De angst voor de migrant (9)

Lessen van het feminisme

Verschillen doen er toe, ook tussen vrouwen.
Ik heb meer dan twintig jaar les gegeven aan een vervolgopleiding voor welzijnswerkers, de VO, en daarbinnen vooral aan vrouwengroepen. Dat waren dus volwassen vrouwen met een boel praktijk en levenservaring. In het begin waren de groepen nog voornamelijk wit – het was in het begin van de vrouwenbeweging, en de onze was de eerste opleiding voor vrouwen in het hoger beroepsonderwijs die door de overheid werd erkend en gesubsidieerd.

Binnen de vrouwenbeweging werden we er steeds meer mee geconfronteerd dat er niet alleen overeenkomsten, maar ook grote verschillen waren tussen vrouwen. In kleur en etniciteit, klasse, leeftijd, seksuele leefstijl. Dat was het begin van de ‘diversiteits-discussie’. Ik vond het belangrijk dat onze opleiding een weerspiegeling zou zijn van de werkelijke maatschappij, en er dus ook diversiteit zou zijn binnen de lesgroepen. Aan de ene kant omdat het belangrijk was om zich emanciperende vrouwen binnen de groepen van etnische minderheden binnen te halen (samengevat onder de politieke term ‘zwarte’ vrouwen), aan de andere kant omdat het ook erg belangrijk was voor witten om van zwarte vrouwen te leren: tenslotte kregen die ook regelmatig zwarte mensen als cliënt. Het werd ook al snel duidelijk waar het mis ging in wit welzijnsland: de werkers hadden vaak de neiging om als ze met een zwarte cliënt werden geconfronteerd in een van twee houdingen terecht te komen: of elk verschil werd ontkend, in de trant van: we zijn allemaal mensen. Daarmee werden belangrijke ervaringen van zwarte vrouwen, bijvoorbeeld van racisme, buiten beschouwing gelaten en voelden de cliënten zich vaak niet begrepen. Of er werd alleen maar verschil gezien. In de trant van: ‘ze’ zijn zo anders, ik weet niet hoe ik daar mee om moet gaan. Ik wilde dus graag, mijn hele vrouwenteam wilde dat, dat de lesgroep een oefengroep zou worden waarin we zouden leren om beter met verschillen om te gaan. Dus om te beginnen moesten er meer zwarte vrouwen in de groep.

Dat was les 1, dat gaat niet zomaar. Alleen maar zeggen: iedereen mag komen die de juiste diploma’s en werkervaring heeft was niet genoeg. Dus begonnen we bewust aan een beleid om zwarte vrouwen binnen te halen. Onze opleiding was toen erg populair. We hadden wachtlijsten. Om te beginnen gaven we zwarte vrouwen voorrang op de wachtlijst – en vrouwen boven de veertig. Dat gaf natuurlijk veel gedoe, maar we hielden er aan vast, met als argument dat het belangrijk was voor welzijnswerkland om meer opgeleide allochtone welzijnwerksters te hebben, de inhaalslag was nog maar net begonnen, en ook dat het in het belang was voor de witte welzijnswerkster om in een oefengroep te zitten die een afspiegeling zou zijn van een multi-etnische samenleving. Daarnaast deden we een andere stap, we lieten ‘ervaringsdeskundigheid’ zwaarder wegen, en keken niet alleen naar diploma’s. Bij de inspectie vroegen we toestemming om elk jaar een paar vrouwen aan te nemen die niet de juiste papieren hadden, maar wel beschikten over meer dan gemiddelde werkervaring. Die toestemming kregen we (toen nog wel). Zo kreeg onze opleiding langzamerhand de naam dat zwarte vrouwen er echt welkom waren. Dat werkte, met de bekende mond-op-mond reclame. Aan het eind van de twintig jaar, vlak voordat onze opleiding eerst werd geprivatiseerd en daarmee onbetaalbaar werd voor gewone welzijnswerksters die niet naar de opleiding kwamen om carriére te maken maar gewoon om hun werk beter te doen, en toen uiteindelijk werd opgeheven was eenderde van de studenten van etnisch ‘andere’ afkomst.

Wat ik heb meegemaakt waren twintig ontzettende boeiende, kleurige, heftige jaren waar ik nog steeds met ontzettend veel plezier op terug kijk. Zeker nu we opnieuw in een periode zitten dat er een heftige discussie is ontstaan over multiculturaliteit en ook racisme weer erg de kop op steekt – tot mijn schrik, moet ik zeggen, ik dacht dat we als samenleving meer hadden geleerd en verder waren, kan ik opnieuw putten uit de inzichten die we toen hebben opgedaan. Een deel daarvan is te vinden in een boek dat ik schreef over diversiteit, over klasse, kleur en sekse, dat de titel meekreeg ‘De ziekte bestrijden, niet de patiënt’. Dat boek is nu uit de handel, en niet onterecht, het taalgebruik en de manier van analyseren is voor een deel verouderd. Het is nog wel te vinden in sommige bibliotheken.

Het waren niet altijd makkelijke jaren. Als witte staf kwamen we middenin een bewustwordingsproces terecht van zwarte vrouwen. Dat emancipatieproces gaat, zoals alle emancipatieprocessen ook met woede gepaard. Zo werden we nog al eens beschuldigd van racisme. Dan moest ik vreselijk goed nadenken: wat is er waar van?
Wat is er voor mij bedoeld en moet ik me echt aantrekken? Wat is bedoeld voor alle witten als groep? En wat is gewoon afreageren van oude woede en moet ik me vooral niet aantrekken? Een voorbeeld. Een groepje Surinaamse studentes vond het eens racistisch dat ze net als de witten aan het eind van de opleiding een schriftelijk werkstuk in moesten leveren. Het is onze taal niet, zeiden ze. Het kost ons meer moeite dan de Nederlanders, en dus meten jullie met twee maten. Dat wij meer moeite moeten doen dan de witten, dat is racisme. Daar moest ik erg over nadenken. Want ja, het klopte, voor de in Suriname opgevoede studenten was het moeilijker om een in het ‘net’ Nederlands geschreven werkstuk in te leveren. Aan de andere kant wilden we niet dat we straks de studenten naar huis zouden sturen met een zwart of met een wit diploma, waaruit zou blijken dat we aan zwarte studenten niet dezelfde eisen hadden gesteld. Ik verzon een oplossing. De zwarte studenten, die typisch uit een orale traditie kwamen vonden het weer makkelijker om voor de groep een verhaal te vertellen. Daar waren de Nederlandse studenten weer niet zo goed in. Zo kreeg iedereen een dubbel eindeksamen: elke student deed een presentatie voor de groep én leverde een schriftelijk werkstuk in.

Later begreep ik pas dat de woede die we soms over ons heen kregen feitelijk een compliment was. We waren ‘veilig’ genoeg om op te oefenen, we liepen niet weg, we bleven luisteren. “When I talk to you in anger, at least I’m talking to you” zei een zwarte feministe eens. En ik zag opeens de paralellen. Want deden wij als feministes dat niet net zo met mannen? De mannen die het dichtst bij ons stonden kregen het het meest voor hun kiezen. De echte rotzakken waren allang verdwenen, en daar besteedden we tenslotte ook onze aandacht niet aan. De mannen die probeerden solidair te zijn kregen de hele lading over zich heen van alles wat mannen ons hadden aangedaan.

Een van de eerste dingen die ik leerde is dat er grote verschillen bestaan tussen de etnische culturen maar ook daarbinnen. Soms werd in welzijnsinstellingen een speciale aandachtsfunctionaris etniciteit aangesteld die dan alle allochtonen mocht doen. Alsof een Turkse vrouw automatisch weet hoe de zaken er voor staan voor een Antilliaanse. We hadden bijvoorbeeld binnen een groep drie vrouwen van Surinaamse afkomst, uit drie generaties. Een oudere Surinaamse vrouw die Suriname nog echt als Nederlandse kolonie had meegemaakt en christelijk was geworden. Een jongere vrouw van de generatie die juist weer terug was gegaan naar de ‘roots’, die trots was op haar zwarte huid en haar haar niet meer wilde ontkroezen, en de winticultuur had herontdekt, en een nog jongere Surinaamse die in Nederland was geboren en met rode oortjes zat te luisteren naar wat de ouderen haar hadden te vertellen. Het was een groot voorrecht om daar bij te mogen zijn.
Dit was les 2: ook binnen een etnische cultuur zijn grote verschillen, verschillen in individuele keuzes, maar vooral ook tussen de generaties. Ik zal dus niet gauw meer in de verleiding komen om iedereen van een bepaalde cultuur bij elkaar op te tellen, en erger me dus als er in algemene termen over ‘de moslims’ wordt gepraat.

Binnen de opleiding werkten we een deel van de tijd in ‘bondgenotengroepen’, de zwarte vrouwen bij elkaar, de witte bij elkaar, en dan de ervaringen delen. Wat hebben we elkaar te zeggen, wat verwachten we van de ‘ander’, wat hebben we met elkaar gemeenschappelijk, wat niet. Ik deed als witte mee in de wit/zwarte groep, en ook als niet-jodin in een joods/niet joodse groep. We hadden ook groepjes over klassenverschillen. Ik leerde er net zoveel van als de studenten. Dit was les 3: iedereen die in Nederland ‘anders’ is, is wel gedwongen over zichzelf na te denken. Maar de witten doen dat zelden, want wit zijn is ‘normaal’, is de norm. We vergaten dat wit ook een etniciteit is en Nederlands ook een cultuur. Door de confrontatie leerde ik ook nadenken over voor en nadelen van de Nederlandse cultuur, de onderlinge verschillen daarbinnen, en ook onze blinde vlekken. Dit was dus de les: dat het niet vanzelfsprekend is dat de zwarten zich maar aanpassen aan ‘ons’ en dat wij nog veel konden leren van andere culturen. Ook die ervaring speelt nog steeds mee wanneer ik autochtonen hoor zeggen dat ‘ze’ hier naar toe zijn gekomen en zich dus maar aan moeten passen en anders maar op moeten hoepelen. Wat een armoede denk ik dan. Wat een blindheid voor wat je van de ander kunt leren.

In de soms heftige confrontaties leerde ik nog een les. Les 4, dat emancipatie niet voor alle vrouwen hetzelfde is. Dat de eerste stap voorwaarts niet voor alle vrouwen dezelfde stap is. En dat ik als witte feministe uit de voorhoede niet de pretentie hoefde te hebben om namens alle vrouwen te spreken of ‘hun’ moest gaan vertellen hoe ze het doen moesten. Een voorbeeld. Binnen de witte voorhoede van toen werd het huwelijk gezien als een valkuil voor vrouwen. Het raakte in de mode om er voor te kiezen principieel niet te trouwen – waar nogal wat vrouwen die al getrouwd waren en niet van plan om te gaan scheiden zich wel een beetje ongeëmancipeerde suffertjes door voelden die zich een beetje moesten verdedigen dat hun Kees thuis toch echt vaak de afwas deed. Op een dag kwam een Antilliaanse vrouw in de groep trots vertellen dat ze de volgende week zou gaan trouwen met de vader van haar kinderen. Het was even stil in de groep. Moesten we haar daar nu mee feliciteren, dat ze zichzelf vrijwillig afhankelijk ging maken van een man? Toen werd ze kwaad, en zei: luister. In de Antilliaanse cultuur voeden heel veel vrouwen hun kinderen alleen op. Dat is nog een erfenis van de slaventijd toen we vaak niet mochten trouwen, en mannen en vrouwen uit elkaar werden gehaald. Dat heeft van ons wel sterke vrouwen gemaakt, maar het betekende ook dat onze mannen, de vaders van onze kinderen zichzelf vaker zagen als toevallige passant. Nu heb ik de vader van mijn kinderen zover dat hij echt de verantwoordelijkheid wil nemen, en dat met een contract wil bezegelen. En nu komen jullie me vertellen dat ik achterlijk ben?
Die zat.
Sindsdien zou ik er niet meer zo makkelijk toe komen om te denken dat ik wel kon bepalen hoe de emancipatie van andere vrouwen er uit moet zien. Daar denk ik nog aan als Cisca Dresselhuys, de hoofdredactrice van Opzij wel even komt vertellen dat er bij haar op de redactie geen vrouwen inkomen die een hoofddoek dragen omdat die niet geëmancipeerd zouden zijn, en Ayaan Hirsi Ali weet te melden dat vrouwen alleen geëmancipeerd kunnen zijn als ze geen moslim meer zijn. Een belangrijke les van het feminisme werd daarmee vergeten. Vraag het om te beginnen de vrouwen zelf wat zij zien als de eerste stap vooruit. En oordeel niet te snel en denk niet te gauw dat je zelf de norm kunt zijn voor de emancipatie van anderen.

Les 5. Veel zwarte vrouwen hadden te maken met een dubbele loyaliteit. Ze waren niet alleen object van seksisme, dat deelden ze met de andere vrouwen, maar ook vaak van racisme, en dat deelden ze niet met witte vrouwen maar wel met zwarte mannen. Op een keer was er in de Bijlmer een witte vrouw door een zwarte jongen bedreigd en beroofd. Natuurlijk hadden we veel sympathie voor haar ervaring. Maar die sympathie sloeg door: je had een pistool bij je moeten hebben en die jongen dood moeten schieten zei een witte vrouw kwaad. De Surinaamse vrouw in de groep was stil. Toen barstte ze uit: ik weet dat het verkeerd is wat die jongen dat heeft gedaan, zei ze. Maar horen jullie hoe jullie nu over alle zwarte mannen praten? Vergeten jullie dat ik ook zwart ben en daar gevoelens over heb? Het had mijn neefje wel kunnen zijn. Weten jullie hoe weinig kansen die jongens hebben in de witte maatschappij? Willen jullie daar ook over nadenken?

Eens was er ruzie in de groep. Er zat een Marokkaanse vrouw in die een relatie had met een vrouw. Toen de grote groep een keer in kleine steungroepjes werd opgedeeld moest ze kiezen, of bij de groep lesbische vrouwen zou gaan zitten, of bij de Turkse en Marokkaanse vrouwengroep. Ze koos voor de laatste. De lesbische groep was kwaad. En je weigert ook om jezelf lesbisch te noemen en er voor uit te komen, was het verwijt. Toen probeerde ze dat uit te leggen. Ik kies er voor om met een vrouw te leven zei ze, maar ik wil tegelijk ook bij mijn Marokkaanse familie blijven horen. Ik wil me niet met jullie opsluiten in een lesbisch ghetto. Mijn broertjes hebben me nodig, ik ben de enige van de familie die al heeft gestudeerd. Ik wil me niet van alle mannen afzonderen, zoals jullie dat doen. Jullie kunnen je als witten veroorloven om je af te zonderen, ik laat daarmee mijn familie in de steek, en daar hoor ik net zo goed bij. Als jullie witten me willen dwingen om te vergeten dat ik ook Marokkaans ben wil ik niet bij jullie horen.
Weer een les. En wat we ook begrepen dat er mensen zijn met een dubbele identiteit, met meer dan één cultuur die belangrijk voor ze is.

Een volgende les: dwars door alles heen speelden ook klassenverschillen. Huidskleur kun je in één oogopslag zien, maar uit wat voor klasse iemand komt en wat dat uitmaakt als levenservaring vaak niet. Zo was er een keer ruzie tussen twee studentes. De een had gezegd dat dat einddiploma maar een papiertje was en haar niets kon schelen. Een andere studente was daar sprakeloos van woede over. Wat bleek, de eerste kwam uit een hoger milieu, waar eigenlijk alleen universiteit telde. Ze verdedigde zichzelf door te zeggen dat ze de opleiding deed om mensen te helpen, en niet voor het diploma. Maar de tweede vrouw kwam uit de arbeidersklasse. Die zei: weet je wel dat mijn vader krom heeft gelegen om ons allemaal te kunnen laten studeren, ook de meiden, en hoe trots hij is dat ik straks een diploma krijg? Hoe durf je te zeggen dat het niks voorstelt?

We hadden een keer een studente in de groep die afkomstig was uit de hogere klasse in Suriname. Die had dus de ervaring opgedaan dat ze in Nederland alleen maar gezien werd als ‘zwart’ en dat iedereen vergat dat ze ouders had in hoge functies die hadden gestudeerd. Ze was dus zelf alleen maar gefixeerd op racisme, en vergat wel eens dat ze een blinde vlek had als het ging om de manier waarop er werd neergekeken op mensen van arbeiders en boerenafkomst. Zonder het te merken deed ze daar zelf aan mee. Het was voor haar een pijnlijke ervaring om er in de groep mee geconfronteerd te worden dat zij zelf, doelwit van racisme, wel degelijk ook kon discrimineren. Dit was dus les 6, vergeet nooit dat er nog andere cruciale verschillen zijn tussen mensen dan etniciteit of sekse. En vergeet niet dat iemand die zelf wordt gediscrimineerd daarmee nog geen engel is zonder vooroordelen.
Daar denk ik nu aan als ik meemaak dat uitgerekend witte mensen die zelf in een kansarme omgeving zijn opgegroeid zich ergeren aan de zogenaamde voorrechten die allochtonen krijgen. Over klasseverschillen wordt nauwelijks meer gepraat. Maar ik zie dat zich achter racisme, achter afgunst op de mensen uit de etnische groepen die het maatschappelijk gezien goed doen een grote klassenpijn verschuilt. En wat zou het helpen als er over die pijn gepraat kon worden, in plaats van dat die in woede geprojecteerd wordt op de ‘anderen’ die het beter zouden hebben.

En dit is dus les 7, dat we allemaal bestaan uit ‘pakketjes’ ervaringen, privileges als je wit, man, hetero bent. Nadelen als je zwart, vrouw, homo bent. En dat in een interessante, gecompliceerde en soms tegenstrijdige mix. En dat is les 8, als we ons daar niet van bewust zijn gaan we onderling vechten. Ik reageer boos op een zwarte man als vrouw en vergeet dat ik wit ben. De man reageert beledigd als zwarte en vergeet dat hij man is. En zo laten we ons tegen elkaar uitspelen. Dan krijg je een gevecht om de rangorde: wie is er het ware slachtoffer? Wie is er het meest onderdrukt? Wie heeft er het meest geleden en heeft daarmee het meeste recht van spreken?

Ik zal daar als slot een persoonlijke ervaring aan toe voegen. Ik kom zelf uit de hogere middenklasse. Ik was me er vroeger niet van bewust dat me dat een paar priveleges meegaf. Zo had ik het taalgebruik waar ik me overal mee kon vertonen, en ik was nooit bang voor autoriteiten. Ik had van huis uit meegekregen om neer te kijken op mensen die plat praatten en, in de woorden van mijn moeder, ‘ordinair’ waren. Dit was de boodschap die ik van huis uit meekreeg: wie wat wil bereiken die kan dat. Wie dus niets bereikt heeft dat helemaal aan zichzelf te danken, die is lui of dom. Ik trouwde, heel jong, met een buitenlandse man van ‘lagere’ afkomst. Die man bleek gewelddadig. Wat deed ik, als enige afweer die ik kon bedenken? Ik liet hem drommels goed merken dat hij ‘minder’ was dan ik. Hielp dat? Nee, daar werd hij uiteraard alleen maar seksistischer van want hij bracht het enige wapen in stelling dat hij had, zijn ‘superioriteit’ als man. Beiden voelden we ons het slachtoffer van de ander. Dat huwelijk was ook niet te redden geweest als we dat toen hadden geweten en als we woorden hadden gehad om te begrijpen wat we met elkaar deden. Maar het was wel, jaren later, een pijnlijke les toen ik begreep dat ik niet alleen maar als vrouw het slachtoffer was van een man, maar dat ik ook een blinde vlek had voor alles wat klasse met mensen kan doen.

Daar kom ik nog een keer op terug. Op klasse.

Ga door naar het volgende deel, hier

16 gedachten over “De angst voor de migrant (9)

  1. Voor mijn gevoel Anja; heeft dit stuk niet echt iets te maken met de titel “Angst voor de migrant”. Je had toch beter kunnen stoppen met het achtste couplet van het groenlinkse volkslied en het een andere titel kunnen meegeven.
    Mischien wordt het weer eens tijd om alles te bundelen in een boek en is dit log een podium voor jou om wat try-outs op af te schieten.

    Van veel situaties met andere culturen heb je kunnen leren; dat bepaalde denkpatronen van je aan revisie toe waren. Zoals het ouderwetse man versus vrouw verhaal binnen het feminisme. Ook dat zijn dogma’s. Door die ervaringen; waarbij je even in aanvaring kwam met een leerlinge of er ontstond even tumult, ben je je eigen ideeen gaan bijstellen. En dat is een gezonde houding. Maar wees alsjeblieft waakzaam. Want dit proces zal voor ieder mens, ook voor jou een doorlopend proces moeten zijn. Van het verwerken van informatie en feed back en het vervolgens bijstellen van je kijk op onderwerpen. Dan geef je ook blijk; dat je niet alleen maar de schooljuf bent; die alles pretendeert te weten vanuit haar intellect en alles van bovenaf eenzijdig ouderwets dicteert; Maar dan geef je blijk van innerlijke flexibiliteit en dat is niets meer of minder dan de kracht van de geest. Ook dien je je eigen nivo af te stemmen op het nivo van degenen; waar je iets aan kwijt wilt, want als je toehoorder dat niet kan, krijg je miscommunicatie en onbegrip. Je hebt leermeesters gehad; maar zelfs een kind kan een leermeester voor je worden. Dogmatisch denken kan ook leiden zelfs tot bepaalde nadelige lichamelijke kenmerken; die je bij jezelf kan controleren. Zelfs de oude chinezen bezigden zich met deze oude wetenschap. Om dat te kunnen begrijpen, vereist enige graad qua diepgang en gevoel. Gezien de inhoud van je betogen; zit je nog niet op dat spoor, want je geeft simpelweg aan, dat je je wilt afsluiten. Maar het gaat vanzelf komen; of je nu ervoor open staat of niet.

    Ik waardeer het; dat je in de laatste alinea een persoonlijke ervaring wilt delen. Nu ben ik nieuwschierig naar de oorzaak van de gewelddadigheid binnen je huwelijk. Was het een kwestie van de opvoeding vanuit zijn buitenlandse cultuur; of was het gewoonweg een kwestie van wat slecht-vallende karaktereigenschappen? Heb je zelf al eens die analyse gemaakt?

  2. Anja, ik ben ook zo opgevoed, maar in praktijk moet ik gewoon spreken en kan ik niet met superlatieven, vocatieven of plusquamperfectum rond gaan strooien. Wat heb ik aan de naamvallen uit de grammatica Latijn enz. Hoe vaak komt men iemand tegen waar je dat wat je geleerd hebt ook daadwerkelijk kunt toepassen. Maar kom je zo iemand tegen, dan scheelt dat aan energie en uitleg, voelt prettig. Ik heb vroeger de pianolessen thuis verzorgd en heb me vaak uitgesloofd om zo goed mogelijk mijn kennis over te brengen, maar die vrouwtjes kwamen liever voor een bakkie troost. Dat vond ik erg, alle inspanningen voor niets. Dus dan richt ik mijn energie tot de haalbare doelen en dat alles zonder subsidie.
    Ik zit liever blind te typen achter mijn pc en piano raak ik niet meer aan. Jij moet het nemen zoals het komt.

    ReneR. het valt me ook op dat het hier om miscommunicatie gaat en daaruit onbegrip; omdat men een wisselwerking wenselijk acht. Als je hoog opgeleid bent, is dat al een handicap te willen communiceren met je leerlingen op hetzelfde niveau; men verwacht een feedback (heb ik het goed gedaan), een positief resultaat of de haalbaarheid van b.v.g. opleiding.
    Ik ben blij dat ik geen groepsmens ben en zie mensen als individuén. Ik kijk niet in alle gradaties die Anja boven noemde. Het zegt iets over hoe Anja alles beleeft en door het leven gaat. Is iemand fout of goed, dan is dat zo voor iedereen. Om steeds te moeten afwegen hoe komt het over en bij wie je wat moet zeggen…..

  3. Verschillen doen er toe …..indrukwekkend verhaal , graag dit onderwerp aan bod laten komen tijdens de oktoberscholing !!

  4. Hoi Clara. Prettig om te horen dat het onderwerp bij je aanslaat, het is voor mij interessant om te kijken of de inzichten die ik uit het onderwijs aan hulpverleners meeneem ook iets kunnen betekenen binnen de SP. Ik wil er wel over nadenken hoe we dit onderwerp meer aan de orde kunnen krijgen, misschien op een van de scholingen inderdaad. Dus dank je wel voor je reactie.

  5. Citaat Anja meulenbelt
    “…en Ayaan Hirsi Ali weet te melden dat vrouwen alleen geëmancipeerd kunnen zijn als ze geen moslim meer zijn.”

    Ik zou graag van Anja Meulenbelt of een ander willen vernemen waar en wanneer Ayaan Hirshi Ali dit beweerd zou hebben. Eigenlijk heb ik het vermoeden dat ze dit nooit beweerd heeft of dat dat er een uitspraak van haar verdraaid is.

    Dat laatste gebeurt wel vaker. Neem bijvoorbeeld de bewering dat Hirshi Ali de profeet Mohammed een pedofiel genoemd zou hebben, terwijl ze in dat beruchte interview (over de tien geboden) in Trouw in werkelijkheid gesteld heeft dat men hem volgens de HUIDIGE maatstaven in de westerse samenleving als een pedofiel zou beschouwen, wat gewoonweg een waarheid als een koe is.

    Ik geloof dus niet dat Ayaan Hirshi Ali werkelijk beweerd heeft dat vrouwen alleen geemancipeerd zouden zijn indien ze de islam verlaten, maar ik hou me aanbevolen als iemand me de datum en het tijdschrift kunnen aanwijzen waarin ze een dergelijke uitspraak WEL deed.

  6. @Edwin
    Nee; ik geloof het ook niet en ik weet het wel zeker. Maar een vastgeroest paradigma, verander je niet zomaar van het ene moment op het andere en zeker niet als de discussie hierover als ongewenst wordt verklaart.

  7. Ik denk niet dat Hirsi Ali heeft gezegd dat een geemancipeerde vrouw geen moslim(a) kan zijn. Op dat punt moet ik Anja Meulenbelt dan ook ongelijk geven. In het Algemeen Dagblad (van vorige maand) beweerde ze juist eerder het omgekeerde. Ze had toen een gesprek met Irshad Manji, een vooruitstrevende, lesbische en feministische *moslima* uit Canada. Manji laat samen met bijvoorbeeld Loubna Meliane (Netwerk van 14 juli) zien dat moslima’s wel degelijk geemancipeerd kunnen zijn.

    Feit is echter dat feminisme en vrouwenemancipatie in veel islamitische kringen/landen (net als in streng christelijke kringen) nog altijd een taboe zijn. In zekere zin heeft Cisca Dresselhuys dan ook wel gelijk op het punt van hoofddoekjes. Veel geemancipeerde moslima’s delen dan ook met haar die mening, zoals de eerder genoemde Irshad Manji, Loubna Meliane, maar ook Nahed Selim en nobelprijswinnares Shirin Ebadi.

    Wat betreft vrouwen en de Islam is dit overigens een interessante webstek: http://www.monotheist.nl/vrouw.html (Werkgroep Islamitische Bewustwording Nederland)

  8. Europe & Islam

    Interessant is het om ook andere politici te volgen in deze, op Open Democracy.net is een werkelijk zeer openhartig interview te lezen met Diyab Abu Yahjah (AEL) over met name bovenstaande issues;

    http://www.opendemocracy.net/debates/article-5-57-1908.jsp

    Nog interessanter wordt het als Diyab Abu Yahjah wordt uitgedaagd door een Europeaan, werkzaam in Jordanie!

    http://www.opendemocracy.net/forums/thread.jspa?forumID101&threadID42915&tstart=0

  9. Sorry, laatste link werkt alleen als je ingelogd bent, het interview is wel “vrij” te lezen.

    Interessant figuur, Abu Jahjah, was het niet Harry van Bommel die niet naar een pro-Palestina bijeenkomst kwam in april 2003? Daar Abu Jahjah hier ook zou komen? Interessant!

  10. Anja,

    Je kunt wel begrip hebben voor het feit dat in andere culuren dingen anders liggen en vrouwen een andere weg moeten bewandelen als zij zich überhaupt willen emanciperen, maar je moet ook weer niet doorslaan in dat begrip en daarmee alle emancipatie van vrouwen overboord gooien. Achter het actief uitdragen van het gedachtengoed van de hoofddoek en de sluier zitten patriarchale machtsstructuren en een maatschappij-opvatting die zeer onderdrukkend zijn. Als iemand daar zo veel betrip voor heeft, dan moet je ook net zo veel begrip opbrengen voor SGP-vrouwen die geheel uit “eigen vrije” wil pleiten voor afschaffing van vrouwenkiesrecht. Hirsi Ali strijdt tegen patriarchale onderdrukking en zij zou een natuurlijke bondgenoot van je moeten zijn en niet de fundamentalistische moslima die een traditionele rol van de vrouw bepleit. Het feit dat je de strijdt van Hirsi Ali afwijst, toont het enorme spagaat van links aan. Multiculturalisme ten koste van vrouwen- en homo-emancipatie. De uitdaging voor jou zou moeten zijn om het multuculturalisme te bepleiten zonder dat je de emancipatie van de vrouw overboord gooit en zonder een kritiekloze apologeet van de islam te worden. Een hele moeilijke weg waar links tot nu nog niet in is geslaagd.

  11. Anja, ik heb je stuk met plezier gelezen en ben veel dingen tegengekomen die ik herkende.

    Ik verbaasde me een beetje over een voor mij tegenstrijdigheid.

    Bij moslims vind je het belangrijk om deze niet over een kam te scheren, terwijl je even later witten wel op een hoop veegt.

    (bij les 2)
    …Ik zal dus niet gauw meer in de verleiding komen om iedereen van een bepaalde cultuur bij elkaar op te tellen, en erger me dus als er in algemene termen over ‘de moslims’ wordt gepraat…
    (bij les 3)
    …Maar de witten doen dat zelden, want wit zijn is ‘normaal’, is de norm…

    Kun je niet, als je het om een aangetoond gemeenschappelijk kenmerk gaat, groepen onderscheiden? Of is dit onwenselijk omdat dit het nare bijeffect kan hebben van vooringenomenheid?

    Ik als witte stel er prijs op om “Ik niet!” te roepen als iedereen roept dat we individuen zijn.

  12. Hoi anja,

    Je haalt Cisca Dressselhys aan als het gaat om de manier waarop Opzij omgaat met sollicitanten die een hoofddoekje op hebben.
    Ik vind de kwestie hoofddoekjes een enorm probleem.
    Natuurlijk vind ik dat iedereen zich naar believen mag kleden. Maar ik ervaar steeds vaker in bepaalde wjken in Amsterdam dat dit niet meer geldt voor vrouwem; te bloot wordt afgestraft, een tunische vriendin van mij die met haar witte nederlandse vriend hand en hand over straat gaat wordt door moslimjongens uitgemaakt voor van alles en nog wat omdat zij het als ‘moslim’ waagt met een niet moslim te lopen en omdat zij geen hoofdoek draagt.
    Ik vind het feit dat volgens bepaald moslims vrouwen een hoofddoek moet dragen pure discriminatie. Ik vind dat dit door feministen afgekeurd moet worden, niet omdat je moslims afkeurd want daar gaat het niet, maar omdat je bepaalde dicriminerende aspecten van een cultuur/religie afkeurd.
    Ik heb kinderen die ik bewust op een openbare school heb zitten, omdat ik wil dat zij niet-religieus onderwijs krijgen. Dat is voor mij zeer belangrijk. Ik heb te veel narigheid veroorzaakt door religies gezien op deze wereld en ben dan ook overtuigd tegenstander van geinstitutionaliseerde religies. Een onderwijzeres met een hoofddoek voor de klas of een rechter met een hoofddoek vind ik dan ook niet kunnen.

  13. Je moet eens ophouden over die hoofddoeken, Erica. Je kent kennelijk heel weinig moslimvrouwen. Als feministe ben ik voor keuzevrijheid van vrouwen, dus net zo goed het recht om een hoofddoek te dragen als het recht om er geen te dragen. Juist nu zijn er heel veel moslimvrouwen die een hoofddoek dragen omdat ze dat zelf willen, omdat ze willen laten zien dat ze moslim zijn en in een land met vrijheid van godsdienst mag dat, gelukkig. Als je de keuze om een hoofddoek te dragen afdoet als discriminatie ben je heel weinig op de hoogte van wat er leeft. En juist jouw afkeuring wordt door de vrouwen zelf ervaren als discriminatie, dus hou daar eens mee op. Als er iets is waar we voor gevochten hebben is dat vrouwen zelf beslissen en dat je elkaar niet voor gaat schrijven wat er wel of niet mag.

  14. Nou zeg wat een reactie ik hou op bevel nergens mee op ik dacht dat dit een open discussie was. Wat een vooroordelen en aannames!!
    Ik ken toevallig heel veel moslim vrouwen heb ook een aantal als vriendin zie mijn vorige bijdrage. Ken ook een aantal die hun hoofddoek heel graag af zouden willen doen maar dat niet durven uit angst voor de reacties bijvoorbeeld in de buurt. Een vriendin van mij doet haar hoofddoek af zodra ze ergens anoniem is en niet herkend kan worden. En ken er ook een aantal die als verzet tegen de houding op dit moment in Nederland die uit verzet (weer) een hoofddoek zijn gaan dragen. Dus je ziet het feit dat ik in mijn bijdrage het als probleem bestempel is niet voortgekomen uit het feit dat ik geen moslimvrouwen ken.

    Geef mij ook geen lesje over de betekenis van het woord discriminatie Discriminatie is onder andere onderscheid maken op grond van sexe en dat is wat eem gebod om een hoofddoekje te dragen doet.
    Ik heb ooit van een doorgewinterde feminste het volgende geleerd:
    ‘Mocht je ooit twijfelen of iets discrimatie van vrouwen is vervang het woord vrouw(vrouwen) dan door zwarte medemens of Jood. Als er dan sprake is van discriminatie weet je wat er aan de hand is.” Ik daag jou uit dit te doen met het gebod om als vrouw een hoofddoekje te dragen.
    Ik heb overigens niet gezegd dat vrouwen geen hooddoekje op mogen op straat, dat mag inderdaad in een Nederland gelukkig! dus leg me geen woorden in de mond. Ik heb het alleen gehad over het feit dat feministen het moeten dragen van een hoofddoek zouden moeten afkeuren (dus niet als dit uit vrije wil gebeurd( en verder heb ik vraagtekens gezet bij het dragen van een hoofddoekje op een openbare school (als onderwijzeres wel te verstaan) en als rechter.

Reacties zijn gesloten.