De ontgoocheling van de Media-Oorlog

Te gast: Jonathan Cook, met dank aan Trees en Clara voor de vertaling.

De Ontgoocheling van de Media-Oorlog
Niet Hezbollah, maar Israel brengt aan beide zijden van de grens burgers in gevaar

Jonathan Cook – Nazareth, 3 augustus 2006

Hier zijn twee interessante punten die deze week naar voren werden gebracht door een toonaangevend commentator en die werden gepubliceerd in een gerespecteerde krant: ‘De Eerste Minister van Israel, Ehud Olmert, brengt zijn soldaten onder in Israëlische gemeenschappen, naast scholen, in de buurt van ziekenhuizen, dichtbij zorgcentra, en zodoende kun je er zeker van zijn dat elk Israëlisch doel tevens een burgerdoel is. Deze praktijk had Jan Egeland van de VN in gedachten toen hij Israel scherp verweet ‘op een laffe manier zich te mengen… met vrouwen en kinderen.’ Het mag dan laf zijn, maar in de nieuwe manier van oorlog voeren heeft het ook een macaber soort betekenis. Want dit is net zo goed een propagandaoorlog als een gevechtsoorlog en als je in een dergelijk conflict aan jouw kant burgers verliest, betekent dat een soort overwinning.’

U hoefde waarschijnlijk niet heel ver door te lezen voordat u doorhad dat ik ‘Hezbollah’ had vervangen door ‘Israel’ en Hassan Nasrallah door Ehud Olmert. De alinea is afkomstig van een opiniestuk van Jonathan Freedland en werd op 2 augustus gepubliceerd in de Engelse krant The Guardian. Mijn poging de zaak te beduvelen was nutteloos, omdat natuurlijk niemand serieus gelooft dat dergelijke kritiek op Israel van toepassing is.

Net zoals de meeste commentatoren in onze media gaat Freedland uit van de veronderstelling dat Hezbollah de Libanese bevolking gebruikt als ‘menselijk schild’ en dat het zijn strijders, wapenarsenalen en lanceerinrichtingen tussen burgers verbergt. Zoals hij ernaar kijkt, is zulk ‘laf’ gedrag – en niet de luchtaanvallen van Israel – de oorzaak van de enorm stijgende dodenaantallen onder de Libanese burgers. Deze perceptie van de tactieken van Hezbollah zie je elke dag overal hand over hand toenemen, zelfs als het regelrecht in tegenspraak is met de bevindingen van onafhankelijke onderzoekers zoals Human Right Watch (HRW).

Toen de directeur van HRW, Kenneth Roth, de resultaten van zijn laatste onderzoek toelichtte, beschuldigde hij Israel ervan in Libanon zonder onderscheid burgers aan te vallen. ‘Het patroon van de aanvallen laat de verontrustende onverschilligheid zien van het Israëlische leger als het gaat om de levens van burgers in Libanon. Ons onderzoek toont aan dat de bewering van Israel dat Hezbollahstrijders (sic) zich verbergen tussen burgers, geen verklaring is voor de manier waarop Israel zonder onderscheid des persoons oorlog voert. Laat staan dat het dit rechtvaardigt.’

HRW heeft de aantallen slachtoffers van twee dozijn luchtaanvallen van Israel geanalyseerd en komt tot de conclusie dat 40% van de doden kinderen zijn: 63 van de 153 gedode burgers. HRW is behoudend in het totale aantal doden tot nu toe: meer dan 500. De lijsten van Libanese ziekenhuizen lijken te wijzen op een aantal dat nu boven de 750 ligt, maar er liggen mogelijk veel meer nog niet uitgegraven lichamen onder de puinhopen van de gebouwen die bij de aanvallen van Israel vernietigd zijn.

Over de leugen van de ‘menselijke schilden’-theorie zegt HRW, dat hun onderzoekers ‘talloze situaties hebben gevonden waarin het IDF (Israëlische leger) artillerievuur en luchtaanvallen heeft uitgevoerd met beperkte of twijfelachtige militaire doelen, maar met een uitzonderlijk verlies aan burgerlevens. In vele gevallen hebben de Israëlische strijdkrachten een gebied aangevallen zonder aantoonbaar militair doel. In sommige gevallen hebben Israëlische strijdkrachten naar het lijkt bewust burgers als doel genomen.

Feitelijk konden de onderzoekers van HRW in geen van de 24 incidenten die ze hebben gedocumenteerd, bewijs vinden dat Hezbollah opereerde vanuit of vlakbij de plekken die door het Israëlische leger werden aangevallen. Roth verklaart: ‘Het beeld dat Israel heeft gepromoot dat het bestaan van zulke (menselijke) schilden veroorzaakt dat het dodental zo hoog is, is onjuist. In de vele gevallen van burgerdoden die door HRW zijn onderzocht, had de locatie van Hezbollahtroepen en wapens niets te maken met de doden, omdat er geen Hezbollah in de buurt was.’

De indruk dat Hezbollah burgers gebruikt als menselijk schild wordt volgens HRW nog versterkt door officiële Israëlische verklaringen die het onderscheid tussen burgers en strijders vertroebelen, met als argument dat in Zuid-Libanon alleen mensen verblijven die banden hebben met Hezbollah, en dus zijn alle aanvalsdoelen legitiem.

Freedland maakt een vergelijkbare opmerking. Terwijl hij de opmerkingen van VN’s Jan Egeland echoot, zegt hij dat strijders van Hezbollah zich ‘laf vermengen’ met de Libanese burgerbevolking. Het is moeilijk erachter te komen wat je hiervan moet maken. Als Freedland bedoelt dat Hezbollahstrijders afkomstig zijn uit Libanese steden en daar familie hebben wonen die ze bezoeken en met wie ze samenleven, dan heeft hij gelijk. Maar precies hetzelfde kun je zeggen van Israel en zijn soldaten, die als ze terugkomen van het front (in dit geval uit Libanon, omdat ze nu een leger zijn dat Libanon is binnengevallen) met hun ouders en echtgenoten in Israëlische gemeenschappen leven. Overal in Israel kun je gewapende en geüniformeerde soldaten zien, ze zitten in treinen, ze staan in de rij bij de banken, ze wachten samen met burgers bij bushaltes. Betekent dat dan dat ze zich ‘laf vermengen’ met de burgerbevolking?

Egeland en Freedland lijken met hun kritiek niets minder te bedoelen dan dat ze het Hezbollahstrijders kwalijk nemen dat die niet in het open veld gaan staan wachten tot ze worden geplukt door Israëlische tanks en oorlogsvliegtuigen. Want dat zou namelijk pas dapper zijn. Maar in de echte wereld vecht geen enkel leger op deze manier en je kunt moeilijk kritiek hebben op Hezbollah dat ze de enige verdedigingsstrategie gebruiken die ze hebben: ondergrondse bunkers en de verbrokkelde versterkingen in Libanese dorpen die verwoest zijn nadat ze door Israël onder vuur zijn genomen. Een leger dat zichzelf verdedigt tegen een inval moet het doen met elke bescherming die het kan vinden: zolang maar niet met opzet burgers in gevaar worden gebracht. Maar het onderzoek van HRW toont overtuigend aan dat Hezbollah dit niet heeft gedaan.

Dus als Israëlische officials ons hebben misleid over wat er binnen Libanon is gebeurd, hebben ze ons dan ook misleid over de raketaanvallen van Hezbollah op Israel? Moeten we de verklaringen van de regering en het leger zomaar voor waar aannemen, dat Hezbollah zich bij de aanvallen op Israel zonder onderscheid richt op burgers, of is ook hier meer diepgaand onderzoek nodig?

Hoewel we Hezbollah niet moeten romantiseren, moeten we ook niet te snel zijn met Hezbollah te demoniseren: tenzij er overtuigend bewijs is van de suggestie dat Hezbollah burgerdoelen heeft aangevallen. Het probleem is, dat Israel met succes de militaire regels die gaan over censuur heeft misbruikt om zo de media in eigen land en de internationale journalisten ervan te weerhouden, een zinvolle discussie aan te gaan over wat Hezbollah precies heeft proberen te raken in Israel.

Ik woon in het noorden van Israel, in de Arabische stad Nazareth. Toen de oorlog een week oud was, werden we geraakt door Hezbollahraketten die twee jonge broertjes doodden. Overal werd geroepen dat deze aanval het bewijs was dat Hezbollah zich òf zonder onderscheid richt op burgers (zelfs zó zonder onderscheid, zo zei men, dat ze mede-Arabieren raken) – òf dat de Sjiitische militia zo graag en fanatiek oorlog wil voeren met de joods-christelijke wereld, dat ze maar al te graag ook christelijke Arabieren in Nazareth willen doden. Die laatste bewering kon je gemakkelijk aan de kant schuiven: allebei de uitspraken zijn opgehangen aan de filosofie van de ‘botsing der beschavingen’, een filosofie die niet wordt gedeeld door Hezbollah. En bovendien gaat men uit van de niet correcte veronderstelling dat Nazareth een christelijke stad is, terwijl het feit is, dat Nazareth – en Hezbollah weet dat ook – door een overtuigende moslimmeerderheid wordt bewoond.

Maar voor iedereen die in Nazareth woont was het wel duidelijk dat de raketaanval op de stad niet zomaar op burgers gericht was. Het was een vergissing – iets wat door Nasrallah al snel werd bevestigd in een van zijn televisiespeeches. Wat het echte doel was, wisten de Nazareners heel goed: dichtbij de stad liggen een militaire wapenfabriek en een groot militair kamp. Hezbollah kent de locaties van deze militaire doelen, omdat de beweging het dit jaar klaarspeelde – er is toen ook uitgebreid in de Israëlische media over bericht – om een onbemand vliegtuigje te laten vliegen over Galilea, waarbij het gebied tot in detail werd gefotografeerd. En daarbij maakte Hezbollah gebruik van dezelfde spionagetechnieken die jarenlang door Israel tegen Libanon zijn gebruikt.

Toen de vijandelijkheden waren uitgebroken – nadat Israel een bommenoffensief begon, door op doelen door heel Libanon te richten – was een van de eerste raketaanvallen van Hezbollah gericht op een kibboets van waaruit je de grens met Libanon kunt overzien. Sommige buitenlandse correspondenten maakten er toen melding van (hoewel het door Israel’s perscensuur-wetten niet kan worden bevestigd) dat de raketaanval was gericht op een top-secret militair verkeerscontrolecentrum dat was gebouwd in de heuvels van Galilea.

Er liggen honderden van zulke militaire installaties naast of in de Israëlische gemeenschappen in het noorden. Op enige afstand van Nazareth heeft Israel bijvoorbeeld een grote wapenfabriek letterlijk bovenop een Arabische stad gebouwd – feitelijk zo dicht erbij dat het hek om de fabriek maar een paar meter verwijderd is van het hoofdgebouw van de lokale basisschool. Er zijn meldingen geweest van raketten die dichtbij die Arabische gemeenschap zijn neergekomen.

Onlangs werd onderstreept hoe oneerlijk over deze soort aanvallen in de Israëlische en internationale media wordt bericht, toen overal werd gemeld dat een raket van Hezbollah was neergekomen ‘vlakbij een ziekenhuis’ in een bepaalde Israëlische stad – niet de eerste keer trouwens dat in de afgelopen weken zo’n bewering is gedaan. Ik kan de naam van de stad niet noemen, weer vanwege de perscensuur-wetten en omdat ik bovendien wil duidelijk maken dat er zeer ‘dichtbij’ dat ziekenhuis een legerkamp ligt. De media suggereerden dat Hezbollah het ziekenhuis probeerde te raken, maar het is meer dan waarschijnlijk dat Hezbollah het legerkamp probeerde te raken en mogelijk ook heeft geraakt.

En dus laten de regels die Israel hanteert inzake militaire censuur toe, dat officials zonder dat je ze kunt tegenspreken een verkeerde voorstelling van zaken geven en elke aanval van Hezbollah afschilderen als een aanslag zonder onderscheid op burgerdoelen. Het publiek zou door de media op dit gevaar gewezen moeten worden. Elk verslag dat te maken heeft met ‘zaken van veiligheid’ moet eigenlijk onderworpen worden aan Israël’s militaire censuur, maar slechts weinig media maken dit ook duidelijk in hun verslaggeving. De meeste media rechtvaardigen dit zelfbedrog met het argument dat ze in de praktijk hun verslagen nooit voorleggen aan de censor, omdat dit publicatie zou vertragen.

Dus in plaats daarvan vermijden ze problemen met de militaire censuur door of hun verslagen over veiligheidszaken zelf te censureren, of door af te gaan op wat al eerder in de Israëlische media werd gepubliceerd, waarbij ze ervan uitgaan dat ze op deze manier waarschijnlijk de regels niet schenden.

Er is meer dan een week geleden een e-mailmemo uitgelekt, geschreven door een seniorredacteur van de BBC, waarin de toenemende beperkingen aan de orde worden gesteld waaronder de verslaggevers van de BBC moeten werken. Er wordt gewezen op sommige van de problemen die hierboven staan, waarbij wordt gesteld dat ‘hoe algemener we berichten, hoe meer we de vrije hand hebben; als we steeds specifieker gaan berichten, wordt het ook steeds riskanter.’ De redacteur zegt dat kijkers ‘in het verhaal binnen het verhaal’ van deze beperkingen op de hoogte gebracht zullen worden. ‘De teams ter plekke zullen duidelijk maken wat ze wel en wat ze niet kunnen zeggen – en zonodig zullen we duidelijk maken dat we werken onder censuur.’ Maar in de praktijk komt het zelden voor dat BBC-reporters, of hun collega’s, ons attenderen op het feit dat ze onderworpen zijn aan censuur en zelfcensuur, of ons vertellen dat ze ons niet het hele plaatje kunnen schetsen van wat er gebeurt.

En als gevolg daarvan trekken commentatoren zoals Freedman conclusies die niet onderbouwd kunnen worden met beschikbaar bewijs. Hij stelt in zijn artikel ‘dat dit net zo goed een propagandaoorlog is als een gevechtsoorlog.’ Hij heeft gelijk, maar hij schijnt zich niet te realiseren wie in werkelijkheid het propagandaoffensief wint.

Jonathan Cook is schrijver en journalist en woont in Nazareth, Israel. Hij schreef het nog te verschijnen ‘Bloed en Religie: de ontmaskering van de Joodse en democratische staat’, uitgegeven door Pluto Press en in Amerika te krijgen via University of Michigan Press. Zijn website is www.jkcook.net

2 gedachten over “De ontgoocheling van de Media-Oorlog

Reacties zijn gesloten.