PARC (3)


(Checkpoint Qalandia)

Ashraf Taha neemt ons mee naar een dorp, waar Parc meehelpt om voorzieningen op te zetten: Kufor Neima. Ashraf was die ochtend de jongste in het gezelschap. Jongen met lef. Misschien te veel lef. Hij heeft veel kritiek en wel een beetje de neiging om het altijd beter te weten. Behalve dat hij een van de leiders is van de Jeugd Bond is hij ook lid van de Palestinian People’s Party en maakt daar geen geheim van. Communist. Hij vindt dat Parc allang politiek kleur had moeten bekennen, en niet alleen de mensen er toe brengen om te gaan stemmen en zich verkiesbaar te stellen, maar ook had moeten zeggen waarop ze hadden moeten stemmen. Deny en Jan en ik stellen dat dat het dilemma is, want als je zo duidelijk voor een partij kiest, sluit je mensen uit met andere keuzes, en staat Parc nou juist niet voor alle boeren, vrouwen en jongeren in de regio? Je wil toch niet straks naast elkaar een Hamas-Parc en een Fatah-Parc en een communistisch Parc? Hij vindt dat we dat niet juist zien. Parc is links en moet daar maar voor uitkomen, uiteindelijk zullen de mensen zelf ook begrijpen dat dat de juiste keuze is.


(Ashraf Taha)

Ashraf was trouwens ook de enige in het gezelschap die kritiek uitte op Europa. Niet vanwege de cartoonkwestie – die blijkt hier nauwelijks te leven. Maar omdat Europa wel geld stuurt, waar ze blij mee zijn, maar nooit politiek stelling heeft durven nemen tegen de bezettingspolitiek van Israel. Ik ben het geheel met hem eens. En zeg dat in de vergadering. We vergeten ook wel eens dat de Palestijnen beleefd zijn, waarderen dat we met ze samenwerken, ook wel afhankelijk zijn van de Europese steun, en daarom misschien niet gauw met kritiek zullen komen. Ashraf legt iets bloot, en dat geeft mij de gelegenheid om te zeggen dat ik het met hem eens ben. Politiek gezien laat Europa de Palestijnen ook al vele jarenlang in de steek. Ik herinner me wat Charles Shamas heeft gezegd, een jurist, de man van Maha die we ook hebben gesproken, wanneer een volk het gevoel heeft nergens haar recht te kunnen halen, vallen ze terug op oude vechtmethoden en nemen het recht in eigen handen. Dat Palestina politiek zo volstrekt alleen staat in de wereld, heeft flink bijgedragen aan de radicalisering, en aan de winst van Hamas.

Met de bus door het landschap van de Westoever. Zo anders dan Gaza. Hier is (nog) ruimte, frisse lucht, een uitzicht over de heuvels –geen grijze betonzee. Als we uit het gezicht zijn van de monsterlijke muur – die is ook zo verschrikkelijk lelijk, zegt Jan, die verpest het hele landschap – is het bijna idyllisch. Net als het dorp. Veel groen, groente en fruitbomen in de tuinen, een paar amandelboompjes al in de bloesem. Een paar jongens met een paar geiten kijken naar ons. Er komen niet veel bezoekers naar dit dorp. Drieduizend zielen. Zestig procent ervan is jong.

Bij het nieuwe clubhuis staan buiten de jonge mannen te wachten op ons, binnen zitten de vrouwen. We krijgen cola. Vraag maar, zegt Ashraf. Ik zeg dat ik hun dorp zo mooi en zo vredig vind. En dat je bijna niet kunt zien dat er een bezetting aan de gang is. Hoe werkt de bezetting uit in dit vredige dorp? Armoede, is het antwoord. Te weinig werk. In het dorp zelf is er niets behalve landbouw. Reizen naar andere plaatsen is vaak onmogelijk als de wegen weer eens zijn afgesloten. En voor de jongeren: ‘they are empty in their time’, verveling en niks te doen, kortom. Af en toe komt het leger, dan worden de wegen weer afgezet, heeft iedereen huisarrest, volgen er razzia’s, dan gaan de jonge mannen de straat op en gooien stenen naar de tanks en de legerjeeps. Er zitten op dit moment honderd mannen van het dorp in de gevangenis. Vijftien ervan zijn onder de zestien.

En nu is het dorp mooi, zegt een van de vrouwen, want het is mooi weer, de zon schijnt, maar als het koud is hebben ze geen plek met verwarming om bij elkaar te komen. Dus veel dingen doen ze in de zomer. Hoewel de vrouwen, dan maar met jassen aan, juist in de winter hun activiteiten hebben, want dan zijn ze niet nodig op het land.

Ze doen cursussen in het clubhuis. Cursussen burgerschapskunde, voor de vrouwen hoe ze zich moeten registreren als kiezer, en dat ze zich ook kandidaat mogen stellen voor de gemeenteverkiezingen. Er komen politici langs om over hun partijprogramma te vertellen. Maar ook praktische cursussen, hoe je je tuin beter kunt verbouwen. Ook hebben ze een collectief spaarprogramma opgezet. Elke week doet iedereen een beetje geld in de pot. Als iemand geld nodig heeft kan die dat opnemen. Dat is goedkoper dan een lening bij de bank. Nu willen ze een eigen plattelandsvrouwenbank op gaan zetten, in eigen beheer. Dit is wat Parc ondersteunt: initiatieven van onderop. Je leven zelf in handen nemen.

In een kamertje ernaast zit een groep jongens met bloknootjes, een jonge vrouw geeft ze les. Burgerschapskunde. Dit is hun vrijetijdsbesteding. Er is geen concurrentie van andere activiteiten. Ze komen graag. Ashraf is trots op ze. We kweken jonge leiders, zegt hij. We hebben dat zo nodig. De jongeren zijn nog bijna nergens vertegenwoordigd. De generatie van tussen de 14 en de 18, dat zijn de leiders van morgen.
Hun wensen voor de toekomst? Een internetcafe. In het dorp is niet een computer. Ze willen contact met de buitenwereld.


(Ramallah)

We rijden terug. We gaan nog even mee naar Ashraf’s kantoor in Ramallah. Hij laat ons trots het filmpje zien over de activiteiten van de jongerenbond. Vlaggen aan de muur, posters. We krijgen een flesje van de extra virgine olijfolie mee die ze tegenwoordig produceren. Hij woont graag in Ramallah. Hier is het vrij, zegt hij, niet als het dorp waar hij vandaan komt waar ze traditioneel zijn en religieus. Hier kan hij uitgaan, ’s avonds, een pilsje drinken, praten met vrienden, zelfs met vriendinnen. Het uitgaansleven in Ramallah, dat is niet gekomen door de mensen van Ramallah zelf, maar door veel jonge mensen die naar de stad zijn toegetrokken. Nergens zo vrij als hier, zegt hij.

Mohammed blijft nog en kan ons niet meenemen over de kolonistenweg. We moeten net als de Palestijnen te voet door checkpoint Qalandia. Goed voor onze algemene ontwikkeling. Met een collectieve taxi brengt Ashraf ons tot aan het eerste hek. We zien veel stalletjes van mensen die iets verkopen, dekens, plastic kinderspeelgoed, onze tax-free, zegt Ashraf. Verder kan hij niet met osn mee, want hij heeft geen vergunning om Jeruzalem in te gaan. Ik krijg een kus op mijn wang. Dan gaan we mee met de massa mensen, vrouwen met babies, mannen met tassen, we moeten door hekken door, vier, vijf keer door een draaihek. We hebben nog mazzel dat we als buitenlanders met de vrouwen mee mogen, de mannen staan in andere rijen geduldig te wachten. Af en toe zien we een soldaat. Maar de onderneming om al die duizenden mensen te controleren, hun ID’s te zien, hun bagage te checken gebeurt net als bij Erez in Gaza voor een groot deel via luidsprekers, electronische videocamera’s. Er komen stemmen uit een ludispreker. English, roep ik. Ik hoor nog steeds alleen Ivriet. Ik loop maar door in de hoop dat het goed is. Kafka. Ik moet een keer mijn paspoort laten zien. En een keer mijn tas openen. Voor ons duurt het bij elkaar maar een half uur maar het is een intimiderende ervaring, ongeveer als gevangenen die gelucht worden. Dan moeten we aan de andere kant in een bus naar Jeruzalem. Dit is een andere ervaring als op de heenreis toen we over de brede weg heenzoefden. De Palestijnenweg naar Jeruzalem is smal, kronkelt gevaarlijk, is soms niet eens goed geasfalteerd. Soms staan we stil in de file. Weer een checkpoint, een van de ‘vliegende checkpoints’ die zomaar opeens ergens worden neergezet. Bus wordt naar de kant gewenkt. Een gewapende soldaat stapt in. Jij, wijst hij naar een man in een zwarte jas, eruit. Gedwee stapt de man uit met zijn plastic tasjes. Passport, snauwt de man tegen ons. Hij kijkt ons geen moment aan. Wel naar de paspoorten. Zonder een woord worden ze teruggegeven. De bus mag verder. Maar zonder de man in de zwarte jas. Iedereen kijkt verder strak voor zich uit en zegt geen woord. De chauffeur heeft een bandje opgezet met religieuze muziek en koranrecitaties. We worden afgezet bij ons hotel. Als we betalen weigert hij een fooi.

Op de heenweg deden we er een half uur over van Jeruzalem naar Ramallah. Via de Palestijnenweg was dat twee uur.

Onze klussen zitten er op. Jammer dat de training niet door kon gaan. Maar we hebben onze tijd goed gebruikt. Omdat ik altijd dringende zaken te doen heb in Gaza kom ik niet zo vaak op de Westoever en in Oost Jeruzalem. Het was goed om er weer te zijn, er gaat toch niets boven er zelf heen, kontakt met mensen, sfeer ruiken, stemming peilen. Het allerbelangrijkste wat ik er aan over heb gehouden is dat het de Palestijnen zelf zijn, ook de mensen die in de verte geen Hamas aanhangers zijn, dat ze trots zijn op de goed verlopen verkiezingen, dat ze Hamas het voordeel van de twijfel geven. Dit is de boodschap die we meekrijgen: zeg het ze, in Europa. Laat ons nu niet vallen.

4 gedachten over “PARC (3)

  1. De NYT van gisteren:

    The United States and Israel are discussing ways to destabilize the Palestinian government so that newly elected Hamas officials will fail and elections will be called again, according to Israeli officials and Western diplomats.

    The intention is to starve the Palestinian Authority of money and international connections to the point where, some months from now, its president, Mahmoud Abbas, is compelled to call a new election. The hope is that Palestinians will be so unhappy with life under Hamas that they will return to office a reformed and chastened Fatah movement.

  2. Wat een bijzonder verhaal Anja, ’t is roerend, ontroerend en mooi, ook vanwege jouw bijzondere fotoo’s erbij. Ik geef niet gauw complimenten maar dit stuk raakt! Wanneer ga je nu eens een fotoboek uitbrengen?

    Een tijd terug stond op je log een reactie met daarin een site waar je olijfbomen kan sponseren > http://www.plant-een-olijfboom.nl/ wij kregen keurig de certificaten thuis, op naam. Ik kan niet anders zeggen dat dit er heel goed uitziet. Reclame voor deze goede actie voor de Palestijnen!

Reacties zijn gesloten.