Het huis van Trees en Ali

Trees en Ali zijn vrienden van me. Trees is een Nederlandse, Ali een in Israël wonende Palestijn. Ze wonen in Sakhnin, een Arabisch stadje in Galilea. Ze hebben daar op het land dat Ali heeft gekregen van zijn familie een huis gebouwd. Dat huis wordt bedreigd.

Wat veel mensen in Nederland niet weten, of misschien niet tot zich door laten dringen, is dat de staat Israël niet alleen de Westoever en de Gazastrook bezet houdt, maar ook stelselmatig bezig is om de 20% in Israël wonende Palestijnse staatsburgers, dat is ongeveer een miljoen Palestijnen, het leven praktisch onmogelijk te maken. Ze worden behandeld als tweederangsburgers, de wet zit zo in elkaar dat er via slinkse wegen een onderscheid gemaakt kan worden tussen joodse en niet-joodse inwoners. Zo heeft iedere staatsburger in zijn paspoort staan, niet dat hij een Israëli is, maar dat hij een jood is – of niet.

Alsof ook de Palestijnen in bezet gebied leven worden ze op een steeds kleiner gebied bij elkaar gedrongen. Land dat al vele generaties lang van hen is wordt op allerlei manieren onteigend. Vergunningen om te mogen bouwen, ook op het beetje land dat nog van hen is, worden op allerlei manieren getraineerd met een lijst aan schijnargumenten. Wie toch bouwt krijgt huizenhoge boetes, moet de gevangenis in, de huizen worden vaak met geweld weer afgebroken.

Een delegatie van de SP heeft vorig jaar met eigen ogen kunnen zien hoe ook in Galilea een grootscheepse campagne plaats vindt om de streek waar nog veel Palestijnen wonen in hun eigen dorpen te ‘judaiseren’, zoals dat zo fraai heet. Alsof het gaat om nederzettingen worden de Palestijnse woonkernen zo omsingeld door militair terrein, nieuwe joodse woonwijken waar Palestijnen geen huis mogen huren, zogenaamde natuurbeschermings gebieden en andere methoden om elke uitbreiding van de Palestijnse dorpen en kleine steden tegen te gaan. We hebben ook een ‘niet-erkend’ dorp bezocht, waar Palestijnen, vaak Bedouïnen, in een soort townships, krottenwijken bij elkaar wonen en nergens recht op hebben. Die dorpen staan niet eens op de kaart.

Ali en Trees vechten al vele jaren voor het behoud van hun huis. Ze hebben al boetes betaald, Ali heeft al een paar keer in de gevangenis gezeten. Maar hun huis staat er nog steeds. Nu gaat het er echt om spannen.

De grote moeilijkheid is dat het buitenland zich hier nooit mee wil bemoeien, omdat het gaat om zogenaamde ‘binnenlandse’ aangelegenheden, hoewel het duidelijk is dat het gaat om vergaande schendingen van de mensenrechten, en een land dat zo om gaat met een groot deel van hun bevolking de naam democratie niet verdient.

Kunnen we wat doen?

Leo Hart, ook een vriend, heeft een oproep geschreven om in actie te komen. Die volgt hieronder.
Daarna het verhaal van Trees zelf, in het Nederlands, en ook een verhaal van Ali, in het engels.

Kijk of je iets kunt doen, verspreid het verhaal.
Ik zal het er ook over hebben met de Tweede Kamer-fractie van de SP

Anja

Oproep van Leo Hart:Lieve vrienden, familie en collegae,

Zoals jullie weten heb ik al weer wat jaren geleden “Trees uit Israel” ontmoet, gezien, gesproken en best veel lief en leed mee gedeeld.
De 2 keer dat ik bij hun in Israel op visite was stond de deur voor mij wagenwijd open, niet vanwege frisse lucht maar voor gastvrijheid natuurlijk.

Trees, en haar familie, hebben dan ook een bijzondere plek in mijn hart gekregen.

Zoals jullie ook weten is het waar Trees woont, zachtjes gezegd, niet altijd koek en ei. 1 geval van niet koek en ei is de volgende:

Op het land (eigen grond) van de schoonfamilie van Trees hebben Ali en Trees hun huis gebouwd, eigenhandig. En dat huis, dat huis; wil de Israelische overheid slopen. En buiten al die andere Palestijnse huizen die gesloopt worden, is dit er nu net eentje wat gewoon niet kan, mag en waartegen een luid protest moet gaan horen, zowel uit binnen als buitenland.

Onderstaand heb ik het hele verhaal, maar dan verteld door Trees zelf ingekopieerd, in het Nederlands en hetzelfde in het Engels, dan is het een stuk duidelijker voor jullie waar het precies om draait. Ik heb haar net gesproken en gezegd (gevraagd) wat ik wil doen en zij stemde volledig accoord.

Wat ik nu wil vragen aan jullie:

Israelische overheidsinstanties hebben een bloedhekel aan “bad publicity” uit het buitenland, dat de miljoenen Palestijnen in Israel protesteren, soi, daar weten zij wel mee om te gaan. Maar wij, in ons koude besneeuwde kikkerlandje, gaan een protest laten horen waar de Israelies niet blij mee zijn.

Hoe?

Het kan op 3 manieren

1.via de Nederlandse politiek (Trees is immers ook Nederlandse en deze commissie kan onze minister Bot vragen iets te doen)

De nederlandse politiek heeft een vaste commissie buitenlandse zaken, en dit zijn daar de (meeste) email adressen van:

‘Rijpstra@tweedekamer.nl’; ‘S.Dijksma@tweedekamer.nl’; ‘H.dHaan@tweedekamer.nl’; ‘A.Koenders@tweedekamer.nl’; ‘F.Timmermans@tweedekamer.nl’; ‘N.Albayrak@tweedekamer.nl’; ‘J.Geluk@tweedekamer.nl’; ‘G.vAs@tweedekamer.nl’; ‘H.Ormel@tweedekamer.nl’; ‘K.Ferrier@tweedekamer.nl’; ‘W.Duyvendak@tweedekamer.nl’; ‘T.Huizinga@tweedekamer.nl’; ‘KvanVelzen@sp.nl’; ‘s.dijksma@tk.parlement.nl’; ‘F.dNeree@tweedekamer.nl’; ‘J.vanDijk@tweedekamer.nl’; ‘T.Fierens@tweedekamer.nl’; ‘V.Tjon-A-Ten@tweedekamer.nl’; ‘f.karimi@tk.parlement.nl’

2.of rechtsreeks via de fax, naar het “provinciehuis” van Misgav

fax nummer:

00 972-4-9990107

3. naar de verantwoordelijke Israelische politici landelijk gezien, dat kan ook via de email:

Minister Mr. Efrayim Eitam sar@moch.gov.il
Director Mr. Avi Maoz mankal@moch.gov.il
Spokesman Mr. Kobi Bleich dover@moch.gov.il
Public Relations Mr. Avraham Rabinovitz pniot@moch.gov.il

Wat moet je sturen tegen de dames en heren welke hier naar moeten luisteren;

Ik heb aan Trees gevraagd of hun verhaal (mee)gezonden mag worden, ja, dat vond ze meer dan prima, maar er moet ook iets bij.

Laat een menselijk protest horen in de begeleiding, het kan niet dat men land inneemt, je geld moet betalen en het vervolgens toch weer kwijt raakt. Het kan niet dat een land, wat zegt democratisch te zijn, en welke graag bij het westen wil horen, dat zij zomaar land kunnen confisceren ten faveure van Joodse mensen ipv de reeds gevestigde Arabische mensen. Dat moet duidelijk te horen zijn in de begeleiding van jullie.

Mochten jullie vragen hier over hebben, bel me of mail me. Maar laten we ajb iets van ons laten horen zodat Trees, Ali en de kinderen gewoon in hun eigen huis en op hun eigen grond verder kunnen met hun leven.

Vast bedankt

Liefs

Leo

Het verhaal van Trees

Sakhnin 27-02-2005.

Sinds 1993 wonen wij in Sakhnin. Wij, dat zijn mijn man Ali, mijn dochters Dina en Jeanne-Aouda en ik dus, Trees Kosterman. Ik ben Hollandse. Mijn man Ali komt uit Sakhnin. Sakhnin is een Arabisch stadje in het noorden van Israel, in Galilea.

In Israel wonen een miljoen Palestijnen. Dit zijn de mensen en nazaten van diegenen die niet gevlucht zijn in 1948 (het ontstaan van de staat Israel).

Sakhnin is een stadje met 25 000 inwoners. Dichtbijzijnde bekende plaatsen zijn Haifa (40 kilometer ver) Akko (20 kilometer) en Nazareth.

Toen wij in 1993 terugkwamen uit Nederland, kregen we een stukje land van de vader van Ali om een huis op te bouwen. Dit land was al decennia’s lang het bezit van Ali’s vader. De oppervlakte van het land is 6 dunum. Een dunum is 100 vierkante meter.

Wij gingen naar het gemeentehuis van Sakhnin om een verguning aan te vragen om het huis te gaan bouwen. Maar wat schetst onze verbazing toen men daar zei dat precies ons stukje land sinds kort binnen de grenzen van Misgav regionale raad viel. Misgav is een gemeente die ongeveer 30 nederzettingen onder zijn beheer heeft. In deze nederzettingen wonen ongeveer 16 000 mensen . Allen Joodse Israeliers, geen Arabieren.

Wij zijn toen, in 1995 naar de gemeente Misgav gestapt om een bouwvergunning aan te vragen. En deze werd geweigerd. De reden hiervoor was dat men had beslist dat ons land alleen voor landbouw doeleinden gebruikt mocht worden. Misgav wil een groene zone behouden tussen de nederzettingen en de Arabische dorpen en steden.

Een andere reden om een vergunning voor ons te weigeren was dat Misgav zei dat ze niet genoeg land hadden.

Om even een vergelijjking te maken. Sakhnin heeft 25 0000 inwoners en heeft binnen haar landgrenzen 9700 dunum . maar men heeft jurisdictie over 5000 dunum. De andere 4700 dunum valt ook onder de jurisdictie van Misgav. Misgav heeft 16000 inwoners en heeft binnen haar landgrenzen 190 000 dunum. Tien keer zoveel als Sakhnin, met een beduidend minder aantal inwoners.

Wij hebben meerdere malen een vergunning gevraagd, maar die werd iedere keer geweigerd. Om de situatie wat duidelijker te maken. Onze buren van Sakhnin wonen 6 meter van ons vandaan. Onze buren van Misgav wonen in vogelvlucht een kilometer van ons vandaan. In feite is het zo dat onze keuken bij wijze van spreken in Sakhnin is en onze zitkamer in Misgav.

Affijn, wij hebben 4 jaar bij een broer van Ali ingewoond, maar dit werd een onhoudbare situatie. Dus besloten we in 1998 om ons eigen stukje grond te kraken. We hebben er toen een caravan opgezet, en zijn daarin gaan wonen.

We woonden een dag of drie in de caravan en daar hadden w e de eerste vernietingsorder voor de caravan te pakken. Het planning comitee van Misgav gaf ons de order om de caravan te vernietigen. Toen wij dat weigerden, ging Misgav naar de rechter om op zo’n manier een vernietigingsorder te krijgen. We kregen een boete van 6000shekel (1300 Euro) opgelegd. En de vernietigingsorder bleef staan.

Nadat we een jaar in de caravan gewoond hadden, besloten we om te beginnen met de bouw van een huis. De caravan was niet erg geschikt om voor een lange tijd in te wonen, met kinderen. Bloedheet in de zomer, nat en koud in de winter, en veel te klein. Het was eigenlijk afschuwelijk om daar in te wonen.

In twee maanden hadden we ons huis min of meer gebouwd, met de hulp van vele mensen uit Sakhnin. Maar binnen een paar dagen kwam men ons een vernietigingsorder brengen. Hierin stond dat we het huis binnen 72 uur moesten ombuldozeren. Als we het zelf niet deden, dan zouden zij komen en moesten wij zelf de kosten betalen voor het vernietigen. Vele mensen uit Sakhnin kwamen naar ons toe om het huis te verdedigen.

Onder druk van vele mensen, ook inwoners uit Misgav, beloofde het planning komitee ons in principe een vergunning, mits wij de nodige documenten en tekeningen zouden leveren. We zijn hier aan begonnen, maar niets werd geaccepteerd, en het werd een groot burocratisch gevecht.

Tegelijkertijd werden wij aangeklaagd door Misgav voor het niet uitvoeren van de vernietiging van het huis. Een boete van 5 000 shekel (1000 Euro). Dit is nog een keer gebeurd en toen kregen we een boete van 10 000 shekel (2000 Euro).

Vorig jaar heeft het ministerie van binnenlandse zaken een planning komitee in het leven geroepen, om de landproblemen tussen Sakhnin en Misgav op te lossen.

De gemeente Sakhnin heeft van Misgav gevraagd om haar grenzen te verleggen, zodat Sakhnin de beschikking heeft over 8 500 dunum meer (85 hectare). Maar Misgav wil alleen maar 350 dunum (3 en een halve hectare) teruggeven. De onderhandelingen zijn nog steeds bezig.

Misgav heeft ons vorig jaar weer aangeklaagd voor het bouwen van een huis zonder vergunning en voor het overtreden van de wet. Dus in Oktober 2004 stonden wij voor de rechtbank in Akko. De rechter in Akko, de Heer Alter, wilde niet precies weten wat de situatie nou was, en veroordeelde ons tot het betalen van een boete van 7500 shekel (1500 Euro) en gaf ons twee jaar de tijd om de vergunning te krijgen van datzelfde Misgav. Volgens de rechter hadden wij gefaald in het uitvoeren van de vorige rechtbank uitspraak, namelijk of het vernietigen van het huis, of het verkrijgen van een vergunning van Misgav. Maar, zeiden we, Misgav zal ons nooit een vergunning toekennen. Maar dat was zijn probleem niet.

We kregen de mogelijkheid om deze boete maandelijks af te betalen. 250 shekel (50 Euro) per maand. Daar zijn we aan begonnen. Maar helaas, dit was niet genoeg voor Misgav, en die ging in beroep. De straf was volgens hen te licht voor criminelen zoals wij.

17 februari stonden we weer voor de rechter. De rechtbank in Haifa. Hier waren zelfs drie rechters aanwezig, De heer Na’aman, de Heer Jarjorah en de Heer Shapira.

Wij vertrouwden erop dat deze rechters het beroep niet zouden belonen, we waren er erg optimistisch over.

Maar we hadden het verkeerd. De drie rechters verdubbelden de boete, van 7500 tot 15 000 shekel (5000 Euro), maar wat eigenlijk nog erger is was dat ze ons nog drie maanden gaven om een vergunning te krijgen. Dit betekent dat ons huis wrsl. binnen drie maanden tegen de vlakte gaat, daar Misgav ons nooit een vergunning zal toekennen. Wij hebben onze hoop gevestigd op de resultaten van het planning komitee. Namelijk dat we hopen dat Misgav land aan Sakhnin terug zal geven. En dat ook ons stukje land daarbij inbegrepen is. Maar dit gaat nog een hele tijd duren, volgens de gemeente Sakhnin kan dit nog jaren duren. Totdat het zover is leven wij onder een cosntante dreiging van huisvernietiging, en zelfs al vernietigt men het huis niet, deze boetes breken ons helemaal, want we kunnen het gewoon niet betalen.

Een alternatief voor het betalen van de boete is om 70 dagen naar de gevangenis te gaan. Ik zit er serieus over na te denken om dit dan maar te gaan doen. Mijn man Ali is al een paar keer opgepakt, omdat we de vorige boetes niet precies op tijd betaalden, en heeft al een paar weken achter tralies daardoor doorgebracht. Maar eigenlijk wil ik dit niet meer. Het ontregelt je hele leven. Hij is daardoor zijn zaak kwijtgeraakt.

Ik heb het gevoel dat we in een Kafkaiaanse hel leven. En ik weet niet meer hoe daaruit te komen.

Daarom willen wij vrijdag de 4de maart om drie uur smiddags een bijeenkomt houden, voor ons huis. We hopen dat er zoveel mogelijk mensennaar Sakhnin komen. Journalisten, inwoners van Sakhnin, iedereen is welkom. Tijdens deze bijeenkomst willen we precies uitleggen wat er aan de hand is, en het publiek laten zien in wat voor bizarre situatie we zitten.

Ook willen we hierbij een film draaien “My land” die gaat over de problemen die Sakhnin heeft.

Kennen jullie mensen die hier in Israel wonen, en geinteresseerd zijn, stuur ze deze brief toe.

We zijn te bereiken onder

Tel: + 972- (0) – 6745821

Mobile + 972 ((0) 508-715862

Of email ally_z@netvision.net.il of trees_kosterman@yahoo.com

Trees Zbidat-Kosterman
Sakhnin

Het verhaal van Ali
Co-existence and good neighbour-hood a la Misgav regional council

In October 13, 2004 I ought to stand before the judge M. Alter from the magistrate court in Akko. The charge against me was introduced by the local planning and building committee of Misgav, which accused me that I didn’t fulfil previous decision of the court ordering me to destroy the house unless I got a permit from the same committee.

In that hearing mentioned above, the judge found me guilty without entering the content of the issue: why I didn’t destroy the house? Why I didn’t get a permit? Etc. he said that I didn’t fulfil the court order, and that’s enough to convict me.

The punishment was:

1- To pay a fine of 7500 shekel or 35 days detention. I can pay the sum in 30 payments of 250 shekel every month.

2- To sign a financial guarantee of 15000 shekel, to guarantee that I don’t break the planning and building law for 3 years, beginning from 1/7/2006. Or 70 days detention in stead.

3- 3 months arrest of judgement for 3 years stating from 1/7/2006

In spite of the injustice of this sentence I had to accept it, and began paying the fine regularly, hoping that the whole problem would be solved, especially because the municipality of Sakhnin and the regional council of Misgav, with the help of the help of the border committee assigned by the interior minister.

But it seems that Misgav regional council and its planning committee have a different idea, they thought that the punishment was too light which could ‘ encourage law breakers’. So they appealed to the district court in Haifa.

The hearing for the appeal was in 17/2/2005 in front of the judges: M. Na’aman, R. Jarjorah and R. Shapira. To be honest I was that morning optimistic and quite sure that the district court will reject the appeal and keep the old sentence.

But hope is something and reality is something else. All 3 judges agreed that the fine should be doubled to 15000 shekel or 70 days of imprisonment. And for the other parts, the guarantee and the conditional arrest, the period of the one and half year was reduced to 3 months.

To show the reader how much this decision and the previous decisions were not fair, I would bring some facts which even judges didn’t listen for:

I built a small house for my family on my own land which I inherited from my father and which is registered in the taboo. The land is located inside Sakhnin town and surrounded with legal houses from 3 directions. The nearest house is 6 meters far from my house.

2- With arbitrary and not understood way, this piece of land was annexed to the administrative jurisdiction of Misgav council; this fact is the source of all my problems. Because this council decided that this area should stay a ‘green zone’ to separate between Sakhnin and the Misgav settlements.

3- Trying not to break the planning law, I requested officially, through the municipality of Sakhnin, in 1995 to allow me just as any other citizen to build a legal house. But the Misgav committee rejected my request and claimed that Misgav suffer from lack of lands and they won’t give any centimetre back to Sakhnin, the opposite, they want to widen their zone.

4- Other requests which were brought before the committee in 1996 and 1997 were also rejected. In spite the promises to widen the juridical area of Sakhnin.

5- In 1998, after 50 years of the Nakba, and after the confiscation of 93% of the Palestinian land, and the destruction of more than 500 villages, in the other hand, not one small village for the Arab citizens have been build. I decided to put a caravan on my land and to live with my family in it.

6- Afte ra few days, the Misgav planning committee came with its first administrative order to destroy the caravan, and when I didn’t do it, they went to the court to get a juridical demolish order.

7- After one year living in the caravan, and because it was in bad situation, and doesn’t fit as a home anymore, we decided to build a house in the same place. Again and very fast Misgav issued an administrative and then juridical demolition order. The top was when they threaten to destroy the house within 72 hours. Many people from Sakhnin and out of Sakhnin hurried to defend the house with their bodies.

8- Under increasing popular pressure, even from people who live in Misgav settlements, the planning committee of Misgav agreed to grant principally a permit to the house, and asked to provide the necessary maps and documents. Here began new stage of delaying and bureaucracy. And in the same time sued me for not fulfilling the court order.

9- Last year the interior minister assigned a border committee to treat the conflict between Sakhnin and Misgav. The municipality of Sakhnin asked to widen its zone with 8500 dunums, while Misgav agreed to pass over only 350 dunums as corrections in the border in some places. The negotiations didn’t finish yet. Some people are optimistic about the results. I’m not one of them. Even so, I wish that I’m wrong and Sakhnin will get back some of its land which was lost during the past.

The more Misgav regional council talks about good neighbourhood and co-existence the more they became obstinate and arrogant. Misgav says sweet words about co-existence but its deeds are the opposite.

Therefore we call all people and organizations that care for human rights to come and join us in mass meeting in front of the house. To express our rejection of the policy of house destruction, and the strangling of the Arab towns and villages.

Friday, 4, March, 2005

At 3 o’clock pm

In Sakhnin, the house of Ali and Trees Zbidat

Note: the full program of this popular meeting will be announce soon

For more info: 050-8715862

04-6745821

email;ally_z@netvision.net.il

trees_kosterman@yahoo.com

9 gedachten over “Het huis van Trees en Ali

  1. Anja, ontzettend bedankt. Ik realiseer me wat een gelukkig mens ik ben. Om zoveel aandacht te krijgen. De meeste Palestijnen hebben dit geluk niet. maar al die aandacht schijnt indruk te maken. gisteren kregen we bezoek van de politie, die ons beiden een persoonlijke uitnodiging gaf, op naam, om om 1700 uur op het politieburo Misgav te komen. na overleg met een advokaat besloten om te gaan. na eerst een half uur gewacht te hebben, werden we geroepen door een Shin beth figuur, strak zwart truitje en van dat kortgeknipte haar. Hij wilde ons apart hebben, maar dat accepteerden we niet, of samen of helemaal nieit. hij zwichtte. daarna werd de deur achter ons dichtedaan en deze meneer, genaamd Erez, begon een sociaal praatje. Ali vroeg hem waar voor we hier nu moesten zitten, want we hadden geen zin in dat sociale praatje. oke, to the point, ze hadden in een krant een advertentie gezien over de solidariteits-vergadering die wij morgen willen houden. dat loog hij, we hebben geen advertenties geplaatst, maar affijn. Hij vertelde ons dat we in dit land mochten praten zoveel we wilden en mochten discussieren zoveel we wilden. maar we mochten geen dingen doen tegen de wet. Nee natuurlijk niet meneer, dat doen we niet. het was een waarschuwing en een poging om ons te intimideren. daaarna vroeg hij ons ook nog om een verklaring te ondertekenen, die zei dat wij niets tegen de wet zouden doen. maar dat vond ik niet nodig, en zei dat ook, wij doen niets tegen de wet, punt.
    En toen mochten we weg.
    Toen we weer buiten stonden kreeg ik een echte ouderwetse giechelbui. het was ook zo bizar. Maar zo zie je, ze weten alles, en proberen je bang te maken. Ik moet je vertellen dat ik hem ook wel een beetje zat te knijpen. Maar dat was gauw over. de idioten.Daaaaaaaaaaaaaag

  2. Ik stuur het direct door!
    Anja, om te voorkomen dat we dubbel werk doen: heb jij dit toevallig ook naar de ‘Golfgroep’ van Aafke Steenhuis (en anderen, waaronder Anne Ruth Wertheim)gestuurd?
    En eigenlijk zou Tribune hier over moeten schrijven…

  3. Wat een waanzinnige geschiedenis, Trees en Ali! Ronduit schandalig! In principe weet je dat deze dingen gebeuren, maar als je meer komt te weten over zo’n concrete, individuele situatie sta je er toch weer versteld van hoe mensen en hun organisaties dit soort dingen andere mensen aan kunnen doen. Inderdaad heel Kafka-achtig. Maar in het algemeen helpt publiciteit en druk vanuit het buitenland wel(vanwege de “goede naam” die moet worden opgehouden), dus: we moeten aan de slag!

  4. Ik dank jullie heel erg, en wat ik nog even wil benadrukken, ik ben een gelukkig mens dat ik ons probleem kenbaar kan maken en we daarin zoveel steun krijgen. maar alleen hier in Galilea zijn 15 000 demolition orders op Arabische huizen, terwijl de nederzettingen zich uitbreiden. Deze demolitions worden ook regelmatig uitgevoerd.Ik hoop dat, mocht het voor ons goed verlopen, dit ook voor al die anderen iets op zal leveren. Mochten jullie meer willen weten, neem contact op.
    En nogmaals bedankt

  5. Ik heb in de jaren 83-84 in Israel gewoond en gewerkt in een ziekenhuis, had daar veel contacten met israelische Palestijnen, ook toen gebeurde er dit soort waanzinnige dingen. Het is een van de redenen waardoor ik het idee van de onschuld van Israel verloor. Ik wens jullie heel veel sterkte en zal proberen te doen wat ik kan. Ik ga al die politici mailen, etc. Niet dat ik echt denk dat het zal helpen, maar je weet maar nooit.

  6. Beste Anja,

    Heel goed om de oproep op je weblog te zetten! Dank!!!

    Nog even wat belangrijke extra info:

    Brieven/faxen naar het provinciehuis van Misgav kunnen ter attentie van de burgervader gestuurd worden. Dit is de heer Erez Kreizler.

    Ik rep in mijn oproep dat het land, waar Trees en Ali hun huis staat, in bezit is van hun. Ik werd geattendeerd dat bezit iets anders kan zijn dan eigendom.

    Voor de goede orde, de grond is eigendom (dus ook rechtstechnisch) van de familie van Ali.

    Verder is het m.i. goed om ook de Nederlandse ambassade in Tel Aviv en het Nederlandse consulaat te Haifa te winnen om deze kwestie aan te pakken. Hun email adressen zijn resp. nlgovtel@012.net.il en nlconsul@zahav.net.il

    Wat Trees ook schrijft is dat hun situatie niet identieek is maar een struktureel probleem. In die zin kan de NL Ambassadeur in Tel Aviv middels zijn wekelijkse rapportages naar het ministerie van Buza aankaarten.

    Groeten

    Leo

  7. Het heeft er dus alle schijn van dat men wat de Palestijnen betreft aan de Israelische zijde van de ‘groene lijn’ op officieuze en slinkse wijze tracht te doen wat men op de West Bank al sinds jaar en dag op ‘officiele’ en ‘wettige’ wijze doet.

    Tot 1979 werd Israeli landroof daar voornamelijk gerechtvaardigd door te verwijzen naar de noodzaak van militaire veiligheid. Een militaire commandant gaf, in een beedigde verklaring, zijn redenen, en de Minister van Defensie gaf daar ruggesteun aan in een aanvullende verklaring. Op den duur bevredigde deze gang van zaken de machthebbers niet. De aangevoerde redenen waren vaak duidelijk absurd en bovendien kon men, bij deze gang van zaken, in juridische problemen verzeild raken. Hoewel een beroep door de eigenaren op rechtsinstanties gewoonlijk vergeefs was (het Israelische Hooggerechtshof nam gewoonlijk de militaire verklaringen voor zoete koek aan) kon men toch verstrikt raken in formaliteiten en onwelkome publiciteit oproepen.

    Het Israelische hooggerechtshof werd voorts in 1979, in de zgn. Elon Moreh-zaak, geconfronteerd met een geval van landkonfiskatie die duidelijk niet voor militaire maar civiele, zelfs ideologische, doeleinden was geschied. Het hooggerechtshof besliste daar categorisch dat land in prive eigendom niet onteigend kon worden (in bezet gebied is dit in strijd met het internationale recht).

    Het probleem was dus hoe prive eigendom te onteigenen onder het voorwendsel dat men hier met land in openbaar eigendom te maken had. Likud’s juridische ster, Mevrouw Plia Albek, die vanaf 1979 hoofd van de burgerlijk rechtsafdeling van het Ministerie van Justitie was, loste dit probleem op haar eigen wijze op.

    In de eerste plaats werd de beroepsinstantie gewijzigd. Voortaan moest zo’n beroep direct naar een militaire commissie, bestaande uit leden van het militaire bestuur van de West Bank, gaan. Het werd dan achter gesloten deuren gehoord, zodat onwelkome publiciteit vermeden kon worden.

    Verder vond Mevrouw Albek, na ijverig graafwerk, twee het agrarisch recht betreffende voorschriften uit de Ottomaanse periode van Palestina. De eerste daarvan dateerde uit 1855, is in Turkije zelf al lang herroepen en wordt in Israel niet toegepast. Dit voorschrift hield in dat land dat niet door de Sultan expliciet aan anderen was toegekend, hem toebehoorde tenzij het zo dicht bij een stads- of dorpskern gelegen was dat een op dat land gepleegde gil daar gehoord kon worden. Dit soort tests werden in alle ernst uitgevoerd door Israelische ambtenaren (vaak nadat die stad of dat dorp aan een avondklok was onderworpen).

    Het tweede Ottomaanse wetsartikel dat Mevrouw Albek aanstond hield in dat een stuk grond dat voor een aantal jaren niet als weide- of bouwland was gebruikt ook aan de Sultan toebehoorde – onafhankelijk van het feit of het al of niet op beschreeuwbare afstand van een stads- of dorpskern gelegen was.

    Israel beschouwde zich in deze zaken kennelijk als de rechtopvolger van de Sultan en nam zo land in beslag zonder daarvoor een cent schadevergoeding te betalen. Mevrouw Albek en Sharon, die in het kabinet Begin Minister van Landbouw en Voorzitter van de Ministeriele Commissie voor de ‘Settlements’ was, moesten zich soms wel enige moeite getroosten om des Sultans voorschrift in practijk te brengen. Zo las ik ergens hoe ze, transpirerend en hijgend, een heuvel opklommen om daar, aan de hand van de dichtheid van geitekeutels, vast te stellen of het land al dan niet recentelijk als weidegrond gebruikt was.

    Op deze wijze had Israel al bij het begin van de negentiger jaren meer dan de helft van de grond van de West Bank gekonfiskeerd. Voortaan kon dit land slechts door Joden worden gebruikt. Israelische staatsburgers die niet als zodanig getypeerd konden worden mochten er zich niet vestigen en Palestijnen, inclusief de beroofde eigenaren, hadden er zelfs geen toegang.

    Hoe vond zo’n beroofde Palestijn uit dat zijn land was gekonfiskeerd? In theorie werd hier van eerst kond gedaan aan de muhktar (dorpsoudste) die vervolgens de betrokken eigenaren moest inlichten. Maar aangezien het in beslag te nemen land vaak maar vagelijk was geidentificeerd en veel dorpelingen gewoonlijk niet op goede voet stonden met de meestal door het militaire bestuur benoemde dorpsoudste, was een vreemde bulldoser die het land bewerkte vaak het eerste teken dat het in beslag genomen was. Er was, zoals ik zei, een mogelijkheid van beroep op een ‘Militaire Bezwaren Commissie’. Het was dan aan de eigenaar om te bewijzen dat de grond persoonlijk eigendom was. Binnen vijfenveertig dagen na kondgave dat het land in beslag genomen was. moest de eigenaar dit beroep instellen en het funderen op een door een gekwalificeerde landmeter gemaakte kaart en een beedigde verklaring die aangaf waarom de grond persoonlijk eigendom werd geacht, plus de documenten waarop deze claim was gebaseerd.

    Het was hier waar hem hoofdzakelijk de schoen wrong. Een eigenaar kon alleen eigendom bewijzen op grond van hoofdzakelijk Ottomaanse, Britse of Jordaanse documenten (ze konden dit niet doen op grond van Israelische documenten want de in 1968 uitgevaardigde legerorder no. 291 schortte landregistratie voor onbepaalde tijd op). Maar dit vereiste was een levensgroot obstakel voor veel eigenaren want velen van hen hadden zulke documenten niet. De Britten introduceerden kadastrale registratie in het mandaat gebied en de Jordaanse regering zette dit voort gedurende de periode dat het daar souverein was. Maar in 1967 was pas een derde van dit land geregistreerd en de Israeli’s stopten, zoals gezegd, het hele registratieproces. In de dagelijkse practijk leverde die gebrekkige registratie voor 1967 geen problemen op. De dorpelingen wisten precies welk stuk grond aan wie toebehoorde en welk gebied gemeenschappelijk eigendom was.

    Dit is geen ongewone situatie in landen met een gebrekkige kadastrale registratie. Als de Filippijnse staat bijv. het standpunt zou innemen dat land waarop geen door expliciete documenten gesteunde titel bestaat staatseigendom is, kon het morgen nog het overgrote deel van de agrarische grond in beslag nemen. Documentair bewijs van eigendom, zo men het ueberhaupt al heeft, bestaat daar vaak uit niet meer dan een ontvangstbewijs voor de op de grond betaalde belasting. Palestijnen hebben soms ook zulke belastingpapieren maar die worden door het Israelische militaire bestuur niet als bewijs van eigendom aanvaard.

    Maar stel dat een eigenaar zo gelukkig was min of meer expliciete documenten te hebben. Dan begonnen vaak zijn moeilijkheden pas. Ottomaanse en Jordaanse documenten konden in veel gevallen slechts met moeite ontcijferd worden en het was vaak ook niet duidelijk waar nu precies de betreffende grond zijn grenzen had omdat die waren aangegeven in niet langer bestaande markatiepunten. Bovendien gaf het militaire bestuur niet altijd precies aan welke grond in beslag was genomen zodat, als men al slaagde om binnen de aangegeven periode beroep in te stellen en, met zijn (dure) advocaat en de (dure) door een landmeter vervaardigde kaart, bij de beroepscommissie arriveerde, men daar vaak tot de ontdekking kwam dat het om een ander stuk grond (van soms dezelfde eigenaar) ging.

    Deze quasi-wettelijke methoden die de illusie moeten handhaven dat Israel toch een rechtsstaat is stapelen de ene onbillijkheid op de andere. Ten eerste is daar de fictie dat de Ottomaanse sultan inderdaad de supreme landeigenaar was. Deze fictie werd ook vaak in koloniale staten (inclusief Nederlands Indie) gehandhaafd. De pre-koloniale vorst, zo nam men aan, was de ultieme landeigenaar. Zijn rechtsopvolger, de koloniale staat, was dus gerechtigd tot het zelfde landbezit.

    Ten tweede is er de fictie dat privaat landeigendom voornamelijk van individuele aard is. Het gouvernement van Nederlands Indie baseerde zich voor lange tijd ook op een dergelijke fictie totdat door adatdeskundigen werd aangetoond dat er zo iets bestond als een gemeenschappelijke ‘beschikkingskring’ in en rondom het dorp – een recht van alle leden van de dorpsgemeenschap om vrijelijk gebruik te maken van alle land, water en andere hulpbronnen binnen een bepaald gebied. Ook op de West Bank werd tot aan 1967 zo’n recht erkend – een recht dat niet noodzakelijk hoefde te blijken uit actueel gebruik (Sharon’s geitekeutels). De grond kon namelijk ook bestemd zijn voor toekomstige uitbreiding van het dorp. Er is aan Israelische kant tot dusver geen Van Vollenhoven opgestaan en de beschikkingskring wordt genegeerd. Israel stelt de grenzen van het dorp unilateraal vast op grond van luchtfotografie.

    Ten derde is er het vereiste dat landeigendom moet worden aangetoond door bepaalde documenten – documenten die eigenaren wier land al vele geslachten in de familie is vaak niet hebben. Ik weet van geen enkele koloniale administratie die een dergelijke onredelijke eis durfde stellen in een gebied met gebrekkige landregistrering.

    En ten vierde maakte de manier waarop het Israelische bestuur de eigenaar informeert over de inbeslagname het erg moeilijk en kostbaar voor hem of haar om beroep aan te tekenen.

    Ik heb hier niet gesproken over de puur wettelijke aspecten van de zaak. Daar de in beslag genomen grond vaak voor ‘settlements’ wordt gebruikt is het so wie so al duidelijk dat landkonfiskatie volgens het internationale recht in onwettige daden uitmondt (zoals bekend heeft het Internationale Hof van Justitie beslist dat de ‘settlements’ op basis van de Vierde Conventie van Geneve illegaal zijn). Maar het recht dat geldt in bezette gebieden is ruimer dan dat en, behalve in die Vierde Geneefse Conventie, ook uitgespeld op de bij de Haagse conferenties van 1899 en 1907 gesloten overeenkomsten en de twee protocollen van 1977 die de Conventies van Geneve aanvullen. Een van de duidelijkste trekken van het recht dat geldt voor bezette gebieden is dat de bezettende macht geen recht heeft prive eigendomsrechten te verstoren.

    Israel heeft dat op ruime schaal in de praktijk wel gedaan maar de schijn op proberen te houden, via de door Mevrouw Albek c.s.ingestelde procedures, dat het zich toch als een rechtsstaat gedraagt. In theorie heeft men het prive eigendom gerespecteerd. In de praktijk heeft men het in veel gevallen vrijwel onmogelijk gemaakt om dit eigendom te bewijzen.

    Over landannexatie in Oost Jeruzalem heb ik hier nog niet eens gesproken. De situatie ligt er wat anders maar is daar evenzeer een zaak van gelegaliseerde landroof.

  8. Naschrift bij mijn vorige brief:

    Ik heb nog verzuimd om in mijn vorige brief aan te geven dat wanneer een Palestijnse landeigenaar die vreemde bulldoser op zijn land ziet verschijnen het spel voor hem al zo goed als voorbij is, zelfs al heeft hij een bundel documenten om zijn eigendom te bewijzen. Die bulldoser is een teken dat de Custos van Staatsgrondeigendom wschl. al een overeenkomst heeft aangegaan met een derde betreffende de bestemming van het land (meestal bouw van ‘settlers’’ woningen). Legerorde no.59 art. 5 voorziet handig in die mogelijkheid. Zij stelt: ‘ Elke in goede trouw voltrokken transactie tussen de Custos en een andere persoon betreffende land dat de Custos, ten tijde van de transactie, als staatseigendom beschouwde, zal als bindend worden beschouwd en niet ongedaan gemaakt, zelfs als bewezen mocht worden dat de betrokken grond geen staatseigendom was toen de transactie werd voltrokken’.

    Gegeven deze bepaling en de eerder geschetste onmogelijke vereisten betreffende de documentatie van grondeigendom komt de beroepsmogelijkheid van een Palestijnse landeigenaar betreffende in beslag genomen grond ongeveer overeen met die van een man die wordt gevonnist om van de tiende verdieping te worden geworpen onder aantekening dat hij, ter hoogte van de negende, een beroep in mag stellen.

Reacties zijn gesloten.