft ook voordelen om verantwoordelijkheid niet alleen te dragen, waarom vinden zoveel mannen dat moeilijk? Delen ze de zorg niet omdat ze dat nu eenmaal niet kunnen, van nature geen verzorgende instelling hebben? Wie een keer gezien heeft hoe teder mannen een auto kunnen wassen gelooft dat niet meer. <\/p>\n<p>Omdat vrouwenwerk nu eenmaal onaantrekkelijker en saaier is. Spelen met een kind is leuk, maar is het leuk om de hele dag poepluiers en papslabben op te ruimen? Mijn antwoord zou zijn dat veel mechanisch &#8216;mannenwerk&#8217; ook niet speciaal aangenaam en boeiend is.De antwoorden die men geeft bij deze vraag verklaren iets, maar niet voldoende. Ze blijven vaak steken in de genderlagen (die ik in de inleiding noemde) die het meest aan de oppervlakte liggen, die het meest zichtbaar zijn: de beelden die we binnen onze samenleving hebben over wat vrouwelijkheid en wat mannelijkheid hoort te zijn en de ongelijke status van vrouwen en mannen als we het maatschappelijk bekijken. Maar er is nog een laag die verklaring biedt voor de dieper liggende emotionele motieven van vrouwen en mannen. Laten we eens kijken wat Nancy Chodorow ons te zeggen heeft over de vorming van een vroege, <em>gendered<\/em> persoonlijkheidsstructuur.<\/p>\n<p>In de object-relatie theorie zijn vooral de eerste jaren van belang voor de ontwikkeling van de persoonlijkheid, van het &#8216;zelf&#8217;. In die eerste fasen leert het kind een &#8216;ik&#8217; te worden, en zich te <em>separeren<\/em>. Mahler, Balint, Balint, Winnicott, Stern en de anderen hebben het nauwelijks gehad over de vorming van de sekseidentiteit die tegelijkertijd plaats vindt met die eerste persoonlijkheidsontwikkeling, en de assymetrie tussen de seksen die dan mede zijn beslag neemt. Chodorow stelde de centrale vraag, waardoor haar werk baanbrekend en toonzettend is gebleken: <strong>wat gebeurt er in de vorming van vrouwelijkheid en van mannelijkheid doordat de eerste hechtingsfiguur de moeder is, de eerste diepe, emotionele, beinvloedende band met een vrouw is?<\/strong><\/p>\n<p>We stellen ons voor: een &#8216;normaal&#8217; gezin. De moeder is grotendeels thuis. De vader is in ieder geval gedurende de werkdag afwezig. En als hij er is is hij vaak emotioneel afstandelijker, en minder geinvolveerd in de alledaagse verzorging van zijn kinderen, juist in die cruciale eerste jaren. Zoals Chodorow het formuleert: een gezin waarin de man dominant is maar als vader afwezig en de vrouw moedert. (Chodorow  1980) Uiteraard hebben de voorbeelden van wat een moeder doet en wat een vader doet invloed op de denkbeelden van kinderen over wat vrouwelijkheid en wat mannelijkheid inhouden. Maar er gebeurt meer dan het overnemen of &#8216;verinnerlijken&#8217; van die voorbeelden. Ook ouders die denken hun dochtertjes en zoontjes gelijk op te voeden blijken verschil te maken. <\/p>\n<p>Moeders zien in hun dochters soms een verlengstuk van henzelf, een kleine alter ego, en beschouwen hun zoons al vroeg als &#8216;anders&#8217;, terwijl vaders de neiging kunnen hebben om in zoons hun eigen geschiedenis en ervaringen herhaald te zien, terwijl ze in dochters al vroeg een vrouw, een ander zien. Uit alle onderzoeken blijkt dat moeders, en vaders nog meer, onbewust een andere houding aannemen tegenover een zoon dan tegenover een dochter. (Chodorow 1980) Maar zelfs als ze dat niet zouden doen, vroeger of later, maar in ieder geval binnen die eerste drie jaar leert het kind tot welke sekse het hoort. Het meisje leert dat ze van dezelfde sekse is als haar moeder. In haar identificatie met de eigen sekse en met haar eerste liefdesobject vindt dus geen breuk plaats. Voor het jongetje ligt dat anders. Hij komt er achter dat hij niet van dezelfde sekse is als zijn moeder en moet op zoek naar identificatiemodellen. In zijn ontwikkeling vindt wel een breuk plaats, hij moet zich &#8216;de-identificeren&#8217; met zijn eerste hechtingsobject. Dat heeft, zegt Chodorow, verschillende gevolgen voor de ontwikkeling van het meisje en het jongetje. <\/p>\n<p>Het meisje vormt in verhouding een stevige geslachtsidentiteit, ze weet wat het betekent om een vrouw te zijn, al heel vroeg, en ze vormt, doordat ze zich niet zo hoeft af te grenzen van de moeder, &#8216;permeabele egogrenzen&#8217;, dat wil zeggen, ze behoudt het vermogen zich in te leven, in te denken in een nabije ander. &#8216;Omdat zij door een vrouw bemoederd worden beleven meisjes zichzelf als minder gesepareerd dan jongens, met een minder streng begrensd ego. Meisjes zullen zich eerder definieren in relatie tot anderen&#8217; (Chodorow 1980)  <\/p>\n<p>Het jongetje heeft het, anders dan Freud beweerde, in dit geval moeilijker, want voor hem is de identificatiefiguur verder weg, letterlijk onbereikbaarder. Hij moet op zoek naar wat het betekent om een man te worden, en bij afwezigheid van een nabij mannelijk hechtingsfiguur gebeuren er twee dingen: het jongetje wordt gevoeliger voor de heersende mannelijkheidsbeelden die van buiten af op hem af komen, denk aan de televisie, en bij gebrek aan een positief beeld krijgt hij de neiging om &#8216;mannelijkheid&#8217; te definieren als het tegendeel van vrouwelijkheid. Je bent een jongetje als je niet zo bent als een meisje, je wordt een man als je niet zo wordt als je moeder. <\/p>\n<p>Een voorbeeld: ik laat in trainingsgroepen mensen wel eens een lijstje maken van wat ze allemaal zijn, hun sociale identiteiten. Bij bijna iedereen komt &#8216;ik ben een vrouw&#8217; of; &#8216;ik ben een man&#8217; ergens bovenaan te staan. Een studente liet eens haar zoontje van tien net zo&#8217;n lijstje maken. En wat schreef hij: 1. ik ben een jongen. 2. ik ben geen meisje. <\/p>\n<p>Een jongen vormt dus in verhouding een zwakkere, of liever gezegd een <em>ambivalentere<\/em> geslachtsidentiteit, mannelijkheid is niet vanzelfsprekend, moet steeds opnieuw bewezen worden, wordt afgezet tegen vrouwelijkheid. Maar tegelijk leert een jongen zich meer te separeren, en ontwikkelt sterkere, minder doorlaatbare egogrenzen.<br \/>\nWat voor gevolgen heeft dat?<\/p>\n<p>Deel 3. <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2007\/08\/17\/les-over-gender-3\/#more-6576\">Hier<\/a><\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Hoe komt het dat mannen meer aarzelen om het een en ander van vrouwen over te nemen dan omgekeerd? Omdat alles wat met vrouwelijkheid geassocieerd wordt een lagere status (en meestal ook letterlijk geen of een lagere betaling) oplevert? Dat &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2007\/08\/16\/les-over-gender-2\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":"","_jetpack_memberships_contains_paid_content":false},"categories":[10],"tags":[73],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/6574"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=6574"}],"version-history":[{"count":1,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/6574\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":52042,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/6574\/revisions\/52042"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=6574"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=6574"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=6574"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}