Ceylan in Zijwind

Pas verscheen een interview met Ceylan Pektas-Weber in Zijwind, een oecumenisch vrouwenblad. Het geeft een mooi antwoord op de malle beschuldiging van Nahed Selim waar ik me onlangs kwaad over maakte, dat Ceylan orthodox zou zijn en daarom geen moslimfeministe kan zijn. Oordeel zelf. Lees.

Ceylan Pektas Weber

Vertrouwen in Allah, investeren in mensen

In 1962 werd ik als oudste dochter in een gemengd gezin geboren, mijn moeder kwam uit een groot arbeidersgezin en mijn vader uit een zogenaamd ‘gegoede middenklassegezin’. Zij waren allebei katholiek en in mijn vroegste kinderjaren gingen wij samen naar de kerk. Ik genoot daar van, hoewel de preek soms wel lang duurde. Op mijn 7e jaar deed ik mijn eerste communie en ik herinner mij de ceremonie met de heilige hostie alsof het gisteren was. Vooral het ritueel waarbij de pastoor de hostie aanbood, gaf mij een gevoel van verbondenheid. Toen mijn ouders niet meer naar de kerk gingen, ben ik nog een lange periode als enig gezinslid naar de zondagsdiensten blijven gaan, samen met een buurmeisje. Achteraf weet ik dat ik mij toen al gerustgesteld voelde door de gedachte aan een Schepper van het alles, aan wie je alles mocht zeggen of vragen. Ik pak de laatste tijd mijn kinderbijbel nog wel eens, die ik in 1970 bij mijn eerste communie kreeg. In de hitte van het ‘hoofddoekendebat’ waaraan ik nu gewild en ongewild regelmatig meedoe, is het grappig om te zien dat alle respectabele, kuise vrouwen in die Bijbel gesluierd zijn. Alleen de ‘overspelige vrouw’ heeft lange, wapperende haren …

In mijn puberteit ging ik minder naar de kerk, maar bij hoogtijdagen was ik er toch wel vaak te vinden. Op mijn 21e voelde ik mij er na de nachtmis ineens niet meer thuis. Ik weet nog steeds niet wat daar gebeurd is, maar ik denk soms dat ik het gevoel van verbondenheid plotseling niet meer had. Ik herinner me dat de pracht van de kerk nogal schril afstak tegen het feit dat na afloop iedereen zachtjes de kerk uitschoof en zijns weegs ging, meestal zelfs zonder kerstwens aan een ander te zeggen. Ondanks de enorme kritische sfeer rondom moslims van dit moment, kritiek die ik soms in zekere mate ook deel, merk ik de laatste tijd vaak dat het gevoel van verbondenheid dat ik met moslims ervaar, zelfs met degene die ik niet ken, heel erg fijn vind.

In de volgende vijf jaar heb ik onder andere protestante diensten bezocht en met jehovagetuigen gesproken. Ik heb me ook verdiept in esoterische levensbeschouwingen, maar nergens vond ik wat ik zocht. Totdat op een avond mijn vriendin voor mijn deur stond met twee Turkse mannen. Zij had een relatie met één van beide mannen. En zijn jongere neef is intussen al zestien jaar mijn partner. Het was liefde op het eerste gezicht, en datzelfde gold eigenlijk voor de islam. Al heel snel begonnen hij mij daarover te vertellen.

Twee dingen spraken mij heel sterk aan. Allereerst het feit dat er in de islam geen tussenpersonen zijn tussen een mens en God. Er is ‘niemand die vóór en niemand die tégen je kan spreken’ bij het laatste oordeel. Dat wijst op een heel rechtstreekse relatie tussen mij en mijn Schepper, en die ervaring sterkt mij dag na dag.

Het tweede dat mij erg aansprak was de verwevenheid van de geloofsleer met het dagelijkse leven. Ik ervaar dat de islamitische geloofsrituelen, wel bekend als de vijf zuilen, mij helpen om de verbinding met God en met het geloof levend te houden en mij bewust te zijn van mijn verantwoordelijkheid maar ook van mijn rechten als gelovige (op genade en begrip bijvoorbeeld). Maar ook een gezegde als ‘een glimlach naar een voorbijganger is liefdadigheid’ brengt de kern van de islam voor mij dichtbij.

Een half jaar nadat ik mijn partner leerde kennen, ben ik moslim geworden, voor alle duidelijkheid: geheel uit vrije wil. In de tussentijd had ik een Koran gekocht en terwijl ik die las, voelde ik mij steeds meer thuis komen. Dat was ook letterlijk wel een beetje zo, want ik herkende heel veel uit het katholieke geloof van mijn jeugdjaren. Er waren ook wel dingen die ik niet vanzelfsprekend vond, zoals het verbod op het eten van varkensvlees. Mijn partner heeft flink moeite moeten doen om mij te verklaren waarom dit verbod er was. En als ik eerlijk ben, heb ik uiteindelijk pas een paar jaar geleden een verklaring gehoord die mij het meest aanspreekt. Namelijk dat varkensvet het enige dierlijke vet is dat zich in het menselijke lichaam niet omzet tot menselijk vet, het blijft dus altijd lichaamsvreemd. Dat lijkt mij niet gezond en dan past dat binnen de oorspronkelijke islamitische leer, waarin alle ‘verboden’ en ‘geboden’ bedoeld zijn om mensen te beschermen tegen iets dat niet goed of gezond is.

Eigenlijk heb ik mij persoonlijk nooit ongerust gevoeld over teksten van de Koran als zouden zij vrouwonvriendelijk zijn. De universele boodschap van vrede en barmhartigheid is mijn basis, mijn anker. Nahed Selim refereert vaak aan de tekst waarin vrouwen worden vergeleken met akkers en mannen wordt aangeraden om ‘tot hun akkers te komen zoals zij willen‘ (Koran 2:233) . Selim legt deze tekst uit als een vrijbrief voor mannen om hun vrouwen op elk moment op elke gewenste wijze te gebruiken. Ikzelf zet deze tekst, net als alle andere teksten, liever in de context van de tijd van openbaring. De Arabieren in die tijd waren in hoge mate afhankelijk van de opbrengst van de schaarse akkers waarover zij beschikten. Zij konden die akkers dus niet naar believen uitputten en misbruiken, zij moesten ze juist met zorg en toewijding benaderen. Zo krijgt deze metafoor een heel andere betekenis dan wanneer wij die vanuit onze huidige context lezen.

Ik vind het jammer dat veel critici van de islam de teksten zo plat benaderen. De bedoeling achter openbaringen wordt vaak genegeerd. Dat geldt in Nederland bijvoorbeeld als we aangesproken worden op het vers waarin mannen wordt gezegd dat zij in uiterste (en specifieke) situaties hun vrouwen tot de orde zouden mogen roepen door een lichte tik. (Koran 4:34) Overigens zijn er ook discussies over de vertaling van deze tekst, elke vertaling is op zichzelf al een interpretatie. Deze tekst was destijds bedoeld om de gewoonte van lijfstraffen voor echtgenotes terug te dringen. Er werden voorwaarden aan verbonden en er werden ook alternatieven genoemd. Als dat de bedoeling was, dan mag zo’n tekst 1400 jaar later, in onze samenleving nooit misbruikt worden om geweld tegen vrouwen te legitimeren (dat gebeurt in moslimkringen overigens wel eens, maar bij lange niet zo vaak als sommigen suggereren).

Ik zie dat de meeste moslimvrouwen in Nederland, zeker als het om de migrantendochters gaat, hun weg heel behoorlijk vinden. Emancipatie vindt op dit moment vooral plaats langs maatschappelijke lijn. Zo krijgen dochters bijvoorbeeld meer bewegingsvrijheid omdat hun ouders hun wens om zich te ontwikkelen, door te studeren en t te werken, delen. Sommige vrouwen nemen daarvoor meer of minder afstand van het geloof, anderen vinden hun emancipatie juist bekrachtigd in het geloof.

Ik ben er van overtuigd dat er voor vrouwen binnen de islamitische geloofsleer een gelijkwaardige positie is bedoeld. De achterliggende eeuwen hebben echter laten zien dat zelfs zo’n mooie leer geen waarborg is voor scheefgroei in de verhoudingen tussen mensen.

Ik mis daarom nog wel een breder gedragen intern debat over interpretaties door vrouwen van islamitische tekstbronnen. Sinds de oudheid hebben vooral mannen de teksten geïnterpreteerd en is het vrouwelijk perspectief sterk onderbelicht gebleven. Het zou kunnen dat nader onderzoek van de teksten door vrouwen, tot andere conclusies of interpretaties zal leiden. Buitenlandse onderzoeksters als Amina Wadud, Asma Barlas en Riffat Hassan, gaan ons daarin voor. Ik vind het een uitdaging voor Nederlandse moslimvrouwen om hieraan een bijdrage te leveren. Als de positie van vrouwen binnen moslimgemeenschappen (wereldwijd) structureel beter moet worden, is het namelijk van groot belang dat wij ook op theologisch niveau gelijkwaardig kunnen meepraten. Ik heb mijzelf daarom ook voor de komende jaren de opdracht gegeven daarin te investeren, met God’s wil (in sjaa’ Allah)!

Ceylan pektas-Weber is voorzitter van Al-Nisa, Stichting Nederlandse moslimvrouwen en beleidsmedewerker bij Ihsan, islamitisch instituut voor maatschappelijke ontwikkeling.

29 gedachten over “Ceylan in Zijwind

  1. Ceylan: ga zo door! Vrouwen met verstand: verenig u! We moeten er met zijn allen onze schouders onder zetten om te werken aan een beter begrip en een betere positie. Waar ik kan zal ik meedoen.

  2. Ceylan , heel goed verwoord, ik ben het dan ook geheel met je eens Ik had ook graag vandaag naar je lezing in amsterdam willen gaan over dit onderwerp, maar helaas ik had mijn kinderen al andere dingen beloofd. Ik hoor graag meer van je en ook ik wil je steunen waar mogelijk .

  3. Ceylan,

    Van Mohammed Boukhari begreep ik dat de term “orthodox” staat voor “soennitisch”, volgens Westerse Islamologen. In zijn artikel wordt de term ook veelvuldig genoemd – en ook de termen “gematigd orthodox” (‘gematigd Soennitisch’ dus). Ik bedoel, vecht je niet tegen windmolens of een onbelangrijkheid op dit punt. Dat je niet ‘streng’ bent in de leer maak je altijd voor mij overtuigend duidelijk.

    En, in verband met het debat over interpretaties (ik stelde die vraag ook elders op Anja’s weblog aan je): er stond een bericht op de weblog over Soera 3.7. In die Soera staat: “Hij is het die tot jou het boek heeft neergezonden; een deel ervan bestaat uit eenduidige tekenen – zij zijn de grondslag van het boek – en een ander deel uit meerduidige… de verklaring ervan kent niemand behalve God, en zij die een diepgewortelde kennis hebben…”.

    Hoe interpreteer jij die Soera?

    Helene

  4. Ceylan, ik neem aan dat je al weet van het symposium op 18 mei in De Balie. Amina Wadud komt daar onder andere. Ook is er op 21 mei een conferentie in Den Haag over vrouwen, islam en modernisering. Als je het nog niet weet hoor ik het wel.
    (p.s. We kennen elkaar via Al Nisa – als je je het nog herinnert.)

  5. Beste Helene, het is mooi dat je zoveel belangstelling toont, maar of je hier soera-interpretaties kunt verwachten nog voor we een beetje bodem hebben gelegd is de vraag. Als Ceylan daar op dit moment zin in heeft kan ze het doen, maar ik weet dat ze nog meer aan haar hoofd heeft.
    Noer, we weten dat er een interessant symposium in de Balie aan zit te komen. Ik zet zo de gegevens op dit weblog. Dank je wel dat je ons er op attent maakt.

  6. Anja,

    Okee, maar werpt niet juist deze soera het probleem op over wat wij hier nu allemaal op het weblog aan het doen zijn? Ik bedoel, wie kan hier pretenderen “een diepgewortelde kennis te hebben”.

    Ik denk dan snel an koranschriftgeleerden. Dat is toch ook een eeuwenoude gang van zaken, en ook niet zomaar begreep ik, dat schriftgeleerden interpreteren, vandaar ook de vier soennitische rechtsscholen waar ik (en Amna) je eerder op attendeerde.

    Mogen, denk jij, en dat bedoel ik niet onrespectvol, Ceylan, Amna en Wadud (en vele moslims die we horen) zich erop voorstaan deze diepgewortelde kennis te hebben?

  7. Beste Ceylan Pektas-Weber,

    Ik werd door een medestudent getipt over Anja’s weblogs. Als doctoraalstudent aan de Universiteit voor Humanistiek Islam en Humanisme wil u graag vragen of u op de hoogte bent van “de leer van de geschapen koran’ en ‘de leer van de ongeschapen koran’. Anja sprak hierover op haar weblog over Selim (1) meen ik.

    Zowel in de leer van de ongeschapen koran als in de leer van de geschapen koran wordt de koran als het woord van God gezien, als de eeuwige goddelijke waarheid respectievelijk als een historische goddelijke waarheid.

    Met betrekking tot de leer van de geschapen koran is het moelijk voor te stellen dat iemand ‘streng in de leer’ is; die leer staat namelijk historische herinterpretatie toe in tegenstelling tot de leer van de ongeschapen koran omdat bij de laatste ook de zogenoemde consensusleer (consensus van schriftgeleerden) van kracht is waardoor de onveranderlijke eenheid van God benadrukt wordt.

    De interpretaties van moslims is ambigu, mijns inziens. Het betekent hetzij het toepassen van de leer van de ongeschapen koran op nieuwe, niet door de koran beschreven situaties, hetzij het toepassen van de leer van de geschapen koran op welke situatie dan ook omdat we immers in een andere tijd leven. Het zal duidelijk zijn dat de leer van de geschapen koran oneindig veel meer (her)interpretatie toe staat dan de leer van de ongeschapen koran.

    De leer van de ongeschapen koran wordt nu ‘orthodox’ genoemd omdat die leer dominant is en door Soennieten als de juiste leer wordt gezien: juist,recht=ortho, leer=dox. De leer van de geschapen koran is ook enige tijd dominant geweest in een ver verleden.

    Als u het mij zou vragen dan zou ik u zeggen dat vele moslims hun eigen twee theologische hoofdtradities (naast het soefisme, er lijken mij drie hoofdtradities te zijn – het onderwerp van mijn eindscriptie) niet kennen. Aan de ene kant is dat wellicht goed, aan de andere kant is dat onwenselijk omdat het een adequaat zicht ontneemt.

    Hangt u niet, zonder dat u dat weet, de leer van de geschapen koran aan?

    De vraag van Helene d’Olivy, (die mij tipte), over soera 3.20 lijkt mij in dit verband een heel belangrijke.

  8. Helene,
    Ik neem even het risico om heel flauw te worden, maar in de Koran staat dat er geen dwang in de godsdienst is (soera 2:256), vandaar dat je dus het openstaan voor andere meningen ook als een vorm van juist wel ‘streng’ in de (islamitische)leer zijn zou kunnen ervaren. Ik vind het jammer dat mensen die dit soort belangrijke verzen schijnen te vergeten gezien worden als strikter moslim dan zij die deze verzen wel degelijk letterlijk durven te nemen…

  9. Ik ga nu nog flauwer worden, maar dat moet dan maar… Naar aanleiding van commentaar nummer 6 van Helene, die er nog niet stond toen ik mijn vorige schreef, heb ik de Koran er even bij genomen. Daar staat in 3:7 helemaal niet wat Helene aangeeft, tenminste er staat wel wat zij zegt, maar alleen staat er andere tekst tussen, waardoor zij de context helemaal uit elkaar rukt. Oordeel vooral zelf. Hier het volledige vers:
    “Hij is Degene Die het Boek aan jou heeft neergezonden, met daarin eenduidige Verzen, zij zijn de grondslag van het Boek, andere zijn voor meerdere uitleg vatbaar. Maar degenen die in hun harten een neiging tot valsheid hebben, misbruiken de verzen met meerdere betekenissen om Fitnah (=verdeeldheid) te zaaien en de ware betekenis ervan te zoeken. En de uitleg ervan is bij niemand ervan bekend dan bij Allah. En degenen die stevig gegrondvest in kennis staan, zeggen: “Wij geloven er in, alles is van onze Heer,” en zij laten zich niet vermanen, behalve de bezitters van verstand.”
    Ik weet niet hoe het met Helene is, maar in mijn Koran staat dus dat de kennis van deze voor meederder uitleg vatbare verzen bij niemand bekend is dan Allah. Punt. De volgende zin gaat over wat degenen die stevig gegrondvest in kennis staan zeggen.
    Verder voor de duidelijkheid: ik ga niet pretenderen een korangeleerde te zijn, maar ik beschouw mezelf wel als een bezitter van verstand. Dit vers geeft voor mij vooral aan dat je er per definitie naast zit als je denkt dat je alles maar op één manier uit kunt leggen…

  10. Ik ben de laatste die gerechtigd is zich een oordeel aan te matigen. Maar nu ik als nieuwbakken cursist mijn best doe de huidige discussie hier te volgen, moet mij van het hart dat dit dispuut mij (als niet praktiserend maar wel belangstellend vrijzinnig-protestant van-huis-uit) ontzettend doet denken aan de vaak krampachtige “Samen op Weg”-discussie van de afgelopen decennia. Die discussie had als doel, elkaar als gelovigen te vinden op gezamenlijke noemers, in één gezamenlijke kerk, en dat leidde ertoe dat sommigen het nodig vonden de verschillen alleen nog maar sterker aan te zetten. Wat een eindeloos gekissebis was.

    Als belangstellende buitenstaander ben ik het meest geïnteresseerd in toegankelijke uitleg over de basiswaarden en zuilen van de wereldwijde islam. En hoe die zich verhouden tot de basiswaarden van niet-islamitische samenlevingen. Uit wat ik totnogtoe heb begrepen, zijn er maar zat gezamenlijke noemers. Daar wil ik dus meer van weten.

    Op een wedstrijdje “wie is het meest recht in de leer en waarom” zit ik hier eerlijk gezegd niet te wachten.

  11. Mee eens, Claar. Gaan we ook op deze manier niet mee door. Echte vragen naar informatie zijn prima, echte belangstelling ook altijd, en ik kijk ook nog even wat de beste informatie is over de kwestie met de ‘geschapen’ en ‘ongeschapen’ koran omdat die keer op keer terug blijft komen. Niet door moslims zelf trouwens, maar door niet-moslims, met niet zulke duidelijke motieven bovendien, of het moest zijn de behoefte om moslims voor orthodox uit te maken, ook als ze dat zelf niet vinden. Een opmerking als: hangt u niet, zonder dat u het zelf weet, de leer van de geschapen koran aan, klinkt mij nogal impertinent in de oren, alsof iemand zelf niet zou weten wat ze denkt. Tenslotte heeft Ceylan al heel wat van zichzelf en haar denken laten zien, dan zou het wel prettig zijn als de ‘andere kant’ ook wat openheid toont. Het schijnt voor sommige niet-moslims héél moeilijk te zijn om moslims nu eens niet ter verantwoording te roepen en gewoon te luisteren.
    We zullen zien, Claar. Ik hou het in de gaten hoor.

  12. Excuses, voor mijn inderdaad impertinente vraag, realiseer ik achteraf.

    Mijn intentie was eigenlijk om mevrouw Pektas-Weber voor te leggen of zij zich misschien niet eerder thuisvoelt bij de leer van de geschapen koran, vanwege de interpretatievrijheid die zij graag neemt.

    Ik realiseer me nu dat dat ook een impertinente vraag zou zijn.

    Nogmaals, oprechte excuses.

    Met (ook beroepsmatige) interesse zal ik het vervolg van uw serie volgen. Ik hoop dat u alle kanten blijft belichten.

    Jantine de Groot

  13. @ Helene d’Olivy (6):

    Het is nogal merkwaardig, om bij voorbaat mensen te maat te willen nemen of zij wel kennis hebben die genoeg “diepgeworteld” is. Anja is bezig met een cursus voor beginners(!), welke op zichzelf nog een zoektocht is. Dan is het niet alleen irreëel om bij voorbaat “diepgewortelde” kennis te verwachten, maar zeker ook om die als voorwaarde te willen stellen. Dat werkt alleen maar contraproductief. Niemand heeft hier toch de pretentie de “enige en absolute waarheid” over de Islam te verkondigen?

  14. Salaam Ceylan,

    Ik vind het een goed artikel en je bent op de goede weg je timmert tenminste met regelmaat aan de weg, en voor de lezing
    van gisteren ik heb genoten.

    groetjes van Aisha ( je weet nu wel wie ik ben)

  15. Beste Jantine de Groot,
    Ik vind het heel fijn om uw/jouw tweede reactie te lezen, het voelde inderdaad niet goed. Ik heb onder Islam voor beginners (4) nog wel gereageerd. Als het enigszins scherp geformuleerd is of zo overkomt, dan neem ik dat bij deze wat u/jou aangaat ook graag terug. De inhoud echter niet.
    Hartelijke groet, Ceylan

  16. Jantine, je schrijft dat je beroepsmatige interesse hebt.
    Vertel daar ’s wat over als je wilt?

  17. Bedankt vooor je belangstelling, Claar.

    Mijn meer beroepsmatige interesse hangt samen met mijn wetenschappelijk onderzoek in de ontstaansgeschiedenis van de drie hoofdstromingen (geschapen koran, ongeschapen koran, en mystieke koran) in de Islam.

  18. Dank voor je antwoord, Jantine. Je maakt me nog nieuwsgieriger: wat bracht je ertoe, dit onderzoeksobject te kiezen? En is dit iets wat je ook in je huidige/toekomstige beroepspraktijk kunt gebruiken? Voor wat voor soort werk leidt een studie Humanistiek Islam en Humanisme op? Dit is voor mij allemaal nieuw, vandaar mijn vragen.

  19. Claar, goeie vragen, waar komt mijn/iemands interesse vandaan? Interesse in de islam heeft hyperigs en gluurderigs, ik geef het toe, maar ik kwam op het idee door literatuur van Herman Beck over modernisten in de islam. En of je er iets meekunt in de praktijk (anders dan uitglijders maken in menselijk opzicht)? Ik hoop het.

    Het spijt me dat ik je vragen maar ten dele kan beantwoorden.

  20. Oei, Jantine, ik denk dat je m’n vragen anders uitlegt dan ik ze bedoelde …
    Ik ben oprecht geïnteresseerd en gewoon een nieuwsgierig mens!

  21. Beste mevrouw Pektas-Weber,

    Als recent weblog-bezoeker – via een flauwe column van Ephimenco kwam ik er – viel nu pas mijn oog op uw interview. Ik kan me heel goed vinden in uw opmerking dat critici van de islam de teksten in de Koran erg plat benaderen. Daarom vond ik het stuk van Boukhari, ook op Anja’s weblog, ook zo’n goede eye-opener. Hij spreekt van een heel belangrijk onderscheid tussen Mekkaanse verzen en Medinese teksten, en dat zie ik critici (en ook anderen) nooit doen.

    Ik weet erg weinig tot niets van de Koran en die verschillende teksten, hoe kijkt u vanuit uw perspectief aan tegen dat onderscheid?

  22. Claar, maak je geen zorgen. Ik las in een andere reactie van je over gene over het ons zoveel in de geloofswereld van anderen te verdiepen. Dat voel ik soms ook zo.

  23. Jantine, mijn nieuwsgierige vragen aan jou gaan alleen over je studie en je scriptie. Daar ben ik gewoon benieuwd naar, wat voor studie dat is en waarom je dit scriptieonderwerp koos en waar die studie voor opleidt.

    groet,
    claar

  24. Nee hoor, maar ik begrijp dat je geen behoefte hebt antwoord te geven,dus zal ik erover ophouden.
    Wel jammer!

  25. Beste Claar,

    Rustig even. Ik heb je vragen kort beantwoord en ik heb gezegd dat ik het goeie vragen vond in de zin van moeilijk te beantwoorden. Dat ik ook verwees naar een zekere ‘gene’ die ik ook voel zal je toch ook niet helemaal hebben verbaasd.

    Goed, ik zal proberen er iets verder in te duiken hoewel er voor mij niet heel veel meer onder zit dan gewoon interesse in de islamitische cultuur, als je dat zo mag benoemen, want dat ligt soms terecht heel kritisch.
    Ik vond, en dat lag ten grondslag aan mijn studiekeuze 4 jaar terug, die cultuur heel mooi – de architectuur, de gebruiken – en wilde me daarin verdiepen, de geschiedenis ervan verkennen (zie ook het stuk van Van Bommel over die rijke geschiedenis). Waarom? Dat lijkt me iets voor de psycho-analyse. Ik zag eigenlijk alleen maar mooie dingen – ook iets voor een psycho-analyse? – van die cultuur (ik moest aan die eenzijdigheid denken bi de tentoonstelling in Amsterdam n.a.v. 400 jaar betrekkingen met Marrokko). Via via, vraag me precies niet hoe, en ook door de actualiteit werd ik meer en meer ook op de minder fraaie kanten gewezen, en daar ben ik me ook in gaan verdiepen. Na een boeiende lezing, ik weet niet meer hoe die heette en waneer, van (mag ik het hier zeggen?) Yousa Noordhof in Amsterdam over de politiek-culturele aspecten van verschillende stromingen in de Islam, kwam ik via haar ook bij een tekst van Herman Beck uit over Islam en moderniteit. Daar kwam nog bij twee jaar terug meen ik, een artikel in de Volkskrant – ik heb de titel niet paraat, maar die kan ik opzoeken – over de stagnatie van de ontwikkeling van wetenschap in de Islamitische wereld. En zo verder.

    Tot nu toe heeft louter interesse, gevoelsmatige en wetenschappelijke, me geleid, maar dat krijgt ook meer en meer een politieke dimensie gezien de actualiteit.

    Wellicht ga ik met mijn kennis artikelen schrijven, ga ik eerst op (wereld)reis met grote nieuwsgierige ogen, en komt het tot een boek. Misschien kan ik cultureel advieswerk doen. Ik weet het gewoonweg niet; ik heb me ook niet verdiepot in de wat de opleiding daar allemaal over te zeggen heeft. Voorlopig doe ik met een goedgevulde beurs gewoon onderzoek.

    Ik hoop, Claar, je hiermee iets meer verteld te hebben. Veel meer heb ik er eigenlijk niet aan toe te voegen.

  26. Bedankt Jantine voor je antwoord! Lijkt me een interessante studie, ook los van de politieke context. En die nieuwsgierige ogen van je spreken me aan. Laat je het weten, als je publiceert?

    Er spreekt uit je antwoord ook een zekere voorzichtigheid, bijvoorbeeld van (mag ik het hier zeggen?) Yousa Noordhof. Komt het weblog van Anja op jou misschien over als een plek waar je op een bepaalde manier correct moet zijn? Dat heb ik zelf nog nooit zo gemerkt. Ik weet wel dat elders in weblogland behoorlijk wordt gefulmineerd tegen ‘De Censuur’ bij ‘Meulenbelt’, maar mijn ervaring is toch dat het respectfilter bepaald niet betekent dat kritische geluiden worden geweerd. Dan zou ik het zelf trouwens ook niet interessant meer vinden.

    Nog eens bedankt voor je reactie, leuk!

  27. Er is hier geen enkel man te bekennen… Lijkt wel alsof dit alleen maar voor vrouwen toegangkelijk is. 🙂

    Salaam daar zo.

Reacties zijn gesloten.