De angst voor de migrant (12)

Het anti-islam paradigma

Frankrijk, hijab van hoofd getrokken
(Frankrijk, leerlinge wordt door een bewakingsdienst de hijab van het hoofd getrokken)

Langzamerhand worden voor mij de contouren duidelijk van wat ik maar het anti-islam paradigma zal noemen.
Onder een paradigma, ik verklaarde dat in de serie De paradigmastrijd die over het Palestijns/Israëlische conflict gaat, versta ik een ‘kijkhouding’, of je zou het op z’n Bommels een ‘denkraam’ kunnen noemen. Een paradigma wordt ervaren als de waarheid, en staat als zodanig voor de drager er van niet ter discussie. Door dat paradigma heen wordt de waarneming van feiten gefilterd en de waargenomen feiten geïnterpreteerd zodat ze blijven passen binnen het paradigma. (Voor wie dit te abstract klinkt, ga even terug naar dat eerste artikel over de paradigmastrijd) Een paradigma is meer dan een mening, het is een systeem van opvattingen met een interne consistentie, dat meestal moeilijk doordringbaar is. Feiten die er niet in passen worden ontkend, wegverklaard of als uitzondering gezien die de regel bevestigt. Wie probeert met een andere mening binnen te dringen is een tegenstander die moet worden verslagen, niet zelden door diegene persoonlijk in discrediet te brengen. Een sterk ontwikkeld paradigma, is als een fort dat verdedigd moet worden tegen de andersdenkenden.

Het belang van het begrip paradigma is dat het verduidelijkt waarom sommige discussies nooit discussies worden. Wie het paradigma aanhangt dat de islam bedreigend is voor onze Nederlandse cultuur is niet gevoelig voor alle argumenten en feiten die daar tegenin gaan. Nog meer feiten en argumenten aandragen waaruit kan blijken dat het nogal meevalt met die bedreiging werkt zelden. Het enige dat je kunt doen is constateren dat de onderliggende paradigma’s botsen en zo tegenstrijdig zijn dat er geen toenadering mogelijk is. Wat dus zou moeten gebeuren is het paradigma zelf aan de orde stellen.

Het nu heersende ‘de islam is bedreigend voor de Nederlandse cultuur’ paradigma, kortaf het anti-islam paradigma heeft drie elementen:
1. De eerste is de aanname dat er zoiets bestaat als een essentiële Nederlandse cultuur, die definiëerbaar, af te bakenen en statisch is. In het anti-islam paradigma wordt die Nederlandse cultuur gekenmerkt door positieve eigenschappen, Verlichting, democratie, vrijheid van meningsuiting, gelijkheid van man en vrouw, scheiding van godsdienst en staat en meestal een opsomming van superieure cultuuruitingen van een vrije literatuur tot en met het concertgebouw.
2. De tweede aanname is dat er zoiets bestaat als de islam, eveneens definiëerbaar, af te bakenen en statisch. In het anti-islam paradigma wordt de islam gekenmerkt door achterlijkheid, geen scheiding tussen godsdienst en staat, een fundamentele tegenstelling tussen democratie en islam, geen gelijkheid tussen man en vrouw, een anti-westerse en anti-moderne houding, en een geschiedenis van jodenhaat en agressie tegen andere volken.
3. De derde aanname is dat wanneer in de toekomst de moslimbevolking in Nederland zal groeien tot een numerieke meerderheid de (positieve) Nederlandse/westerse cultuur het onderspit zal delven tegenover de (negatieve) islamitische cultuur.

Dit anti-moslim paradigma wordt in Nederland (uiteraard met enige onderlinge variatie) verkondigd door een rijtje intellectuelen en publicisten, zoals Cliteur, Scheffer, Ellian, Ephimenco, door politici als Wilders en Hirsi Ali, het wordt aangehangen door een tamelijk grote groep ‘bezorgde burgers’, en het wordt op elementen versterkt in sommige media, HP/De Tijd, Trouw, en door de overheid die vooral bezig is met verscherpte controle op alles wat moslim is, de moskeeën en imams, de scholen.

Zoals dat gaat met een paradigma zijn er altijd genoeg feiten die als bewijsmateriaal kunnen dienen. Het angstaanjagende internationale terrorisme dat voortkomt uit al Qaida achtige groepen, de concentratie van moslimmigranten in oude stadswijken die tot spanningen kunnen leiden, het hogere percentage moslimvrouwen dat opgenomen is in Blijf-huizen, negatieve uitlatingen van imams over homo’s, Marokkaanse hangjongeren die sommige buurten onveilig maken, en anti-joodse uitlatingen van moslimjongeren bij demonstraties, tel deze fenomenen bij elkaar op en het beeld is rond. In het anti-islamparadigma hoeven deze verschijnselen niet meer begrepen worden, omdat ze een gevolg zijn van de aangehangen islam en de daarmee samenhangende inferieure cultuur en antiwesterse houding. De mogelijke botsingen zijn in dit paradigma ook nooit een gevolg van wederzijdse conflicten of misverstanden, maar worden altijd eenzijdig veroorzaakt door de andere, de verkeerde kant. De strijd richt zich vervolgens ook tegen de symbolische uitingen van die cultuur als de hoofddoekjes.

Op alle elementen van het bovenstaande paradigma is al weerwoord gekomen, in de media, op bijeenkomsten, ook in de bijdragen op dit weblog, maar zoals dat gaat lijkt dat nauwelijks uit te maken voor de verstokte aanhangers van het paradigma.
Nee, de Nederlandse/westerse cultuur is allesbehalve statisch en eenduidig, en bovendien zeker niet alleen maar positief te noemen. Bloedige godsdiensttwisten, kolonialisme, slavernij en uitbuiting horen evenzeer bij onze vaderlandse geschiedenis als de glorieuze kunstuitingen van de Gouden Eeuw. Onze veelgeroemde gelijkheid tussen man en vrouw (voor zover voltooid) is niet het automatische gevolg geweest van de Verlichting, maar is bevochten in de jaren zestig, zeventig door dezelfde mensen die nu voor de linkse kerk worden uitgemaakt die alle multiculturele ellende op z’n geweten heeft. We hebben een mooie rechtsstaat, die nu wel ondermijnd dreigt te worden in naam van de verdediging van de rechtsstaat. Om maar even een paar zaken te noemen.
Evenzeer is het voor degenen die niet vast zitten in het anti-islam paradigma duidelijk dat je geen simpele uitspraken kunt doen over die vele miljoenen moslims in al die verschillende landen, waaronder een aantal dat midden in een democratiseringsproces zit. Ook de Islamitische wereld is allesbehalve statisch. Er vinden vele veranderingsprocessen plaats, ten goede, ten kwade, maar allesbehalve eenduidig, en zeker niet alleen te herleiden tot de islam. Zonder het politieke krachtenveld daarbij te betrekken, waaronder ook de rol van het westen, met name de VS, blijft volstrekt schimmig wat daar allemaal aan de hand is.
En wat betreft het derde element, het is zonder meer aantoonbaar dat moslims die zich gevestigd hebben binnen Europa eveneens een veranderingsproces doormaken. Er zijn al grote verschillen aantoonbaar tussen eerste, tweede en derde generatie migranten. Het is duidelijk dat de integratie niet op alle punten vanzelf wel goed komt, migratie is een complex proces, en het opnemen van golven migranten en vluchtelingen gaat gepaard met conflicten en botsingen. Dat is niet nieuw, en heeft op zich weinig met de islam te maken. Dat de bevolking die zich al gevestigd heeft de neiging heeft om zich teweer te stellen tegen nieuwe elementen is ook niet nieuw, zo werden eens ook de katholieken als vreemde indringers gezien die de neiging hadden om te grote kerken te bouwen, de macht zouden overnemen en de Nederlandse cultuur zouden aantasten. Er is, kortom, weinig werkelijke reden te vinden voor het vergaande doemdenken dat ‘onze’ cultuur op het punt staat om door een vloedgolf van barbaren om zeep geholpen te worden.

Nieuw is dat er in dit tijdsgewricht een aantal zaken bij elkaar komen, Hans Dijkstal had het in zijn interview op de NMO over een springvloed, waardoor een aantal elementen bij elkaar komen die met elkaar een heftige beweging veroorzaken. Angst voor terrorisme is er een, de globalisering, de ontheemding door de afnemende verzuiling, de afbraak van de verzorgingsstaat waardoor mensen bang worden voor hun toekomst en de concurrentie om de schaarse zekerheden erger wordt, de toename van individualisering en afname van solidariteit en maatschappelijke samenhang, en een harde cultuur waar in naam van de vrijheid van meningsuiting alles gezegd mag worden – dit is een opsomming uit de losse pols. We zijn nog maar net begonnen om te begrijpen wat de plotselinge opkomst van Fortuijn mogelijk maakte, die het startschot gaf tot een nieuwe politieke fase.

Rechts maakt een nieuwe bloeitijd door, en is van een reactionair conservatisme, van een defensieve overgegaan naar een offensieve houding. Dat links daarvan een doelwit is is vanzelfprekend en te begrijpen, en links weert zich wel. Erger is het dat de moslims in Nederland daar mede het doelwit van zijn geworden, en dat de nieuwe populisten gebruik kunnen maken van de onder een deel van de autochtonen levende angst voor het vreemde en het verlies van vertrouwdheid.

Het anti-moslim paradigma is in mijn ogen om twee redenen erg schadelijk. In de eerste plaats omdat het de kloof tussen de moslimbevolking en de autochtone bevolking vergroot, door het wederzijdse wantrouwen aan te wakkeren. Door niet te kijken naar wat er mis kan gaan tussen verschillende bevolkingsgroepen, door integratie niet op te vatten als een wederzijds proces van invoegen en opnemen, wordt de schuld en de bewijslast eenzijdig aan de andere kant neergelegd. Moslims staan onder verdenking tot ze kunnen bewijzen dat ze ‘goed’ zijn. Dat polariseert. Het anti-moslim paradigma kan werken als een self-fulfilling prophecy, als je mensen maar lang genoeg als de vijand behandelt zullen ze de vijand ook worden.
Een tweede schade die er mee wordt aangericht is dat het feitelijk een werkelijke analyse van werkelijke problemen verhindert. Zoals die dronkeman die zijn verloren eurootje onder een lantaarnpaal zoekt, niet omdat hij die daar is verloren, maar omdat het verderop te donker is om hem te kunnen vinden, staren we ons met Verdonk, Hirsi Ali en Scheffer blind op de verkeerde oorzaken. En komen dus met de verkeerde oplossingen.

En daar valt nog veel over te zeggen.

Laatste deel: hier

(Zie voor de voorafgaande discussies en afleveringen van De angst voor de migrant de Leeswijzer)

13 gedachten over “De angst voor de migrant (12)

  1. Een waterdichte en belangrijke analyse, Anja.

    Ik zou eraan willen toevoegen, dat de gebeurtenissen zoals internationale terroristische aanslagen etc. niet alleen ‘feiten zijn die als bewijsmateriaal dienen’, maar zelf het paradigma ook oproepen en/of aanwakkeren. Zelfs bij mensen die gewend waren genuanceerd te oordelen. Allemaal angst en niet onbegrijpelijk.
    Dat maakt, dat het paradigma wereldwijd heerst en overal nationaal dezelfde reflexen oproept. Sterker nog, ik ben ervan overtuigd dat dit het doel is van de terroristische bewegingen. Verdeel-en-heerspolitiek, op een bedje van angstaanjagen.

    Wat je nu ziet, is dat elk land zo geobsedeerd is door wat zich in eigen land aan het ontwikkelen is (in Nederland nog versterkt, doordat het beeld is gekoppeld aan niet uitontwikkelde ideeën van Fortuyn en de rampzalige moord op hem), dat het paradigma op de internationale platforms nauwelijks wordt besproken en onderzocht als een gedeeld internationaal probleem. Wat het toch is.
    Dat heeft ook te maken met het feit, dat nationale linksgeorienteerde partijen nog te druk bezig zijn, zelf op nationale schaal een antwoord te formuleren op het paradigma. Ze lopen dus achter de ontwikkelingen aan, zowel nationaal als internationaal.
    Een slechte zaak, waar ik me bezorgd om maak.

    Het tweede wat ik zou willen toevoegen aan je analyse is, dat het aandeel van de overheid niet alleen bestaat uit ‘verscherpte controle op alles wat moslim is, de moskeeën en imams, de scholen’. De overheid combineert dat (en versterkt zo het paradigma) met een poging van bovenaf een algemeen herstel van normen en waarden op te leggen (ik krijg het nauwelijks meer getiept, zo’n weerstand heb ik intussen ertegen).

    Mijn waarneming is, dat deze op zich al discutabele algemene beleidslijn door het grote publiek wordt uitgelegd als een regeringsbeleid dat zich in de eerste plaats richt tegen alles wat ‘moslim’ is.
    Dat ook aan autochtone zijde in een recordtempo sociale codes veranderen – niet ten goede – wordt door de paradigma-aanhangers in feite ontkend. Ik heb een uitgebreide internetdiscussie gevoerd met iemand over mijn vraag waarom deze persoon allochtone jongeren steevast ‘criminelen’ noemde en autochtone jongeren ‘boefjes’.
    In dat vacuum kan het paradigma zich vrijelijk ontwikkelen. Want ook op de veranderende sociale codes binnen de autochtone bevolking hebben de linksgeorienteerde partijen nog nauwelijks een antwoord.

    Tot zover mijn gedachten over de analyse. Laten we ook praten over oplossingen. Ik heb enorme behoefte aan een sterke, goedgeorganiseerde en goedbeargumenteerde brede linkse tegenbeweging.

  2. Beste Anja,

    Mijn vraag aan jou is waarom je dit nu anti Islam noemt, dus met nadruk op “het tegen zijn”. Je suggereert namelijk dat betreffende mensen tegen de Islam zijn, en praktisch latent islamofoob of zelfs xenofoob zijn. Echter, vind je niet dat dit genuanceerder ligt? Wat ik namelijk hier al een tijdje verkondig, is dat de kritiek die steeds meer mensen hebben helemaal niet gericht is op het bestrijden van de Islam of een bevolkingsgroep, maar er juist is om belangrijke Westerse waarden te verankeren en te herwaarderen. Dat is ook niet echt “rechts” te noemen, omdat heel veel van de waarden juist heel socialistisch zijn. Denk bijvoorbeeld aan het gelijkheidsdenken, ooit bevochten door “links” Nederland.

    Met andere woorden: waarom gebruik je de bewoordingen zoals je nu doet, en kies je niet voor een meer neutrale en minder gekleurde definitie? Uiteindelijk zal er toch een inhoudelijke en wederzijdse dialoog tot stand moeten komen, en kan dit niet wanneer we anderen al in een hokje hebben geplaatst.

    Groeten,

    Daniël O.

  3. Beste Daniël, zoals al eerder geconstateerd zien we de werkelijkheid erg verschillend. Ik noem mensen die tegen de islam zijn mensen die tegen de islam zijn omdat ze tegen de islam zijn. Dat ze dat combineren met een retoriek van we willen alleen maar onze westerse beschaving verdedigen is precies wat ik bedoel en precies wat het zo problematisch maakt. Zie boven. Dat we een flink stel van dat soort mensen hebben lijkt mij niet meer te ontkennen, zie Wilders, zie van Gogh, zie enzovoorts, en ontkenning helpt geen enkele ‘dialoog’ en lost geen enkel probleem op en helpt geen enkel mens verder.
    Eldridge Cleaver zei het al: wie geen deel is van de oplossing is deel van het probleem.

  4. Claar, mooie aanvulling, zo komen we verder met ons denken.
    Het hoort bij de blinde vlekken van dit denken dat de overheid gelooft dat ze van boven af normen en waarden kunnen opleggen zonder door te hebben in welke mate ze die zelf aan het ondermijnen zijn. Het staat in mijn stuk maar in één zinnetje, maar ik wil er nog eens uitgebreider op terugkomen, dat het hoort bij de paradoxen van wat ik dan maar even nieuw-rechts noem, dat de rechtsstaat mag worden aangetast om de rechtsstaat te verdedigen. Ik was nogal onder de indruk van Hans Dijkstal, duidelijk niet van mijn partij, maar zo ongeveer de laatste werkelijk integere liberaal denk ik ondertussen. Die spoog zowat vuur toen hij het er over had dat er in zijn eigen partij mensen zijn die de grondwet aan willen tasten – de vrijheid van godsdienst, van onderwijs, zonder te beseffen over hoeveel ruggen van mensen die grondwet tot stand is gekomen, hoeveel vermoorde en gemartelde mensen zei hij letterlijk.

    Dit vind ik wel ongeveer het meest verbluffende wat er nu gebeurt, dat de tolerantie waar we zo prat op gaan nu om zeep geholpen wordt – vanwege het redden van onze superieure westerse waarden. Alsof er van die waarden dan nog wat overblijft.

    Het lijkt ook alsof er bij rechts weinig meer over is van die andere prachtige westerse waarde, die van zelfkritiek. Terwijl de moslims worden verweten dat ze geen zelfkritiek hebben ziet niemand van autochtoon rechts meer de balk in eigen oog. Ik kom uit de zestiger jaren traditie waarin het zo vanzelfsprekend was dat je niet alleen kritiek had op van alles, maar ook het lef had om aan zelfonderzoek te doen en kritisch te kijken naar je eigen vooroordelen, je meegekregen racisme, seksisme, je blinde vlekken op het gebied van klasse, ik vind dat ondertussen zo’n vanzelfsprekende eigenschap van denkende mensen dat ze zichzelf niet buiten de analyse plaatsen dat ik soms echt verbijsterd ben van de complete botheid en blindheid waarmee er oordelen over gehele bevolkingsgroepen worden geveld, zonder dat diegenen maar één moment naar zichzelf kijken. Alsof we weer helemaal opnieuw moeten beginnen.

    Ik denk wel dat links zich aan het herstellen is van de verbijstering. Ik zie tenminste een tegenbeweging komen, soms met interessante coalities. Wat dat betreft zie ik het licht wel weer een beetje schijnen.

  5. Ik ben er ook voor om te kijken naar de werkelijke problemen maar kom je daar door dit stukje? Jouw idee over het ‘anti-islam paradigma’ is volgens mij zelf ook weer een paradigma. Een paradigma dat zegt dat de dingen in paradigma’s te vatten zijn.

    Daarnaast bal je opportuun een grote groep mensen samen in je zelf verzonnen en gedefinieerde ‘paradigma’. Net zoals zij hetzelfde doen met de Islam. Da’s een handige stroman want dan kun je ook over hen generaliseren.

    Ik weet niet wat dit soort definities aan de discussie toevoegen. Mijn verstand vermoedt: niks.

  6. @ Anja: er zit echter een groot verschil tussen de Cliteurs enerzijds en de Van Goghs anderzijds. De eerste groep heeft opbouwende kritiek en wil oplossingen geven voor de problematiek die er nu eenmaal is. De laatste groep zijn lieden die tegenover alles en iedereen fel zijn. Dat je je ergert aan de houding van de laatste groep, dat kan ik begrijpen. Echter, mensen als Cliteur zijn niet tegen de Islam, maar maken zich (naar mijn mening terecht) zorgen over de huidige ontwikkelingen. Het is dan ook erg belangrijk om die nuance te leggen.

  7. Van Gogh en Cliteur verschillen in stijl, maar passen beide geheel binnen het door mij geformuleerde paradigma.
    Dit is bijvoorbeeld wat van Gogh schrijft in ‘Allah weet het beter’:
    ‘Sinds 11 september, u weet wel, zijn de messen geslepen en marcheert de vijfde colonne van de geitenneukers betrekkelijk ongehinderd voorwaarts (…) Maar wat kun je in Nederland anders doen dan de samenzwering van politiek correcte politici met die onderwereld van vrouwenhatende imams, Marokkaanse potenrammers, anti-Amerika-hetzers en nog zo wat met verbazing gade te slaan?’
    En wat zegt Cliteur hierover, in Trouw (17-1-04), die heeft het over Theo van Gogh’s voortreffelijke en vermakelijke boek ‘Allah weet het beter’.
    Beide gaan er van uit dat de islam achterlijk is en beide vinden dat de westerse cultuur door de islam wordt bedreigd.
    Het verschil is dat Cliteur beter aankomt bij rechtse intellectuelen omdat bij hem de boodschap is verpakt in veel pseudowetenschappelijk jargon en versierd is met een massa verwijzingen naar filosofen, en van Gogh zijn boodschap recht voor zijn raap brengt zonder zich te verschuilen achter citaten van anderen en zich vooral populair maakt bij mensen bij wie de onderbuik luider spreekt dan de hersens.
    We kunnen er natuurlijk nog over van mening verschillen wat erger is.

  8. Alper, mijn verstand zegt dat Anja met haar paradigma-analyse een verstandige en broodnodige poging doet twee in korte tijd inmiddels behoorlijk gepolariseerde werelden, beiden verschanst en verstard in hun opinies, vlot te trekken. Want dit leidt tot niets.
    Zodat zichtbaar wordt voor iedereen, wat mogelijk gaande is. Zodat mensen misschien bereid zijn even te stoppen met het steeds driftiger en met steeds grotere woorden poneren en versterken van hun eigen mening en even willen stilstaan bij hoe ze tot meningsvorming zijn gekomen en hoe ze hun mening (laten) voeden. Ik vind dat niet zo’n gek voorstel, eerlijk gezegd.

    Je kunt concluderen, dat de paradigma-theorie in zichzelf weer een paradigma is. Slim bedacht. Maar dan ga je m.i. voorbij aan de essentie van Anja’s dringende vraag: door welke mechanismen en reflexen laten we àllemaal ons denken eigenlijk sturen? En welke valkuilen zitten daarin, voor àlle betrokkenen? En belangrijker: welke bronnen van ons denken delen we?

    Ik proef dat laatste ook in de reactie van Daniel. Natuurlijk is er een wereld van verschil tussen Cliteur en Van Gogh. Al is het maar, dat ikzelf bij Van Gogh altijd de bijsmaak heb, dat het hem eerst en vooral om zichzelf te doen is en minder om de ideeën die hij steunt. Daarom krijgt hij mij niet erg bereid, met hem mee te denken. Maar Daniel zegt in de laatste regel iets, waar ik het mee eens ben: ik proef ook dat iemand als Cliteur zich oprecht zorgen maakt om de huidige ontwikkelingen. Ik deel die bezorgdheid, denk daarom met Cliteur mee, maar deel zijn conclusies niet.

    Anja’s paradigmaverhaal liet mij beseffen, dat het zelfs al bijna niet meer is toegestaan te erkennen, dat we bepaalde inzichten en zorgen delen. In mijn lange gedachtenwisselingen afgelopen zomer op internet is het me herhaaldelijk overkomen, dat het mij door andersdenkenden zelfs niet werd toegestaan, hen gelijk te geven. Sterker nog, als ik hen openlijk gelijk gaf, of hun zorgen deelde, werd dat stug ontkend of hadden ze het domweg niet gezien.
    Dus is er geen ruimte meer, te weinig ruimte.
    Ruimte voor ‘links’ los te komen van het stereotype beeld (‘politiek-correct’, ‘linkse kerk’), waar ‘rechts’ mee schermt, of ruimte voor ‘links’ te laten zien dat het denken daar niet heeft stilgestaan en waar het toe leidt.
    Dus is er geen ruimte voor ‘rechts’ los te komen van het stereotype beeld (‘xenofoob’, ‘exclusieve denkers’), waar ‘links’ mee schermt, of ruimte voor ‘rechts’ toe te geven dat veel angsten angsten uit het ongerijmde zijn.

    Bereidheid over de paradigma-theorie na te denken en dus aan noodzakelijke reflectie te doen, biedt in elk geval nieuwe ruimte voor een ander discours. Daarom vind ik het ook niet terecht, dat de ideeën van Cliteur door Anja pseudowetenschappelijk jargon worden genoemd. Want daar gaat het niet om. Al was het zo, het maakt die ruimte weer kleiner.

    Ik ben niet naief (hoop ik). Ik ben geen consensusdenker. Ik weet ook wel, dat de loop der dingen een autonoom ritme en verloop heeft. Maar elke serieuze poging, los te komen van platte polarisatie is wat mij betreft meer dan welkom. Want het kan de loop der dingen beinvloeden.
    Amerika is een goed voorbeeld, op dit moment. Ik ben daar al jaren jaarlijks gastdocent aan een universiteit en merk in mijn contacten met vrienden daar, dat ze zich in het licht van de komende verkiezing volledig vastbijten in volledig verharde stellingname. En zich niet echt meer bewust zijn dat ze dat doen.

    Lastige materie, ik vind het moeilijk onder woorden te brengen wat ik bedoel. Maar wel belangrijk.

  9. Ik geloof dat er een verschil is en blijft, beste Daniel, in het kritisch zijn over maatschappelijke problemen of het kritisch zijn tegenover een religieuze groep die ondanks dat deze zo divers is, zal kunnen leiden tot stigmatisering. De afgelopen dagen lees ik in de kranten weer allerlei stukken over ‘Waarom de islam toch zo anders is dan het Europese christendom’. Als journalist probeer ik de stukken vooral ook te lezen als iemand die helemaal geen benul van het onderwerp heeft, want dat leerden zij ons op de School voor Journalistiek. Kenmerkend is dat ik – als ik even buiten mijn eigen referentiekader stap – vaak na het lezen van zo’n stuk tot de volgende conclusie kom: de Islam is een gevaar en moslims zijn onbetrouwbaar en mogelijke terroristen.
    Er wordt immers zo’n goed onderscheid gemaakt tussen moslims en niet-moslims dat je echt gaat geloven dat de eerste groep uit een apart soort mens bestaat. Waarschijnlijk een mens die bestreden moet worden. Immers, zij zijn gevaarlijk en tasten alle westerse normen dusdanig aan, dat Nederland dadelijk niet meer Nederland is. En dat willen we niet hebben! Vandaar dat de heer Wilders met dergelijke uitspraken volgens peilingen nu al op dertien zetels uit zou komen! Jongens, moeten we ons echt geen zorgen maken en toch vooral die golven van afkrakende kritiek beschouwen als opbouwende? Lijkt me van niet.
    Vorige week was ik overigens op een Europees congres over Armoedebestrijding in de EU en burgerschap. Uiteraard ging het tijdens deze grote conferentie in de Doelen in Rotterdam al gauw ook over etnische minderheden. Conclusie: al het mogelijke moet gedaan worden om hen goed te laten integreren en dat kan alleen als zij volwaardige burgers zijn die hun burgerschap serieus nemen. Tijdens de lunch zat ik aan tafel met een aantal Denen en een paar Duitsers. Gezellige lui. Op een gegeven moment hadden we het over Turkije en of het lid mag worden van de EU. Nu heb ik persoonlijk wel enkele kanttekeningen (mensenrechten, leger aan top van een staat, nationalisme dat bijna geen grenzen kent, ontkenning van de Armeense genocide) maar mijn tafelgenoten hadden een veel belangrijk argument: Europa is christelijk en daar past een moslimland niet in! Nadat ik een mengeling van verontwaardiging en meligheid heb weten te onderdrukken legde de heren het volgende voor:
    We praten hier al 2 dagen over armoedebestrijding en burgerschap. We willen dat etnische minderheden zich niet buitgesloten voelen of zich zo gedragen. Veel minderheden zijn echter ook moslim. Wij pleitten ervoor dat zij actieve Europese burgers worden. Als dat grote schaal gebeurt, dan dragen zij ook de maatschappij. Als volwaardige burgers zullen zij de maatschappij helpen zich te ontwikkelen en misschien dat dat enkele veranderingen met zich mee zal brengen. Een belangrijke demografische veranderingen is dat veel Europese burgers moslim zullen zijn. Europa is daarom niet meer christelijk, aangezien de islam de tweede godsdienst is. Dus als wij eisen van minderheden dat zij actieve Europese burgers worden, kunnen we niet anders dan ook erkennen dat Europa niet louter christelijk is of dat de normen en waarden en zeker de toekomstige normen en waarden die wij met elkaar bepalen christelijk gestoeld zijn, maar ook islamitisch, boedistisch of wat dan ook.

  10. Alper, je stukje was nogal ‘weg-gooierig’ naar wat ik hierboven heb geschreven, het nodigde me in eerste instantie niet uit om te reageren. Maar twee dingen wil ik nog wel zeggen. In de eerste plaats ontkomen we nooit aan generaliseren als je een probleem ziet en dat op wilt lossen, je zult altijd een analyse moeten maken van wat er aan de hand is. Daar zul je altijd woorden bij moeten gebruiken, en woorden sluiten in en uit. Zo kun je moeilijk iets doen aan, noem maar wat, discriminatie of antisemitisme, zonder te benoemen wat je daar onder verstaat en dus ook, over wie je het hebt. Wat je wel kunt doen en moet doen, is duidelijk zijn over waar je het over hebt, zodat mensen het er ook mee oneens kunnen zijn, dat heb ik hierboven geprobeerd, en de bereidheid hebben om je visie bij te stellen wanneer blijkt dat het niet klopt. Maar niemand die iets aan wil pakken kan niet-generaliseren.
    Verder – ik ga er van uit dat je niet mijn eerste stuk over paradigma’s hebt gelezen, want dan zou je weten dat ik een paradigma niet zie als een ziekte die de anderen hebben en ikke niet. Iedereen gaat uit van bepaalde aannames, bewust of onbewust. Waar het om gaat is dat we ons daarvan bewust worden, er woorden aan geven zodat er over te communiceren valt, en proberen om die aannames te toetsen. Een paradigma kun je ook weer ‘open zetten’, al denk ik dat het kenmerk van het hierboven beschreven paradigma nu juist is dat het erg zelfbevestigend en in zichzelf besloten is.
    Als ik probeer te formuleren wat mijn aannames zijn:
    Dat cultuur een veelduidig en vloeiend fenomeen is, dat het dus niet zo simpel is om het te hebben over dé Nederlandse cultuur. Dat die bovendien zowel negatieve als positieve kanten heeft. Hetzelfde geldt voor wat de islamitische cultuur wordt genoemd. Het valt volgens mij niet te ontkennen dat daarbinnen veel verandering plaats vindt en meerdere stromingen zijn. En dan het derde element, ik neem waar dat wat de migranten aan islam meenemen naar Nederland hier voor een deel van vorm verandert, zoals dat gaat met religies. Ook in Nederland zijn de kerken niet meer wat ze een halve eeuw geleden waren. Waarom zou dat niet gelden voor de islam?
    Mijn aanname is dat er heel goed samen te leven valt met verschillende culturen en religies in één land, maar dat er wel, in een wederzijds proces, wat aan gedaan moet worden. Ik ben wat dat betreft nog steeds een tamelijk overtuigde ‘multiculturalist’ om mezelf maar even in een hokje te plaatsen en van een paradigma te voorzien.

  11. @Anja: Ja, dat was expres. Ik zie de meerwaarde van meer woorden nog steeds niet.

    Zoals ik al zei je neemt wat mensen en wuift ze dan te gemakkelijk weg met ‘onderbuik’ en ‘pseudo-wetenschap’. Dat vind ik niet zo eerlijk. Hun argumenten hebben net zoveel bestaansrecht en volgens mij hebben ze het vaker bij het rechte end.

    Waar het volgens mij alleen misgaat is wanneer dat gelijk hoog van de toren wordt geblazen. ‘Wij zijn de enige’ en ‘either you’re with us or against us’, daar bereik je denk ik alleen maar mee dat je de ander op de kast jaagt en je eigen kamp ophitst.

    Ik vind het heel terecht dat je dat en de verstarring aan de kaak wilt stellen. Maar hoe wilde je dat gaan doen? Ik zie geen makkelijke oplossing. Decennia van dom beleid opschonen is denk ik niet makkelijk.

  12. Interessante bijdrage, Imad. Ik denk dat die Deense en Duitse tafelgenoten van jou precies de spijker op de kop sloegen als het gaat om de bestaande ambivalentie over het toetreden van Turkije. Ik geloof dat mensen zich niet in de eerste plaats zorgen maken over mensenrechten, maar over het binnenhalen van een moslimland in Europa. Dat is niet zo gek, gezien de anti-moslim hysterie die in Europa leeft, oftewel Anja’s anti-moslim paradigma. En dat terwijl Turkije misschien wel het meest seculiere beleid uitdraagt van alle landen in Europa.

    Precies, als minderheden geacht worden actieve burgers te worden moeten we ook erkennen dat hun religies en culturen een onderdeel zullen worden van onze cultuur. Dat is wat ik ook probeerde te impliceren in het stukje over ‘onze cultuur’ op deze site. Het is achterhaald om halsstarrig allerlei veronderstelde westerse waarden vast te houden. Natuurlijk zal onze cultuur veranderen als er grote groepen nieuwe mensen bijkomen. Maar die verandering hoeft helemaal niet negatief te zijn. In tegenstelling tot wat veel intellectuelen ons willen doen geloven, denk ik dat de meeste Nederlandse moslims erg veel waarden delen met andere Nederlanders.

Reacties zijn gesloten.