Nog eens Gerstenfeld

080126lukas-198.jpg
(Jaap Hamburger)

Kort geleden schreef ik een boos stukje over een artikel van Manfred Gerstenfeld op de opiniepagina van de Volkskrant. Een typisch ‘paradigma-ééntje’, al het Palestijnse leed is hun eigen schuld. Aangezien dat inmiddels een minderheidsstandpunt is in Nederland zou je op die opiniepagina wel een kritische reactie verwachten. Nee dus. Wat zou er aan de hand zijn, heeft kritisch Nederland de Volkskrant al opgegeven? Of zijn er wel reacties gestuurd die door redacteur Chris Rutenfrans niet zijn geplaatst?

In ieder geval weet ik van één reactie die niet is opgenomen, van Jaap Hamburger, voorzitter van Een Ander Joods Geluid. De reden? Rutenfrans vond het te veel ‘op de man’ gespeeld en niet zakelijk genoeg.
Oordeel zelf: hier is het geweigerde artikel.

Te gast: Jaap Hamburger.

In de Volkskrant van 1 februari doet Manfred Gerstenfeld van het Jerusalem Center for Public Affairs, een Israëlische denktank, een verwoede poging te bewijzen dat antisemitisme een groter kwaad is dan ‘islamofobie’ (VK ). Beide zouden ‘vaak’ gepresenteerd worden als vrijwel identieke vormen van discriminatie, en daar stoort Gerstenfeld zich uitermate aan. Hij stelt daarom zijn catalogus van verschillen op, en concludeert: antisemitisme is veel erger, en islamofobie, ach die is zo onredelijk nog niet.

Ik heb een probleem met die redenering. Hèt antisemitisme bestaat niet. Antisemitisme heeft vele gezichten, nooit onschuldige gezichten, maar zelden gevaarlijke. Levensbedreigend is het slechts onder zeer speciale omstandigheden.

Het begrip antisemitisme heeft een hyperinflatie ondergaan, zoals de dollar in Zimbabwe, en intellectuele speculanten als Gerstenfeld profiteren daarvan. In plaats van zijn inspanning te steken in het opsommen van de verschillen tussen antisemitisme en islamofobie, zou hij het denken over deze verschijnselen een dienst bewijzen, door het antisemitisme in zijn onderscheiden vormen te beschrijven. Hij weeft zijn betoog echter doelbewust rond de sinistere klank die deze vorm van racisme sedert de Tweede Wereldoorlog gekregen heeft.

Er is het antisemitisme van de Duitse staat vanaf 1933, en het daarop volgende oorlogsantisemitisme, met alle denkbare middelen gevoed en bevorderd, gepropageerd en gepraktiseerd, uitmondend in daden van sadistische jodenvernietiging op ongekende schaal. Er is, anno 2008, het schelden van ‘rotjood’, het afrukken van een keppel, het omgooien van grafstenen, het kalken van hakenkruizen. Niet dat daaraan iets goed te praten valt, helemaal niks, maar zelfs van duizend afgerukte keppels en omvergeworpen grafstenen wordt geen Auschwitz gebouwd. Voor genocide is meer nodig dan een paar honderd racistische dwaallichten in een stabiele, democratische samenleving. Alles bij elkaar als ‘antisemitisme’ op één hoop gooien, zoals Gerstenfeld doet, heeft als doel verwarring te zaaien, die politiek kan worden gebruikt. Hij wil helder analytisch denken inruilen voor alarmisme en stemmingmakerij. Opgepast! Sluit de rijen! Er dreigt gevaar, voor ‘de joden’, en voor ‘Israel’! Want bij Gerstenfeld vervaagt ook stelselmatig het verschil tussen ‘antisemitisme’ en kritiek op het Israëlische optreden. Voor hem is dat één pot nat.

Natuurlijk weet Gerstenfeld dat hij alle onderscheid verdoezelt, want in andere gevallen ontgaan hem de verschillen bepaald niet. Hij hoort tot degenen die vooraan staan, om te protesteren als de Israëlische bezetting vergeleken wordt met de Duitse, als de langzame verwurging van het Palestijnse volk nu, vergeleken wordt met de snelle dood eertijds van het joodse. Maar willens en wetens laat hij na, onderscheid te maken in vormen van antisemitisme. Want zolang joden echte of vermeende slachtoffers zijn, zolang zijn zij geen daders, denkt Gerstenfeld, en wat voor joden geldt, geldt a fortiori voor de Israëli’s.

Daar is het hem om te doen. De Palestijnen, beweert hij, hebben geprobeerd ‘massamoord op de joden te plegen’, in 1948. In 2000 hebben zij –wederom- een eigen staat verspeeld. Aan de vredelievende Israëli’s ligt dat niet. De zelfverdediging is Israël altijd opgedrongen, tegen wil en dank. Ze moeten dus niet zeuren, die Palestijnen over de bezetting. Eigen schuld, dikke bult. Nog nooit heeft Gerstenfeld gehoord van een eigenstandige Israëlische agenda, die bestaat uit uitbreiding van ‘de joodse staat’, ten koste van het heel weinige dat er over is van Palestijns gebied, met onderdrukking van de daar levende Palestijnse bevolking. Groot-Israël heet die koloniale agenda in uitvoering. Het is Israël dat dit conflict gaande houdt, en Israël dat er van vandaag op morgen de angel uit kan halen, als het daartoe de politieke wil zou hebben. Terug naar de grenzen van 5 juni 1967! Genoeg is genoeg!

Gerstenfeld besluit zijn stuk in stijl, met een perverse redenering, waarin hij suggereert dat de Palestijnen hun bestaan eigenlijk nog aan de goedertierenheid van de Israëli’s te danken hebben, want als die hen behandeld hadden zoals de joden ‘door de eeuwen heen’ behandeld zijn, dan zouden er maar weinig Palestijnen resteren, en ‘anderen zouden op gruwelijke manier om het leven zijn gebracht’.

Ik laat in het midden, dat op die klaagzangerige geschiedschrijving van het joodse volk het nodige af te dingen is, en dat heel wat Palestijnen vermoord zijn, precies op de manier die Gerstenfeld beschrijft, zij het niet alleen door Israëli’s..

Wat Gerstenfeld wil zeggen, is: leve de humane Israëliërs! De Palestijnen moeten de Israëli’s dankbaar zijn, nog net niet voor de bezetting, maar toch wel voor het feit dat er nog zo veel van hen in leven zijn, in Palestina. Hun land is hen, 100 jaar inmiddels, aan een stuk langzaam maar onverbiddelijk afgenomen, in 1948 zijn zij degenen die over de kling gejaagd en verdrevenen zijn. Rond vijfhonderd van hun steden en dorpen zijn toen kapot gemaakt, hun samenleving is bij voortduring ontwricht, hun olijfbomen zijn ontworteld, hun wijnstokken laag boven de grond afgesneden door kolonisten, hun economie is geruïneerd, hun beste zonen zijn vermoord, en niet alleen hun zonen. Zelf worden zij opgesloten in enkele niet levensvatbare resterende enclaves, water, voedsel en electriciteit wordt hun daar zo goed als onthouden, elk politiek en maatschappelijk toekomstperspectief wordt hun ontzegd, maar regelrechte genocide plegen de Israëliërs niet, zij brengen slechts Palestijnen om, elke dag een paar, en soms als zij het op hun heupen krijgen, opeens tien of vijftien, en dat is een daad van prijzenswaardige terughoudendheid, van Israël, volgens Gerstenfeld.

Als jood ben ik daarom oneindig meer verontrust door de historische verdraaiïngen en de cynisch-simplistische zelfrechtvaardiging van deze Israëlische intellectueel, dan door alle antisemieten anno 2008 bij elkaar.

De bittere en mij kwellende waarheid is: er zijn meer manieren dan Auschwitz, om het bestaan van een volk te vernietigen. Darfur en Palestina, hetzelfde doel, met vergelijkbare middelen. Staatsterreur jegens burgers, vernietiging van de middelen van bestaan. Daar hutten en velden in brand steken, van Palestijnen de huizen opblazen, en de olijfbomen omhakken. Binnenvallen met cavalerie: in Darfur op kamelen, in de Gazastrook met tanks.

Verontrust ben ik ook, door het feit dat de Volkskrant zo makkelijk zijn opiniepagina uitleent aan een prominent lid van een Israëlische denktank, die in de praktijk opereert als een propaganda-instituut. Het stuk van Gerstenfeld bevat, naast een negatie van het modern historisch onderzoek, ideologische cliché’s over de geschiedenis van het Israëlisch Palestijns conflict, die thuishoren in de Fabeltjeskrant, niet in de Volkskrant.

Jaap Hamburger, voorzitter van Stichting Een Ander Joods Geluid.

(for my friends: I’ll explain this article to-morrow)

6 gedachten over “Nog eens Gerstenfeld

  1. Waarom zijn wij eigenlijk van onze bezetting door de Duitsers,bevrijd? Vier en een half jaar voor het Zuiden en nog net geen vijf jaar voor het laatst deel! Het Westen. Wij werden dus bevrijd,algemene opluchting en blijdschap. Maar waarom laten wij eigenlijk al 50 jaar de bezetting van de Palestijnen voort duren? Wat is het verschil tussen onze bezetting van 1940-1945 en de bezetting van de Palestijnen door de Israeli’s? En die duurt meer dan 10 x langer en wij kijken toe! Steken geen hand of poot uit!. Houden zelfs de schuldige ‘de hand boven het hoofd’ En nog erger,wij durven de inwoners van Palestina zelfs de schuld te geven van van hun ellende! Wie heeft nu boter op z’n hoofd? J.F. Verhagen Leiden

  2. Ik denk inderdaad Anja dat kritisch Nederland het zo langzamerhand “gehad” heeft met de Volkskrant van vandaag.
    Ik ben bijna 30 jaar geabonneerd geweest en denk nog graag terug aan de tijd van de collums van Jan Blokker en Marcel van Dam die het beestje Israel bij de naam durfden en blijkbaar toen ook mochten, bij de naam te noemen.
    Er was toen ook een forum over Israel en de Palestijnen met deelnemers die het niet hielden bij schelden maar met veel achtergrondinformatie. Er deden ook verschillende joodse mensen aan mee met volop maar onderbouwde kritiek op de politiek van Israel. Dat forum werd abrupt gestopt en de redactie maakte een dermate grote ommezwaai, in ieder geval naar mijn gevoel, dat ik mijn abonnement heb opgezegd. Nog altijd word ik periodiek benaderd voor een nieuw abonnement maar voor mij hoeft het niet meer.

  3. Ik kan wel zeggen! dat net als Amerika, de media in de handen komen van belanghebbende. Die andere moet doen geloven en bang maken, zodat zij hun plannen kunnen uitvoeren, en dat is ook in Nederland aan de gang.

  4. vandaag 20-11-2010. artikel in telegraaf van gerstenfeld.
    vraag eens aan telegraaf artikel van anja meulenbelt te her-
    publiceren. vtiendelijke groet, chris lammerts.

Reacties zijn gesloten.