Fisk

Robert Fisk. Een fenomeen in de journalistiek. Op 31 oktober sprak hij in Felix Merites in Amsterdam, naar aanleiding van het verschijnen van zijn buitengewoon lijvige boek over het Midden-Oosten, De grote beschavingsoorlog. 1,8 kilo zwaar en meer dan 1400 pagina’s dik. Niet om in de handtas mee te nemen voor in de trein. Maar laat dat niemand afschrikken, niet alleen heeft Fisk een fenomenale kennis van het Midden-Oosten, waar hij al vele jaren verslaggever is, hij heeft alle sleutelfiguren persoonlijk gesproken, ook Bin Laden, en hij is ook een rasverteller, met veel gevoel voor humor. Wat deze avond bleek, het publiek hing aan zijn lippen.

Fisk durft ook persoonlijk te zijn, hij is een aanhanger van wat ik ‘heldere subjectiviteit’ noem, als tegenstelling tot schijn-objectiviteit en schijn-onpartijdigheid. Want als het om het Midden-Oosten gaat heeft iedereen een mening die ingekleurd is door de eigen waarnemingen, ervaringen en voorgeschiedenis. Zo ook Fisk.

Het boek is eigenlijk een hommage aan zijn vader, inmiddels overleden. Een man waar Fisk het moeilijk mee had. Een soldaat uit de Eerste Wereldoorlog, die nooit meer los kwam van die ervaring. Behoorlijk rechts, zei Fisk, maar ook iemand die als jonge soldaat geweigerd had om een even jonge soldaat aan de andere kant dood te schieten. Ik heb geweigerd om hem te bezoeken toen hij dood ging, zei Fisk, en in zekere mate is dit boek een ‘apology to him’. Want van zijn vader leerde hij ook om nooit de geschiedenis te vergeten. Elke journalist zou een geschiedenisboek in zijn jaszak mee moeten nemen. Zonder die geschiedenis is alles wat in het Midden-Oosten gebeurt onbegrijpelijk.


(Fisk in gesprek met Paul Aarts)

Geen makkelijk boek om te schrijven, en niet zozeer vanwege de dikte, want hij heeft al ontzettend veel geschrapt. Maar door het zover in te dikken tot de essentiële gebeurtenissen werd het ook een boek dat voornamelijk bestaat uit geweld, martelingen, doden en nog meer geweld. Ik werd er zelf af en toe depressief van, zegt Fisk. Tegelijk vergeet ik het nooit: ik kan op elk moment weg uit de ellende, dan zit ik met een glas champagne in het vliegtuig naar huis. De mensen om wie het gaat blijven achter. Daarom wordt hij ook kwaad als mensen meewarig suggereren of hij zelf niet een beetje getraumatiseerd is. Hij vindt het niet loyaal aan de mensen in het Midden-Oosten zelf om te gaan zeuren.

Ook houdt hij er niet van om ‘oorlogsverslaggever’ genoemd te worden. Het ruikt te veel naar valse romantiek. En er is helemaal niets romantisch aan oorlog. Ik noem mezelf Midden-Oostenverslaggever, zegt hij, en ik kan het niet helpen dat het daar altijd oorlog is.

Lijken stinken. Oorlog is vies. Viezer dan de meeste mensen beseffen en dat is ook de reden dat hij schrijft. Al schrijvende kan hij dingen vertellen die we nooit op de tv zullen zien, daar zie je hoogstens ‘schone’ lijken, maar nooit de lugubere beelden van uitgehongerde honden die met een arm weglopen van een omgekomen vrouw. En soms ben ik gewoon bang, zegt hij. Het is geen Hitchcock film waar de hoofdpersoon altijd blijft leven. Er zijn veel journalisten omgekomen. Fisk is van plan nog even te blijven leven. Dus waagt hij zijn leven, maar hangt niet onnodig de held uit. Je moet ook heel voorzichtig zijn. Zo zal hij nooit naar een borrel op een ambassade gaan, zoals andere journalisten wel, omdat hij er niets voor voelt dat de plaatselijke opstandelingen denken dat hij het onder een hoedje speelt met het regime. Ook zal hij alles wat hij te weten komt meteen opschrijven en publiceren, zodat hij niet verdacht kan worden van achterhouden van informatie en dus van spionage. Het moet duidelijk zijn dat je een journalist bent en niets anders dan een journalist.


(Fisk geinterviewd door Oscar Garshagen van het NRC)

Fisk is niet wat hij een ‘hoteljournalist’ noemt. In Irak zitten de enige nog overgebleven journalisten verschanst in een hotel waar ze nauwelijks meer uitkomen omdat het te gevaarlijk is, en komen aan hun nieuws via hun mobieltjes. Hij neemt het ze niet kwalijk. Alleen, wat kom je dan werkelijk te weten? Fisk gaat er nog wel op uit, hij heeft er altijd voor gezorgd om contacten te onderhouden onder de bevolking, werkt met plaatselijke tolken en chauffeurs, hoewel die ook gevaar lopen als ze met hem op weg gaan. Al weet hij niet hoe lang hij dat nog kan doen. Het is chaos en anarchie in Irak.

Zijn visie maakt hem niet populair bij de Amerikanen. Hij heeft vanaf het begin de bezetting van Irak veroordeeld. Iedereen kan ondertussen weten dat het leugens waren, maar hij zei het al vanaf het begin: er zijn geen massavernietigingswapens, Sadam Hussein heeft geen banden met Bin Laden, en je brengt geen democratie door een land te bombarderen. De VS moeten daar weg. De Iraki’s hebben ondertussen wel wat anders aan hun hoofd dan alleen de Grondwet. Ze praten over de angst dat hun kinderen worden gekidnapped en waar ze het geld vandaan halen om de elektriciteit te betalen.

Arabieren willen best democratie, zegt Fisk, ze willen democratie en mensenrechten, maar ze willen ook vrij zijn, en met name vrij van ons.

Ook op de aanval van 11 september heeft hij een eigenzinnige opvatting. Die was niet zomaar gericht tegen het gehate Westen. De bedoeling was om de onschuldigen te scheiden van de onschuldigen. Het ene volk dat gewoon wil leven van het andere volk dat gewoon wil leven.

Edward Said, de Amerikaanse Palestijn die is gestorven, zei dat de relatie tussen de VS en Israël het laatste taboe is voor Amerikaanse journalisten. Je hoeft het er niet mee eens te zijn als een Palestijn op een kolonist schiet in bezet gebied, maar je kunt wel snappen waarom hij dat doet. Maar als journalisten het niet hebben over bezette gebieden, maar de nederzettingen omschrijven als ‘joodse buitenwijken van Jeruzalem’ dan klinkt dat al heel anders.

Ik word als journalist vaak gevraagd om ‘beide zijden’ evenveel aandacht te geven – zo gaan de meeste tv-journalisten te werk. Aandacht voor de slachtoffers onder de Palestijnen, dan ook evenveel aandacht voor de slachtoffers onder de Israëli’s. Dat lijkt evenwichtig, maar is het niet, het geeft in feite een compleet scheef beeld. Stel dat ik vroeger de slavernij had moeten verslaan, had ik dan evenveel aandacht moeten geven aan de ervaring van de slaven als aan die van de slavenhouders? Of hoe zou ik ‘evenwichtig’ over de concentratiekampen hebben moeten schrijven, beide partijen aan het woord?
Ik denk dat het tijd wordt dat journalisten er trots op zijn als ze een sterke commitment hebben, zegt Fisk, in plaats van dat te verbergen of ons ervoor te verontschuldigen. We hebben het recht op woede als we onrecht zien.

Ik geloof niet dat je als journalist de wereld kunt veranderen, zegt Fisk. Je kunt alleen scherf voor scherf blootleggen wat er gebeurt. Chip away at the rock with your little hammer and hope that it will break one day. Want als je niet de waarheid vertelt maak je je medeplichtig aan moord.


(Stan van Houcke, in het midden)


(Bertus Hendriks)

Een inspirerende man, een inspirerende avond. En natuurlijk was ‘iedereen’ die iets met het Midden-Oosten heeft er. De nakwaak kreeg het karakter van een goeie reünie.

5 gedachten over “Fisk

  1. mooi verslag! Hier is iemand aan het woord die tijd heeft en innerlijke ruimte om de dingen nog eens te bezien. Mooi, hoe hij stelling durft te nemen in ‘heldere subjectiviteit’. Zogenaamde ‘objectiviteit’ is ook altijd subjectief, met dien verstande dat er niet meer over te praten valt. ‘Helder subjectief’ houdt het gesprek open. Bedankt!

  2. omdat dit boek volgens mij “eeuwigheidswaarde” heeft zal ik het zeker aanschaffen. Gedoseerd lezend zal ik het nooit helemaal kunnen uitlezen maar ook voor de (klein)kinderen is het belangrijk om er mettertijd kennis van te nemen.
    anne

  3. las uw artikel nu pas op internet,nadat ik vanavond op canvas een interview zag met Robert Fisk.Dank voor uw verslag op internet n.a.v.da avond in amsterdam met fisk. kan niets andersw zeggen dat ik het een fascinerende man vind met een heldere kijk op alles wat er in het midden oosten aan de gang is en was.zo klip en klaar moeten er meer zijn. dank

    mechteld 5 febr 2006

  4. ik heb het boek van robert fisk al een hele tijd en ik kan alleen maar zeggen dat het een echte aanrader voor iedereen die iets van eigenlijk heel het westen en midden-oosten wil afweten. Hij legt duidelijke verbanden tussen fouten van regeringen nu en fouten vroeger en kan ze vervolgens ook nog vertalen naar de toekomstverwachting.
    Het is inderdaad een dik boek ik ben er al meer dan een jaar in bezig, maar hij weet je door heel het boek te boeien met interessante informatie.

    ik kan niet anders zeggen dan dat een bewuste wereldburger dit boek gelezen moet hebben.

Reacties zijn gesloten.