Moslims en bondgenoten

070702training-079.jpg

‘Daarom wil ik je nu aanspreken. Om te zeggen: niemand die verantwoordelijkheid neemt voor haar of zijn identiteit, zou zo alleen mogen zijn. Er moeten mensen zijn met wie we kunnen neerzitten en huilen, terwijl we toch nog steeds tot de strijders gerekend worden. Ik denk dat jij dacht dat er voor jou niet zo’n plek bestond, en misschien was die er toen ook niet, en misschien is die er nog steeds niet; maar we zullen die moeten creeren, wij die willen dat het lijden eindigt, die de wetten van de geschiedenis willen veranderen, als wij onszelf niet willen verraden.’

Adrienne Rich.

Een citaat dat al meer dan twintig jaar oud is. Rich, een Amerikaanse, joodse, feministische, lesbische dichteres en moeder van drie zoons, richtte zich tot haar joodse vader, ongelukkig en eenzaam gestorven. Er moeten plekken zijn voor strijders, plekken waar we neer kunnen zitten met anderen en mogen huilen en dan weer de kracht hebben om door te gaan.

070702training-010.jpg

070702training-014.jpg

070702training-016.jpg

070702training-019.jpg

070702training-050.jpg

070702training-038.jpg

070702training-046.jpg

070702training-055.jpg

070702training-059.jpg

070702training-034.jpg

070702training-017.jpg

Jan Andreae en ik werken al jaren samen als trainers. In de landen van het voormalige Joegoslavie, met trainingen over geweld, voor vrouwengroepen en hulpverleners, maar ook over daders, voor justitie en politie. We werken samen in Gaza, onlangs nog met een leidserschapstraining. Maar ook al veel eerder, in de jaren tachtig, in de tijd van de sociale bewegingen, vrouwenbeweging, homobeweging, hield Jan zich veel bezig met mannengroepen en ik met vrouwengroepen, en soms werkten we samen. Wat hebben mannen en vrouwen elkaar te zeggen, te vragen, wat willen ze echt van elkaar weten? Het was de tijd ook van de bondgenotengroepen, joods en niet-joods, zwart en wit, homo en hetero, over klasse. Hoe kun je samenwerken om een kloof te overbruggen, om sociale ongelijkheid te verminderen, wat doe je daarvoor samen en wat elk in de eigen groep? Ik schreef een boek, De ziekte bestrijden, niet de patient, over sociale ongelijkheid, sekse, kleur en klasse, en hoe verweven die zijn in al die pakketjes mens die we zijn geworden. Het citaat van Adrienne Rich vond ik daarin terug. Het boek is nu twintig jaar oud. Het taalgebruik verouderd. Wie heeft het hier nog over ‘onderdrukking’? Maar ik dacht, de principes die we met elkaar hadden bedacht, zouden die niet nu even geldig zijn?

Jan en ik dachten, wat als we het gaan proberen. We bieden een training aan voor een groep moslims en bondgenoten, we gaan het proberen, klein, nog besloten. We nodigden mensen uit. Moslims die we kenden, niet-moslims waarvan we wisten dat ze betrokken waren of ook al weer heel lang in het werk zitten. Dat was gisteren. Het was een inspirerende, ontroerende, hoopgevende dag, en je kon mij na afloop bij elkaar vegen. Experiment geslaagd. We gaan er mee door. Want de mensen aan de twee kanten van de maatschappelijke scheidslijn, die die scheidslijn alletwee niet willen, maar zien dat er voor geknokt moet worden om die weg te krijgen, kunnen wel wat meer steun gebruiken wanneer ze moe en moedeloos zijn, meer inzicht in wat we moeten doen en hoe, en hoe we bondgenoten kunnen maken, en ze kunnen houden.

070702training-071.jpg

070702training-075.jpg

070702training-077.jpg

070702training-081.jpg

070702training-084.jpg

070702training-086.jpg

070702training-064.jpg

070702training-093.jpg

070702training-121.jpg

070702training-132.jpg

070702training-136.jpg

Ik ga niet alles vertellen. Deels omdat het ging om wat we elkaar in vertrouwen konden vragen en zeggen, deels omdat het niet te doen is om in woorden weer te geven waar het in zo’n training werkelijk om gaat. Om elkaar werkelijk aan te kijken, echt te luisteren. Kennen we elkaar wel echt. Durven we te zeggen wat we echt denken, wat we niet snappen, waar we bang voor zijn. Wat zeggen we liever niet, bang om te kwetsen?

070702training-140.jpg

070702training-105.jpg

070702training-106.jpg

070702training-142.jpg

070702training-156.jpg

070702training-151.jpg

In de ochtend gaf ik les. Over die verschillende identiteiten waar we uit bestaan. En over de lessen van de bondgenotengroepen, hoe het proces aan beide kanten niet altijd hetzelfde is. Hoe bondgenoten die zich niet bewust zijn van de privileges van hun eigen kant, het blank, Nederlander, man, hetero, autochtoon-zijn vaak nog steeds denken dat het probleem alleen bij de ander ligt. En wat er gebeurt als je werkelijk in de spiegel gaat kijken, en ook de schaamte, het schuldgevoel, de machteloosheid als je ogen en oren open gaan. En hoe je een balans kunt vinden in het samenwerken met de anderen, zonder jezelf afhankelijk te maken en te bang te zijn voor hun woede, of om fouten te maken, of om te kwetsen. En dan voor de groep die zich uit de achterstand en achterstelling moet vechten. De problemen in de eigen groep, de ongelijktijdigheid van ontwikkeling, de neiging om elkaar de maat te nemen, het wantrouwen tegen leiders, zijn dat overlopers? Dus hier hadden we het ook over: hoe we beschadigd zijn geraakt, de mensen die het slachtoffer zijn van vooroordelen en racisme, maar ook de mensen van de dominante groep, die zich verschuilen achter hun blinde vlekken en het probleem alleen op de anderen projecteren.

070702training-137.jpg

’s Middags deed Jan oefeningen met ons. Moslims aan de ene kant van de kamer, bondgenoten aan de andere. Wat hebben we elkaar te zeggen en te vragen? Wat zou het toch heerlijk zijn als ik niet zo voorzichtig en op mijn hoede hoefde te zijn, zei iemand die al lang met moslims/migranten werkt, als we ons echt vrij zouden voelen. Wat ben ik moe van zoveel jaar mijn best doen in dit land, zei een man, hoeveel meer moet ik nog doen om eindelijk geaccepteerd te worden? En moeten we nu echt weer opnieuw beginnen, vroeg iemand die al zoveel jaar in het werk zit, en het gevoel heeft dat al dat politieke bewustzijn van vroeger, van het antiracisme en omgaan met verschillen, met diversiteit, weer weg is. Is mijn dochter, die met een naveltruitje en blote armen en benen loopt echt veilig bij jullie moslims, vroeg een vader. Accepteren jullie ons echt zoals we zijn, of hopen jullie stiekem toch dat wij meer zoals jullie worden, vroeg een jonge moslim.

070702training-096.jpg

070702training-091.jpg

070702training-098.jpg

070702training-107.jpg

070702training-144.jpg

070702training-146.jpg

070702training-148.jpg

070702training-104.jpg

070702training-124.jpg

070702training-113.jpg

070702training-114.jpg

Er waren veel mensen in tranen. Ik ook. Soms zonder precies te weten waarom. Om mee leven met de pijn van iemand anders die ergens echoot wat we zelf hebben meegemaakt. Om in de veiligheid van deze groep mensen te voelen hoe moe we zijn. Hoe zwaar de moedeloosheid soms weegt. Waar haal je toch elke keer opnieuw de inspiratie en de kracht vandaan om door te gaan, als zoveel van wat al bereikt leek weer afgebroken lijkt te worden. En soms misschien tranen omdat je de moeheid pas echt voelt als je opeens weer de hoop ziet en kunt voelen. Omdat wat er hier gebeurt raakt aan een hele diepe wens, dat we gewoon met elkaar kunnen zijn wie we zijn.

In de tuin na afloop, een gesprek over moslims en homo’s, tussen moslims en homo’s. En twee van de meiden, die erg moesten lachen dat er een paar lieve bondgenoten dachten dat het nodig was geweest om de blote man in de tuin op de cruciale plaats van een verhullend sjaaltje te voorzien, vanwege islamitische gevoeligheden, gingen David even bevrijden.

070702training-165.jpg

070702training-172.jpg

070702training-184.jpg

Het was nog maar een klein begin.
We gaan er mee door.

20 gedachten over “Moslims en bondgenoten

  1. Hallo Anja,

    Wat jammer dat ik ver van Amsterdam af woon. Ik zou graag zo’n dag willen meemaken om een keertje duidelijk te krijgen wat er nu eigenlijk allemaal speelt. Wat is discriminatie eigenlijk precies? Volgens het woordenboek is het onderscheid maken en er wordt helemaal geen negatieve of positieve kwalificatie aan gegeven.
    Ik kan me herinneren dat ik in mijn jeugd geen onderscheid kon maken tussen waar mensen vandaan kwamen. Ik kende eenvoudigweg de verschillen niet waar ik op zou moeten letten. En eigenlijk vond ik dat wel lekker rustig. Het maakte ook niets uit, want ik keek altijd alleen maar naar de individuele mensen die ik voor me had.
    Pas toen anderen me gingen wijzen op specifieke kenmerken leerde ik aan mensen te zien waar ze oorspronkelijk vandaan kwamen en eigenlijk vind ik dat nog steeds jammer. Want het maakt niet uit.
    Ongeveer twintig jaar geleden had ik een gesprek met iemand over discriminatie en op een gegeven moment werd er tegen me gezegd dat ik per definitie discrimineerde omdat ik wit was. Die uitspraak heeft me heel lang verward, totdat ik bedacht:’wie discrimineert er hier nou?’
    Gelukkig (denk ik) heeft niets tot nu toe ertoe geleid dat ik mensen anders dan als individu bekijk en dat hoop ik mijn leven lang zo te houden. Maar af en toe ben ik nog steeds onzeker.

    Groet, Lydia B.

  2. Het is natuurlijk een stap in de goede richting als je geen onderscheid maakt, Lydia, behalve dat andere mensen dat wel doen, en als je daar wat aan wilt doen zul je moeten erkennen dat het in onze samenleving wel degelijk toe doet of je ‘allochtoon’ of ‘autochtoon’ bent, dan wel moslim/migrant of inheemse Nederlander. Wil je dus werkelijk iets veranderen aan dat onderscheid, meer dan vinden dat het niet uitmaakt – wat natuurlijk altijd makkelijker is als je zelf blank bent en er niet tegen je gediscrimineerd wordt, dan moet je meer doen. Partij kiezen, je engageren. Zoals de mensen hierboven die zich op willen werpen als bondgenoten – waaronder ik dus.

  3. Ik wil reageren en ik krijg het er benauwd van als ik bedenk wat ik wil zeggen en ik moet het uitpuffen. Het klinkt goed wat hier boven staat. Ergens moet er een plek zijn voor je identiteit, voor één van je vele identiteiten. Ik ben homo, maar ik ben ook vader en ik ben nog meer en als ik met mijn zoon naar een voetbaltoernooi in Oost-Groningen ga dan doe ik dat voor mijn zoon en omdat ik dat zelf een leuk uitje vind en dan praat ik met andere ouders over het gebeuren dat weekend enz.
    Ik heb de vraag gesteld of je een identiteit bent of dat je een identiteit hebt. Zie http://www.anjameulenbelt.nl/weblog/2007/05/31/respect-onderzoek-naar-sociale-cohesie/#comment-109330 maar dat slaat kennelijk niet aan op deze weblog. Ik ben in de eerste plaats “ik”, een individu, zoals Lydia hiervoor betoogt. En ik heb meerdere identiteiten, kan me bijvoorbeeld zeer opwinden als het over onderwijs gaat.
    “Niet de patiënt, maar de ziekte bestrijden”. Nee, de patiënt gezond maken! En dat is voor mij meer dan een subtiel verschil. Een ziekte bestrijden betekent in de reguliere geneeskunde de symptomen bestrijden met allopathische medicijnen, en eventuele bijwerkingen weer met nieuwe medicijnen.
    Ik heb lang geleden in een FLikker-Oefengroep-Radicale-Therapie gezeten en ik kon daar niet zo goed mee overweg en voelde me daar schuldig over. Ik zou nu niet meer in zo’n FLORT-groep willen.
    Over de verschillen. Mijn zoon zit op een dorpse voetbalclub bij Alkmaar. Hij had dus dit weekend een toernooi in Wildervank. Ik ben daar zaterdag geweest. Ze moesten ook tegen een elftal uit Amsterdam-Zuid-Oost. Dat waren nagenoeg allemaal jongens met een donkere huidskleur en ze speelden wat ruiger dan mijn zoon gewend is. Eén zo’n jongen had vandaag een rode kaart gekregen. Mijn zoon had het er vanavond over. Hij verbaasde zich erover dat die jongens bijna allemaal donker waren. We hebben het er over gehad, dat die jongens ook Nederlanders zijn, en over volksverhuizingen vroeger en dat ze in Amsterdam waarschijnlijk wat ruiger spelen dan in Sint-Pancras. Ik heb gezien dat die jongens gisteren net zoveel plezier hadden rond hun tent dan de Pancrassertjes (en dacht: fijn voor die Amsterdamse jongetjes om een weekend in Oost-Groningen te kamperen) en heb dat m’n zoon verteld. En de donkere moeders uit de Bijlmer staan langs de lijn net zo te kletsen als de Pancrasse moeders. En ja, onze huidskleuren verschillen en we HEBBEN waarschijnlijk ook wel verschillende identiteiten, maar daar in Wildervank waren we individuen met een gedeelde identiteit.
    Er is nog wel meer te zeggen, maar ja.

    Groet,

  4. En wat dat onderwijs betreft, buiten de eigen kring is daar geen plek voor, gelden we als buitenaards.

  5. Het is mij niet helemaal duidelijk waar je heen wilt, Bert.
    Wat ik je kan zeggen: dat de methode die ik vaak gebruik in groepen, om het te hebben over onze sociale identiteit, over maatschappelijke positie etc. niet in de plaats komt van mensen zien als individuen. Het is een belangrijke aanvulling. Want als we alleen maar individuen zien, dan zien we over het hoofd dat individuen met een kleurtje of een hoofddoek anders worden gezien, anders worden benaderd, anders worden behandeld. En hetzelfde geldt bij alle vormen van sociale ongelijkheid, vrouw man, kleur, geloof, klasse, seksualiteit enzovoorts. De sociale context bepaalt voor een deel welke deal we krijgen in het leven. Het blijft altijd aan een mens zelf hoe je daar mee omgaat.

    Bijvoorbeeld: als je ontdekt homo te zijn moet je daar iets mee doen. Je moet keuzes maken: verberg ik het, ga ik het vertellen, aan wie en hoe, hoe presenteer ik mezelf, probeer ik mezelf acceptabel te maken door me te gedragen als de voorbeeldige schoonzoon die elke mamma wel zou willen, of word ik radicaal en probeer de hetero’s uit te dagen.
    Of neem klasse: iemand die in een ongeschoold arbeidersgezin wordt geboren, met weinig boeken, weinig middenklassecultuur en een taalgebruik dat de dominante klasse ‘plat’ noemt moet ook kiezen: leg ik me er bij neer dat je als dubbeltje geboren nooit een kwartje wordt, probeer ik mijn cultuur af te leggen en er een nieuwe bij te leren, inclusief anders praten, om ‘hogerop’ te komen, of word ik, bijvoorbeeld, socialist, die probeert de sociale ongelijkheid aan te pakken zonder afstand te doen van de eigen klassecultuur. Wordt het schaamte of trots?

    En zo kunnen we het over alle sociale identiteiten en sociale ongelijkheden hebben: welke hand kaarten krijg je bij het leven uitgedeeld, hoe ga je er mee om. En hoeveel begrijp je echt van een groep die een andere hand kaarten uitgedeeld heeft gekregen. En hoe beinvloedt dat elkaar. Als de sociale wezens die we zijn is niemand alleen maar ‘een individu’. We zijn verantwoordelijk voor elkaar, afhankelijk van elkaar en van onze omgeving.

    Dus als ik met mensen werk aan die sociale identiteiten dan is dat niet om hen er op vast te pinnen, maar om een deel van de realiteit onder ogen te zien, die van henzelf en die in de andere categorie. Zo was een van de taken van de vrouwenbeweging om mannen duidelijk te maken in welke mate ze het leven van vrouwen beperkten, vaak zonder dat zelf te willen. Het is met name aan de ‘dominante’ kant, man, blank, autochtoon, volwassen, hetero, dat er grote blinde vlekken en veel ontkenning bestaat over de realiteit aan de andere kant. En daar kunnen we wat aan doen dus dat doen we.

    Ik heb dat al elders gezegd op dit weblog, ik weet nu even niet meer waar, maar ik heb van een gezinstherapeute die veel met verschillende culturen werkt dit geleerd: er zijn twee ‘fouten’ in het kijken naar mensen: a. alleen verschil zien, b. geen verschil zien.

    Ik weet niet of dat aansluit op wat jij zegt, het is me niet zo duidelijk wat je nu eigenlijk wilde zeggen.

    O en de titel van mijn boek, de ziekte bestrijden niet de patient, gaat over een chinees spreekwoord. Dat kreeg ik te horen toen ik in China was, meer dan 25 jaar geleden, met een delegatie vrouwen en we daar probeerden uit te leggen wat ‘sexisme’ was. En een van de vrouwen ging opeens het licht op en ze zei: o jullie bedoelen feodale ideeen, ja dat hebben onze mannen ook. Maar toen maakten ze duidelijk dat ze niet die mannen wilden bestrijden, alleen wel hun achterlijke feodale denkbeelden over vrouwen. En dat strookt met de manier van denken en werken die we gebruiken: om achter een patroon de persoon te zien en te bereiken.
    Het heeft dus niet zoveel te maken met de verschillende wijzen van denken over medicijnen, wat mij betreft.

  6. Op de foto’s zie ik opvallend veel blanke autochtone mannen.

    Waar waren de allochtone mannen?

  7. Even terug naar Lydia hierboven, haar opmerking over iemand die zei dat blanken per definitie discrimineren. Dat is natuurlijk flauwekul. Iedereen heeft de neiging te discrimineren. Moet je Indonesiërs over Chinezen horen. Die zijn altijd de zondebok als het economisch slecht gaat. Wat denk je van Saoedi-Arabië waar vrouwen volgens de wet niet met een buitenlander mogen trouwen, ook al is die buitenlander moslim? Immigranten en hun nakomelingen in Nederland discrimineren zelf ook. Dat wil niet zeggen dat we discriminatie niet hoeven te bestrijden. Het lijkt me verstandig om elkaar ondanks alle verschillen als gelijkwaardige wereldburgers te beschouwen. Ik denk dat de westerse wereld daarin voorop loopt, in ieder geval in theorie.

  8. Anja @2

    Hallo Anja,

    Wat ik hierboven heb opgeschreven is uiteraard maar een klein stukje van mijn verhaal. Natuurlijk weet en erken ik dat er mensen gediscrimineerd worden, omdat ze niet in het autochtone Nederlandse plaatje passen. En als ik merk dat mensen dat doen dan protesteer ik daartegen. Dan kies ik dus partij en engageer me. Of engageer ik me pas als ik vanuit Limburg regelmatig naar Amsterdam toe kom (onbetaalbaar voor mij) om te demonstreren? En verder: hoezo wordt er niet tegen je gediscrimineerd als je wit bent?
    -Ik ben 55 en kan daarom ondanks mijn recente(2002)HBO-diploma nergens een betaalde baan vinden.
    -Ik weeg meer dan 100 kg. en ben dus ‘iemand die ongezond eet en die het zelf schuld is dat ze dik is’.
    -Verder heb ik een bijstandsuitkering vanwege de onmogelijkheid om een baan te vinden en ben ik ‘een uitvreter van de Nederlandse staat’. Hoezo geen discriminatie?
    Laten we ervan uitgaan dat ik doe wat ik kan, al is dat dan niet zo duidelijk in de openbaarheid te zien.

    Groet, Lydia B.

  9. Grappig hoe je kijkt, Carla. Er waren meer moslims dan niet-moslims, en er waren meer vrouwen dan mannen, maar er waren wel degelijk allochtone mannen – jij ziet ze kennelijk niet maar ze staan gewoon op de foto’s. Het waren er drie, naast drie autochtone mannen, en eentje er tussen in. Behalve Jan de trainer.

    Trouwens, wat was de bedoeling van je vraag, Carla?

  10. Lydia, wat belangrijk is aan wat je zegt, is dat je aan de hand van je eigen ervaringen illustreert wat we ook in de training hebben gedaan. Iedereen is een pakketje van identiteiten.

    Waar het om gaat: je wordt gediscrimineerd als iemand zonder baan en van een zekere leeftijd, je wordt gediscrimineerd als iemand die niet aan het patroon voldoet van hoe je er lichamelijk uit hoort te zien, je wordt gediscrimineerd als uitkeringsgerechtigde. Allemaal helemaal waar. Je wordt alleen niet gediscrimineerd als blanke, en het is belangrijk om dat een beetje uit elkaar te houden.
    Als je dat een beetje uit elkaar houdt kun je elkaar ook vinden, want anders blijven mensen te vaak schieten in niet luisteren naar een ander, want hoezo jij gediscrimineerd als migrant of als moslim, alsof ik als blanke niet gediscrimineerd zou worden. Snap je?
    En nee, dat je wit bent betekent niet automatisch dat je discrimineert. Wel is het zo dat witte mensen (en mannen, en mensen uit de hogere klasse, en mensen met banen, en geboren nederlanders) een beetje na mogen denken vanuit welke vanzelfsprekende voorrechten ze naar anderen kijken. In jouw geval kan ik me voorstellen dat dat moeilijk is, omdat je je haast niet voor kunt stellen dat je ondanks die andere zaken als blanke toch nog een paar voorrechten hebt.
    En toch is het de moeite om dat uit elkaar te halen, en te zeggen, okee, als vrouw van een zekere leeftijd en zonder werk is dit wat ik meemaak. En wat maak jij mee als migrant of als moslim. We hoeven zeker niet tegen elkaar op te gaan bieden wat er erger is, want dan luisteren we niet meer. En we hoeven elkaar ook niet te gaan beschuldigen, want op zich is er niks mis mee om als blanke of gekleurde of als man of als vrouw geboren te zijn. We kunnen wel kijken naar onze verantwoordelijkheid, voor onszelf en voor elkaar.

  11. Hallo Anja,

    Dank je voor je antwoord. Je hebt helemaal gelijk voor wat betreft dat je als witte Nederlander ondanks je persoonlijke situatie toch een paar streepjes vóór hebt op Nederlanders wier ouders of soms zelfs grootouders oorspronkelijk ergens anders vandaan kwamen.
    Ineens schiet me een situatie te binnen van een paar jaar geleden, toen ik een jaar in Zambia ben geweest. Het viel me op dat ik op een gegeven moment ‘vergat’ dat ik een andere kleur had dan de mensen om me heen. Elke keer dat ik in de spiegel keek werd ik daar wel weer aan herinnerd, maar ik keek niet zo vaak in de spiegel. Ik vraag me af of dat ook opgaat voor mensen met een ander kleurtje die hier in Nederland wonen, al is de bevolking van Nederland wel iets meer gevarieerd in kleur dan de bevolking van Zambia.
    Ondertussen zet je me wel steeds meer aan het denken. Ik kan dan misschien niet naar Amsterdam komen, maar misschien is het mogelijk om hier in de buurt een gemeleerde groep mensen bij elkaar te krijgen om net zo’n soort dag te organiseren. Kun je me laten weten wat daarvoor nodig is?
    (Dit hoeft van mij niet op de weblog, tenzij jij het erop wilt hebben.)

    Groet, Lydia B.

  12. Bedankt voor je reactie en toelichting Anja.
    Wat ik wil duidelijk maken is dat ik er van uit ga dat wij niet louter een brok materie zijn. Daar schreef ik over in de reactie waarnaar de link verwees. Ik ga er vanuit dat we een geestelijke kern hebben, die geen afgeleide van ons fysieke lichaam is (ik denk dat het omgekeerde het geval is). Deze gedachte wil ik consequent doordenken. Waar de darwinisten denken dat de dingen, gebeurtenissen toevallig plaats vinden, denk ik dat deze niet toevallig zijn. Je kunt allerlei gebeurtenissen meemaken, maar vooral mensen ontmoeten waarvan je het gevoel kunt hebben dat dat niet toevallig is. Ik heb die ervaringen. Je kunt dan bijvoorbeeld opmerken dat de wereld klein is. Als je dergelijke ervaringen en gedachten hebt dan kun je dat nog weer als een soort toevallige gebeurtenis naast je neer leggen, je kunt het ook serieus nemen. Als de dingen dan niet toevallig zijn, dan is het dus niet toevallig dat ik persoon X wel ontmoet en persoon Y niet. Dan is er dus sprake van een geestelijk principe en ben ik een geestelijk wezen, een individualiteit, uniek, want jij bent niet ik. Als we geestelijke wezens zijn en we betrekken een fysiek lichaam dan is dat ook niet toevallig, we zouden ook net zo goed lekker in de geestelijke wereld kunnen blijven. We willen kennelijk iets in de fysieke wereld, het heeft kennelijk zin om als geestelijk wezen op de aarde te leven.
    Als de dingen niet toevallig zijn, dan zijn je identiteiten ook niet toevallig. Als die identiteiten niet toevallig zijn dan kunnen het alleen maar kwaliteiten zijn. En als je uitgaat van zin (in de betekenis van zinvol) dan zijn die identiteiten kwaliteiten die je nodig hebt (ik denk zelfs zelf gekozen hebt) om jouw ding op de aarde te verwezenlijken.
    Ik wil daar dan de moraliteit en de vrijheid nog bij betrekken. Je kunt volgens mij niet ontkennen dat het kwaad bestaat, ook weer als geestelijk principe en niet materieel. De basis van de menselijke vrijheid is volgens mij dat we kunnen kiezen tussen goed en kwaad. Zonder het kwaad zou de vrijheid niet bestaan. En daar ligt volgens mij de basis van ons vermogen om ons te ontwikkelen. En voor die ontwikkeling hebben wij bijvoorbeeld onze identiteiten nodig. (Het zijn dus volgens mij geen handkaarten die je bij het leven uitgedeeld krijgt.)
    Als je dit weer verder doordenkt dan is de eerste interessante vraag aan een ander ‘individu’ wat hij of zij in de wereld neerzet en later hoe hij of zij haar of zijn kwaliteiten, inclusief identiteiten, daarvoor gebruikt. Het is dan interessanter te zien dat een moeder uit de Bijlmer haar zoon een leuk voetbalweekend laat mee maken, dan het feit dat ze een bruine huid heeft. Iemand beoordelen op basis van haar of zijn identiteit is gewoon dom.
    Ik wil natuurlijk niet ontkennen dat er veel op basis van identiteit gediscrimineerd wordt en vooral: ik ben ook niet heilig. In ons dagelijks leven zijn we ons vaak niet zo bewust van onze geestelijke oorsprong of kern en dan zien we bij de ander slechts haar of zijn identiteit als buitenkant.
    Je kunt er voor kiezen een training te geven waarbij je de identiteit als uitgangspunt neemt of één waarbij je de individualiteit als basis neemt. En misschien is het ook wel niet of-of, en biedt jouw training (juist) de mogelijkheid om door die identiteit heen te kijken of te prikken om de ander als individu te ontmoeten.
    Ik hoop dat het zo een beetje duidelijk is. Anja, jij antwoordt Lydia dat je een pakketje identiteiten bent, daar ben ik het dus niet mee eens: je hebt een pakketje identiteiten.

    Sorry voor het lange stuk,
    groet,

  13. Je denkt er dus anders over dan ik, Bert. Je zit van alles te bedenken over een training waar je zelf niet bij bent geweest. Jij gaat het erg theoretisch te lijf. Ik niet. Ik zie dat er dingen mis zijn in de wereld die te maken hebben met ongelijkheid, ik probeer er wat aan te doen, op grond van jarenlange ervaring, als het mensen in beweging zet dan is het goed. En wat we hier doen is vele jaren beproefd en het werkt nog steeds. Ik ben dus in het geheel niet gemotiveerd om nu op theoretisch niveau te gaan bediscussieren of we niet iets anders hadden moeten kiezen. Het is gewoon niet aan de orde.
    Het lijkt een beetje of je echt in een andere wereld leeft dan de mijne, Bert. Meer dan een cultuurverschil. Ik snap alweer niet echt waar je op uit bent.

  14. Anja, de bedoeling van mijn vraag was eigenlijk een beetje plagerig, ik las je onderwerp over de blanke autochtone mannen en toen ik de foto’s hierboven zag met toch overwegend blanke mannen,moest ik daaraan denken.

    Trouwens een heel aangrijpend verhaal Anja, met hele indringende foto’s.

  15. @ Lydia B. (1():

    Een aanvulling op jouw inleiding.
    Als gekeken wordt naar de letterlijke betekenis van de oorspronkelijke Romeinse resp. Griekse stammen, waaruit het woord “discriminatie” is afgeleid, gaat het inderdaad slechts om “onderscheid maken” zonder nadere kwalificatie. Maar woorden krijgen in de loop van de geschiedenis vaak een betekenisverschuiving. Zo ook in dit geval. Daarom staat ook in het woordenboek, dat discrimineren “inzonderheid” het ongeoorloofd onderscheid maken betekent. In de term “positieve discriminatie” is deze negatieve connotatie weer opgeheven.
    (Ik ga hierop in, omdat de zg. “neutrale” betekenis van het woord discrimineren nogal eens wordt aangevoerd door hen, die dat als “natuurlijk” willen voorstellen, en daarom geoorloofd).

    Mijn eigen ervaring uit mijn jeugd is geweest, dat ik -ouder wordend- wel verschillen zag, maar daardoor vaak juist werd aangetrokken. Uit nieuwsgierigheid naar het andere. Op die manier leerde ik ook de pijn en het verdriet van mensen kennen, die op totaal idiote gronden (zoals bv. een “ander” uiterlijk) op onrechtvaardige wijze werden beoordeeld en soms zelfs veroordeeld. Toen ik jong volwassen was heb ik dan ook de stap gezet naar het actief daaraan iets doen. Een geleidelijk, “natuurlijk” proces.

    Scherp is mij een ervaring in de Londense metro bijgebleven (1966). Op een gegeven ogenblik realiseerde ik mij, om mij heen kijkend, dat ik de enige witte in het hele treinstel was. Tegelijkertijd bemerkte ik: niemand doet iets bijzonders, niemand kijkt speciaal naar mij omdat ik anders ben. En ik voelde mij totaal niet onveilig of zo. Dat komt, dacht ik vervolgens, omdat ik een sociaal voordeel heb. Hoe zal een zwarte zich voelen, alleen tussen witten, als hij/zij dan (al of niet expliciet) bekeken of bejegend wordt als iemand die (wat) minder, of in ieder geval (heel) anders is? Laat staan, als hij/zij negatief wordt bejegend of zelfs uitgescholden? Hierover heb ik lange tijd nagedacht, want ik realiseerde mij ook: dat kan ik als witte niet écht voelen, ik heb niet de kenmerken die mij dat laten ervaren, maar ik kan wel proberen het mij voor te stellen.

  16. Even hierop voortbordurend Olav, mijn (zeer beperkte) ervaring in Azië is, dat je als blanke sowieso een streepje voor hebt, dus positief gediscrimineerd wordt (tenzij er corruptie in het spel is, want dan vermoedt men dat er bij blanken meer te halen is). In Indonesië en Korea ging al die positieve aandacht mij op een gegeven moment behoorlijk de keel uithangen. Ik wilde weer eens normaal, dus ongestoord en onopvallend, over straat kunnen. Andersom ken ik Indonesiërs die doodsbang werden toen ze voor het eerst Afrikanen zagen, hoewel die Afrikanen geen hand naar ze uitstaken. In zoverre is discriminatie wel een natuurlijk verschijnsel. De vraag is alleen hoeveel discriminatie geoorloofd is. Door je te verbinden met een groep (bijv. een politieke partij) kan je je beter verweren tegen een andere groep. Zolang groepen op een nette manier een dialoog aangaan is er natuurlijk geen probleem.

  17. Ik geloof ook dat een bepaalde mate van angst voor wat vreemd is natuurlijk is. Maar ook niet helemaal, want zoals je zegt, welke vreemden gevreesd worden is weer erg bepaald door de sociale omstandigheden, en dat begint al zo vroeg in het leven van kinderen dat ze er vaak geen bewuste herinnering meer aan hebben hoe ze de boodschap doorgekregen hebben dat, bijvoorbeeld, blank goed is en donker eng. Of omgekeerd, naar gelang de plek.

    Ik herinner me een keer in de tram, er zat een moeder met een klein kind naast me en tegenover ons zat een Surinaamse vrouw, met hele brede, glimmende, chocoladebruine, blote knieen. En dat blanke kindje maar kijken. Stak een vinger in haar mond en veegde toen over zo’n knie, of dat bruin afgaf. Die Surinaamse vrouw lachte, maar die blanke moeder schaamde zich rot, werd rood, en gaf haar kind een tik. Die weet nu dat je niet nieuwsgierig mag zijn naar wat anders is, en dat er iets engs is met donkere mensen.

    Andere herinnering: twee van het giechelen bijna in hun broek plassende kinderen die aan een zwarte vriendin vroegen of haar borsten nou roze waren of bruin. Waarschijnlijk hadden ze al zoveel roze porno langs zien komen, voor hun waren borsten per definitie roze. Maar als ze zich voorstelden, zo’n bruin iemand met roze borsten, dat vonden ze ook idioot. Mijn vriendin reageerde er heel leuk op en zei ja hoor, mijn borsten zijn net zo bruin als mijn armen. Je kunt kinderen dus heel goed helpen om gewoon nieuwsgierig te zijn naar wat ze niet kennen en er niet bang voor te worden.

    In China moesten er kindjes huilen van de schrik als ze mij zagen. Dat was dertig jaar geleden, ze zagen voor het eerst buitenlanders. Ik herinner me een hele leuke vader, ik verstond geen woord van wat hij zei maar ik snapte precies wat hij deed, hij ging met zijn kind op zijn hurken zitten, en ik erbij, tot ze me aan durfde te kijken, dat enge mens met rooie haren en groene ogen en een enorme neus, en ze ophield met huilen en ging lachen.

  18. Beter laat dan nooit wil ik toch nog reageren op jouw reactie nummer 14.
    Ik vind het jammer dat het zo gaat, Anja. Ik probeerde in mijn stuk ook mijn zoeken aan te geven. Zoals ik ook probeerde aan te geven dat ik me kan voorstellen dat de mensen op jouw training leren elkaar als mens te ontmoeten en dat vind ik heel waardevol.
    Ik kan niet anders dan uitgaan van een spiritueel mensbeeld en dan zijn de dingen niet toevallig en kun je de dingen niet geïsoleerd zien. Dan is er een relatie tussen de geestelijke onvrijheid hier en de fysieke onvrijheid in Palestina/Israël.
    In jouw interview in Jonas in 2003, dat te vinden is op jouw website, zeg je dat jouw werk in Gaza en dat van jouw moeder in de WOII het beste in jullie omhoog haalt/haalde. In die oorlogssituaties zijn er geen ambtenaren die er op letten dat je op de juiste manier de juiste papieren voor de juiste baan haalt en dat je die baan vervult met in achtneming van de juiste regels. In die oorlogssituaties is, paradoxaal lijkend, geestelijke vrijheid te vinden.
    Ik wens mijn kinderen, andere kinderen, andere mensen en mijzelf toe dat we ook het beste in onszelf naar boven kunnen halen, niet alleen in oorlogssituaties, niet alleen in de laatste vrije beroepen. Dáár ben ik op uit. Geestelijke vrijheid (de mogelijkheid je kwaliteiten te ontwikkelen en je ‘ding’ te doen) hier draagt bij aan de vrede in het Midden-Oosten. En die geestelijke vrijheid neemt hier in rap tempo af, terwijl mensen in niet westerse landen vanuit een behoefte er steeds meer naar op zoek zijn.
    Het spijt me dat mijn bijdragen geen waarde toevoegen aan jouw weblog.

    Groet,

  19. Groningers zijn altijd een tijd stil, voor ze wat zeggen, aldus Aafke Steenhuis in NPS-Kunststof, Radio 1.

Reacties zijn gesloten.