Dagboek 14 november 2005

Het leven gaat te snel. Het is alweer half november. En er gebeurt te veel. Ik loop achter met mijn weblogje. Ik wil nog wat schrijven over Peretz en Peres, want eindelijk komt er weer een geluid uit Israel dat echt interessant zou kunnen zijn. Ik wil het nog hebben over de herkeuringen, en de verhalen die nu los komen, van de gedupeerden, waaronder mensen met een licht handicap die tot nu toe wel aan het werk konden blijven en dat waarschijnlijk kwijt raken. En over Verdonk die maar blijft jokken. En ik heb nog wat gedachten over weblogs en de vrijheid van meningsuiting. En er ligt nog een half verhaal over Frankrijk en al het commentaar daarop – zo meteen is dat ook weer voorbij. En dan in de afdeling lichtvoetig en toch leuk, de schone ramen van Claar en de geslaagde ontmoeting tussen twee van mijn favoriete weblogvrienden. Komt, komt.

Is er een meneer die me verwijt dat ik zo eenzijdig ben. En dat ik nog niks heb gezegd over Frankrijk. Zeker een te gevoelig onderwerp, suggereert hij. Ik en gevoelige onderwerpen vermijden? Ik ben geen krant, meneer. Ik heb geen leger van verslaggevers die ik een opdrachtje kan geven. Ik ben hier maar, met wat ondersteunende vrienden, in mijn uppie, en ik hou het maar net bij en nu dus even niet.

Natuurlijk suddert de Gretta affaire nog even na. Boze reactie dat ik mijn weblog gebruik om haar ‘te kielhalen’ terwijl het gaat over de goede zaak. Dat laatste hoef je mij natuurlijk niet te vertellen. Ik had er natuurlijk ook niet over kunnen schrijven, hoewel ze zelf de boel weer opgerakeld heeft door in Het Zwarte Schaap te gaan zitten – had ze ook nee op kunnen zeggen en was wat mij betreft erg veel verstandiger geweest, dan hadden we het verleden kunnen laten rusten. Doet ze het toch. Word ook ik daar weer bij van stal gehaald. Dan spijt het me, maar als ik weer eens ‘vriendin van Gretta’ word genoemd dan ontkom ik er niet aan om ook mijn kritische geluiden te laten horen en ik heb me daarbij erg ingehouden. Want het kan wel waar zijn dat iedereen die voor de Palestijnen opkomt voor antisemiet wordt uitgemaakt, en ook ik mijn portie voor mijn kiezen krijg, maar ik maak daar niet zo’n persoonlijk drama van. Zoals in de Volkskrant vanochtend stond:
“Duisenberg had er slim aan gedaan haar ‘zaak’ niet tot een persoonlijk drama te laten terugbrengen en dus moeten bedanken voor de uitnodiging”. Mee eens. En dan had ik het er ook niet over gehad.

Ik ga naar de begrafenis van Joes z’n vader, in Meijel. (Iemand vroeg me of onze Joes zijn buurjongen uit Meijel was, ja dus). Joes is van huis uit katholiek. Over cultuurverschillen gesproken. In Nederland zelf. Toen mijn moeder werd begraven, met een piepklein groepje mensen er bij, want mijn moeder was nooit erg goed in het maken van vrienden, stonden daar opeens ook twee van mijn collega’s. Ik dacht: waarom komen ze, ze hebben mijn moeder niet eens gekend. Maar dat waren katholieke collega’s, en die kwamen voor mij, niet voor mijn moeder. Dat heb ik er dus bij geleerd, nadat ik tot mijn spijt de begrafenis van Joes z’n moeder heb gemist – ik kwam gewoon niet op het idee dat hij het zou waarderen dat ik er bij zou zijn. Als niet-katholiek.

Op naar Meijel, voor een goede vriend, en voor Henny en de kinderen en voor Josette. Dan door naar Veenendaal voor een debat dat georganiseerd is door Jan Breur, ook bekend van dit weblog. Morgenochtend vroeg weer naar Den Haag om de werkgroep buitenlanmd niet te missen. Commissievergaderingen. Het Rotteberaad. En dan mis ik nog de bijeenkomst met twee hele bijzondere mensen, een Palestijns-Israelisch stel. Wil ik het ook nog over hebben. Zie ik woensdag, insha’Allah. Die interessante bijeenkomst over emancipatie in Bos en Lommer ga ik ook missen. En het overleg tussen PvdA, Groen Links en de SP. Jammer, want ik kan nog weinig chocola maken van de koerswijzigingen van Femke, ik wil die graag beter snappen voordat ik er commentaar op heb.

Zoals de Chinezen zeggen wanneer ze iemand beleefd iets ergs mee willen geven: may you live in interesting times.

Een gedachte over “Dagboek 14 november 2005

  1. Op de begrafenis van mijn vader was ook een aantal mensen dat hem niet of nauwelijks had gekend. Vrienden die voor mij en mijn moeder kwamen. Dat is volgens mij niet specifiek katholiek. Wel een enorme troost.
    Mijn vuistregel: bij twijfel of je wel of niet naar een begrafenis moet gaan zou ik zeggen gaan! Je bent nooit teveel en ieder oprecht medeleven is de nabestaanden erg welkom.

Reacties zijn gesloten.