Islam voor beginners (8)

De overleveringen

De twee belangrijkste bronnen van kennis voor elke moslim zijn Koran en Soenna, gebaseerd op de Ahadith of overlevering. Deze twee bronnen voor theorie en praktijk dragen beiden een probleem met zich mee. De Koran heeft een uitlegprobleem en de Ahadith hebben een betrouwbaarheidsprobleem.
Dat zei Abdulwahid van Bommel in Islam voor beginners (5)

Wat is een hadith (ahadith in meervoud)?

De koran geeft maar beperkt antwoord op de praktische vragen van het leven. In de tijd dat de profeet Mohammed nog leefde konden de mensen hem nog om raad vragen wat Gods wil was. Toen hij was overleden kon men het de oorspronkelijke volgelingen nog vragen, maar die waren het onderling niet altijd eens.

Voor de vroege moslimgemeenschap was het tijdperk na Mohammeds dood een roerige periode, schrijft Reza Aslan, in Geen god dan God. De oemma, de oorspronkelijke moslimgemeenschap groeide steeds verder, werd groter, rijker, machtiger en onbestuurbaarder. Vijftig jaar na zijn overlijden bevond de vroege islam zich al buiten het Arabisch schiereiland, tot in Iran. Nog vijftig jaar later had de islam het grootste deel van Noordwest-India en heel Noord Afrika veroverd, en nog eens vijftig jaar later was de islam via Spanje en Zuid-Frankrijk in Europa terecht gekomen. Van een kleine Arabische gemeenschap was het een enorm wereldrijk geworden. Dat gaf veel juridische en religieuze problemen waar de koran niet expliciet antwoord op gaf.

Aanvankelijk wendden de moslims zich voor advies en leiderschap tot de oorspronkelijke metgezelle. Zij hadden het gezag om met een beroep op Mohammeds nagedachtenis juridische en spirituele adviezen te geven. Op die manier werden ze de levende bronnen van de hadiths, mondeling doorgegeven verhalen over uitspraken en handelingen van de Profeet. Wat hij had gezegd over bepaalde kwesties, wat hij had gedaan, wat hij stilzwijgend had goedgekeurd. Toen ook de oorspronkelijke metgezellen overleden kwamen de overleveringen nog verder van de Profeet zelf af te staan, bij elke hadieth ontstond een isnaad, een keten van overdracht, ‘die heeft gezegd dat hij van die heeft gehoord dat de Profeet heeft gezegd… Maar met het langer worden van de keten werd ook de vraag of elke hadith wel authentiek was ingewikkelder. Nog geen twee eeuwen na Mohammeds dood waren er 700.000 hadiths in omloop die onmogelijk allemaal echt konden zijn. Ongetwijfeld waren daar ook verhalen bij die waren verzonnen door lieden die hun eigen geloofsovertuiging en praktijk wilden legitimeren of hun machtspositie wilden versterken door een beroep te doen op een uitspraak van de Profeet. Zo zullen we als we het hebben over vrouwen en islam te spreken komen over ronduit vrouwvijandige hadiths die strijdig lijken met het handelen van de Profeet, en ook niet in overeenstemming te brengen zijn met het grotendeels juist erg egalitaire karakter van de koran.

Geleerden in later eeuwen hebben ook opgemerkt dat in die verzamelijk hadiths verzen uit de thora en de evangeliën te vinden waren, uitspraken van rabbijnen, Perzische en Indiase zegswijzen, stukjes Griekse filosofie en zelfs een bijan woordelijke weergave van het onzevader – allemaal toegeschreven aan Mohammed.

In de negende en tiende eeuw werden de eerste pogingen gedaan om orde te scheppen en de betrouwbare hadiths te scheiden van de verzonnen verhalen. Maar er waren uiteraard ook lieden die bepaalde hadiths graag wilden houden omdat die hen te pas kwamen – zoals Fatima Mernissi heeft gezegd: we moeten er op bedacht zijn dat achter elke hadith een machtstrijd en botsende belangen verscholen kunnen liggen.

Een voorbeeld. Heel revolutionair was het dat de koran voorschreef dat ook vrouwen mochten erven. Maar ook stond er in de koran dat bezit niet nagelaten moest worden aan dwazen. Dus waren er toch weer commentatoren die besloten dat met dwazen vrouwen en kinderen waren bedoeld, die van erfrecht mochten worden uitgesloten. Ook kon een vooraanstaand kopman uit Basra, vijf en twintig jaar na Mohammeds dood, Abou Bakra, beweren dat hij de Profeet had horen zeggen ‘Zij die hun zaken aan een vrouw toevertrouwen, zullen nooit voorspoed kennen’. Wat heel erg moeilijk in overeenstemming te brengen is met het feit dat Mohammed trouwde met een oudere, rijke en zelfstandige koopvrouw, Kadija, die hem zeer heeft ondersteund en aan wie hij trouw bleef tot ze stierf. Ook zijn latere vrouwen nam hij zeker voor die tijd opmerkelijk serieus. Een heel groot deel van de hadiths zijn trouwens afkomstig van zijn latere vrouw Aisha.

Twee verzamelingen hadiths hebben het meeste gezag: die van Bouchari en die van Moeslim. De hadiths zijn niet per definitie bindend, ze vormen niet de wet, wel vormen ze het materiaal waaruit geput is om tot rechtsregels te komen. Maar daarnaast spelen de overleveringen in het dagelijks leven nog een andere rol, het zijn dierbare, stichtende teksten die naast de koranverzen worden gekoesterd.

Waar gaan de hadiths over?
Voor een deel zijn het teksten die gaan over wat moslims is toegestaan (halal) en verboden (haram). Soms valt dat indirect af te leiden: wanneer de Profeet weigert om een kostbaar gewaad te dragen, dan kan daaruit de conclusie worden getrokken dat moslims niet overdadig of opvallend gekleed zouden moeten zijn.
Een deel van de hadiths gaat over het geloof, of over de verhouding tussen geloof en menselijk handelen. Reinheid is een belangrijk thema, welke hand je gebruikt voor het eten en welke om je schoon te maken op de WC. Hoe het gebed te verrichten. Hoe om te gaan met dood en geboorte. De regels van het vasten. Voorschriften voor het huwelijk en seksualiteit. Erfrecht. Goede manieren. Maar ook de beschrijving van het paradijs.

In Leidraad voor het leven (samengesteld door Wim Raven, uitgeverij Bulaaq) vinden we een deel van de verzameling hadiths. Bijvoorbeeld deze:

Van Aboe Dzarr: Ik vroeg de Profeet: Profeet, welke goede werken zijn het beste?
Hij antwoordde: het geloof in God en de jihad voor zijn zaak.
Welke slaven zijn het best om vrij te kopen?
Die slaven die volgens hun eigenaars het kostbaarst en het duurst zijn.
En als ik dat niet kan doen?
Dan help je een hadwerksman of een ongeschoolde.
Profeet, en als ik tot al deze werken niet in staat ben?
Dan moet je er van afzien de mensen kwaad te doen, want dat is een aalmoes die je wel kunt geven.

Het aardige van de hadiths, die soms het karakter hebben van een anecdote over een geliefd persoon, laten de Profeet zien als menselijk, ondogmatisch, die het niet erg vond als de regels niet altijd strikt werden nagekomen zolang iemand verder een goed mens is en goed is voor anderen. Ook als een aardse man. Zo werd een vrouw geacht onrein te zijn zolang ze mentrueerde, maar dit is wat Aisha zei:

Van Aisha: De Profeet lag achterover op mijn schoot terwijl ik menstrueerde en dan reciteerde hij de koran.

En:

Van Aisha: De Profeet zei tegen mij: Haal voor mij de mat eens uit de moskee!
Maar ik ben ongesteld.
Je menstruatiebloed zit niet aan je handen.

Van Abdallah ibn Oemar: De profeet heeft gezegd: verbiedt jullie vrouwen niet om naar de msokee te gaan, als zij jullie om toestemming daarom vragen.

Van Abdallah ibn Amr: Tijdens de afscheidsbedevaart hield de Profeet halt en de mensen begonnen hem vragen te stellen.
Ik heb mij per ongeluk kaal geschoren voordat ik het offerdier geslacht had, zei een man.
Slacht het nu maar, het geeft niet.
Ik heb per ongeluk het offerdier gekeeld voordat ik de steentjes gegooid had, zei iemand anders.
Gooi ze nu maar, het geeft niet.
En op alle vragen die die dag gesteld werden over de dingen die in de verkeerde volgorde gedaan waren antwoordde hij: Doe het nu maar, het geeft niet.

We komen vooral bij de aflevering over vrouwen en islam nog over de hadiths te spreken.
Verdere literatuur:
Wankele waarden, levenskwesties van moslims belicht voor professionals, Forum
Ibn Ishaak, Het leven van Mohammed, uitgeverij Bulaaq.

Het boek van Reza Aslan, Geen god dan God, kan ik zeer aanbevelen. Het geeft vooral een context voor het ontstaan van de islam, waardoor veel duidelijk wordt, en verbindt dat ook met actuele kwesties, zoals de vraag of de islam inherent gewelddadig, of tegen ongelovigen en joden is. En het is erg leesbaar.

16 gedachten over “Islam voor beginners (8)

  1. Beste Imad,
    Het zou wel heel jammer zijn als je nu besluit om de hadieth maar verder ter zijde te schuiven (hoewel dat uiteraard je goed recht is), want de hadiethverzamelingen zijn wel een bron van heel veel informatie en kennis (en inspiratie).

    Het gaat er vooral om dat we zorgvuldig omgaan met het gebruiken van de hadieth, bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe betrouwbaar deze hadieth door (verschillende) geleerden worden/werden geacht en waarom, in welke context de uitspraak of handeling die erin wordt verteld heeft plaatsgevonden en of het bijvoorbeeld een tekst is waaruit een algemeen geldend principe af te leiden is of die slechts voor een bepaalde specifieke situatie toepasbaar is. Soms zijn die aspecten helaas niet meer goed te achterhalen. Dat is de reden waarom veel moslims (ook veel vrouwelijke onderzoeksters) meer nadruk leggen op de Koranteksten, omdat de Koran door alle geleerden en iedere moslim als eerste en veruit belangrijkste bron wordt beschouwd.

    Moslims hechten er over het algemeen veel aan dat bij het aanhalen van een hadieth ook de bronvermelding wordt gegeven (bijvoorbeeld: uit de verzameling van Boekhari, Moeslim, Tirmidzi, enz.). Bij Al Nisa is dit zelfs een voorwaarde voor het gebruik van hadieth in artikelen voor onze bladen, dat heeft ook te maken met onze visie dat het belangrijk is dat iedereen zelf verder op onderzoek kan gaan als het thema haar (of hem) interesseert. Anja heeft dit nu bij de bovenstaande voorbeelden van hadieth niet gedaan, maar ik neem aan dat ze uit Leidraad voor het Leven komen? Wim Raven (de auteur van dat boek) gebruikt (bijna) alleen hadieth die hetzij uit de verzameling van Boekhari, hetzij uit de verzameling van Moeslim komen, maar in de meeste boeken worden nog andere verzamelingen gebruikt.

  2. Beste Imad,
    Het zou wel heel jammer zijn als je nu besluit om de hadieth maar verder ter zijde te schuiven (hoewel dat uiteraard je goed recht is), want de hadiethverzamelingen zijn wel een bron van heel veel informatie en kennis (en inspiratie).

    Het gaat er vooral om dat we zorgvuldig omgaan met het gebruiken van de hadieth, bijvoorbeeld door te onderzoeken hoe betrouwbaar deze hadieth door (verschillende) geleerden worden/werden geacht en waarom, in welke context de uitspraak of handeling die erin wordt verteld heeft plaatsgevonden en of het bijvoorbeeld een tekst is waaruit een algemeen geldend principe af te leiden is of die slechts voor een bepaalde specifieke situatie toepasbaar is. Soms zijn die aspecten helaas niet meer goed te achterhalen. Dat is de reden waarom veel moslims (ook veel vrouwelijke onderzoeksters) meer nadruk leggen op de Koranteksten, omdat de Koran door alle geleerden en iedere moslim als eerste en veruit belangrijkste bron wordt beschouwd.

    Moslims hechten er over het algemeen veel aan dat bij het aanhalen van een hadieth ook de bronvermelding wordt gegeven (bijvoorbeeld: uit de verzameling van Boekhari, Moeslim, Tirmidzi, enz.). Bij Al Nisa is dit zelfs een voorwaarde voor het gebruik van hadieth in artikelen voor onze bladen, dat heeft ook te maken met onze visie dat het belangrijk is dat iedereen zelf verder op onderzoek kan gaan als het thema haar (of hem) interesseert. Anja heeft dit nu bij de bovenstaande voorbeelden van hadieth niet gedaan, maar ik neem aan dat ze uit Leidraad voor het Leven komen? Wim Raven (de auteur van dat boek) gebruikt (bijna) alleen hadieth die hetzij uit de verzameling van Boekhari, hetzij uit de verzameling van Moeslim komen, maar in de meeste boeken worden nog andere verzamelingen gebruikt.

  3. Een klein herstelpuntje: ik schreef dat Wim Raven de auteur is van het boek Leidraad voor het leven, maar hij is de vertaler.

  4. Ha ceylan, ja ik haalde de voorbeelden uit Leidraad voor het leven. Jij zei me zelf eens dat de selectie die Wim Raven had gemaakt (als vertaler en samensteller van het boek) meer interessant was voor niet-moslims dan voor moslims zelf en dat wil ik wel geloven. Ik ben vooral gefascineerd door het aardse, lichamelijke, haast ‘gewone’ van sommige hadiths waardoor de Profeet en zijn metgezellen voorstelbare mensen worden, ze komen opeens heel dichtbij als ik dat beeld zie van Mohammed met zijn hoofd in de schoot van Aisha. Maar een moslim zoekt in de hadiths misschien, waarschijnlijk wat anders. De voorbeelden die ik noem zijn niet voorzien van de bron, of van de isnaad.

  5. Beste Ceylan,
    natuurlijk heb je gelijk. Maar voor mij is toch alleen wat echt in de Koran staat de volledige waarheid. Ik zie de hadieth meer als een mogelijke inspiratie, maar die inderdaad door velen ook weer interpreteerbaar is.

  6. Ik heb de ahadieth (meervoud van hadieth) altijd problematisch gevonden, ook omdat veel moslimauteurs de bron vaak niet vermelden, waardoor ze niet verifieerbaar zijn. Mijn belangrijkste bezwaar is, dat veel ahadieth in strijd lijken te zijn met Koranteksten. Geeft de Koran de vrouw meer rechten, de ahadieth perken die weer in. Riffat Hassan pleit ervoor om naast de door de klassieke verzamelaars gebruikte criteria voor de beoordeling van de ahadieth (of de overlevering wel in een rechtstreekse lijn teruggaat op de Profeet, of de overleveraars elkaar daadwerkelijk ontmoet kunnen hebben en of het betrouwbare mensen zijn), ook te beoordelen of de ahadieth inhoudelijk geen tegenstelling vormen met de Korantekst. Daarover bestaat ook een hadieth! De profeet zou gezegd hebben dat je een hadieth moet verwerpen als hij in strijd is met de Koran (sorry, ik weet geen bron). Dat onderzoek is nog veel te weinig verricht. Waarschijnlijk valt dan de helft van de nu als betrouwbaar aanvaarde ahadieth af. Opmerkelijk is, dat zelfs in de gekuiste versie van de Tafsier van Ibn Kathier (tafsier is uitleg of commentaar op de Koran), die voor erg veel moslims als autoriteit geldt, veel ahadieth van twijfelachtig allooi voorkomen. (Kathier gebruikt ahadieth als hulpmiddel bij de duiding van Koranverzen).

    De overlevering helemaal verwerpen, zoals de Koran-only moslims doen (die bestaan echt), wil ik niet, daarvoor vind ik teveel waardevolle richtlijnen in de teksten, bijvoorbeeld over de maniet om het gebed te verrichten. Momenteel tracht ik voor mezelf een onderscheid te maken tussen (1) ahadieth die een universele geldigheid lijken te hebben, (2) ahadieht die misschien wel authentiek zijn, maar sterk aansluiten bij de Arabische cultuur en (3) ahadieth die naar mijn idee strijdig zijn met de Koran.

    Enkele voorbeelden:

    1. Ahadieth over de manier waarop het gebed verricht moet worden.

    2. Ahadieth over het gebruik van een miswak: ik destilleer hieruit een aansporing om je tanden te poetsen en gebruik daarvoor een tandenborstel (een miswak is een stokje van ca. 10 cm lang, gemaakt van de tak van een bepaald soort boom, en erg effectief voor het reinigen van de tanden). Mensen die erop staan een miswak te gebruiken, rijden wel in een auto en niet op een kameel. Hetzelfde geldt voor ahadieth over kleding: het belangrijkste voor mij is dat je je behoorlijk kleed, naar de normen van de samenleving waarin je woont.

    3. Riffat Hassan haalt een hadieth aan die voorkomt in de twee meest betrouwbare verzamelingen en zegt dat Eva (de vrouw) geschapen is uit een rib uit de linker zij van Adam (de man). Dat verhaal komt in de Koran niet voor en is gedetailleerder dan Genesis. Links geldt in de Arabische cultuur als onrein. Conclusie: de vrouw is onrein en ondergeschikt aan de man. Het woord Eva komt in de Koran niet voor, het woord Adam wel. Het Hebreeuwse woord Adam was geen mannennaam, maar betekende ‘uit aarde’, en kan dus worden vertaald als ‘mens’. (Selection d’articles de Riffat Hassan, Femmes Sous Lois Musulmanes, Frankrijk 1994, p. 31 e.v., vertaling van Selected Writings of Riffat Hassan, WLUML 1993). De conclusie dat de vrouw uit de man geschapen is om hem te dienen is dus volledig uit de lucht gegrepen.

  7. Hoi Anja, lekker om weer even mee te doen! Voor jou ter info: achter in het boek staat een lijst met de nummers van de ahadieth (je hebt gelijk Hendrik Jan… meervoud), en daar staat dan achter in welke verzamelingen ze voorkomen. Voor als je nog eens een uurtje echt niets te doen hebt, zal ik maar zeggen…!

    Imad, voor mij is de Koran ook de belangrijkste Leidraad, maar in de periode waarin ik mij verdiep in de positie van de vrouw in de Islam, is het mij duidelijk geworden dat het geen overbodige luxe is ons ook in ahadieth te verdiepen, willen we tot een vollediger beeld komen. (Al is het maar om totaal onlogische uitspraken te kunnen weerleggen waarvan men zegt dat ze gebaseerd zijn op een hadieth).Ik zeg de laatste tijd wel eens dat ik het heel leuk zou vinden als er een vrouwelijke onderzoekster zou komen die zich toch eens ook meer ging verdiepen in de hadiethwetenschap. Maar misschien is die er al? Als iemand zo iemand kent, hoor ik dat graag!

    Hendrik Jan, helemaal eens met jouw betoog. Sorry trouwens dat ik je niet even gemaild heb over het artikel, wel aan gedacht, toch vergeten … Wat betreft de visie van Riffat Hassan met betrekking tot de ahadieth over het ‘rib-verhaal in Genesis’ iets wat je misschien interessant vindt. Anne Sofie Roald zegt daar in haar boek ‘Women in Islam, the western experience’ over dat zij het opvallend vindt dat juist Riffat Hassan daar een hele theorie over heeft ontwikkeld. Dat doet zij in een deel waarin zij uitlegt hoe belangrijk de eigen (culturele) context van de betreffende wetenschapper/onderzoeker/uitlegger is. Zij zegt dat Riffat Hassan als Pakistaanse zich mogelijk (onbewust) heeft laten leiden door het christelijke gedachtegoed van de Engelsen die lang geheerst hebben in Pakistan. En deze Engelse christenen baseerden toen nogal wat regels m.b.t. de man-vrouw-verhouding op dit Scheppingsverhaal uit de Bijbel. Ik vind dat niet helemaal onwaarschijnlijk, omdat ik zelf zo nu en dan ervaren heb dat de Engelsen inderdaad veel invloed hebben achtergelaten op de cultuur in Pakistan. Later hoorde ik wel weer van iemand anders dat deze ahadieth ook in Marokko wel vaak naar voren worden gebracht om de ondergeschikte rol van de vrouw te ‘verdedigen’. Dus ook deze theorie lijkt te relativeren, maar ik vond hem toch wel interessant.
    Hartelijke groet,

  8. Ik weet niet of het geval van het aangrijpen van dezelfde hadith in Marokko de theorie relativeert, ook Marokko heeft een koloniaal verleden, inderdaad interessant. Verder vind ik de ahadith ook erg interessant om te bestuderen, alleen is het daarbij belangrijk het verhaal dat Anja hier ook neerzette in je achterhoofd te houden. Schijnbaar is namelijk niet iedereen hier goed van op de hoogte. Daarom vond ik het ook een goed stuk.

  9. De ahadieth die een relatie met Bijbelteksten hebben dateren natuurlijk van ver voor de koloniale tijd, ook wanneer het geen uitspraken van de Profeet zijn, maar later verzonnen teksten. Het lijkt me wel aannemelijk dat iemand die vanwege koloniale overheersing enigszins vertrouwd is met christelijke bronnen die relatie eerder legt dan iemand uit een cultuur waarin het christendom een marginale rol speelt. Riffat Hassan zegt in haar artikel dat enige kennis van de Bijbel onontbeerlijk is voor het ontmaskeren van dit soort interpretaties.

    De passage van Roald over Hassan had ik gemist, maar ik moet bekennen dat ik het boek nogal selektief heb gelezen. Het was voor mij wel een eye-opener voor wat de soms zeer eigenzinnige manier van omgaan met de ahadieth door gewone en geleerde (Arabische – want daar focust ze op) moslims betreft. Ik hield er een gevoel aan over dat we (niet in Koran- en hadiethwetenschappen geschoolde moslims) soms behoorlijk bedrogen worden. Roald richt zich alleen op vrouwenzaken, maar veel van haar conclusies hebben ook konsekwenties op andere terreinen. Ik heb nog in mijn achterhoofd om enkele kernhoofdstukken in het Nederlands samen te vatten voor mijn site, maar vrees dat ik daar voorlopig niet aan toe kom.

    Ik merk bij veel geboren moslims dat ze de hadiethliteratuur als onfeilbaar ervaren en met groot gemak over eventuele onbetrouwbaarheid heenstappen. Ik zelf zou geneigd zijn alleen hasan en sahi teksten te gebruiken om conclusies te gebruiken, maar juist bij controversiële onderwerpen kom je een heleboel gharib en da’if materiaal tegen. (Kan iemand die termen toelichten, dit gaat mijn kennis net iets te boven). In fatwa’s op internet wordt vaak zelfs meer waarde aan ahadieth toegekend dan aan Koranteksten. De opbouw van zo’n fatwa is vaak als volgt: hij begint met een vraag, die in een (soms fictieve) context wordt geplaatst en door de alim opnieuw wordt geformuleerd. Dan volgen enkele aya’s en vervolgens de ahadieth die op de vraag betrekking hebben. In het commentaar blijven de aya’s dan min of meer buiten beeld. Nog erger is het bij amateurs. Die trekken vaak absolute konsekwenties uit één of enkele ahadieth zonder ook maar naar de Koran te verwijzen. Het is lastig om met dat soort mensen in gesprek te komen en daar maak ik mij wel zorgen over.

  10. Bij Malcolm Clark (Islam voor dummies) lees ik:

    Sahih: betrouwbaar (vrijwel zeker correct)
    Hasan: goed (zeer wel mogelijk)
    Da’if: zwak (kan niet als waar worden beschouwd, tenzij bevestigd door andere ahadith.)

    Hij noemt geen gharib, ik geloof dat er een verschil is: bij het een kunnen de veronderstelde overleveraars elkaar niet ontmoet hebben, bij het andere is er sprake van onbetrouwbare overleveraars.

    De uitleg tussen hakjes geeft al aan dat 100 % zekerheid niet bestaat.

  11. Gemaakt uit de rib van de linkerzij van een man.
    Hmmmm ..
    Zo de linkerzij van de man onrein is .. dan is het scheppen van de vrouw daaruit toch het een beetje reiner maken van de man, die nu, voor de helft (links) onrein is.
    De vrouw is dus gemaakt uit de man om hem minder onrein te maken.
    Lijkt mij zo.

Reacties zijn gesloten.