Mijn vader kwam te voet

marchouch-3.jpg

Afgelopen zaterdag hield Ahmed Marcouch een toespraak over religie en sociaal-democratie tijdens een bijeenkomst van de Banning Werkgemeenschap van de PvdA. Het is een bevlogen tekst, en een die we ons ter harte kunnen nemen. Ik ben het in bijna alles met hem eens en neem mijn petje voor hem af. Hieronder de gehele toespraak.

Mijn vader kwam te voet.
Hij is Europa binnen komen lopen.
Hier, hier in Nederland is hij gestopt en aan het werk gegaan.
Dat was een wijs besluit.
Jaren later heeft hij mij uit Marokko laten overkomen. Ik was toen 10. Mijn leven kreeg er een beslissende wending door. Doordat hij mij naar Nederland haalde kreeg ik kansen die ik anders nooit gehad zou hebben. Kansen op vrijheid en welvaart maar bovenal de kans om me zelf te ontwikkelen.
Ik ben daar mijn vader maar ook de Nederlandse samenleving tot op de dag van vandaag dankbaar voor. Ik vermoed dat dat gevoel van dankbaarheid een levenlang zal aanhouden.

De Uitdaging
U heeft mij uitgenodigd hier vandaag op deze conferentie over sociaal-democratie en religie met u over de islam te spreken. Ik doe dat met plezier. Ik doe dat ook met grote ernst. De vraag hoe de Nederlandse samenleving, de Nederlandse politiek, de Nederlandse overheid om moeten gaan met de islam is dringend en rijk aan belang en verstrekkend in zijn consequenties.

Het is de vierde keer in de Nederlandse geschiedenis dat godsdienst een kwestie wordt. Het is de vierde keer dat we geconfronteerd worden met de vraag hoe we met een religie om moeten gaan. De vorige drie keren was het antwoord dat we op die vraag gaven fundamenteel voor de samenleving in haar geheel. Het is nauwelijks overdreven te stellen dat de drie antwoorden de Nederlandse samenleving definieerden, dat die antwoorden ons gemaakt hebben tot wat we zijn. Ik vermoed, ik ben er bijna zeker van dat dat dit keer ook weer het geval zal zijn. Hoe Nederland om zal gaan met de islam zal van grote invloed zijn op het soort samenleving dat wij in de toekomst worden.

De eerste keer stelde de reformatie de vraag. Als antwoord voerden de mensen van de lage landen bij de zee tachtig jaar oorlog met het Spaanse rijk. Toen ze die oorlog hadden gewonnen weerstonden ze de verleiding zich als een exclusief protestantse natie te formeren. In plaats daarvan stichtten ze de natie op basis van de godsdienstvrijheid en werden zo de meest liberale samenleving die Europa rijk is.

De tweede keer was het de katholieke emancipatie die de samenleving op de proef stelde. Godsdienstvrijheid impliceert de gelijkwaardigheid van godsdiensten. De Nederlandse katholieken eisten die gelijkwaardigheid op in de praktijk. De samenleving erkende hun recht en zette dat in instituties om. Dat werd de verzuiling. Tegelijk droeg die erkenning van de gelijkwaardigheid ook al de kiem in zich van de latere afbraak van de scheidsmuren.

De Jodenvervolging door de Duitse bezetter was de derde keer. De Nederlandse samenleving is er toen niet in geslaagd haar Joodse burgers tegen het nationaal-socialistische geweld te beschermen. Ze heeft daarin gefaald. De schuld naar hen die de samenleving daarmee op zich heeft geladen is nog steeds niet echt afgedragen, denk ik. Het naoorlogse Nederland draagt echter ook de onderduik in zijn innerlijk mee. De dappere acties van de Nederlanders die toen hun overheid het af liet weten, zelf de bescherming van Joodse burgers op zich namen –met gevaar voor eigen leven.

Deze keer, de vierde keer, is het de islam die de uitdaging is; de godsdienst die als een onverwacht geschenk door Marokkaanse en Turkse gastarbeiders (en Iraanse en Somalische en Bosnische en Pakistaanse en Irakese en Afghaanse vluchtelingen) het land is binnengesmokkeld. De godsdienst die zich een tijdlang schuil hield in achteraf gelegen noodmoskeetjes, waar oude mannen zich troffen voor gebed en gesprek en gezelligheid. De godsdienst die zich in Nederland begon te manifesteren toen de tweede generatie er vragen bij ging stellen.

Een doodgewone godsdienst
De islam is een godsdienst die nauw verwant is aan de joodse en de christelijke. De islam is net als de andere twee een uit het midden oosten afkomstig monotheïsme. Joden, Christenen en Moslims geloven alle drie in dezelfde God. De god van Abraham.
De islam is een geloof van gewone mensen. Ze verdienen hun brood, hebben lief, voeden hun kinderen op en proberen zo goed als het gaat hun geloof met het dagelijkse leven in overeenstemming te brengen. Dat lukt soms wel en vaak ook niet.
De moslims en hun beschaving verkeren in nood. Zij hebben de uiteenzetting met de moderniteit te lang uitgesteld. Zij hebben daardoor een achterstand opgelopen. Nu ze er eindelijk toe zijn overgegaan zich te moderniseren gaat dat met grote pijn en moeite gepaard.
De grootste pijn doet het geweld. Het huis van de islam wordt al een generatie lang bezocht door een plaag. Een extremistische minderheid pleegt uit naam van de islam gewelddaden. Dat geweld heeft tienduizenden slachtoffers gemaakt; op de eerste plaats onder moslims, maar vervolgens over de hele wereld.
Ik schaam me voor dat extremistische geweld. Ik zou willen dat ik het ongedaan zou kunnen maken. Ik voel mij schuldig tegenover de slachtoffers. Ik beschouw het als een persoonlijke verantwoordelijkheid voor alle mensen en in het bijzonder voor alle moslims alles te doen wat in hun macht staat dat bloed vergieten te beëindigen.

Een goede afloop
De afloop van het historische proces waarin de islam en de moderniteit elkaar eindelijk ontmoeten, staat niettemin vast, denk ik. Net als christendom en jodendom zal ook de islam zich met de moderne tijd arrangeren. En de islamitische beschaving zal zich langzaam maar zeker in een verzameling moderne samenlevingen transformeren.
Misschien denkt u, dames en heren, dat ik mijn stelligheid over de goede afloop, aan een vertrouwen in de veerkracht van de islam ontleen. Ik zal niet ontkennen dat ik zo’n vertrouwen bezit. Een godsdienst die als eerste gebod kent: denk zelfstandig! en als tweede: werk aan de gerechtigheid! hoeft de confrontatie met de moderne tijd niet te schuwen.
Maar mijn zekerheid ontleen ik eerder aan mijn vertrouwen in de moderniteit en de westerse beschaving. Het is de aantrekkingskracht van de moderne verworvenheden die de uitkomst garandeert. Vrijheid, welvaart, het streven naar geluk en dan nog de democratie en de rechtstaat, dat pakket is onweerstaanbaar.
Obama zei het mooi op het moment dat hij zich in zijn speech over de hoofden van de Amerikanen heen tot alle wereldburgers richtte: wij bewandelen verschillende wegen, maar de bestemming is dezelfde.

De Nederlandse moslim
De angstaanjagers waarschuwen voor een islamisering van Nederland. Daarbij past slechts een meewarige glimlach. De angstaanjagers kunnen niet rekenen. De islam is hier voor altijd de godsdienst van een minderheid . De angstaanjagers hebben geen idee wat de moslims in Nederland bezield. Die willen de Nederlandse samenleving helemaal niet in iets anders veranderen. De Nederlandse moslims willen er gelijkwaardig aan kunnen deelnemen. De angstaanjagers onderschatten de kracht van deze samenleving en haar aantrekkelijkheid. Het ontbreekt hen, zou je met een knipoog kunnen zeggen, aan vaderlandsliefde.
In de werkelijkheid speelt zich voor onze ogen het omgekeerde af. We zijn met zijn allen getuige van de vernederlandsing van de moslims. En dan bedoel ik niet alleen de initiatieven om de koran te vertalen en in het Nederlands te gaan preken –hoe belangrijk die ook zijn. Ik doel op de islamopleidingen aan Nederlandse hogescholen en universiteiten. Ik doel op de inspanningen van de zittende imams de taal te leren en de samenleving te begrijpen. Ik doel op de dialogen tussen de gezindten. Maar bovenal heb ik de alledaagse inspanningen van de gewone moslim op het oog die zijn geloof probeert te verbinden met een succesvol bestaan hier, in deze seculiere en veelgelovige samenleving –en die daar langzaam maar zeker in begint te slagen.

De vernederlandsing van de moslims kent een veelheid aan gestaltes. De afvalligheid is er een van. Het ontstaan van liberale islamitische bewegingen een ander. Het werk van de evenwichtigen, de bruggenbouwers binnen de moslimgemeenschap wordt vaak onvoldoende op waarde geschat, maar hoort er zeker bij. En dat ook veel orthodoxe moslims bezig zijn een levenswijze te ontwikkelen die het hen mogelijk maakt succesvol in de samenleving te participeren, wordt helaas in de regel helemaal over het hoofd gezien.

Wij hebben het toegelaten, dames en heren, dat Ella Vogelaar door de angstaanjagers is weggehoond toen ze opperde dat de islam in de toekomst een deel van de Nederlandse traditie zou zijn geworden. Ze had natuurlijk gewoon gelijk. Sterker nog ze formuleerde het veel te voorzichtig. De islam is al een Nederlandse godsdienst. Het is de godsdienst van een groep Nederlandse burgers die druk doende zijn hun geloof op deze samenleving af te stemmen. Dat is goed zo. Dat hoort zo. Dat is gewenst.

Het principe
Nederland staat voor de vierde keer in zijn bestaan voor de opgave de verhouding tussen de samenleving en een geloof te bepalen. Deze keer is de islam de kwestie, de vragensteller, de verzoeking. Het is aan de politiek daarop een antwoord te geven. Ze moet sturing geven aan de overheid. Zij moet richting geven aan de samenleving.
De basis voor de manier waarop de Nederlandse politiek, de Nederlandse overheid en de Nederlandse samenleving met de islam moeten omgaan is de vrijheid van godsdienst. Dat is een grondrecht. Een grondrecht van ieder mens en dus van iedere burger.
De vrijheid van godsdienst is een van de fundamentele vrijheidsrechten. Als zodanig ontrekt het zich aan de meerderheidspolitiek van alledag. Formeel wordt dat uitgedrukt doordat het is opgenomen in de universele verklaring van de rechten van de mens en in de grondwetten van naties. Inhoudelijk betekent het dat de godsdienstvrijheid gezien wordt als een basiselement van een democratische samenleving dat daaruit niet kan en mag worden losgemaakt.

De vrijheid van godsdienst is een individueel grondrecht –niet het recht van een groep, of kerk. Het is het individu dat het vrij staat te geloven naar eigen inzicht –of niet te geloven. Het is het individu dat het recht heeft zijn godsdienst te beleven en te belijden. Het is het individu dat het recht heeft om zich aan te sluiten bij andere gelovigen en een geloofgemeenschap te vormen. Het is het individu dat er recht op heeft dat die geloofsgemeenschap de gelegenheid krijgt zich te organiseren, te vestigen, zijn voortbestaan te verzekeren.
De vrijheid van godsdienst sticht een voor de overheid verplichtende gelijkheid tussen de godsdiensten en gezindten. De overheid mag geen verschil maken. In feite geldt dat in het verlengde daarvan ook voor iedere democratische samenleving. Het is alleen het individu dat mag kiezen, dat verschil mag maken, mag geloven in het een of het ander –of helemaal niet.

De vrijheid van godsdienst geeft aan iedere moslim in Nederland het recht zich tot zijn geloof te bekennen. Het geeft hem het recht het te beleven en te belijden. Het geeft hem het recht lid te worden van een geloofsgemeenschap en zich voor die gemeenschap in te zetten.
Het geeft hem het recht openlijk van zijn geloof kond te doen, in woord, gebaar, ornament. Het geeft hem het recht met andere geloven en gezindten in debat te gaan. De vrijheid van godsdienst geeft hem echter ook het recht met andere moslims over de juiste interpretatie te twisten. En het geeft hem tenslotte het recht zijn geloof vaarwel te zeggen.

De vrijheid van godsdienst geeft aan de islam in Nederland dezelfde rechten als aan de andere gevestigde godsdiensten. De islam heeft in Nederland dezelfde rechten als elke andere godsdienst; dezelfde rechten als bijvoorbeeld het protestantisme, het katholicisme en het jodendom.

De fatsoenlijke samenleving
Voor de oprecht gelovige is zijn geloof de kern van zijn identiteit. Daarom luisteren geloofskwesties zo nauw.
Als iemand het idee heeft dat zijn godsdienst niet serieus wordt genomen, wordt achtergesteld en ongelijk wordt behandeld, als achterlijk wordt beschouwd en wordt gewantrouwd dan belemmert dat niet alleen zijn godsdienstigheid. Hij voelt zich erdoor vernedert. Hij voelt zich in zijn eigenwaarde aangetast.
Hoe er met godsdienst wordt omgegaan is niet alleen een kwestie van vrijheid, het is ook en misschien nog wel dieper, een kwestie van waardigheid, van menselijke waardigheid.
Als een individu zich minachtend uitlaat over iemands godsdienst, is dat vervelend, maar geen halszaak. Het hoort erbij, zou je kunnen zeggen. Daar moet je tegen kunnen. Anders wordt het als de overheid dat gaat doen, of de instituties van een samenleving, of haar openbare mening. Dan wordt het moeilijk je daaraan te ontrekken, daar over heen te zetten. De vernedering sijpelt binnen. Je begint te denken dat je vanwege je geloof een tweederangs burger bent –en zult blijven.
Het lijkt er dan op dat de samenleving als prijs voor het volwaardige lidmaatschap de zelfverloochening van je eist.

De zes elementen voor een islampolitiek
Ik denk dat een Nederlandse islampolitiek uit een zestal elementen zou moeten bestaan. Elementen die elkaar aanvullen. Elementen die alleen maar in samenhang hun werk doen.
(1) Heet de islam welkom.
(2) Bestrijdt het extremistische geweld.
(3) Geef ruimte aan orthodoxie.
(4) Steun de emancipatie van vrouwen, homo’s en lesbiennes.
(5) Stimuleer het debat.
(6) Bestrijdt discriminatie.

(1) Waar het aan heeft ontbroken is de volmondige erkenning van de gelijkwaardigheid van de islam en de rechten van moslims door het politieke gezag; minister president, regering, de politieke centrumpartijen, burgemeesters. Als dat regelmatig en met verve zou worden gedaan zou dat duidelijk maken dat we als samenleving menen wat onze grondrechten beloven. Het zou de angstaanjagers de wind uit de zeilen nemen. Het zou moslims gerust stellen en de rug sterken.

(2) De kern van de scheiding van kerk en staat is dat een geloofsgemeenschap het monopolie op geweld, wetgeving en straf aan de staat laat. De overheid moet iedere gewelddaad of –dreiging die in naam van of onder de dekmantel van de islam wordt gepleegd, streng vervolgen. Dat geldt voor terreur, maar ook voor geweld jegens afvalligen, voor eerwraak, voor vrouwenmishandeling, voor vrouwenbesnijdenis, voor afgedwongen huwelijken, voor geweld tegen homo’s en lesbiennes. De overheid moet daarbij op de volledige medewerking van de moslimgemeenschappen kunnen rekenen.

(3) Wat de godsdienstvrijheid een moderne samenleving waard is toont zich altijd in de omgang met de orthodox gelovige. Die doet vreemd. Die is lastig. Maar juist daar moet de vrijheid zich bewijzen. In principe moet de samenleving de orthodox gelovige zo goed mogelijk verdragen. In de praktijk moet er een onderhandelingsproces op gang komen waarin beide partijen aftasten hoe ver de verdraagzaamheid reikt en waar compromissen kunnen worden gesloten. Verdraagzaamheid vindt in ieder geval een grens als er rechten van anderen worden geschonden.

(4) Als het om de rechten van vrouwen en van homo’s en lesbiennes gaat laat de werkelijkheid in veel moslimfamilies en –gemeenschappen stevig te wensen over. Politiek, overheid en samenleving moeten daar ondubbelzinnig en bij herhaling hun afkeuring over uit spreken. Wordt de wet overtreden moet daartegen worden opgetreden. Moslim-vrouwen, -homo’s en -lesbiennes die zich emanciperen en voor hun rechten opkomen, moeten moreel en praktisch worden gesteund.

(5) Niets doet de islam zo goed als de Nederlandse vrijzinnigheid en het openbare debat dat daar uit voort komt. Er moet plaats zijn voor de dialoog a la Job Cohen, voor de scherpe kritiek van Ayaan Hirshi Ali, voor provocaties als die van Theo van Gogh. De islam hoeft niet met zijden handschoentjes te worden aangepakt; hij kan tegen een stootje. Het debat onder moslims over de islam moet uit de achterkamertjes gehaald worden en zijn eigen fora krijgen. Islamitisch theologisch onderzoek moet een plaats krijgen aan de universiteiten. En, overigens, god hoeft niet beschermd te worden tegen de belediging; hij staat daar boven.

(6) Discriminatie van mensen op basis van hun ras, geslacht, seksuele geaardheid, afkomst, leeftijd en godsdienst is verboden. Dat is ook een basiselement van democratische samenlevingen. Het lijdt geen twijfel dat discriminatie dat wil zeggen achterstelling van moslims de afgelopen jaren in Nederland is toegenomen. De overheid moet daar tegen optreden. Voor zover het om achterstelling op de arbeidsmarkt gaat moet ze overwegen maatregelen te nemen om dat te compenseren.

De sociaal democratie moet het doen
Wouter Bos zei het al een tijd geleden. De sociaal-democratie moet het doen. Zij moet als het er om gaat de verhouding tussen samenleving en islam te normaliseren, het voortouw nemen. Zij moet het heft uit handen nemen van de angstaanjagers aan de uiterste rechterzijde. Zij moet haar visie op de integratie van de moslims in de Nederlandse samenleving offensief uitdragen en angstvrij voorleggen aan de eigen achterban en de Nederlandse burger.

De PvdA is de partij van de werkenden, van de kansarmen en van de mensen die de roep om gerechtigheid hebben gehoord en verstaan. Van die grote coalitie zijn immigranten een vanzelfsprekend onderdeel. Van die grote coalitie zijn dus de meeste moslims in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel.
Eigenlijk zou het niet de taak van de PvdA mogen zijn. Eigenlijk zou het -omdat het hier om de verwerkelijking van een grondrecht gaat- de taak moeten zijn van alle Nederlandse centrumpartijen. Maar de VVD laat zich in gijzeling nemen en het CDA aarzelt vanwege de eigen identiteit.
De PvdA is de partij van de emancipatie. De PvdA is van oudsher de partij die zelfverheffing en zelfbevrijding predikt en de bewegingen die dat teweeg brengen ondersteunt. De PvdA kiest partij voor de emancipatie van arbeiders, van vrouwen en homo’s en lesbiennes, van immigranten en ja, waarom niet, als ongenode gast op dit feest van de mondigheid, nu ook van moslims.

Trots op Nederland
De trots van zijn burgers moet een samenleving verdienen. Loos een beroep er op doen staat de politiek slecht.
Ik ben trots op Nederland. Deze samenleving verdient mijn hoogachting. Ik ben er trots op dat ze zich op de godsdienstvrijheid heeft gegrondvest. Ik ben er trots op dat ze de grote veranderingen in de afgelopen eeuwen geweldloos heeft laten verlopen. Ik ben er trots op dat zij het pragmatisme van vrijheid, rijkdom en geluk altijd met de gerechtigheid heeft proberen te verbinden. Ik ben er trots op dat ze zich tegen het totalitarisme heeft verzet en aan de overwinningen van de democratie actief heeft bijgedragen.
Ik ben er van overtuigd dat de Nederlandse samenleving de vierde geloofskwestie uit haar bestaan tot een goed einde zal brengen. Ze zal dat doen door de moslims in zich op te nemen, als vrije en gelijke burgers, die zichzelf niet hoeven te verloochenen.

Dames en Heren
Mijn vader kwam te voet. Hij is onaangekondigd bij de moderniteit binnen komen lopen. Hier, hier in Nederland, is hij gestopt en aan het werk gegaan. Sinds hij mij uit Marokko heeft laten overkomen, zet ik zijn reis voort, onverdroten.

Dank voor uw aandacht
Ahmed Marcouch

(De foto’s heb ik gemaakt tijdens de bijeenkomst van Eén land, één samenleving.)

21 gedachten over “Mijn vader kwam te voet

  1. Zoals je kon verwachten schetterde islamofoob rechts er weer duchtig op los als reactie op Marcouch, op de daarvoor geschikte plekken. Zie voor een frisse bloemlezing het Allochtonenweblog, hier.

  2. Het is inderdaad best een aardig verhaal van Marcouch, maar ik vind dat je zo’n verhaal ook in de context moet bekijken. Dat geldt des te meer als Marcouch betoogt dat de sociaal-democratie ‘het’ moet doen. De sociaal-democratie? Welke sociaal-democratie? De PvdA van Wouter Bos, die Vogelaar wegstuurde omdat zij zich keerde tegen de Fortuynisering van het integratiedebat? De PvdA van Duco Hoogland en Peggy Wijntuin (raadsleden in Rotterdam), die onlangs in de NRC een rechtstreeks verband suggereerden tussen cultuur en religie van minderheden en zo ongeveer alle sociale problemen in Nederland? De PvdA van Spekman, die Marokkanen wil vernederen en – anders dan Vogelaar – wel mag blijven zitten? Die PvdA, die voor een harder integratiebeleid en voor een zogenaamd ‘beschavingsoffensief’ richting de onderklasse pleit, terwijl ze zelf medeverantwoordelijk is voor de ellende aan de ‘onderkant’ door de ideologische veren af te schudden en zich tot het neoliberalisme te bekeren, laat zich net zo goed gijzelen als de VVD en vertrouw ik de vierde godsdienstkwestie in Nederland niet toe!

  3. Ik zei ook niet voor niets dat ik het bijna met alles eens was wat Marcouch zegt, Paul.
    Maar het is me wel opgevallen dat Marcouch terloops even Vogelaar heeft geprezen omdat zij het durfde om te zeggen dat de islam gewoon een Nederlandse godsdienst is. Daar zullen niet alle PvdAers het mee eens zijn, maar hoe zit dat binnen de SP?
    Dat er binnen de PvdA een richtingenstrijd aan de gang is over de integratie wisten we al, en mij bevallen ook niet alle geluiden die ik hoor.
    Maar zouden we het verhaal van Marcouch (voor de verandering) niet eens kunnen lezen als een stevige aanbeveling waar de SP ook nog wel wat aan zou kunnen doen, in plaats van ons (zoals gewoonlijk) weer bezig te houden met wat ons niet bevalt aan de PvdA? Zou ik interessanter vinden.

  4. Dat zou op zijn minst OOK interessant zijn, maar ik vind dat we zeer kritisch moeten zijn op de PvdA, juist nu die partij bezig is een turn richting Fortuynisering van het integratiebeleid te maken. Zie de pas gepubliceerde integratienota. Wat mij betreft gaan we in de SP de discussie aan voor een heel andere, betere koers. Want natuurlijk speelt die discussie bij ons ook. Hoewel wij toch een veel realistischer beeld hebben van de oorzaken van sociaal-economische uitsluiting. Die wordt volgens steeds meer mensen, ook progressieven, veroorzaakt door cultuur of religie van de ‘gekleurde’ onderklasse. De SP maakt nog steeds – terecht – een klassenanalyse en begrijpt dat integratie en emancipatie niet zonder klassenstrijd kan. Dat moet, lijkt me, onze insteek in dit debat zijn, zonder de problemen in een complexe, globale samenleving als de onze uit de weg te gaan.

  5. Het is voor mij, die niet gelovig is, sowieso eng dat gesteggel met geloof als inzet. Het idee van een opperwezen met zielen, die dit wezen aanbidden, vind ik onbegrijpelijk. Kennelijk ben ik één van de weinigen die zonder godsdienst is opgegroeid.
    Zondags zei mijn moeder wel eens: “Kijk daar gaat artikel 31” of “Die is van ’t houtje”. De godsdienstige discussies waren thuis een bron van vermaak. De slang in het paradijs heeft zonder stembanden en gehoor gesproken. Pats: een schisma. Maar mijn zussen moesten van de openbare school naar huis langs de katholieke school. Dat was de Inquisitie met spitsroeden lopen.
    God ging dood in Nederland. Maar hij is de enige met een hiernamaals. Als Allah is hij weer opgestaan. Hij ja, want denk nou maar niet dat Allah een vrouw kan zijn.

  6. De grootste pijn doet het geweld. Het huis van de vrijheid wordt al generaties lang bezocht door een plaag. Een extremistische elite pleegt uit naam van de vrijheid en democratie gewelddaden. Dat geweld heeft miljoenen slachtoffers gemaakt; over de hele wereld, en de laatste decennia vooral ook onder moslims.
    Ik schaam me geloof ik niet voor extremistische geweld van de elite. Ik zou wel willen dat ik het ongedaan zou kunnen maken. Ik vind het verschrikkelijk wat deze extremistische elite de mensheid aandoet. Ik beschouw het als een persoonlijke verantwoordelijkheid voor alle mensen en in het bijzonder voor nieuwe generaties naar vermogen op te komen voor de vrijheid, gelijkwaardigheid en broederschap.

    Groet,

  7. We zijn al kritisch op de PvdA, Paul, maar persoonlijk heb ik heel erg genoeg van de volstrekt volautomatische reactie tegen zo gauw er iets van de PvdA afkomstig is, ook als dat, zoals in dit geval, iets is waar we wat van kunnen leren. Dat de SP een visie op integratie wil combineren met een klassenanalyse is heel mooi, maar laten we daar dan eens onze energie in steken. Ik neem aan dat ook jij vindt dat er nog genoeg te doen valt op dat front, dus draag daar aan bij aub. Laat zien dat wij een beter verhaal hebben, als je denkt dat dat zo is, in plaats van te roepen wat zullie verkeerd doen. Ga je gang.

    Ook ik ben zonder godsdienst opgevoed, Evert, maar gelukkig ook zonder al die malle oordelen over godsdienst waar jij wel mee opgevoed bent en waar je kennelijk nog steeds niet overheen bent. Het weerhoudt je er in ieder geval van om je een beetje normaal te interesseren voor wat voor andere mensen wel belangrijk is. Dat is verder nog niet zo erg, maar doe ons een lol en bespaar ons je verhalen die niets te maken hebben met wat Marcouch ons heeft te vertellen.

    En als wel vaker heb ik weer eens geen idee waar jij het over hebt, Bert. Een extremistische elite pleegt gewelddaden? Waar heb je het over? , Wat heeft dat te maken met het verhaal van Marcouch?

  8. Bert: Ik snap er ook niets van.

    Evert: Wat ik als kind voor de oorlog leerde op de theosofische zondagsschool (Lotuscirkel) en later in de Doopsgezinde gemeenschap heeft mij mede – nu als agnost – in staat gesteld respect en begrip op te brengen voor anders-denkenden.

    Jan

  9. De Amerikaanse elite, Anja, die in naam van de vrijheid en democratie misdaden (in mijn ogen misdaden tegen de menselijkheid) pleegt. En wat dat met het verhaal van Marcouch te maken heeft, mag je nu zelf een keertje bedenken, daar lijk je me intelligent genoeg voor.
    En als ik zo wat in jouw Engelse vertaling kijk, meen ik dat ik wat beter door de ogen van moslims naar dit verhaal kan kijken en krijg ik de neiging om mij alsnog voor het westerse geweld jegens de wereldgemeenschap te verontschuldigen.

    Groet,

  10. Ik ben een PvdA’er, niet de enige trouwens, die behoorlijk tobt met de ontwikkelingen in de eigen partij en daar intern kritische vragen bij heeft gesteld en stelt. Ik ben ook een PvdA’er die beseft dat het zoeken naar de juiste oplossing of beleidslijn onmogelijk een exclusief probleem van de PvdA kan zijn en die er daarom zo graag ook met politiek gelijk- en andersgekleurden over in gesprek wil blijven. Bijvoorbeeld hier. En ik ben genoeg PvdA’er om dan meteen weer af te haken als iemand hierboven het bijna verlekkerd tot twee maal toe heeft over de Fortuynisering van de PvdA. Want in zulke gemakkelijke napraat-retoriek heb ik geen zin, daar heb ik geen tijd voor, die belemmert de discussie en dat kunnen we ons volgens mij geen van allen meer permitteren. Tenzij je het zwartmaken van de PvdA en dus je eigen partijpolitieke belangen leuker vindt dan een gelegenheid met mensen van een andere partij die hetzelfde willen als jij in gesprek te zijn. Maar dan doe ik niet mee.

    We zullen met elkaar moeten blijven praten. Het onderwerp loopt door alle partijen heen en het wordt hoog tijd op dit onderwerp nieuwe coalities te sluiten. Nog eens: omdat het alle Nederlanders aangaat. Ook de richtingenstrijd in de PvdA is niet exclusief een richtingenstrijd in de PvdA, maar loopt door alle partijen heen. Ook door het CDA, ook door de SP. Ook de SP heeft geen eenduidig antwoord, weet ik uit ervaring.

    De eerste vraag die ik zo graag aan iedereen die dit leest zou willen stellen is:

    Wat was nou voor jou, lezer van Anja’s weblog, het moment dat je zelf, persoonlijk, individueel – dus niet omdat het in de krant stond of op tv kwam – het veelbesproken onderwerp ‘integratie’ als werkelijk probleem ging ervaren en kun je ook beschrijven waar dat door kwam?

  11. Met mijn intelligentie is weinig aan de hand, Bert. Ik heb alleen niet altijd het geduld om (alweer) te moeten bedenken wat jij met een bijdrage nou eigenlijk bedoelt, aangezien die heel vaak voorbij gaat aan de kern van een verhaal dat hier verschijnt. Ook nu weer: ik zou dus hebben moeten bedenken dat je met die elite de Amerikaanse elite bedoelt die geweld pleegt. Nou hebben we het daar op dit weblog wel vaker over, maar toevallig NU NIET. Dus wil je zo vriendelijk zijn, beste Bert, om je een beetje beter aan het onderwerp te houden? En kun je dat nu eens uitprinten en boven je PC hangen, want ik heb je dat al zo vaak gevraagd, en dit was echt de laatste keer.

  12. Geheel met je eens, Clara. Ik zou graag willen dat dit weblog meer gebruikt wordt voor werkelijke discussie, en dat het liefst over de scheidslijnen van partijen heen, zeker als het gaat om partijen die het, ondanks verschillen in cultuur en opvattingen, mogelijk in de toekomst meer samen moeten werken. Het is geen kunst om steeds maar weer te blijven hameren op de verschillen. Ik weet zeker dat Clara, vanuit eigen ervaring, ook wel zo’n riedel neer kan zetten over de SP.

    Hebben we daar wat aan? Ik denk het niet en ik vind het langzamerhand dodelijk saai. Wat mij, met Clara, veel meer boeit is of we die stroming binnen de linkse partijen die probeert een balans te vinden tussen ‘harde aanpak’ – als het moet, en meer opening en verbinding met migranten – waar het mogelijk is. Daar vinden we elkaar, wat mij betreft, en ik vind dat Marcouch, geen partijgenoot dus, daar een goede aanzet toe geeft. Hoef je het nog niet met alles eens te zijn, hij is wel een heel belangrijke stem die vanuit de gemeenschappen van migranten en moslim Nederlanders komt. En ik zou graag willen dat we die wat serieuzer zouden nemen.

    Ik weet niet of een weblog, in mijn ervaring niet het beste medium voor een gesprek, de beste plek is, maar ik zou me graag aan willen sluiten bij de vraag van Clara, om eens af te stappen van het ideologische niveau en een beetje persoonlijker te durven worden.

  13. (10 en 12)
    Vooral met de laatste alinea van Anja, ben ik het volledig eens. We durfen nog zo weinig voor onze persoonlijke gevoelens uit te komen. En als ik dan nu weer voor mijn persoonlijke gevoelens uitkom t.a.v. “integratie” dan zou ik het volgende willen zeggen.
    Ik woon in Osdorp (De Aker) in Amsterdam. temidden van van allochtonen en autochtonen. Iedere morgen zie ik “achter de geraniums” diverse “hoofddoekjes, baarden, blote hoofden en hoeden” bij de tramhalte wachten (die is tegenover mijn woning) om naar hun werk te gaan en dan denk ik: waar is toch dat integratieprobleem? Zoals Clara zegt, ik ken dit probleem alleen maar vanuit de media, dus niet vanuit de praktijk. Verder heb ik al jaren een Marokkaanse kapper waar zowel ik als allerlei “soorten” medeburgers graag naar toe gaan. Ik weet bijna zeker dat ik, tenaanzien van mijn buurt, mij niet druk hoef te maken over integratie.
    Wellicht vinden jullie e.e.a. maar heel gemakkelijk en aanvechtbaar. Ik wacht op jullie reactie.

    vriendelijke groet van Jan

  14. Nou heb ik het niet zo met de politiek. Desondanks probeer ik een brug te slaan en te onderhouden. Dat lijkt schier onmogelijk en dat spijt mij oprecht.

    Groet,

  15. Anja schrijft: ” Ik neem aan dat ook jij vindt dat er nog genoeg te doen valt op dat front, dus draag daar aan bij aub. Laat zien dat wij een beter verhaal hebben, als je denkt dat dat zo is, in plaats van te roepen wat zullie verkeerd doen. Ga je gang.”

    Ik heb een beetje het gevoel dat me hier de les gelezen wordt en daar kon ik als kind al niet tegen ;-)) Zoals je weet Anja, zet ik me al ik weet niet hoe lang binnen en buiten de SP in op het vlak van integratie, antiracisme etc. En ik ga de moeilijke discussies niet uit de weg. Als linkse, antiracistische homo kom ik genoeg moeilijke issues tegen! Discussies in de kroeg met mede-homo’s (haha, wat een woord!) over ‘kutMarokkanen’, Wilders of Verdonk als alternatief, en wat voor een verrader ik wel niet ben dat ik als nicht voor links kies. De agressie die dat soms oproept is bizar. Dat was overigens al zo in de jaren negentig, voor de opkomst van Fortuyn. Toen waren veel nichten, is mijn ervaring, fan van Bolkestein vanwege zijn harde toon. Deze onderwerpen – homo’s, migranten en moslims, agressie en discriminatie op straat – houden me al heel lang bezig. Het is inderdaad een ingewikkeld probleem, ik heb alle antwoorden niet. Na een doctoraalscriptie over Islam en homoseksualiteit in het publieke debat in Nederland en tientallen artikelen en vele discussies ben ik er nog niet uit.

    Ik weet wel ongeveer welke kant ik niet op wil en dat is de kant waarvoor de PvdA nu lijkt te kiezen. Dat schokt me echt, de dingen die tegenwoordig door sommige PvdA’ers – dat waren toch bondgenoten, ooit? – worden gezegd. Zie de Vrij Nederland van deze week. Ik vind echt – heel persoonlijk is dat ook, want ik voel dat zo – dat we ons op een glijdende schaal bevinden. Steeds meer sociale en sociaal-economische problematiek wordt cultureel uitgelegd. Hoge crime-stats onder migranten? Komt door de cultuur en de religie? Hoge werkloosheid? Tja, moslims en Antillianen zijn ook niet goed aangepast aan de moderniteit. Dat ook de sociaal-democratie die kant op gaat is heel erg erg, en het is ook erg dat de Vogelaars en de Clara’s het binnen die partij verliezen.

    De Fortuynisering van het integratiedebat verdient tegenwicht. Een deel van dat tegenwicht zit m in het pleidooi voor het terugbrengen van het begrip klasse en klassenstrijd in de discussie over integratie en emancipatie. Niet ieder probleem kan gereduceerd worden tot een cultureel probleem. Ik heb daar samen met Leo de Kleijn, gemeenteraadslid voor de SP in Rotterdam, een discussiebijdrage voor de NRC overgeschreven, dat op internet gepubliceerd is: http://www.nrc.nl/opinie/article2076176.ece/Integratie_en_emancipatie_kunnen_niet_zonder_klassenstrijd.

    Het is misschien een stevige kritiek op de PvdA van nu, maar… biedt ook een alternatieve visie. Je zult van mij niet horen dat ik alle antwoorden heb. En ook binnen de SP zullen we nog stevige discussies voeren. Maar op dat sociaal-economische vlak, daar ben ik van overtuigd, moeten we het zoeken: tegen de culturalisering van ongelijkheid, integratie en emancipatie.

  16. Jammer dat je het opvat alsof je de les wordt gelezen, Paul, en wat zou daar trouwens mis mee zijn? Ik meen heel oprecht dat we geen steek verder komen als we alleen maar schelden op de PvdA, ook al meen ik het even oprecht dat we – uiteraard – wel kritisch moeten blijven. Maar dan wel met inhoud. En wat ik veel belangrijker vind is dat we voorop lopen met het bieden van een alternatief: wat wij wel willen is uiteraard altijd sterker als argument dan alleen te roepen wat wij niet willen. Vandaar, en als je het als een persoonlijke terechtwijzing wilt opvatten: jij bent niet de enige tegen wie ik dat zeg, en ik zeg het vooral omdat het scheer en inslag werd om hier een beetje PvdA te komen bashen en dat werd erg vervelend.

    Dus: ben ik blij dat je ondanks je irritatie toch met inhoud komt, en ik heb het stuk van Leo en jou dan ook als gaststuk op mijn weblog gezet, want dat was pecies de bedoeling. Laten we duidelijker zijn over wat wij willen.

  17. Ha Anja, mijn irritatie was zeker niet groot hoor, laten we zeggen dat ik me stevig uitgedaagd voelde (inhoudelijk) te reageren. Jij bent veel groter dan ik en mag me best af en toe de les lezen ;-)) Thanks voor het plaatsen van ons stukkie!
    Ciao, Paul

  18. Groter in de breedte of in de lengte, Paul? Hahahhhaa. Ik voel me in het geheel niet groter, wel ouder, soms. Eens is me beloofd dat ik milder zou worden met het stijgen der jaren – wat een misverstand, ik word vooral erg veel ongeduldiger – dus: laten we niet te veel tijd verliezen aan kankeren op anderen en reuze gelijk hebben – dat ongeveer. Want het zet te weinig zoden aan de dijk. Nou, dat had ik – juf van m’n vak en de les lezen is de lust van mijn leven – al gezegd. Ik kom nog op jullie stuk terug want er zitten voor mij wel een paar interessante aanknopingspunten in voor verdere discussie.

  19. Deze draad lees ik nu pas. Vandaar mijn late reactie.

    De volgende citaten van Marcouch vind ik zeer treffend:

    -De islam is hier voor altijd de godsdienst van een minderheid. De angstaanjagers hebben geen idee wat de moslims in Nederland bezielt. Die willen de Nederlandse samenleving helemaal niet in iets anders veranderen. De Nederlandse moslims willen er gelijkwaardig aan kunnen deelnemen.

    -In de werkelijkheid speelt zich voor onze ogen het omgekeerde af. We zijn met zijn allen getuige van de vernederlandsing van de moslims.

    -De islam is al een Nederlandse godsdienst. Het is de godsdienst van een groep Nederlandse burgers die druk doende zijn hun geloof op deze samenleving af te stemmen.
    – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

    Inderdaad moet ook binnen de SP nog heel wat verhelderd worden. Hier en daar lees ik dat deze partij waardering zou verdienen omdat ze als eerste de kwestie van integratie van allochtonen aan de orde zou hebben gesteld. Dit is in mijn ogen een verfraaiing van de werkelijkheid.

    Toen de SP dat aan de orde stelde gebeurde dat in een heel andere kontekst dan nu. Het had in mijn ogen zelfs racistische kantjes. O.a. werd voorgesteld allochtonen met wat geld naar hun land van herkomst terug et sturen, als ze zich niet voldoende zouden aanpassen aan Nederland. (Wat nogal leek op assimileren). Verder moesten allochtonen “gespreid” worden over woonwijken, dus ook eventueel tegen hun zin, hetgeen dus op raciale basis zou moeten gebeuren.

    Toentertijd was ik geen lid en zou het ook niet hebben willen zijn. Tegenwoordig is de SP gelukkig veel verder. Maar hier en daar heb ik toch nog wel wat van die oude trekjes bespeurd. (Denk maar eens aan de discussie over dubbele paspoorten. Op het weblog van Jan Marijnissen, waar ik uiteenzette dat het helemaal geen werkelijke kwestie was, werd ik door een grote meute aangevallen).

    Dus inderdaad: OOK BINNEN DE SP is een grondige discussie nog nodig en nuttig.

    Wat mij persoonlijk betreft: op mijn twintigse kwam ik voor het eerst in aanraking met allochtonen -i.c. Turken- toen ik als vrijwilliger les in de Nederlandse taal gaf. Sindsdien heb ik veel met allochtonen samengewerkt. Zowel wat betreft de situatie in Nederland als die in de herkomstlanden. Bv. met Grieken tegen de fascistische dictatuur, met Marokkanen tegen de Amicales (en voor verblijfsrechten), met diverse nationaliteiten tegen de Wet Buitenlandse Werknemers, enz. enz.
    Ook in mijn beroepspraktijk heb ik contacten met allochtoenen gehad.
    Nooit ofte nimmer heb ik in die tijd “integratie” als een probleem ervaren; dat heeft nooit een rol gespeeld in mijn contacten met allochtonen. Hun cultuur en godsdienst heb ik altijd ervaren als vanzelfsprekend en bovendien interessant. Pas na 11 september 2008 resp. Fortuyns optreden (dat de directe aanleiding was voor mijn SP-lidmaatschap) heb ik de spanningen die zich in woonwijken voordeden, de mate van integratie van groepen allochtonen, en het aandeel in de criminaliteit van met name Marokkaanse jongens ervaren als acute maatschappelijke en politieke problemen.
    Ik woon al bijna twintig jaar met tevredenheid in een ethnisch zeer gemengde woonwijk. Persoonlijk heb ik nooit problemen ondervonden met “onvoldoende integratie”. Wel zie ik in dat het een belangrijk maatschappelijk en politiek thema is geworden.

  20. Dank voor alle reacties en sorry dat ik nog niet reageerde, had even dringende zaken te doen.

    Ik blijf me erover verbazen dat de discussie over integratie in de media en de politiek zo afwijkt van wat mensen ervaren in het gewone alledaagse leven op straat. Waarmee ik niet wil zeggen dat er geen spanningsveld is, maar zoals het nu gaat wordt dat voor een deel (welk deel weet ik niet, voor mijn gevoel is het heel groot) kunstmatig opgewekt. Waardoor de situatie is ontstaan dat in de beleving van mensen onze samenleving inderdaad kampt met een enorm probleem, terwijl ze het zelf, als je het ze op de man af vraagt, zo niet beleven.

    Paul, ik kan je gedachtegang voor een heel eind delen. Niet elk probleem kan worden teruggebracht tot een cultureel of etnisch probleem. En wat betreft het uitgaan van een klassenverdeling zou ik willen toevoegen dat er allang drie klassen bestaan: de traditionele tweedeling plus een nog steeds groeiende klasse van illegalen en andere mensen die in alle opzichten zijn buitengesloten van de samenleving.

    Uit pure ongerustheid heb ik als PvdA’er mijn gedachten voor bestuur en fractie op papier gezet. Ik onderbouw daarin de stelling dat we moeten stoppen met het integratievraagstuk centraal te stellen met argumenten die ik graag aan de jouwe zou willen toevoegen.

    Hier.

Reacties zijn gesloten.