Bericht uit Gaza (1)

070818gaza-046.jpg

Terugkijken op die paar dagen daar. Dit was ons voornaamste doel: nadat we er sinds januari niet meer waren geweest wilden we weer direct contact, en in dat contact te weten komen hoe het echt met Gaza gaat, met de samenleving als geheel, met de mensen die we kennen, met het werk van het NCCR – de club voor gehandicapten – en wat de veranderingen werkelijk betekenen, sinds de top van Fatah is verdwenen en Hamas de macht heeft overgenomen.

Veel van de feiten wisten we wel, maar wat we niet wisten, en wat via e-mail en mobiele telefoontjes ook niet gaat, is de gevoelswaarde ervan, en hoe het dagelijks leven van onze vrienden er door beinvloed wordt. En uiteraard wilden we opnieuw samen met onze mensen plannen maken: wat gaan we de komende tijd doen, wat kunnen we bijdragen, wat is er nodig.

070818gaza-011.jpg

070818gaza-014.jpg

Dus dat betekende: veel intense gesprekken met de mensen die we er kennen. En voor onze eerste dag betekende het dat we gevraagd hadden of de huisbezoeken teams van het NCCR die we al jaren trainen bij elkaar geroepen konden worden. Dat wilden ze graag.

Emotioneel weerzien. Er zijn mensen bij die ik al jaren ken, jaren volg. Maar er waren ook weer nieuwe mensen bij gekomen, twee jonge verpleegsters onder andere. En wij stelden een nieuwe Kifaia medewerker voor: Jaap Voigt, een trainer die gewend is om niet alleen met individuele mensen te werken, maar oog heeft voor grote verbanden en grote thema’s. Daar absoluut aan de orde.

Het eerste wat we zagen: hoeveel het betekende dat we er weer waren. Niet alleen gewoon om al die jaren dat we al samen werken, maar juist nu, nu er bijna geen buitenlanders meer komen en ze zich meer verlaten dan ooit voelen. Mohammed zei: jullie zijn de eerste buitenlanders die ik zie sinds de veranderingen en ik dacht eerlijk niet dat jullie zouden durven. We weten het al: nog los van wat we met ze doen in de samenwerking, het feit alleen dat we komen houdt de moed er in. Zolang we nog komen geven ze de hoop niet op. Maar nu merkten we nog een laag die dat gevoel nog heftiger maakte: ze schamen zich diep dat het ze in Gaza niet lukt om orde op zaken te stellen, en dat het nu behalve de Israelische onderdrukking gaat om geweld tussen Palestijnen onderling. Dat tast ook erg hun gevoel van eigenwaarde aan, dat onder de Isrsaelische bezetting ongebroken was. Broedermoord, een onderhuidse burgeroorlog, de angst voor elkaar, maakt het zoveel erger en verwarrender.

070818gaza-022.jpg

070818gaza-025.jpg

Wat is er met jullie gebeurd, vroegen we, hoe gaat het echt met jullie, wat gaat er goed in het werk en wat niet? Wat we konden zien is de oogst van het jarenlang opbouwen van een vertrouwensrelatie. Want ondanks die schaamte en de verwarring vertelden ze ons hoe ze zich voelden. Trots dat ze ondanks alles hun werk voort hadden gezet. Bijna alle andere instellingen in het onderwijs en de gezondheidszorg waren wel een paar weken gesloten geweest, maar zij hadden maar twee dagen gemist. Dat hun werk ontzettend nodig is, daar twijfelt niemand aan. Er zijn, in de onderlinge strijd, zoveel nieuwe gewonden en gehandicapten bij gekomen. In plaats van een gemiddelde van vijf huisbezoeken per dag deden ze er de afgelopen tijd wel tien. Ook boden ze hun hulp aan bij alle families met gewonden, om hen te helpen om wonden te verzorgen – ook als die mensen niet gehandicapt zouden raken. En ze deden dat, stug volgens de principes, zonder enig onderscheid hoe, en door wie die mensen gewond waren geraakt. Elke gewonde, elke gehandicapte, heeft recht op hulp, en op ons werk laten we de politiek erbuiten. Dat dat onder de omstandigheden niet zo simpel is, daar kwamen we nog op. En Ahmed, een nieuwe medewerker, zelf gehandicapt – hij heeft misvormde handen en voeten – zegt hoe blij hij is dat hij nu bij het NCCR werkt, want andere organisaties zijn bureaucratisch of commercieel, en dit is de enige organisatie die hij kent die gehandicapten ziet als mensen waar je respect voor moet hebben.

Maar de een na de ander zeiden ze het hoe erg ze het vonden dat hun eigen mensen onderling vochten. Dit is voor ons een hele nieuwe situatie, zei Ramsey, een fysiotherapeut. We zijn gewend aan ongelukken, en aan aanvallen door Israel. Maar we zijn niet gewend aan broers die elkaar bevechten. Dan komen we bij iemand thuis. Iemand die kapot geschoten is. En dan weet je, wij zijn het die dat gedaan hebben.

Hij zij ‘wij’. Hij zei niet ‘ze’. Hij zei, wij doen dat. Tot nu toe was er altijd een vijand die je de schuld kon geven. Dia, een maatschappelijk werker, zei hoe het hem aangreep. Wat we doen is gewoon doorgaan met mensen helpen, maar wat doe je, je komt bij iemand die overhoop is geschoten, zo iemand is woedend, hij schreeuwt tegen Hamas die het gedaan heeft, en ik zou ook willen schreeuwen, maar we mogen niet, we moeten neutraal blijven. En Ratiba, de verplleegster zei: ik moest er aan denken dat meneer Jan nog voorspeld had dat het geweld naar binnen zou kunnen slaan, en wat we met elkaar zouden gaan vechten, en hij heeft gelijk gekregen. En wat moeten we nu, hoe moeten we verder? Als het om de Israeli’s gaat dan kan ik schreeuwen in woede, maar wat moet ik nu? Ik word er stil van. Ik weet niet meer wat ik zeggen moet.

En ze barst in tranen uit. Zo kennen we Ratiba, die grap van het team, ‘Ratiba, je ogen lopen weer over’ – ze huilt altijd de tranen van het hele team. En Yahya, een fysiotherapeut met wie we het langste samenwerken, zegt: we hebben van jullie geleerd dat we met onze patienten een vertrouwensband op moeten bouwen, dat dat het allerbelangrijkse is, maar nu zien we mensen die niemand meer vertrouwen, die niet meer durven te praten.

We hebben geen woorden, horen we keer op keer. Wa’el, de arts, wil helemaal niet aan al dat gevoel. In plaats van te huilen moeten we sterk zijn en ons werk doen. Ook dit is wat we horen: dat mensen vluchten in het werk. Maar dan komen ze thuis en hebben dezelfde zorgen als de anderen. De angst voor wat het nieuwe regime doet, de angst voor de toekomst, de angst om de kinderen. En bij wie kun je met dat verhaal nog terecht als iedereen bang is en zorgen heeft? Khaled, de voorzitter, zit er bij en zegt dat hij ziet: dat mensen ruzie maken om niks. Om wie er voorin of achterin de auto zit, om wie er de kopjes naar de keuken brengt. We horen in de gesprekken erna, dat een van onze liefste medewerksters haar jonge nieuwe collega’s afbekt. We horen dat een van de meest zachtaardig mannen in het team voor het eerst van zijn leven zijn kinderen slaat. We waarderen ze, voor de moed die ze hebben om ons dat te vertellen. Maar hoe moeten we nu verder, vraagt Ratiba. Jullie wisten toch dat we hier zouden gaan vechten tegen elkaar? Kun je dan ook vertellen wat hierna komt? Waar gaan we heen? Wat kunnen we doen?

070818gaza-035.jpg

070818gaza-037.jpg

We hebben ons niet voorbereid op colleges, konden dat ook niet. Dachten, we gaan eerst kijken, luisteren. Maar nu staat Jaap op om te vertellen wat hij denkt. Eerst, dat hij voelt dat in een crisis als deze alle culturele verschillen tussen ons verdwijnen, dat ze er niet meer toe doen. Dan erkenning voor dat gevoel: we weten het niet meer. De vijand, die van buiten, is er nog steeds. Maar dit, wat binnen gebeurt is nu belangrijker. We noemen het fragmentatie, vertelt hij. Wat eerst heel was valt nu in stukken uit elkaar, en die stukken gaan elkaar bevechten. In de samenleving als geheel, binnen organisaties, in gezinnen en ook in jezelf. Alsof je in stukken uiteenvalt, jezelf niet meer kent, verschillende stemmen hoort, stemmen waar je ’s nachts wakker van ligt.

Ik zie sommige mensen knikken.
En dit is het grootste gevaar, dat je jezelf kapot laat maken, dat je gesplitst raakt. Alles zal er de komende tijd op gericht moeten zijn om heel te blijven, bij elkaar te blijven, een punt van stilte te vinden, sommige mensen kunnen dat door te bidden, om je weer heel te kunnen voelen.

070818gaza-056.jpg

En Jan zegt wat hij wil zeggen. Eerst, of iedereen wel beseft hoe belangrijk het werk is wat ze doen, niet alleen maar de echte hulp die er gegeven wordt, maar ook de funktie die ze binnen hun samenleving hebben, als voorbeeld. Zolang de vijand buiten is, voel je je als gemeenschap sterk. Maar als je zelf de vijand bent geworden komt het gevaar van binnen uit, kan overal vandaan komen. Wat je dan moet doen? Zoveel mogelijk overleven, en niet verwachten dat je heel veel meer kunt doen, niet verwachten dat je plannen kunt maken. Zoals in een bosbrand. Als je aan alle kanten door vuur omsingeld bent en je kunt niet meer ontsnappen is het beste wat je kunt doen je huis ingaan, alle deuren dichtdoen op de grond gaan liggen, en zo stil mogelijk afwachten tot het voorbij is.

Dat betekent: zorgen voor jezelf en elkaar. Kontakt houden. Plekken maken waar je je kunt uiten. Met elkaar een shelter bouwen, een safe spot. Praten over oplossingen maakt iedereen wanhopig, want die zijn er nog niet. Wat je kunt doen is goed zijn voor elkaar. Bedank elkaar, dat je er bent, dat je op elkaar kunt rekenen.

Als bij een ongeluk, zegt Jaap nog, als Dia vraagt wat hij toch moet met de patienten die zo woedend zijn, of de patienten die helemaal niet willen praten. Bij een ongeluk kun je het vergeten dat je de hele situatie onder controle kunt houden. Het is boem! en plotseling is alles anders. Dan kun je alleen proberen de situatie te stabiliseren, je bent de eerste tijd alleen bezig om iemand in leven te houden, het noodzakelijke te doen, stap voor stap en zonder veel verder te kijken. Meer is er niet. Meer gereedschap hebben we niet.

Maar dat is te leren. ’s Avonds in de flat als we napraten beginnen we te zien wat we hier moeten doen in de komende tijd. Als het maar even kan regelmatig terugkomen, maar voor een korte tijd, want voor een cursus van een week zoals we die ook wel hebben gegeven heeft niemand de concentratie en de energie. Mensen helpen om heel te blijven. En het helpt al, als eerste stap, dat we ze de woorden geven om te begrijpen wat er met ze gebeurt. Dat ze het zichzelf niet kwalijk hoeven te nemen.

070818gaza-047.jpg

Later hoor ik opeens wat Jan loopt te zingen. How fragile we are. Sting. Ik heb altijd al erg meegeleefd, hier in Gaza. Maar nu. Mijn hart doet zeer. God wat doet mijn hart zeer.

8 gedachten over “Bericht uit Gaza (1)

  1. Bedankt Anja voor dit verslag,en bedankt dat je er toch weer steeds naar toe gaat met de andere teamleden. Ik heb hier verder weinig commentaar op, je verhaal is genoeg. Ik kan me voorstellen hoe moeilijk het is om ook iedere keer weer afscheid te moeten nemen. je hart breekt. iedere keer weer.
    groet

  2. Ik huil met je mee. Wat afschuwelijk, en wat kan ik me goed voorstellen dat je bang, boos en wanhopig bent. En ook: wat goed dat je het opschrijft, dat je ons met jouw woorden beelden geeft van hoe het daar is. Laat niemand zeggen dat ze het niet geweten hebben, want ze konden het weten.

  3. Dank je wel Anja, voor je verslag van wat daar aan de hand is. Dank je wel voor wat jij en de anderen doen. Het is zo moeilijk niet te weten wat we kunnen doen om te helpen.

  4. Dank voor het verslag.
    Wat ik zie: de onverdraaglijke naakte waarheid van het bestaan, die aan het licht komt en die om te huilen is, terwijl die ook bevrijdend kan zijn. Vrij van vijandsbeelden, formules, concepten, plannen, rijk aan helder inzicht, waarheid, hier en nu, met of zonder woorden. In de beperking toont zich de meester.
    Sterkte.

  5. Het is inderdaad nauwelijks te bevatten wat daar in Gaza gebeurt. Ik heb maar gedaan wat ik denk te kunnen: de brieven verstuurd, een link naar je weblog op het mijne geplaatst plus een copie van de voorbeeldbrief, die misschien voor niet-ingewijden hier wat moeilijk te vinden is. Ik hoop (en vertrouw ook wel) dat mijn achterbannetje zich laat horen.

  6. Kippenvel van jou verslagen, maar het geeft ook een gevoel van verslagenheid. Onbegrijpelijk dat de internationale gemeenschap dit toelaat. Hamas moest meedoen aan de verkiezingen, het was de keus van het volk. Dat heb je te respecteren wat het westen nu doet is tweespalt zaaien met alle gevolgen van dien. Ten koste van gewone mensen.

  7. Anja — je verslagen uit Gaza zijn voor mij meer waard dan duizend vanuit Tel Aviv of Cairo geschreven artikelen van de traditionele pers.

    Een vriend van ons heeft een paar jaar in de buurt van Jenin gewoond (zijn blog: http://adhock.blogspot.com/ ) en het is me meer dan duidelijk geworden dat niemand in de bezette gebieden veilig is.

    Heel veel respect en waardering voor het werk dat jij en de rest van het team doen!

  8. Dear friends,

    Thanks to Allah for your safe returning back to Holland.we are still unable to express our gratefullness for what you are offering for the palestinian people even if you expose yourselves to danger and harm. Actually , we were worried about during your staying in Gaza. All in all, we are happy you are safe among your families now.

Reacties zijn gesloten.