Een dooie mus: het Geneve initiatief

Vandaag, 16 augustus, vindt er in de Tweede Kamer een ontmoeting plaats tussen minister Bot, de twee initiatiefnemers van het Geneve plan, Yossi Beilin en Yassir Abed Rabo, en een handjevol parlementariërs. Het intiatief voor de ontmoeting komt van een paar Nederlanders, waaronder ook Eerste Kamerlid Ed van Thijn van de PvdA. In de Eerste Kamer waren de linkse en linksige partijen vóór die ontmoeting – behalve de SP. Nou ja, niet dat het kwaad kan, praten is nooit weg, als je er maar niet in gelooft dat dit de oplossing gaat worden.
Ik zal er zelf niet bij zijn, want ik ben dan onderweg naar Gaza.
Ik schreef het volgende kritische artikel over het Geneve initiatief:

Het Geneve initiatief: een dooie mus

In Israël heeft het initiatief van Geneve, het vredesplan van Israëli Yossi Beilin en Palestijn Yasser Abed Rabo maar kort op de politieke agenda gestaan, in de Palestijnse gebieden is het nooit een issue geworden. Het initiatief is inmiddels de weg gegaan van meerdere vredesplannen, zoals die van Sari Nusseibeh en Ami Ayalon, van Beilin en Abu Mazen, het ligt te verstoffen in de la boven op de Oslo Akkoorden en de Road Map. Maar in Europa is er nog belangstelling voor, en alsof het plan nog enige kans maakt vindt op 16 augustus een ontmoeting plaats tussen de initiatiefnemers, minister Bot en een aantal parlementariërs die niet op vakantie zijn.

Zeker: mocht het plan uitgevoerd worden dan zou de zaak er aanzienlijk beter voor staan dan nu. In de grote lijnen wijkt het ook niet af van alle eerdere plannen: de Westoever en de Gazastrook terug naar de Palestijnen die er een eigen staat op mogen vestigen, zij het met een aantal door Israël gedicteerde restricties – geen leger, wel Israëlische militaire controleposten, wat landruil om met name de nederzettingen rondom Jeruzalem bij Israël in te lijven, een verdeling van Jeruzalem waarbij beide zijden toegang krijgen tot hun eigen heilige plaatsen en een soort van oplossing voor het Palestijnse vluchtelingenprobleem.
Het ronduit gunstige resultaat van het initiatief was dat daarmee de door Sharon herhaalde mantra: er is aan de andere kant niemand om mee te praten werd doorbroken. Sharon is er erg goed in geslaagd de wereld – en het Israëlische publiek te doen geloven dat er met Arafat niet te onderhandelen valt omdat de Palestijnen uiteindelijk geen vrede willen en heel Israël de zee in willen drijven.

Maar er zitten een paar rare punten in de tekst van het Geneve initiatief die een werkelijke implementatie erg moeilijk zouden maken, nog afgezien van het feit dat het plan om verschillende redenen aan beide zijden niet voldoende gedragen zal worden.
Het vluchtelingenprobleem blijft het meest heikele punt. De Palestijnen willen hun onvervreemdbare recht erkend hebben, om daarna te onderhandelen over een praktische oplossing. Uit onderzoek is al lang bekend dat maar een klein deel van de Palestijnen gebruik zouden willen maken van het haast heilige recht op terugkeer naar Israël zelf en genoegen zouden nemen met erkenning en compensatie. Maar zelfs de terugkeer van een klein deel van de vluchtelingen stuit bij de Israëli’s op de grote angst de joodse meerderheid in het land te verliezen. Beilin en Abed Rabo hebben geprobeerd dat punt te omzeilen door er geen principeel maar een praktisch punt van te maken: de vluchtelingen krijgen het ‘recht’ zich te vestigen in de nieuwe Palestijnse staat, krijgen compensatie, niet van Israël maar van de internationale gemeenschap als ze blijven waar ze zijn of uitwijken naar een derde land, en er mogen een paar terug naar Israël – als Israël dat goed vindt. Michael Warschawsky, van het Alternatieve Informatie Centrum merkt op dat de initiatiefnemers dit punt aan beide zijden proberen te verkopen door er twee versies van te vertellen: de Palestijnen krijgen te horen dat dit de eerste keer is dat Israël bereid zou zijn om het Recht op Terugkeer te erkennen – terwijl het Israëlische publiek te horen kreeg dat dit de eerste keer zou zijn dat de Palestijnen bereid zouden zijn van het Recht op Terugkeer af te zien.

Geen Palestijn trapt er natuurlijk in dat het recht om in Gaza of op de Westoever te wonen gelijk staat aan het Recht op Terugkeer – mocht de onafhankelijke Palestijnse staat er komen dan is het helemaal niet aan de Israëli’s om te beslissen wie daar mogen wonen, dan is dat een zaak van het Palestijnse Gezag.

Een tweede punt is ook erg dubbelzinnig. De ondertekenaars zouden bereid moeten zijn om het joodse karakter van de staat Israël te erkennen. Warschawsky merkt op dat het een merkwaardige zaak zou zijn als de Palestijnen om instemming wordt gevraagd wat voor een maatschappij Israël zou moeten zijn. Als Israël een onafhankelijke staat is gaat het de Palestijnen immers niets aan hoe die staat er uit moet zien. Er zit dan ook een addertje onder het gras. Het joodse karakter van de staat Israël maakt van de er wonende miljoen Palestijnen tweederangsburgers. De gedachte dat het zionistische principe misschien inmiddels zijn tijd heeft gehad en dat Israël er naar toe zou moeten werken om er een normale democratie van te maken met gelijke rechten voor alle burgers ongeacht etniciteit of religie – zoals vrijwel alle westerse democratieën – stuit nog op een diepgeworteld gevoel bij de grote meerderheid van de joodse bevolking dat daarmee in feite Israël zou worden ‘vernietigd’. Wat aan de Palestijnen van de toekomstige Palestijnse staat wordt gevraagd is om hun handtekening te zetten onder een principe dat voorgoed essentiële burgerrechten onthoudt aan hun Palestijnse broeders en zusters aan de andere kant van de grens. Het is niet waarschijnlijk dat ze dat zullen doen.

Moeilijker dan de inhoud van het initiatief ligt nog de manier waarop het plan tot stand is gekomen en door wie het wordt gedragen. Sharon heeft zich er uiteraard met hand en tand tegen verzet, en de Israëlische initiatiefnemers zijn door een aantal ultrarechtse Knessetleden voor landverraders uitgemaakt die de doodstraf verdienden. Inmiddels maakt Sharon zich niet meer druk over het plan, alle aandacht gaat uit naar zijn gelanceerde terugtrekkingsplan uit Gaza dat in grote lijnen al de goedkeuring heeft gekregen van de VS. Het Geneefse plan wordt in Israël vooral ondersteund door wat Uri Avnery ‘zionistisch links’ noemt: het linkse deel van de Arbeidspartij, Meretz, Vrede Nu. Kort samengevat: de linkse politiek die bij het vinden van een oplossing niet verder terug wil dan de agenda van 1967, de teruggave van de bezette gebieden, maar niets wil weten van de agenda van 1948, de verdrijving en de onteigening van de vluchtelingen. Maar belangrijker is nog dat hetzelfde zionistisch links dat het plan aanbiedt door de Palestijnen gezien wordt als degenen die Barak hebben gesteund bij het fiasco van Taba. En nog erger: meer recentelijk geen poot hebben uitgestoken en geen protest hebben laten horen bij de voortgang van de liquidaties van Palestijnse leiders, de bouw van de afscheidingsmuur en de nog steeds voortschrijdende bouw van de nederzettingen. De enige grote demonstratie die heeft plaats gevonden was voor de terugtrekking uit Gaza, nadat er 23 Israëlische soldaten waren gesneuveld. Het Geneefse initiatief is in goed Israëlische traditie de Palestijnen aangeboden als een gegeven feit waar niet meer over onderhandeld hoeft te worden. Het is dan ook geen wonder dat ik in Gaza niet één Palestijn ken, en ik ken er veel die gekenmerkt worden als gematigd en pro-vrede, die bereid was de uitnodiging aan te nemen om bij de feestelijke ondertekening aanwezig te zijn.

De in principe redelijke gunstige ontvangst van het Geneefse initiatief in Israël zelf, aanvankelijk zei zo’n 40% van de bevolking er wel voor te zijn is inmiddels afgekalfd. Eén reden daarvoor is dat Yossi Beilin de aanvoerder is van de nieuwe oppositionele Yachad-partij, die met zes zetels in de Knesset zit. Daarmee is de politieke kleur van het initiatief al zo vastgelegd dat het nog moeilijker wordt om er een breed draagvlak voor te vinden. Ik hoor van sommige Israëli’s dan ook dat ze het Geneefse initiatief meer zien als een publiciteitsstunt ter ondersteuning van het politieke ego van Beilin dan als een serieuze poging tot vrede.

Een van de Nederlandse initiatiefnemers, Rob Simons, suggereert dat minister Bot al heeft laten weten achter het initiatief te staan. Het zal mij benieuwen. In de Eerste Kamer zei Bot niet meer dan dat hij bereid was om de heren te ontmoeten – zoals het een diplomaat betaamd. Ik geloof er vooralsnog weinig van dat onze minister van Buitenlandse Zaken zich vast laat leggen op een particulier initiatief. Hij heeft zijn handen al vol aan de nooit uitgevoerde Road Map. Ik neem zonder meer aan dat er in Nederland mensen zijn te vinden die nieuwe hoop putten uit dit initiatief, al was het maar omdat alles beter lijkt dan de huidige situatie. Maar wie kritisch kijkt naar de kleine lettertjes en de gang van zaken kan er niet onderuit dat ook dit vredesinitiatief een dooie mus is. Overleden nog voor hij kon vliegen.

Een gedachte over “Een dooie mus: het Geneve initiatief

  1. Beste Anja,
    Je analyse is zeer helder en juist, het steeds maar weer hameren op de joodse iedentiteit in israel, dwz 80% moet joods blijven, is een moeilijk te verteren zaak. Dit houdt alle, ook de eigen ontwikkeling in Israel, ontwikkelingen tegen. Op politiek, economisch en sociaal gebied is dit een niet te verteren obstakel.
    Israel loopt wel de kans dat de economische ontwikkelingen verder gaan zonder Israel en daardoor in een situatie geraken kan die onomkeerbaar is.

Reacties zijn gesloten.