Haniyeh, nog eens

Was al eerder geplaatst, nu in vertaling, met dank. Foto van Haniyeh maakte ik in 1997.

Haniyekl2.jpg

Washington Post 11 juli 2006
Ismael Haniyeh, premier van Palestina

GAZA, Palestina – Terwijl de Amerikanen hun jaarlijkse feest vierden, herdachten dat ze onafhankelijk werden van de koloniale bezetting, en erover jubelden op hun democratische podia, werden wij Palestijnen weer eens aangevallen door onze bezetters, die onze wegen en gebouwen verwoesten, onze energie- en watercentrales, en die met name aanvallen plegen op ons burgerlijk bestuur.

Onze huizen en de regeringsgebouwen zijn beschoten, onze volksvertegenwoordigers zijn gevangen genomen en bedreigd met vervolging.

De huidige invasie in Gaza is gewoon de meest recente poging de resultaten van eerlijke en vrije verkiezingen eerder dit jaar te vernietigen. Het is een explosief vervolg op een campagne die vijf maanden aan de gang was en die bestond uit economische en diplomatieke strijd, gedirigeerd door Amerika en Israel. Als de gewone Palestijn wordt geconfronteerd met steeds grotere ontberingen zal het hem dwingen zijn stem te ‘heroverwegen’, was de vaste bedoeling van die strategie; dat het zou mislukken was voorspelbaar en deze nieuwe openlijke militaire agressie en de collectieve straf zijn daarop het logische antwoord. Het feit dat de Israëlische korporaal Gilad Shalit is ‘gekidnapt’ is alleen maar een voorwendsel voor een klus die maanden geleden werd gepland.
Aansluitend op het verwijderen van onze democratisch gekozen regering wil Israel onenigheid zaaien onder Palestijnen door te beweren dat we een ernstig conflict over het leiderschap hebben. Ik voel me verplicht dit voorgoed uit de wereld te helpen. Het Palestijnse leiderschap is sterk ingebed in het concept van de islamitische shura, oftewel wederzijds overleg; het moet voldoende zijn als ik zeg dat terwijl we mogelijk van mening verschillen, we verenigd zijn in wederzijds respect en gefocust op het doel: ons volk te dienen. Verder zijn de inval in Gaza en het ontvoeren van onze leiders en politici bedoeld om de recente akkoorden te ondermijnen die zijn gesloten tussen de regering en onze broeders en zusters van Fatah en andere facties, waarbij overeenstemming werd bereikt over de manier waarop het conflict opgelost moet worden. Maar de Israëlische collectieve straf versterkt alleen ons collectieve besluit om samen te werken.
Terwijl ik de ruines van onze infrastructuur inspecteer – voor de zoveelste keer zijn de royale bijdragen van andere landen en de internationale inspanningen allemaal in puinhopen veranderd door F16’s en made-in-America-projectielen – gaan mijn gedachten weer uit naar de Amerikanen. Wat denken zij hiervan?
Ongetwijfeld denken zij aan de soldaat die in de strijd gegijzeld is – maar duizenden Palestijnen, onder wie honderden vrouwen en kinderen, verblijven in Israëlische gevangenissen omdat zij zich verzet hebben tegen de illegale en voortdurende bezetting die door internationale wetten is veroordeeld. Zij denken aan de durf en de ‘taaiheid’ van Israel, dat ‘opstaat’ tegen ‘terroristen’. Maar het nucleaire Israel bezit de op 13 na grootste militaire macht van deze planeet, eentje die wordt gebruikt om een gebied ter grootte van New Jersey te beheersen, terwijl hun tegenstanders daar geen conventionele krijgsmacht hebben. Wie is de underdog – waarop Amerika traditioneel zo dol is – in dit geval?
Ik hoop dat de Amerikanen zorgvuldig en goed geïnformeerd zullen nadenken over kwesties zoals waar de wortels van mensen liggen en over historische feiten en als ze dat doen, dan denk ik dat ze zich af zullen vragen waarom een kennelijk ‘legitieme’ staat zoals Israel decennia lang oorlog moest voeren tegen een onderworpen bevolking van vluchtelingen – zonder ooit zijn doelen te bereiken.
De unilaterale zetten die Israel vorig jaar deed zullen niet leiden naar vrede. Deze acties – de tijdelijke terugtrekking van de troepen uit Gaza, het ommuren van de Westbank – zijn geen stappen in de richting van een oplossing, maar lege, symbolische acties die er niet in slagen het onderliggende conflict te benoemen. De bijna volledige controle van Israel over de levens van de Palestijnen staat nooit ter discussie, wat ook bevestigd wordt door het humanitaire en economische lijden sinds de verkiezingen van januari. De nooit ophoudende expansiepolitiek van Israel, zijn militaire controle en moorden spotten met elk idee van soevereiniteit of bilaterisme. Zijn ‘Apartheidsmuur’ die over ons land loopt kun je moeilijk een welwillend gebaar in de richting van toekomstig samenleven noemen.
Maar er is een remedie en hoewel hij niet eenvoudig is, valt hij samen met onze lang gekoesterde overtuigingen. Onder de prioriteiten van Palestina valt de erkenning dat het belangrijkste dispuut moet gaan over het grondgebied van historisch Palestina; het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk van 1948; het terugeisen van al het in 1967 bezette grondgebied; en het laten ophouden van de Israëlische aanvallen, moorden en militaire expansie. In tegenstelling tot het beeld dat de Amerikaanse media zo gretig van deze crisis schetsen, moet het dispuut niet alleen over Gaza en de Westbank gaan; het maakt deel uit van een groter nationaal probleem dat alleen opgelost kan worden door de volledige dimensies van de Palestijnse nationale rechten op een geïntegreerde manier te benoemen. Dit betekent dat Gaza en de Westbank deel zullen uitmaken van de staat, een hoofdstad in Arabisch Oost-Jeruzalem, en het oplossen van het vluchtelingenvraagstuk van 1948 op een rechtvaardige manier, gebaseerd op internationale legitimiteit en bestaande wetten. Onderhandelingen van betekenis, met een Israel dat niet uit is op expansie en dat de wetten eerbiedigt, kunnen alleen doorgaan nadat met dit enorme werk een start is gemaakt.
Het Amerikaanse volk wordt deze idioterie vast beu, na een halve eeuw en na $160 biljoen aan belastinggeld, als steun voor Israel’s oorlogsmachine – Israel’s ‘verdediging’. Ik geloof vast dat sommige Amerikanen zich afvragen of met al dit bloed en al dit vermogen niet meer houtsnijdende resultaten voor de Palestijnen gekocht hadden kunnen worden, als de politiek van de USA gewoon vanaf het begin gebaseerd was geweest op historische waarheid, gelijkheid en rechtvaardigheid.
Toch willen we niet leven van internationale bijstand en wat Amerika ons toestopt. Wij willen datgene waarvan ook Amerikanen genieten – democratische rechten, economische soevereiniteit en recht. We dachten dat onze trots over de meest eerlijke verkiezingen in de Arabische wereld weerklank zou vinden bij de Verenigde Staten en zijn burgers. In plaats daarvan werd onze nieuwe regering vanaf het eerste begin geconfronteerd met expliciete en uitgesproken sabotage van het Witte Huis. En nu richt die agressie zich verder op 3.9 miljoen burgers die in de grootste gevangenkampen ter wereld wonen. Zoals gewoonlijk is Amerika’s zelfvoldaanheid in het licht van deze oorlogsmisdaden verpakt in de retorische codes die groen licht betekenen: ‘Israel heeft het recht zich te verdedigen.’ Verdedigde Israel zich, toen het vorige maand acht leden van een gezin doodde op het strand van Gaza of drie leden van het gezin Hajjaj, zaterdag, onder wie de zes jaar oude Rawan? Ik weiger te geloven dat zulke onmenselijkheden het Amerikaanse publiek lekker zitten.
Wij hebben een duidelijke boodschap. Als Israel de Palestijnen niet zal toestaan in vrede, waardigheid en nationale integriteit te leven, dan zullen ook de Israëli zelf van diezelfde rechten intussen niet kunnen genieten. Tot zolang hebben wij het volste recht ons te verdedigen tegen bezettende soldaten en agressie, vastgelegd bij wet in de Vierde Conventie van Genève. Als Israel bereid is om serieus en eerlijk te onderhandelen en de belangrijkste zaken van 1948 op te lossen, meer nog dan de minder belangrijke van 1967, dan is een eerlijke en blijvende vrede mogelijk. Gebaseerd op een hudna (uitgebreide wapenstilstand voor een overeengekomen periode) heeft het Heilige Land nog een mogelijkheid een vredige en stabiele economische machinekamer te zijn voor alle semitische volken in de regio. Als de Amerikanen de waarheid maar kenden, dan zou dat misschien realiteit kunnen worden.

De auteur is Eerste Minister van het Palestijnse nationale kabinet