De ‘enige democratie in het MO’ (2)

Ik ben bezig al dat materiaal op dit weblog over Palestina/Israel te ordenen en toegankelijk te maken. Een belangrijke reden daarbij is dat de ‘tegenstanders’, zij die vinden dat Israel verdedigd moet worden tegen de kritiek, en die uiteraard ook vinden dat ik ‘te eenzijdig’ ben, regelmatig aankomen met hetzelfde rijtje argumenten. Het lijkt een vaststaand repertoire te zijn dat steeds opnieuw wordt afgewerkt, en dat resistent lijkt tegen feiten of een visie die de cliché’s, want dat zijn het, tegenspreken. Het lijkt mij dus handig om een overzicht te hebben van wat er al op dit weblog staat, en de eventuele hiaten nog op te vullen. Dan hoef ik niet elke keer opnieuw te beginnen en kan ik verwijzen naar wat we al hebben gehad. Een mooie vakantieklus.

Ik kom dus van alles tegen. In de categorie ‘Israel is de enige democratie in het Midden-Oosten’, heb ik al het een en ander behandeld. Hier bijvoorbeeld. Een aanbeveling is het boek van Susan Nathan, De andere kant van Israel. Ik vond een interview met haar, dat ik hier plaats. In haar boek staat meer dat het licht doet schijnen op de kwestie van het gesegregeerde onderwijs aan Arabische en joodse kinderen. Hier eerst het interview:

Susan Nathan: ‘Discriminatie voedt een volgende intifada’ 28 maart 2006 (MO)

In 2003 ruilde Susan Nathan haar woning in Tel Aviv voor een appartement in Tamra, een klein Arabisch stadje op Israëlisch grondgebied. Ze woont daar nu als enige joodse tussen 25.000 Israëlische moslims. In De andere kant van Israël beschrijft Nathan hoe de Arabische Israëli’s, zo’n twintig procent van de Israëlische bevolking, door de Israëlische staat haast onzichtbaar gediscrimineerd worden.

Susan Nathan werd in Londen geboren en maakte in 1999 haar lang gedroomde Aliya, zoals de joden de terugkeer naar Israël noemen. Het was de laatste stap in een persoonlijk zoektocht naar het joodse thuisland. In haar boek vertelt Nathan hoe de realiteit het mooie zionistische plaatje van het Beloofde Land begint te verstoren. Met groeiende ontsteltenis ziet ze hoe de joodse samenleving een groep burgers lijkt achter te houden: de oorspronkelijke bewoners van het land, de Arabische Israëli’s. In haar semi-autobiografisch boek De andere kant van Israël vertelt Susan Nathan aan de hand van zorgvuldig bijgehouden dagboekdocumenten over de discriminatie die Arabische burgers ondervinden op het vlak van onderwijs, werkgelegenheid, sociale zekerheid, wonen… Ze beschrijft het onbegrip waarmee joodse vrienden en kennissen reageren op haar beslissing om in Tamra, tussen 25.000 moslims, te gaan wonen. Ze documenteert haar eigen bewustwording van de ongelijkheid tussen joodse en Palestijnse Israëli’s. ‘Ik heb er geen probleem mee om mijn joodse identiteit te combineren met mijn aanklacht tegen het politiek zionisme’, zegt Nathan in haar ongepolijste stijl. Haar onverbloemde visie kan storend zijn voor sommigen, maar ze nodigt wel uit tot debat. En dat is Nathans bedoeling.

Susan Nathan: Door in Tamra te gaan wonen, heb ik het geldende systeem ontregeld. Een kleine minderheid onder de Palestijnen is het niet eens met wat ik doe. Dat komt voort uit een diepgeworteld en begrijpelijk wantrouwen. De Palestijnen zijn door Israël altijd als staatsvijand benaderd. De geheime dienst Shin Bet werkt al sinds jaar en dag met spionnen en agenten in elke Arabische gemeenschap. Waarom zouden de Arabische Israëli’s geloven dat ik geen agent ben? Intussen ben ik goed geïntegreerd in Tamra, maar het heeft me wel twee en een half jaar gekost voor ik me er echt comfortabel voelde. Vooral in de beginperiode voelde ik me erg geïsoleerd. Het besef dat de zionistische zekerheden waarmee ik was opgevoed afbrokkelden, maakte het er niet gemakkelijk op, maar geen haar op mijn hoofd denkt er aan mijn joodse wortels door te hakken. Dat ruikt naar conformisme en hokjesdenken. Joden moeten veel eerlijker worden over hun eigen afkomst, vooral voor zichzelf. Palestijnen en joden zijn deel van elkaars geschiedenis. We moeten elkaars verhalen in het juiste perspectief plaatsen, en als joden moeten we inzien dat we onze droom letterlijk op Palestijnse huizen hebben gebouwd. Maar zolang de politiek van Israël geënt is op scheiding, blijven de angsten voor elkaar en de verschrikkelijke onwetendheid bestaan. De Muur belichaamt het bestaan van een joods naast een Palestijns getto. De Muur heeft twee kanten, maar niemand praat over de effecten ervan op de joodse gemeenschap.

U wil het niet hebben over de Israëlische bezettingspolitiek. Waarom niet?
Susan Nathan: De bezettingspolitiek van Israël en de discriminatie binnen een zogenaamde democratische samenleving zijn twee gescheiden thema’s. Ik heb dit boek juist geschreven om een ernstig onderbelicht probleem bloot te leggen, namelijk dat Israël ook zijn eigen burgers discrimineert. Ik wil dat de internationale media hun schijnwerpers daarop richten. Iedereen focust op de Palestijnen in de Bezette Gebieden. Zelfs iemand als Amira Hass, journaliste van Ha’aretz, de meest progressieve krant van Israël, lijkt geen aandacht te hebben voor het onrecht dat Israëlische burgers wordt aangedaan.

De joodse Israëli Uri Davis woont net als u in een Arabische gemeenschap, in Sakhnin. In hoeverre zijn jullie zielsverwanten?Susan Nathan: Uri is een vriend en iemand die ik erg bewonder. We zijn allebei pleitbezorgers voor de gelijkberechtiging van de Arabische minderheid in Israël. Maar we hebben een andere persoonlijke aanpak. Uri noemt zichzelf een antizionistische, Palestijnse jood. Veel Israëli’s voelen zich daardoor aangevallen. Wanneer je de denkbeeldige grens tussen joodse en Palestijnse Israëli’s oversteekt, is het belangrijk om je eigen wortels niet te ontkennen, anders bereik je de publieke opinie in Israël niet en het is juist de joodse samenleving die verandering moet brengen. Ik weet ook dat dit een lang bewustwordingsproces inhoudt, de joodse burgers moeten ook wíllen weten dat ze in een samenleving wonen waar apartheid is ingeburgerd. Maar ik heb er geen probleem mee om mijn joodse identiteit te combineren met mijn aanklacht tegen het politiek zionisme. Wat heeft een politieke visie immers te maken met de betekenis die ik geef aan mijn joods zijn?

U beschuldigt Israël niet alleen van discriminatie, u noemt Israël een apartheidsstaat.
Susan Nathan: Ja. Elk land kent discriminatie, maar het laatste land ter wereld waar die discriminatie ook nog eens in de wet is opgetekend, is Israël. Israël legt gelijke rechten op land, burgerschap, welzijn en werkgelegenheid aan banden onder het mom van “veiligheid” of van “consequente regels”. Dat gebeurt via de achterpoorten van een zeer complex juridisch systeem, waardoor de discriminatie op het eerste gezicht niet lijkt te bestaan. De Israëlische bureaucratie is een doolhof voor de Palestijnse Israëli’s. Palestijnse jongeren verspelen door een complex web van regels het recht op een werkloosheidsuitkering, terwijl de werkloosheid enorm hoog is. Ook binnen het onderwijs is de discriminatie structureel ingebouwd. De Israëlische minister van Onderwijs spendeert 5000 shekels per jaar aan een joods kind, een Arabisch kind is er maar 700 waard. Door dit soort apartheidsregels ondermijnt Israël zijn eigen samenleving en helpt het een derde intifada tot stand te komen. De ongelijkheid voedt de frustratie bij een generatie jonge Palestijnen die haar toekomst geblokkeerd ziet.

Wat is het grootste struikelblok om tot een multiculturele Israëlische samenleving te komen?
Susan Nathan: 93 procent van de grond in Israël behoort tot het Joods Nationaal Fonds, een staatsorgaan dat die grond “enkel voor joden” beheert, of ze nu hier of aan de andere kant van de wereld wonen. Dat betekent dat 20 procent van de Israëlische bevolking geen toegang heeft tot dat land. Palestijnse Israëli’s hebben toenemende problemen met wooninfrastructuur, krijgen geen bouwvergunningen, geen investeringsmiddelen, zelfs niet voor de drie procent van de grond in Israël die in Arabisch bezit is. De overbevolking in Arabische gemeenschappen is een ramp en maakt het leven er erg hard. Tamra is mijn thuis geworden, maar ik heb wel de luxe en het privilege om te ontsnappen naar waar en wanneer ik wil. Als ik zuurstof nodig heb, ga ik die even in Tel Aviv halen.

De jonge generatie, zeker in het liberale en seculiere Tel Aviv, hecht toch minder belang aan de betekenis van grond?Susan Nathan: Seculier wil niet zeggen niet-zionistisch. Zelfs liberale joden die in Tel Aviv wonen, vinden grond de essentie van de joodse staat. De essentie van het politiek zionisme is gericht op het verkrijgen van land, koste wat het kost. Onze jongeren worden collectief opgevoed met de opdracht trouw te zijn aan een Groter Israël, via hun legerdienst, door de media en het onderwijs. Het trainen van staatstrouwe burgers is het hoofddoel van de huidige minister van Onderwijs, één van de ergste die we al gehad hebben. Goed burgerschap wordt ook beloond met goedkope grond, goedkope huizen, recht op sociale zekerheid.

De Israëlische vredesbeweging lijkt op sterven na dood. En hoe zit het met de Palestijnse vredesbeweging?
Susan Nathan: Wanneer jij het Belgisch beleid op de korrel neemt, dan ben je niet anti-Belgisch, maar tegen het beleid. Dat gaat helemaal niet op voor Israël. Geef je kritiek op de staat, dan geef je kritiek op zijn burgers. Dat verklaart de tanende Israëlische vredesbeweging. Tegelijk krijgen de Palestijnen van Israëli’s het verwijt dat ze geen vredesbeweging hebben. Maar dat is een oneerlijk verwijt. Palestijnen lopen veel grotere veiligheidsrisico’s dan de joden, ze lopen het risico om zonder aanklacht in de cel te belanden, omdat ze zich inzetten voor de vrede. Toch zie je ook nieuwe vormen van protest bij joodse jongeren, zoals de groeiende groep van refuzniks, dienstplichtige jongeren die uit morele overtuiging weigeren om in het leger te gaan. Nog heel positief is dat het Palestijnse middenveld aan een opmars bezig is, zeker op het vlak van communicatie, een niet te onderschatten wapen. Het aantal hoog opgeleide en progressieve Palestijnen die hun stem verheffen en hun zaak open en bloot op de tafel gooien, groeit. En er komen steeds nieuwe organisaties bij die pleiten voor gelijke rechten voor minderheden. Maar ik denk tegelijk dat de situatie nog veel slechter zal worden, voor we kunnen spreken van vrede. Er komen nog langdurige gevechten en nog veel bloedvergieten. Er komen meer opstanden, meer doden. En ik verwacht nog meer repressie op de vrije meningsuiting en op het vredesactivisme dan vandaag al het geval is.

En hoe zit het met de verdeeldheid binnen de joodse gemeenschap?
Susan Nathan: Voor de buitenwereld is joods Israël één homogene groep, terwijl de joodse gemeenschap erg versnipperd is. Je hebt de toplaag van de asjkenazi’s of de witte, westerse joden. Dan komen de sefardische joden uit de Arabische landen en kleine minderheden zoals de Ethiopische falasha’s en de Russen. Terwijl Israël mij met open armen ontving omdat ik asjkenazi ben, keert het ongeïnteresseerd zijn rug naar de sefardische joden. Vermenging tussen die verschillende groepen is eerder zeldzaam, wat onder andere te maken heeft met het verregaande controlesysteem op de veiligheid in Israël. Vandaag is het bijvoorbeeld erg moeilijk voor joden om met niet-joden te trouwen. Als ik in België ga wonen en daar met een Belg trouw, kan ik altijd terugkomen naar Israël. Maar het zou ongelofelijk moeilijk worden om een permanent burgerschap te krijgen voor mijn Belgische man. Dat maakt deel uit van Israëls demografische en etnische controle, die obsessief is. Israël is een etnocratie: je krijgt rechten volgens je etnische achtergrond. Israël wordt hoofdzakelijk gerund door asjkenazi’s, voor Ethiopische joden is er minder ruimte omdat ze zwart zijn. Succesvolle afgestudeerde rechtenstudenten vinden bijvoorbeeld geen stageplaatsen bij advocatenkantoren, al is er sinds kort een nieuwe richtlijn om Ethiopiërs, Druzen, Circassiërs voorrang te geven voor stageplaatsen op juridische overheidsposten. Maar dat geldt dan weer niet voor Arabische joden.

Ook tussen de religieuze machtsapparaten en de seculiere samenleving botert het niet?
Susan Nathan: Israël is ook een theocratie, zonder scheiding van staat en religie. Dat is op dit moment een heet politiek hangijzer. Tommy Lapid, partijleider van Shinui, wat letterlijk verandering betekent, heeft de scheiding van Kerk en Staat tot zijn centrale programmapunt gemaakt. Seculiere joden in Israël zijn het beu dat zij het geld moeten opbrengen dat via staatssubsidies naar kolonies, religieuze scholen en synagogen vloeit. Streven naar verandering is binnen het Israëlische politieke apparaat echter een titanenarbeid. De publieke opinie bevindt zich in een soort slaapstand. Ik noem dat niet meteen luiheid, wel hulpeloosheid en psychologische wanorde. De gemiddelde Israëli verdient niet zoveel, 5000 Shekel per maand. Dat is een kleine 900 euro. Iedereen is druk bezig met overleven, er is geen tijd om een politiek bewustzijn te kweken. Bovendien is het beleid enorm verzwakt doordat de politiek vergeven is van de kleine partijen. Dat leidt alleen maar tot meer versnippering en destabiliseert ook de samenleving.

Verwacht u hulp van de internationale gemeenschap?
Susan Nathan: Zolang Europa, de Verenigde Naties en de Verenigde Staten hun stilzwijgen volhouden, verandert er niets. In de VS hebben ze zelfs een wet, HR 3077, die toelaat dat universiteiten waar Midden-Oostenstudies gegeven worden, gemonitord worden op kritische uitlatingen over Israël. Stel je voor. En Europa ontbreekt het aan politieke moed omdat dat werelddeel nog altijd gebukt gaat onder een onverwerkt schuldgevoel tegenover de joden, omdat het gefaald heeft, omdat het de Holocaust niet heeft tegengehouden. Israël exploiteert dat op een briljante manier en spant die collectieve mea culpa voor zijn politieke kar. De Holocaust moet een blijvende getuigenis zijn van wat de mensheid zichzelf kan aandoen, maar het mag geen instrument worden voor politieke ambities, waardoor elk kritisch woord van buitenaf onmiddellijk als antisemitisch bestempeld wordt.

De andere kant van Israël is in verschillende talen uitgegeven, maar niet in het Hebreeuws.
Susan Nathan: Israëlische uitgevers staan niet per se afkerig tegenover mijn boek. Alleen heeft nog geen enkele linkse uitgeverij de moed gehad om de enorme tegendruk vanuit politiek-zionistische hoek te trotseren. Bovendien betekent links in Israël wat rechts in België is. De linkse, progressieve principes zijn er begrensd en houden op zodra er kritiek wordt gegeven op het joodse karakter van de staat Israël. Een journalist van Yedioth Ahronot (een toonaangevende Israëlische krant, td) belde me na het lezen van mijn boek en zei: ‘Ik ben het eens met wat u schrijft over de gelegaliseerde discriminatie, maar niet met uw visie om het probleem op te lossen.’ Links Israël verzet zich tegen de discriminatie van de Arabische minderheid, maar zodra we echt moeten zeggen hoe we tot een multiculturele, niet-joodse staat kunnen komen, steekt iedereen zijn kop in het zand. Een oplossing, gelijk welke, is te ingrijpend voor de joodse Israëli’s. Toch moeten we de staat Israël herdefiniëren, net zoals ons staatsburgerschap en onze samenleving. Israël zal zijn joods karakter moeten opgeven, vooraleer het zichzelf democratisch kan noemen en een integratiebeleid kan voeren.

Auteur: Tine Danckaers. Uit: Mondiaal Nieuws. Hier.

En nog een interview, door Wim de Neuter, hier.

2 gedachten over “De ‘enige democratie in het MO’ (2)

  1. ‘De bezettingspolitiek van Israël en de discriminatie binnen een zogenaamde democratische samenleving zijn twee gescheiden thema’s. Ik heb dit boek juist geschreven om een ernstig onderbelicht probleem bloot te leggen, namelijk dat Israël ook zijn eigen burgers discrimineert’.

    Dit is wat Susan Nathan zegt. Ik ben het er niet zo erg mee eens dat bezetting en het gebrek aan democratie in Israel twee gescheiden thema’s zijn: ze zijn beide een gevolg van het zionisme, de gedachte dat Israel een joodse staat moet zijn (waarin niet-joden dus per definitie geen gelijke rechten hebben) en dat die joodse staat zoveel mogelijk land moet hebben met zo min mogelijk Palestijnen er op (dus de bezetting). Maar ik vind dat ze groot gelijk heeft dat de slogan Stop de bezetting! te kort schiet, omdat dat alleen gaat over de positie van de Palestijnen in de Gazastrook en de Westoever, en ik ben het van harte met haar eens dat er meer aandacht moeten komen voor de positie van Palestijnen binnen Israel zelf.

  2. En aandacht voor de Palestijnse vluchtelingen buiten historisch Palestina.

    Vooral Libanon is een drama.

Reacties zijn gesloten.