Integratiedebat

Mijn tekst, voor het integratiedebat vanmiddag in de Eerste Kamer.
Onder voorbehoud, want er kan nog veel veranderen nadat ik met mijn fractie heb overlegd, en ook houd ik altijd ruimte voor aansluiten bij voorgaande sprekers.
Maar dit is in ieder geval het idee.

Het integratiedebat
Voorzitter,

Ik heb inmiddels de leeftijd dat ik al vele integratiegolfjes met bijbehorende debatten en opinievorming heb meegemaakt. Dat relativeert nogal, want dat maakt duidelijk dat een aantal problemen met de tijd opgelost worden. De nieuwkomer van toen is inmiddels ingeburgerd en maakt deel uit van het land. Emancipatie, want daar hebben we het over, kost nu eenmaal tijd. Het is duidelijk dat we het nu hebben over meer complexiteit, naast de migranten die hun plaats moeten vinden hebben we het ook over de angst voor geweld. Toch denken wij dat de overheid zich vooral zal moeten richten op het creeëren van de juiste omstandigheden voor het proces van inburgering en emancipatie en zich meer zal moeten richten op de mogelijkheden dan op de moeilijkheden. Deze regering spreekt mensen graag aan op eigen verantwoordelijkheid, maar als het gaat om migranten worden die mogelijkheden maar al te vaak weer afgebroken. Ik kom daar nog op.

Ik wil ons er aan herinneren dat we in Nederland al eerder een periode meemaakten die een combinatie was van dreigend geweld en de vraag naar inburgering, dat was de Molukse crisis die Nederland wakker deed schrikken. Destijds zijn meer doden gevallen dan nu. Het was een ernstige situatie. Toch zijn we er in geslaagd, en is de regering er in geslaagd, de crisis te bezweren. Aan de ene kant door de daders naar behoren te bestraffen. Maar tegelijk, door aandacht te vestigen op de situatie van de Molukse Nederlanders. Kennelijk verkeerde een deel van hen zozeer in onvrede dat dat voor sommige jongeren om kon slaan in extremisme. Meteen is een plan gemaakt om de werkloze Molukse jongeren aan een baan te helpen, het duizend-banen-plan, er is hard aan gewerkt om de Molukse Nederlanders aan betere huisvesting te helpen en de gettovorming tegen te gaan. En dat heeft gewerkt. Er is geen sprake meer van een Moluks probleem. De regering is niet in de paniek geschoten, er werden geen suggesties gedaan dat de rechtsstaat niet in staat zou zijn om de problemen het hoofd te bieden, er werd geen massief wantrouwen gericht op elk Moluks initiatief, er werd samengewerkt, en dat bleek te werken. Ik zou van harte wensen dat we op dit moment zouden kunnen spreken van eenzelfde nuchterheid en concreet aanpakken zonder de al bestaande polarisatie nog verder op te voeren en de angst van de bevolking te vergroten.

Met de discussie over de in te voeren vignettenmethode is volgens mijn fractie de discussie al uit de rails geschoven. De suggestie werd gewekt dat migranten méér geïntegreerd zouden zijn naarmate ze méér op doorsnee autochtone Nederlanders zouden gaan lijken. De suggestie werd daarmee bovendien gewekt dat het niet wezenlijk ging om integratie, maar om assimilatie. Die indruk is op verschillende momenten nog eens bevestigd. Ik kom daar nog op.

Voorzitter,
Behalve dat je mensen niet kunt dwingen om dat wat ze als een essentiëel onderdeel ervaren van hun identiteit maar op te geven, blijkt het ook zo ook niet te werken. We weten dat een etnische minderheid als de Chinese Nederlanders zich nauwelijks assimileerde, de oudere generaties spraken zelden Nederlands. Toch is er zelden sprake geweest van moeilijkheden met de Chinese bevolking. Ook weten we dat de Turkse gemeenschappen meer hebben geïnvesteerd in het scheppen van een eigen infrastructuur, een eigen zuil zo men wil, dan de Marokkaanse Nederlanders. Volgens de theorie zouden de Marokkanen dus beter geïntegreerd zijn. Toch kunnen we er niet omheen dat de problemen waar we het over hebben, de groepen jongeren die zich buitengesloten voelen, de voedingsbodem voor radicalisering, juist plaats vindt onder de jongeren die naar vrijwel alle maatstaven behoorlijk geïntegreerd zijn. Kennelijk gaat het om andere zaken dan alleen Nederlands leren en de weg weten.

Bij de regering bespeur ik koudwatervrees voor zuilvorming onder de migranten, met name onder de moslimmigranten. De discussie over Islamitisch onderwijs is heropend, de moskeeën staan ongeveer onder curatele. De boodschap lijkt te zijn dat elke vorm van zelforganisatie gevaarlijk is, omdat het de segregatie zou vergroten of wijst op het afwijzen van de Nederlandse cultuur. Ik denk dat we door de moslim Nederlanders voortdurend in het defensief te schuiven, alsof alles wat ze doen bij voorbaat verdacht is tot het tegendeel blijkt, nu juist exact de polarisatie verhevigt. Wat blijkt, onder andere uit een onderzoek van Fennema en Tillie, is dat een bepaalde mate van zelforganisatie binnen een etnische gemeenschap een voorwaarde is voor zelfredzaamheid en dus voor democratisch funktioneren. De angst voor een te ver doorgevoerde segregatie, of zelfs van een opsluiten in getto’s is meer een spookbeeld dan realiteit. Eigen organisaties bevorderen de integratie van migrantenbevolking eerder dan dat ze die belemmeren, hoogstens met uitzondering van extreem radicale en geïsoleerde organisaties die wel degelijk in de gaten gehouden moeten worden. Wat uiteraard beter kan wanneer ze niet ondergronds hoeven te opereren. Inplaats van alle moslimorganisaties of migrantenorganisaties met argusogen te volgen, en steeds opnieuw boodschappen uit te zenden dat zelforganisatie ongewenst, verdacht en in principe verkeerd is door weer nieuwe regels te bedenken voor het stichten van Islamitische scholen of moskeeën zouden vormen van zelforganisatie genereus tegemoet getreden moeten worden. Leg de nadruk op samenwerkingsverbanden, zoals enkele scholen al op eigen initiatieven hebben gedaan.
Ik zou van de minister graag willen horen of ze mijn visie deelt, en welke ondersteuning voor zelforganisatie ze dan voor ogen heeft.

Kortom: mijn fractie zou er voor pleiten om elke schijn te vermijden dat met integratie hetzelfde is bedoeld als assimilatie, met het opgeven van alles wat eigen is. Integratie begint niet met het afleggen van de eigen cultuur. Ik pleit voor een andere volgorde in de prioriteiten:

In de eerste plaats horen alle in Nederland wonende burgers zich te houden aan de wet. Dit hoort zo vanzelfsprekend te zijn dat het uit den boze is om bij voorbaat bepaalde bevolkingsgroepen er op aan te zien dat ze inherent ondemocratisch zouden zijn. Wie het met die wetgeving niet eens is, allochtoon of autochtoon, bewandelt daarvoor de geëigende wegen binnen ons democratisch systeem. En voor wie zich niet aan de wet houdt hebben we middelen.

In de tweede plaats moeten we onder ogen zien wat we met dat containerbegrip ‘integratie’ eigenlijk bedoelen. Mijn partij geeft er de voorkeur aan dat uiteen te leggen in een aantal begrippen: participatie, emancipatie, representatie en acceptatie. Wanneer migranten voldoende kunnen participeren, wanneer er ruimte is en stimulans voor emancipatie, wanneer er voldoende naar migranten wordt geluisterd en ze vertegenwoordigd zijn op de plekken waar beleid wordt gemaakt, op alle niveau’s van deze samenleving en wanneer ze tegemoet worden getreden met een houding van acceptatie – dan is er nog heel veel ruimte over voor culturele verschillen en diversiteit in identiteiten, zoals die onder de autochtonen óók gebruikelijk zijn. Ikzelf heb mij bijvoorbeeld op vele momenten niet thuis gevoeld in wat de dominante cultuur is gaan heten, en u kunt uit het feit dat ik hier sta opmaken dat het met mij nog wel goed is gekomen.

Participatie, betekent dat we alles op alles zetten om elke burger, onafhankelijk van religie, etniciteit of afkomst een kans te geven op onderwijs, op de arbeidsmarkt en op een fatsoenlijke woning en woonomgeving. Uiteraard mogen we van migranten of migrantenkinderen verwachten dat ze die kansen ook benutten. Er moet dus Nederlands geleerd worden, hoewel dat voor de tweede en derde generatie al geen probleem meer is.

Mijn vraag luidt dan ook: hoe kan het dat zeer gemotiveerde migranten, ik ken er persoonlijk een paar, jaren op de wachtlijst staan voor Nederlandse les? Terwijl er van alles wordt bedacht, en het meeste ervan tot nu toe niet uitvoerbaar, om migranten al in het land van herkomst Nederlands te laten leren, lijkt het nog steeds niet mogelijk om de mensen die al in Nederland zijn te bedienen, erger, er wordt bezuinigd op taallessen.

Een ander punt bij de participatie is de discriminatie op de arbeidsmarkt en bij het krijgen van stageplaatsen. De minister heeft tot op heden ontkend dat er van discriminatie sprake is – met de mededeling, tonen jullie dat maar aan. Nu is het inmiddels met mensen die met jongeren werken, en voor de jongeren zelf, al klaar als een klontje omdat ze het zelf meemaken. Waarom zijn de geluiden die jongeren laten horen geen reden tot zorg en tot onderzoek? Het feit dat eenderde van de werknemers nog nooit een allochtoon in dienst heeft gehad zou toch voldoende indicatie moeten zijn om over maatregelen na te denken. En nog een suggestie, die ik overneem van de jongeren uit Hilversum, Anders is gelijk, waarom zouden scholen en opleidingsinstituten niet meer inspraak mogen hebben in het plaatsen van stagiaires, in plaats van dat geheel over te laten aan de wensen (en eventuele vooroordelen) van de werkgevers? Is een stage geen onderdeel van een opleiding?

De minister heeft bij gelegenheid gezegd een voorstander te zijn van de emancipatie met name van migrantenvrouwen. In dat geval: waarom dan juist de afbouw van zoveel kleine organisaties dicht bij de vrouwen zelf.
Waar blijft de al jaren en jaren gevraagde hulp bij het verkrijgen van zelfstandigheid voor vrouwen die mishandeld worden? Kan de minister nog eens uitleggen hoe de voorgestelde maatregel om de tijd die een vrouw in Nederland moet wonen voor ze een zelfstandige verblijfsvergunning te krijgen van 3 naar 5 jaar wordt verhoogd, in plaats van die te verlagen?

Dam de zorg voor ouderen. Destijds heeft Nederland mannen uit Turkije naar Nederland gehaald voor het zware werk. Dat waren in verhouding meestal mannen met lage of geen opleiding. Er is niets aan gedaan om die mensen alsnog een opleiding te geven, of de taal te laten leren in werktijd, zoals dat in Zweden wel is gedaan. Veel van de mannen hebben zich letterlijk kapot gewerkt. Ze hebben hun aandeel aan de Nederlandse economie geleverd, ze hebben hun belasting betaald. Ze hebben nooit kunnen profiteren van het Nederlandse onderwijsstelsel waar ze wel aan hebben meebetaald. Waarom zou je mensen die vrijwel geen kans meer maken op passend werk nu nog bestraffen met verplicht en zelf te betalen cursussen Nederlands? Wat is de zin daarvan voor mensen die te oud zijn of te kapot om nog te werken? Mijn fractiegenoot en ik hebben in Weert een groep oudere Marokkaanse en Turkse arbeiders bezocht. Dat zijn mensen die best beter Nederlands willen leren, ook al is dat niet meer zo simpel. Ze zijn blij met de cursussen die ze nu gekregen hebben, die cursussen worden overigens weer stopgezet omdat de subsidie afloopt. Waarom niet deze mensen wat vriendelijker behandelen, waarom bieden we ze de mogelijkheid om Nederlands te leren niet aan als een cadeautje, met een feestje als ze slagen? Waarom moeten de kinderen van deze mensen, de vaak heel succesvolle tweede generatie, toezien hoe hun ouders die zo lang geploeterd hebben zo worden behandeld – zou dat echt hun loyaliteit tegenover de staat der Nederlanden vergroten?

En dan de importbruiden. Inderdaad, die gastarbeiders van toen zijn mannen, die net als andere mannen de onhebbelijke gewoonte hebben om een vrouw te willen en daar ook nog kinderen mee te krijgen. Met het overgrote deel van die kinderen gaat het uitstekend. De tweede en derde generatie hebben een gigantische inhaalslag gemaakt, zeker gemeten naar de positie van hun ouders. Dat zou wat vaker gezegd mogen worden, nu lijkt het enige nieuws over migranten vooral dat ze problemen hebben dan wel problemen maken. Ook die tweede en derde generatie blijken partners te kiezen. Het is de minister een doorn in het oog dat die partners vaak uit de landen van de ouders gehaald worden, en algemeen wordt dat gezien als een gebrek aan integratie. Nu is het de minister misschien nog niet opgevallen dat het voor een groot deel over mannen gaat die een bruid uit Marokko of Turkije halen. Zou dat betekenen dat de meisjes wel en de jongens niet geïntegreerd zijn? Ik denk dat er wat anders speelt. Overal waar de emancipatie toeslaat volgt een tijdelijke scheefgroei op de partnermarkt. Dat hebben we hier zelf ook meegemaakt. Aan de bovenkant van de markt de hoogopgeleide en geëmancipeerde vrouwen die geen partner konden vinden, althans niet onder de mannen, omdat die mannen liever een partner hadden op wie ze teder neer konden kijken. Aan de onderkant de laag opgeleide en traditioneel denkende mannen die onder al die moderne kapsoneswijven geen partner konden vinden. Weet u nog wat er toen gebeurde: een hausse aan huwelijks bureautjes die vrouwen haalde uit de Filipijnen en Polen. Importbruiden zijn dus geen nieuw verschijnsel. En we gaan toch niet suggereren dat die oerhollandse mannen van toen niet geïntegreerd waren of niet loyaal genoeg waren aan hun land.

Veel migrantenkinderen maken een dubbel proces van emancipatie door, niet alleen als vrouwen, maar ook doordat ze veranderen van sociaal milieu. We hebben in Nederland weinig aandacht voor wat ik klassemigratie noem. Het is dus niet altijd alleen een kwestie van een rechtlijnige aanpassing, komend uit de ene cultuur naar de andere. Zoals we weten doet het overgrote deel van de tweede generatie het prima, maar met een deel van de jongeren dreigt het mis te gaan. Dat is ook de groep jongeren die het meest gevoelig kunnen zijn voor recrutering voor radicalisme, en daar raakt het debat om de integratie het debat over de bestrijding van extremisme.
Weet u hoeveel meisjes uit allochtone kringen een poging doet tot zelfdoding? Bijna tien procent. Dat is vier keer zo hoog als voor autochtone meisjes. In een stad als Rotterdam komt dat op 4000 pogingen tot zelfdoding per jaar. En nu weten we, het is mijn oude vak, dat meisjes vaker internaliseren, de agressie tegen zichzelf richten, terwijl jongens vaker externaliseren, de agressie richten tegen de buitenwereld. Willen we daar wat aan doen, dan moeten we meer zicht krijgen op het niemandsland waar die jongeren zich in bevinden, die afkomstig zijn uit wankele gezinnen vaak met meervoudige problemen, en niet kunnen voldoen aan de tegenstrijdige eisen van de samenleving. Dat betekent: meer vertrouwenspersonen op school, meer opvoedingsondersteuning, hulpverlening verbonden aan de scholen, veel nadruk op de kleine, wijkgerichte, huiskamervormige opvang door buurthuizen, moskeeën, zelfhulporganisaties, vrouwengroepen. En precies daarop wordt bezuinigd, en de zelforganisatie of hulp die door islamitische groeperingen wordt geboden worden met wantrouwen bekeken.

Om op dit punt een uitstap te maken naar de nota weerbaarheid tegen radicalisering van moslimjongeren, het lijkt ons absoluut onvoldoende om van de jongeren te verwachten dat ze, zoals het er staat, ‘leren om hun geloof te combineren met het leven hier’. Geloof is namelijk het probleem niet. In sommige gevallen is het eerder een gebrek aan geloof. En daarnaast het gegeven dat veel jongeren de samenleving waaraan ze geacht worden zich aan te passen als toenemend vijandig ervaren. Dat verzin ik niet. Ik heb dit het afgelopen jaar, in mijn kontakten met moslimorganisaties en migrantengroepen keer op keer gehoord, ik neem het zelf ook waar, en óók van volstrekt geïntegreerde, succesvolle, en in het geheel niet op extremisme gerichte mensen, met, mag ik wel zeggen, een bewonderenswaardig incasseringsvermogen.

Onze zorg zou dus veel meer gericht moeten zijn op opvang in het onderwijs. Kweek meer leerkrachten uit de allochtone groepen. Versterk de kleinschalige initiatieven van onder af. Laten we de jeugdwerkers, de buurtwerkers, de leraren toch meer zien als experts die we in kunnen zetten. Zorg dat die de middelen hebben. Op de zelforganisaties van vrouwen die wel de vrouwen bereiken die anders geïsoleerd blijven. De dochters die hun moeders meenemen naar cursus. Dan moet er wel een crusus zijn. Isoleer de jongeren die hun draai niet kunnen vinden niet nog verder. Ik hoorde een medewerker van een al jaren bestaande sociale vereniging in Rotterdam, door moslims zelf opgezet zeggen: als een van die jongeren ons genoeg vertrouwt om iets los te laten over zijn extremistische denkbeelden, dan zien wij dat als een succes. Dan kunnen we met hem praten. Die zet je dus niet de deur uit.

Laten we allochtonen meer betrekken in de beleidsvorming. Laat oudere migranten mee mogen praten over de vorm van ouderenwoningen die ze nodig hebben. Laat de jongeren van de tweede en derde generatie mee mogen denken over de oplossing van hun problemen. Ik heb het afgelopen jaar heel veel samengewerkt en kontakt gehad met migranten en ik ben er van overtuigd dat de wil er is, dat het vermogen er is. Waar nog gebrek aan is is genoeg getraind kader, maar juist dat is waar we wat aan kunnen doen.

Ik zou graag nog meer willen zeggen over de asielzoekers, en met name over de kinderen die vaak hier geboren zijn, of hier al jaren leven, en nu dreigen uitgezet te worden. Ook het tonen van een meer menselijk gezicht zou de migranten hier helpen om dit land opnieuw te kunnen zien als hun land.

Mijn grote wens is dat de minister meer laat zien dat ze bruggenbouwster is, dat ze er is voor zowel migranten als de inheemse bevolking. Op dit moment heeft een groot deel van de migrantenbevolking het gevoel dat ze permanent in het beklaagdenbankje zitten, zo gauw ze hun mond open doen worden ze beschuldig van slachtoffergedrag en een laag incasseringsvermogen, doen ze hun mond niet open dan wordt ze verweten dat ze niet voor zichzelf opkomen.

Onze taak in de Eerste Kamer is om wetten en beleid te toetsen op uitvoerbaarheid en rechtvaardigheid. Als het gaat om het integratiebeleid is het volgens ons niet voldoende om de rapporten te lezen. We hebben een kans om de werkelijke experts, de mensen in het veld meer in te schakelen. Ik heb dan ook een voorstel, niet zozeer aan de minister, maar aan ons in de Eerste Kamer. Zouden wij niet eens per jaar een hoorzitting kunnen organiseren waarin mensen met bewezen kennis en kunde ons voorlichten over de mate waarin het integratiebeleid slaagt of aan verbetering toe is. Behalve dat we daar zelf wijzer van worden zou het een goede stap zijn in de richting van meer vertrouwen tonen in het oplossingsvermogen van de Nederlandse burgers met een migrantenachtergrond.

10 gedachten over “Integratiedebat

  1. De enige juiste weg.
    Ik hoop dat de minister dat ook inziet. Jouw analyse sluit naadloos aan bij het “samen met elkaar de schouders eronderzetten” dat dit kabinet predikt.
    ’t Wordt tijd dat ze dat ook gaan praktiseren.

    Ik wens je een vruchtbaar debat vanmiddag!

  2. Ik vind het een goed initiatief van de SP. Wat ik vaak mis bij allerlei integratiedebatten/ islamdebatten is de aanwezigheid van de doorsnee moslimhuismoeder. Zo heeft mijn eigen moeder een hele uitgesproken mening over van alles en nog wat, en niet op een intellectuele manier maar met gewoon het boeren verstand. Uit eigen ervaring weet ik dat de moeder de spil van een samenleving kan zijn en juist bij kritieke islam/integratiedebatten bv, valt deze ‘boerenverstandsmoeder’ nergens te bekennen. Het is me ook opgevallen dat als Minister Verdonk moskees of allerlei andere islamitische instellingen bezoekt, het meestal alleen mannen zijn die in deze situaties de islam vertegenwoordigen.Ik kan daar best boos om worden, alsof de islaam alleen een mannengeloof is.

  3. Goede speech en goede gedachten! Kan de minister en haar kompanen veel aan hebben. Ik vraag me wel eens af of ze wel willen luisteren of zo verblind zijn van hun eigen gelijk dat ze niet kunnen luisteren.
    Sterkte en toch maar succes gewenst.
    Groet,
    Hilly Bunt.

  4. Ik ben heel benieuwd, tegelijketijd ben ik bang dat Verdonk zzichzelf zo ingekapseld heeft in haar vermeende gelijk dat ze niet eens zal horen wat je zegt. Maar zeg nooit nooit, dus misschien …..

  5. Volgens mij onderschat je het taalprobleem.

    Ik werk op dit moment in een fabriek. Zelfs Marokkaanse jongeren die hier geboren zijn spreken heel slecht Nederlands. Daardoor werkt een deel van hen ver onder hun niveau.

    Een verschil met de chinezen is dat chinezen vaak het enige chineze gezin vormden in een dorp toen ze naar Nederland kwamen. Die leerden dan ook makkelijker de taal. Zij hadden weer andere problemen: een deel van hen was vaak illegaal en volgde daarom geen opleiding. Ik kan mij zelf nog een actie herinneren voor een chineze jongen die het land uit moest toen hij met zijn hbo-opleiding begonnen was. Hij was toen al 18 jaar illegaal in Nederland en had wel normaal naar de lagere school gekund. Omdat hij erg goed kon leren mocht hij uiteidnelijk zijn opleiding afmaken, na een actie van dorpsgenoten, voordat hij naar china teruggestuurd werd.

    Er is ook een verschil met Poolse en Filippijnse bruiden. Deze trouwden immers met een autochtone Nederlander. De voertaal in hun gezin werd dan Nederlands en/of Engels.

  6. Esther, wat is volgens jouw het verschil tussen een autochtone en een allochtone nederlander? het zijn toch allemaal nederlanders, de een met een kleurtje, de ander wit.maar ze hebben allen een nederlands paspoort. En zodanig zouden ze de zelfde rechten moeten hebben. Ik zelf zie het verschil niet. leg eens ff uit?

  7. @Esther,
    Ten eerste hebben kinderen die thuis het Engels als voertaal hebben net zo goed een taalprobleem als kinderen die thuis een niet Europese taal spreken. Ten tweede is de voertaal ook in veel ‘allochtone’ gezinnen Nederlands, zeker als je het over de tweede en derde generatie hebt. Maar dat neemt natuurlijk niet weg dat er ook gezinnen zijn waar er zeker wel problemen zijn, ook met de taal.

    Ik irriteer mij vooral aan het feit dat maar weinig mensen verder kijken naar de diepere oorzaak van dit probleem en al helemaal niet naar wat zij daar ZELF aan zouden kunnen doen. Ik denk namelijk dat er veel meer aan de hand is dan een taalprobleem. Er is ook een groot ACCEPTATIEPROBLEEM die onder andere taalproblemen en problemen met integratie veroorzaken.

    Een persoonlijk voorbeeld. Ik woon in de Geuzenwijk in Utrecht. Een echte volksbuurt. Op dit moment 40% allochtoon (van allerlei verschillende afkomst). Ik doe de Pabo en ging in overleg met een begeleider van school voor een stageplaats iets dichter bij huis dan waar ik nu stage loop. Ik noemde de naam van de ‘gemengde school’ hier in de buurt (aan het einde van mijn straat om precies te zijn). De meneer verzekerde mij dat ik daar echt geen stage wilde lopen omdat er daar een sfeer hangt van zoals hij dat zo grappig zei “FC Utrecht tegen Turkije en Marokko”, terwijl die school daar niets tegen onderneemt. Hoeveel Nederlandse vrienden denk je dat de gemiddelde ‘allochtone’ Nederlander die daar op 4 jarige leeftijd binnenkomt zal krijgen? Ik denk geen.

    De meneer van mijn school beschreef de sfeer in mijn wijk. Ik ben zelf een autochtone Nederlandse moslima en mijn man is een Tunesiër. Toen wij hier kwamen wonen hebben we alle buren op de koffie gevraagd, maar er kwam er geen. Mijn dochter speelde toen met kinderen die uiteindelijk niet bij ons binnen mochten komen. Een jongetje vertelde mij waarom: zijn vader had gezegd dat ik een vieze vrouw was omdat ik met een vuile buitenlander ben getrouwd. Nou geloof me, dan houdt het gewoon op.

    Nu ben ik een Nederlandse en dus niet van de mensen in mijn buurt afhankelijk voor banden met normale autochtone Nederlanders, maar hoe denk je dat dat is voor mijn ‘allochtone’ buren hier?

    Misschien kun je je na het kennisnemen van de situatie hier (en in de meeste volkswijken) voorstellen dat ik er een beetje onpasselijk van wordt wanneer mensen wordt verweten te weinig ‘Nederlandse’ contacten te hebben en zich alleen op de ‘eigen groep’ te richten. Het werkelijke probleem staat namelijk heel mooi op een poster van Loesje die ik eens las: ‘Om te integreren moet je eerst welkom zijn.’

    Mijn oproep luidt dus: laten we ophouden met de verwijten en allemaal eens kijken naar wat er nodig is om tot betere situaties te komen. Misschien kunnen we dan besluiten er met zijn allen iets van te gaan maken. Ik eindig nu dus maar met nog een Loesje: een kil klimaat los je op met meer warmte.

  8. Afgelopen week was ik mede met mijn collega’s aanwezig bij het Debat.
    Helaas iets later aangekomen, en iets voor het eind weg gegaan, maar het mooiste niet gemist! Mevrouw Meulenbelt; BRAVO! Goed gesproken! U weet WAT er speelt en wat er gebeuren moet, waren er maar meer leden die duidelijk spreken, en niet om overal niet zo veel om heen draaien.. mijn bewondering! En daarbij alle respect!
    Ga vooral zo dooor, mijn steun heeft u!

    Groetjes Kaylee Groeneveld

    (Anders=Gewoon Hilversum)

Reacties zijn gesloten.