{"id":764,"date":"2005-02-15T07:41:49","date_gmt":"2005-02-15T06:41:49","guid":{"rendered":"http:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/?p=764"},"modified":"2005-02-15T07:43:30","modified_gmt":"2005-02-15T06:43:30","slug":"yuppenwet","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2005\/02\/15\/yuppenwet\/","title":{"rendered":"Yuppenwet"},"content":{"rendered":"<p>Vandaag wordt in de Eerste Kamer de wet op de vut\/prepensioen en de levensloopregeling besproken. Dat kan nog wel een beetje spannend worden, omdat er misschien een meerderheid voor is om de wet een jaartje uit te stellen. Er zijn teveel instanties die vinden dat de uitvoering te ingewikkeld is om die te snel aan te nemen.<br \/>\n<!--more--><br \/>\nOnze bezwaren, van de SP gaan veel dieper.  Het is (alweer) een wet waar de rijkeren meer aan hebben dan de armeren. Je moet\/mag sparen voor je eigen verlof, ouderschapsverlof of verlof voor de zorg van naasten, dan wel om vervroegd op te houden met werken. Maar juist degenen die daar het meeste behoefte aan zullen hebben, eenoudergezinnen bijvoorbeeld, verdienen te weinig om voldoende te kunnen sparen. Ook zullen vrouwen, die vaker verlof op moeten nemen dus minder sparen om vroeger op te kunnen houden, terwijl zij juist de wens hebben om niet tot hun 65ste door te werken. Ook is er geen regeling getroffen voor mensen in zware beroepen die vroeg beginnen, en dus echt wel genoeg hebben gewerkt na 40 jaar.<\/p>\n<p>Ik heb de wet vooral bekeken vanuit een emancipatiestandpunt, en het valt weer eens niet mee.<\/p>\n<p>Hieronder de (lange) tekst. Meestal schrap en plak ik nog een beetje terwijl ik in de bankjes zit te luisteren naar mijn collega&#8217;s en wacht op mijn beurt, maar dit is wel de strekking van wat ik ga zeggen.<\/p>\n<p><strong>Behandeling van de Wet aanpassing fiscale behandeling vut\/prepensioen en introductie levensloopregeling (29760) op 15 februari 2005<br \/>\nEerste Kamer, SP fractie, Anja Meulenbelt<\/strong><\/p>\n<p>Voorzitter,<\/p>\n<p>We behandelen vandaag  de wet waarmee de fiscale behandeling van de vut en prepensioen moet worden aangepast en de levensloopregeling wordt ge\u00efntroduceerd. Mijn collega\u2019s van de SP aan de overkant hebben tegen de voorgestelde regeling gestemd, omdat het solidariteitsprincipe dat wij hoog in het vaandel hebben, onvoldoende als basis voor dit voorstel is gebruikt. Realistisch als wij zijn denken we niet dat de minister zich vandaag hier alsnog realiseert dat het goddelijk gebod om de naaste als jezelf lief te hebben, eigenlijk niet facultatief bedoeld was en zich derhalve niet goed met dit wetsvoorstel verdraagt. Om er in deze omstandigheden toch het beste van te maken heb ik een aantal opmerkingen, vragen en suggesties voor de minister. <\/p>\n<p>Bij de te verwachten kritische opmerkingen over de onhaalbaarheid van de invoeringsdatum kan mijn fractie zich zonder meer aansluiten bij de vorige sprekers. Ik laat alle technische ins en outs ook graag over aan de collega\u2019s die beter economisch geschoold zijn dan ik. <\/p>\n<p>Waar mijn fractie het \u2013 zoals van de Socialistische Partij verwacht kan worden, vooral over wil hebben is de wet bekeken vanuit het oogpunt van  sociale rechtvaardigheid. Wie zullen er van kunnen profiteren, en wie zullen er weinig aan hebben? Ik zal het dus hebben over jongeren, laagbetaalden, allochtonen en vrouwen en mensen in zware beroepen die vroeg in hun leven de arbeidsmarkt op zijn gegaan. Onze conclusie is helaas dat deze wet vooral van voordeel is voor rijke mannen. Een yuppenwet, kortom. <\/p>\n<p>Om te beginnen spijt het mijn fractie zeer dat het bij de behandeling aan de wet aan de overzijde niet gelukt is om de motie Herben aanvaard te krijgen waarbij geregeld zou worden dat mensen in &#8220;slijtende beroepen&#8221; na 40 jaar op kunnen houden met werken. De argumentatie daarvoor was als ik het goed begrijp dat het te moeilijk was om een lijst op te stellen met zware beroepen. Volgens mijn fractie en de deskundigen die ik daarover heb gehoord is dat niet waar. In iedere bedrijfstak is precies bekend welke beroepen zwaar zijn. Werkgevers en werknemers zouden dat heel goed kunnen bepalen. In het geval van een slijtend beroep zou meer belastinggeld voor de<br \/>\npensioenopbouw gegeven moeten worden, zodat naarmate langer in een<br \/>\nzwaar beroep is gewerkt er naar rato eerder gestopt kan worden. Nu is er geen aparte regeling voor stoppen na 40 jaar zware dienst, en kunnen we voorspellen dat er mensen gedwongen door zullen gaan en een verhoogd risico zullen lopen om geheel of gedeeltelijk arbeidsongeschikt te worden: alsof dat niets gaat kosten. Ik zou wel eens uitgerekend willen zien of de extra belastingbijdragen om mensen op tijd te kunnen laten stoppen niet ook nog economisch voordeliger uitkomt dan te wachten tot mensen echt versleten zijn, nog afgezien van het feit dat het ook gaat om de humane  kosten, de kosten in levensgeluk die we mensen die zware arbeid hebben vervuld toch zouden moeten gunnen. <\/p>\n<p>Voorzitter, ik zou de minister graag willen verzoeken om nog eens zijn licht te laten schijnen over het vraagstuk van de mensen die in hun beroep maar met moeite zonder slijtage meer dan veertig jaar vol kunnen maken, waarom het niet mogelijk zou zijn om daar een extra maatregel voor te nemen, en wat de minister, wanneer hij van mening blijft dat daar binnen deze wet geen ruimte voor gemaakt kan worden dan wel van plan is om te doen als tegemoetkoming of ondersteuning voor mensen die niet verwacht kunnen worden om langer dan 40 jaar in hetzelfde zware beroep te blijven.<\/p>\n<p>Dan over de levensloopregeling en prepensioen. Het zou zo mooi kunnen zijn: een ge\u00efntegreerde regeling waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat burgers een verschillende levensloop hebben, en dus op verschillende momenten in hun leven behoefte aan verlof zonder inkomstenverlies of verlies van baan, om kinderen te kunnen verzorgen, of partners en familieleden, om toe te komen aan noodzakelijke time out van het werk, of om eerder op te houden met werken wanneer het echt welletjes is geweest. Maatregelen die niet alleen tot doel zouden hebben om recht te doen aan individuele keuzes om het leven in te richten, maar die ook zou moeten bijdragen om mensen daarmee langer aan het werk te kunnen houden, en het beter mogelijk te maken om arbeid en zorg beter te verdelen tussen de seksen. Met als bijkomend voordeel dat daarmee vrouwen langer of uitgebreider op de arbeidsmarkt gehouden zouden kunnen worden, wat weer een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan de tegemoetkoming in de hogere kosten door de vergrijzing. Ik kom daar nog op.<\/p>\n<p>Maar helaas, het ziet er niet naar uit dat de wet die we nu behandelen daar veel vooruitgang in zal veroorzaken. <\/p>\n<p>Mijn fractie had graag een collectieve basisvoorziening gezien die ook aantrekkelijk is voor de laagste inkomens. Het is voor ons volstrekt duidelijk dat sparen voor een later op te nemen verlof of vroeger ophouden met werken niet is weggelegd voor dat deel van de bevolking dat absoluut geen geld overhoudt om te sparen. En we weten dat die nieuwe, decente armoede niet alleen een kwestie is van mensen die van uitkeringen rond moeten komen, maar ook in toenemende mate van mensen die wel degelijk werk hebben, maar daarvoor een loon ontvangen dat niet opgewassen is tegen de gedaalde koopkracht en hogere kosten van het leven. En we hoeven er niet nog eens op te wijzen dat dat mede veroorzaakt wordt door tal van regeringsmaatregelen zoals vooral de gestegen huren, hogere eigen bijdragen aan medische hulp en dergelijke. Het is dus de vraag of de mensen in de laagste inkomensgroep, mochten ze al wat opzij kunnen leggen, die niet zullen moeten besteden aan dringender zaken. <\/p>\n<p>Gezien de huidige inkomstenverdeling, de verschillen in financi\u00eble en tijdsbudgetten zullen bijvoorbeeld paren zonder thuiswonende kinderen makkelijker kunnen sparen dan paren met kinderen die op hun beurt weer makkelijker kunnen sparen dan alleenopvoedende ouders, terwijl uitgerekend bij de laatste groepen de behoefte aan doorbetaald ouderschapsverlof het grootst is. <\/p>\n<p>De eenoudergezinnen hebben een laag besteedbaar inkomen, met 12.600 euro per maand behoren zij tot de laagst verdienende inkomensgroep. Meer dan de helft kan niet of nauwelijks rondkomen. Het is een illusie om te denken dat zij voor een verlofregeling kunnen gaan sparen, terwijl uitgerekend zij dat het meest nodig zullen hebben. Dat vrouwen minder te besteden hebben komt ook tot uiting in het feit dat momenteel maar de helft van de werkende vrouwen gebruik maakt van de spaarloonregeling, tegen tweederde van de mannen. Ook jongeren, met relatief kleine of laagbetaalde banen doen dat weinig. Dat is een serieuze indicatie voor de mate waarin zij gebruik zullen gaan maken van de nieuwe levensloopregeling. Ook allochtone Nederlanders, met name de eerste generatie staan in meerderheid economisch te zwak om te sparen. <\/p>\n<p>Juist degenen die in staat zijn om een vermogen te vergaren, het vermogen van sparen zonder kinderen is twee keer zo groot als dat van gezinnen met kinderen, en het vermogen van alleenstaande ouders is daar weer slechts een derde van, hebben meer mogelijkheden om van de nieuwe wet te profiteren, maar daar het minste behoefte aan. Ook blijkt dat in gezinnen waarbij de partners twee keer modaal verdienen het totale voordeel van het opnemen van verlof relatief groter is dan bij mensen met een lager inkomen, omdat er daarmee meer geld wordt verplaatst van een hogere belastingtariefschijf naar een lagere. <\/p>\n<p>Het financi\u00eble voordeel van het gebruik van de levensloopregeling is gering, met name bij het sparen voor korte perioden van verlof, zoals drie maanden ouderschapsverlof. Daar blijft de spaarloonregeling dus een belangrijke concurrent bij, temeer omdat jaarlijks maar voor \u00e9\u00e9n regeling gekozen mag worden.<br \/>\nKan de minister nog eens proberen ons te overtuigen waarom mensen op deze manier voor deze keuze gesteld moeten worden. <\/p>\n<p>We mogen niet vergeten dat de levensloopregeling oorspronkelijk bedoeld was om mensen te helpen in wat we de spitsuren van het bestaan zijn gaan noemen. Maar de regeling zal alleen mensen helpen die heel vroeg beginnen met sparen, en dat dus ook kunnen, minstens tien jaar werken en sparen voordat ze kinderen krijgen, en heel realistisch vooruit kijken en niet hun eerstverdiende geld uit gaan geven aan huisinrichting of hypotheek. Voor groepen onder de allochtone bevolking die in doorsnee vroeger kinderen krijgen is de periode om te kunnen sparen dus te kort.<br \/>\nEn geldt niet vaak: hoe minder inkomen, hoe meer spitsuren?<\/p>\n<p>Wat denkt de minister er aan te doen dat de regeling ook voor jonge mensen, en dan het liefst nog lang voordat ze aan kinderen toe zijn aantrekkelijk genoeg wordt en minder lijkt op de welbekende dode mus? <\/p>\n<p>Uit onderzoeken weten we dat het voorgenomen gebruik van verlofregelingen het grootst is wanneer mensen die in de nabije toekomst nodig denken te hebben. Misschien kunnen we van heel verstandige en goedverdienende jongeren nog verwachten dat ze gaan sparen voor ouderschapsverlof nog voor ze zelfs een partner hebben om de kinderen mee te krijgen, maar moeilijker wordt het nog als het gaat om de mantelzorg die immers niet te plannen valt. Het is ook mogelijk om met een vooruitziende blik te gaan sparen voor vervroegd ophouden met werken. Maar niemand weet hoeveel tijd er nodig is om voor naasten te zorgen en ook niet wanneer en hoelang dat nodig zal zijn. Dit is een reden te meer om in het geval van de mantelzorg die voor de verschillende burgers ook zo verschillend uit kunnen vallen remedies te zoeken in de sfeer van collectieve regelingen waarbij het risico verdeeld wordt, in plaats van een individuele rekening waarin eenieder individueel moet sparen zonder te weten waarvoor exact. Om een spaartegoed op te bouwen dat aan het eind van de loopbaan een substanti\u00eble bijdrage kan zijn om van prepensioen gebruik te maken moet minstens 12 jaar gespaard worden. Dus vanaf 51,5 jaar moet iemand maximaal sparen om anderhalf jaar vroeger met pensioen te kunnen. Maar dat kan met name voor vrouwen doorkruist worden door mantelzorg waar vaak na hun vijftigste een beroep op wordt gedaan. Voldoende tijd om nog maximaal te sparen is er dan niet meer. Het lijkt me wat zuur dat uitgerekend de mensen die hun tijd geven aan de zorg voor ouderen en zieken, en daarmee ook helpen om voor de samenleving als geheel de kosten van de zorg laag te houden om financi\u00eble redenen gedwongen zouden worden om langer door te werken.<br \/>\nKan de minister ons uitleggen waarom er niets meer te doen valt aan de tegemoetkoming voor mensen die langdurig thuis zorg moeten verlenen aan naasten?<\/p>\n<p>Een volgend probleem is dat werknemers met een laag inkomen, waaronder allochtone Nederlanders en vrouwen, wanneer ze hun levensloopspaarpot hebben gebruikt voor ouderschapsverlof en misschien daarna nog eens voor mantelzorg op achterstand terecht komen vergeleken bij autochtone Nederlanders en mannen als het gaat om het sparen voor prepensioen. We weten dat de behoefte om met werken op te kunnen houden voor het 65ste levensjaar sterk leeft onder de bevolking. Sparen voor het prepensioen is financieel voordeliger dan sparen voor kort verlof. Ook hier zullen dus de hogere inkomens, de echtparen zonder kinderen meer van kunnen profiteren dan de lagere inkomens, de paren met kinderen en met name de alleenopvoedende ouders.<br \/>\nIs de minister het met mijn fractie eens dat de wet meer voordelen biedt voor de mensen met hogere inkomens en vindt hij dat rechtvaardig, laat staan christelijk? <\/p>\n<p>Ik ben blij dat de Tweede Kamer een amendement van mijn collega Jan de Wit aangenomen heeft, waardoor werkloze mensen die in de bijstand terecht komen, niet, zoals de wet aanvankelijk voorstelde, gedwongen worden hun eventuele levenslooptegoed op te eten. Dat zou wel al te wrang zijn geweest, ook in het licht van de opvatting van een groot deel van deze Kamer dat mensen in de bijstand onderhand wel hard genoeg zijn aangepakt. <\/p>\n<p>Dan de kwestie met de emancipatie. Ik wil de minister niet blijven plagen met zijn eerder in deze kamer behandelde uitspraak dat het met de emancipatie van vrouwen wel ongeveer rond was. Ik dacht dat we het er toen over eens werden dat we niet alleen moeten kijken naar de mooie bedoelingen van wetten waarin immers geen sprake is van opzettelijke discriminatie, het staat er allemaal mooi sekseneutraal in, maar naar de uitwerking van de wet die verschillend uit kan vallen voor vrouwen en mannen. Ik wil de minister er met name nog eens aan herinneren dat de verdeling van arbeid en zorg, een emancipatiedoel dus, een belangrijke motivatie is geweest om de levensloopregeling te ontwerpen. <\/p>\n<p>Laten we nog even kijken naar de streefcijfers van het Meerjarenbeleidsplan Emancipatie van 2001, 2002.<br \/>\nDit zijn de doelen voor 2010:<br \/>\nEen netto arbeidsparticipatie van vrouwen van 65%<br \/>\nPercentage vrouwen dat economisch zelfstandig is moet boven de 60% uitkomen, ik wil de minister en nog even aan herinneren dat dat nu nog maar 41% is. Het aandeel van mannen in de onbetaalde zorg zou naar 40% moeten en het aandeel van vrouwen in het totale inkomen uit arbeid moet minimaal naar  35%.<\/p>\n<p>Nog tamelijk bescheiden doelen zou ik zeggen, want van werkelijke gelijkheid is ook dan nog geen sprake. Gaan deze doelen gehaald worden?<\/p>\n<p>We kijken even naar de feiten van dit moment.<br \/>\nEr is sinds 1975 een hoger percentage vrouwen gaan werken, en het aantal uren dat vrouwen gemiddeld aan betaald werk besteden is per week gestegen van 3,9 naar 12 uur. De tijd die ze aan het huishouden besteedt is wat afgenomen, van 30,6 naar 23,9 uur. Mannen zijn een klein beetje harder gaan werken, dat wil zeggen, betaald, van 27,3 naar bijna 30 uur per week, en doen ook \u2013 gemiddeld &#8211; een klein beetje meer in het huishouden, maar nog altijd maar de helft van wat vrouwen \u2013 gemiddeld &#8211; doen. Het hardnekkigste blijven de cijfers over de zorg voor de kinderen die heel terecht niet bij het huishoudelijk werk zijn opgeteld. Vrouwen besteedden daar in 1975 4,6 uur aan, en in 2000 5 uur. Bij mannen is de zorg voor de kinderen nauwelijks gestegen, van 1,9 naar 2,1 uur per week. Dus nog niet de helft van wat vrouwen doen. <\/p>\n<p>Het drukst hebben het dus de mannen en vrouwen met thuiswonende kinderen, waarbij de mannen het vooral druk hebben met meer buitenshuis werken en de vrouwen, al of niet naast baan het vooral druk hebben met het combineren van zorg thuis en werk buitenshuis. Ook als het gaat om mantelzorg wordt dat nog steeds meer door vrouwen gedaan dan door mannen. Vermoeidheid en het gevoel onder tijdsdruk te leven is subjectief.Toch is het niet verbazingwekkend dat vrouwen dat vaker melden dan mannen, deels omdat een man met een volle baan minder de stress kent van het op schooltijden en behoeften van kinderen af te stemmen dagindeling dan zijn in deeltijd werkende vrouw. Mannen willen nog wel eens verlofdagen over hebben. Vrouwen met kinderen zelden. <\/p>\n<p>Kortom: het is volstrekt voorspelbaar dat het vaker vrouwen zullen zijn die gebruik zullen maken van ouderschapsverlof dan mannen, als ze al genoeg gespaard hebben, en dus minder over zullen hebben om vroeger op te houden met werken. En dat terwijl de behoefte om vroeger op te houden met werken bij vrouwen gemiddeld twee jaar vroeger komt dan bij mannen. Deels is dat omdat het bij de heteroseksuele paarvorming in Nederland nog steeds gebruikelijk is dat de man een paar jaar ouder is dan de vrouw, en de vrouw vaak niet door wil werken als haar man daarmee is opgehouden om tenminste nog lekker samen op de bank te kunnen zitten of nog eens op reis te gaan. Of omdat haar man er niet tegen kan dat ze elke dag de deur uitgaat terwijl hij achter de geraniums zit. Moet hij dan op zijn oude dag nog gaan leren om koffie te zetten? En deels omdat alleenstaande vrouwen hun carri\u00e8re hebben moeten volbrengen zonder de emotionele en praktische ondersteuning die voor carri\u00e8remakende mannen nog steeds heel vanzelfsprekend is.<\/p>\n<p>Vrouwen werken vaker dan mannen in deeltijd. In 2003 was dat 66% van de werkzame vrouwelijke beroepsbevolking, bij de mannen was dat 14%. Kinderen krijgen heeft geen invloed op de arbeidsduur van mannen, die gaan er eerder nog harder van werken, maar wel op die van vrouwen. Er zijn wel meer vrouwen die werken, er zijn ook meer vrouwen die doorwerken als ze kinderen krijgen dan vroeger maar het gemiddeld aantal arbeidsuren is daarmee in de afgelopen tien jaar nauwelijks gestegen. <\/p>\n<p>Het Sociaal Cultureel Planbureau denkt niet dat de levensloopregeling zoals die er nu ligt  er meer vrouwen toe zal brengen om meer uren te gaan werken. Mogelijk zal een bescheiden groep vrouwen dankzij de mogelijkheid om ouderschapsverlof te financieren niet stoppen met werken. Ook zal de economische zelfstandigheid van vrouwen, die nu op 41% staat en in 2010 60% zou moeten zijn nauwelijks toenemen. Ook het aantal mannen dat door de regeling meer zal participeren in de zorg wordt door het Planbureau heel gering geschat. En daarmee wordt de oorspronkelijke doelstelling, een betere verdeling van zorg en arbeid en daarmee een hogere arbeidsmarktparticipatie van vrouwen niet gehaald. De mannen zullen de regeling vaker willen gebruiken om eerder op te houden met werken. Waarbij de hoogste inkomens meer van de maatregel kunnen profiteren dan de lagere, de mannen meer dan de vrouwen, en de paren zonder kinderen meer dan de paren met kinderen of de alleenstaande ouders. Deelt de minister deze  conclusie van het Planbureau en zo ja, wat doet hij ermee?<\/p>\n<p>We maken ons zorgen over de toenemende kosten van de vergrijzing van onze bevolking, hoewel we onszelf gelukkig moeten prijzen met de verzilvering ervan. Wij willen het feit dat we tegenwoordig langer leven, liever als lust dan als last zien. DE samenleving dient daar dan wel op in te spelen.<br \/>\nZowel werkgeversorganisaties als de overheid wil dat mensen langer door blijven werken om het draagvlak van de verzorgingsstaat op peil te houden. Door de fiscaal aantrekkelijke prepensioenregelingen te vervangen door de minder aantrekkelijke levensloopregeling hoopt de overheid oudere werknemers te bewegen om langer door te werken. Maar de Nederlanders hechten erg aan de mogelijkheid om vervroegd de arbeidsmarkt te verlaten. Onder druk van de sociale partners is de Levensloopregeling daarom enigszins aangepast. Bij werknemers boven de 50 jaar wil 82% niet doorwerken tot 65 jaar, 12% weet het nog niet, en 6% wil wel door werken. Dat is al vele jaren stabiel, en het ziet er niet naar uit dat de huidige jongeren daar anders over zullen gaan denken. Er is ook weinig aanleiding voor om te denken dat werkgevers hun werknemers straks massaal zullen aanmoedigen om het moment van hun pensionering wat uit te stellen. <\/p>\n<p>Maar er zou ook een ander alternatief zijn, en dat is om vrouwen de extra arbeidskracht te laten leveren. Onder vrouwen is nog een groot onontgonnen arbeidspotentieel. In principe zou de arbeidsparticipatie van vrouwen in de komende tijd kunnen stijgen. Het \u2018cohort\u2019 vrouwen voor wie het nog vanzelfsprekend was dat ze bij trouwen of kinderen krijgen  thuis zouden blijven is dan boven de 65. Ook komt de tweede generatie allochtone vrouwen er aan.<br \/>\nVan de vrouwen tussen de 20 en de 64 werkt nog steeds 45% niet buitenshuis, en van de 55% die wel een baan hebben is dat merendeels in deeltijd. Vrouwen blijken, als de voorwaarden ten minste gunstig zijn, best bereid om meer te gaan werken. De belangrijkste voorwaarde daarbij is dat de werktijden beter afgestemd kunnen worden op het gezinsleven en de zorg voor kinderen en naasten. Merens en Portegies van het Sociaal Cultureel Planbureau hebben berekend dat gemiddeld vier uur per week werken door vrouwen al een enorme uitbreiding van het arbeidspotentieel zou betekenen. De winst is zelfs bijna drie keer zo groot dan de toename die gerealiseerd zou worden wanneer alle werknemers een jaar langer door zouden werken. Omdat een geringe toename van het aantal werkuren met vrouwen, het gaat om 4 miljoen mensen, veel meer oplevert in uren dan een jaar doorwerken door maar een geringe groep, namelijk bijna 700.000 ouderen, zou dat veel meer aantikken. Dan lijkt ons de conclusie toch duidelijk. De ouderen willen niet langer doorwerken, de vrouwen willen wel meer werken wanneer daar de voorwaarden gunstig voor zijn. En dat betekent dus concreet dat de kinderopvang toch echt ruimhartiger geregeld zou moeten worden dan met de Wet Kinderopvang is geschied, en ook de verlofregeling wat guller moet worden vormgegeven dan met de onderhavige wet wordt gedaan. De ervaringen in andere Europese landen laten zien dat er in dit opzicht nog en wereld te winnen valt. <\/p>\n<p>Een bijkomend voordeel is dan dat de streefdoelen van het emancipatiebeleid die nu nog niet veel kans maken, de arbeidsparticipatie van vrouwen, de economische zelfstandigheid en de vertegenwoordiging van vrouwen op hogere posities veel dichterbij komen. Twee vliegen in een klap dus. <\/p>\n<p>Ik wil graag van de minister horen of hij dit , met ons, geen lumineus idee vindt, een oplossing van een simpele schoonheid en zo ja, of hij het mijn fractie eens is dat de onderhavige wet dus veel beter kan \u2013 en dus ook zou moeten zijn. Wat leidt tot mijn slotvraag: hoe gaan we dat doen, meneer de minister, geachte collega\u2019s?<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Vandaag wordt in de Eerste Kamer de wet op de vut\/prepensioen en de levensloopregeling besproken. Dat kan nog wel een beetje spannend worden, omdat er misschien een meerderheid voor is om de wet een jaartje uit te stellen. Er zijn &hellip; <a href=\"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/2005\/02\/15\/yuppenwet\/\">Lees verder <span class=\"meta-nav\">&rarr;<\/span><\/a><\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"footnotes":"","_jetpack_memberships_contains_paid_content":false},"categories":[1],"tags":[],"jetpack_sharing_enabled":true,"jetpack_featured_media_url":"","_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/764"}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=764"}],"version-history":[{"count":0,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/764\/revisions"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=764"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=764"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.anjameulenbelt.nl\/weblog\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=764"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}