Apartheid

Officieel doet Israël niet aan apartheid. In de wet staat niet dat Arabische en joodse staatsburgers niet in één wijk of dorp mogen wonen. In werkelijkheid komt het daar wel op neer. Daar heeft Israël wat op bedacht: in de wet staat dat de grond die van de staat is, en dat is inmiddels meer dan 90%, alleen wordt doorgegeven aan een paar grote organisaties, zoals het ILA, de Israel Lands Administration. En die hebben in hun statuten staan dat op hun land alleen joden mogen wonen of dat de toewijzingscommissies er voor mogen zorgen dat de wijk ‘homogeen’ blijft.

Toen er een nieuwe woonwijk voor joden werd gevestigd in 1995, genaamd Katzir, in Noord Israël, een van de honderden nieuwe joodse vestigingen, probeerde de familie Ka’adan daar een stukje land te kopen om er een huis op te bouwen. Dat kregen ze niet. Ik schreef er al over in Het beroofde land, is Katzir een ander land?

Adel Ka’adan is verpleegkundige, hij werkt in een Israëlisch ziekenhuis in Hadera. Als ik goed genoeg ben om joden te verplegen, waarom ben ik dan niet goed genoeg om naast ze te wonen, vroeg hij. De familie woont in Baka al-Garbiya, een Arabisch dorp waar de overheid al vele jaren lang niets aan gedaan had, zoals er in vrijwel geen enkele Arabische wijk overheidsgeld gestoken wordt. Ze begonnen een proces. In maart 2000 kregen ze gelijk van het Hooggerechtshof. Er stond tenslotte niet in de advertentie waarin het land te koop werd aangeboden Verboden voor Arabieren. Het Hooggerechtshof was van oordeel dat het de overheid niet is toegestaan om te discrimineren op grond van religie of nationaliteit bij het toewijzen van land, ook niet als dat gebeurt via een derde partij. Dit is het einde van het zionisme, kopten de rechtse kranten. Maar ondanks de uitspraak kreeg de familie nog steeds geen land. De commissies die gaan over land en huizentoewijzing en die zich het recht toe-eigenen om te besluiten hoe de bevolkingssamenstelling van een wijk er uit moet zien weigerden eenvoudig.

De familie ging opnieuw naar het Hooggerechtshof, dit keer met het verzoek de overheid te dwingen hen een stukje land te verkopen, met uitzicht, in de regio waar ze het al eerder hadden geprobeerd, en tegen de prijs van 1995. Ze hebben gewonnen, na 9 jaar. Inmiddels hebben ze vier kinderen. Vader Ka’adan is gelukkig. Ik ben geen politiek mens, zegt hij, ik hoor bij geen enkele partij. Maar ik ben geboren in Israël. Ik zag wat de joden kregen en ik zag wat de Arabieren kregen. Tien minuten van ons vandaan in Baka al-Garbiya wonen mensen in een paradijs, terwijl wij in een stukje Derde Wereld leven. Ik wil dat mijn gezin ook kwaliteit van leven heeft.

En nu maar hopen dat ze gezellige buren krijgen.

Een gedachte over “Apartheid

  1. Gelukkig bestaat er in Israel toch nog een instantie, die in staat is om dit soort zaken recht te zetten. En gelukkig zijn er nog Palestijnen of arabieren te vinden, die in vrede naast joden willen wonen leven en werken.

Reacties zijn gesloten.