Terug uit Gaza

090325-erez-petersen.jpg

Door Erez heen. Verliep zonder moeilijkheden, Jan moest wat langer wachten dan ik, maar we waren er weer doorheen. We hadden het er nog met Jacky over, in Jeruzalem, Jacky van de theatergroep is ook een regelmatige Gaza-ganger. Eigenlijk kan je niets gebeuren in Erez, nou ja, ze kunnen je lang vasthouden en het is niet ongewoon dat ze je je vliegtuig laten missen, het kan zijn dat de grens weer eens dicht is, en dat je er niet doorkomt, maar dat is eigenlijk alles. Maar we zijn het er over eens, het is altijd een deprimerende en intimiderende ervaring, en we zien er elke keer weer tegenop. Wat de bedoeling lijkt. Zo lukt het mij nooit om me er op te verheugen om mijn geliefden en vrienden daar weer te zien, tot ik Erez achter me heb.

En wij zijn geen Palestijnen. Ik sprak met iemand van wie ik maar beter de naam niet zal noemen, die nog een kant van Erez heeft meegemaakt die wij als buitenlanders niet kennen. De kelders onder het immense complex waar de verhoren plaatsvinden. Mocht een Gazaan dan al een keer toestemming krijgen om Gaza te verlaten, bijvoorbeeld voor medische behandeling die in Gaza niet te krijgen is, dan is de kans groot dat de Shin Beth (de interne Israelische inlichtingendienst) probeert je uit te horen en als het lukt je onder druk te zetten tot ‘samenwerken’, dat wil dus zeggen: collaboreren. Deze man, die misschien een studiebeurs krijgt om in het buitenland te gaan studeren, hij is daar al jaren voor bezig, moest voor zijn visum Gaza uit en naar de ambassade in Israel. En dus kon hij weten wat er ging gebreuren: een verhoor.

Dat gebeurt volgens het scenario dat we kennen uit slechte B-films, het spelletje heet good-cop-bad-cop. Eerst werd hij zes uur lang aan zijn lot overgelaten, nadat zijn mobieltje in beslag was genomen zodat hij met niemand contact had. Dat heeft geen andere functie dan iemandflink te intimideren, zodat die daarna wat gewilliger wordt. Vervolgens kwam er een ‘vriendelijke’ functionaris, die zich voorstelde met zijn voornaam, en die meewarig meeleefde dat hij zo slecht was behandeld. En dan komt het verhoor, allerlei persoonlijke vragen. Er komt een plattegrond op tafel van de buurt waarin hij woont. Mag hij aanwijzen wat zijn huis is. Wat ze uiteraard al weten. Dan mag hij aanwijzen wie zijn buren zijn, hoe ze heten, of ze van Fatah of Hamas zijn, waar de wapens in de buurt zijn verborgen, en allemaal nog op een vriendelijke toon, doe ons even een lol, zoveel vragen we toch niet, dan kunnen we je snel weer laten gaan. Deze man kon zich er na enige uren vanaf maken – hij is niet politiek actief, zit niet bij het verzet – wat ze natuurlijk allang weten, en heeft geen idee wat er in zijn buurt gebeurt en wil dat ook niet weten.

Ze lieten hem gaan toen het te laat was om nog door de grens te gaan, want het personeel is uiteraard allemaal joods-Israelisch, en zij houden kantooruren aan. Om vier uur ’s middags gaat de grens dicht, op sjabbat is die dicht, op alle joodse feestdagen en herdenkingen ook.

Volgende probleem: hij moest terug. En Hamas weet natuurlijk dat iedereen die er via Erez uitgaat verhoord wordt en onder druk gezet om te collaboreren. Dus pakten zij hem op, namen zijn identiteitsbewijs in beslag waardoor hij er sowieso niet meer uit kan, en hij mocht nog een paar interessante gesprekken voeren met de Hamas officials die de stijl geheel van de Israeli’s hebben afgekeken. Uren wachten, zitten zweten en niet weten wat er gaat komen, mobieltje wederom in beslag genomen, je kunt je bezorgde familie niet laten weten waar je bent, wanneer je er weer uitkomt, of je er nog uitkomt.

Uiteindelijk lieten ze hem gaan. De volgende dag kreeg hij zijn identiteitsbewijs weer terug. Hij liet het zien, hij zoende het, ik heb nog een kans, dat ik er uit kan voor mijn studiebeurs, zei hij. Maar we konden zien hoe aangeslagen hij was, een man die anders zo vrolijk is. Ik zit hier in een sandwich tussen Israel en Hamas, zegt hij.

Dan vliegveld Ben Goerion. Niet zo intimiderend als Erez maar ook altijd even een klus, waarvoor we drie uur uittrekken voor het geval ze het op hun heupen krijgen en besluiten nog wat leuke gesprekjes te houden, of je uit te laten kleden, of de gehele inhoud van je koffer aan een minutieus onderzoek te onderwerpen, elke bladzijde van elk boek, elke onderbroek, je tandpasta, je schoenen naar de bommenkamer. We weten inmiddels hoe het werkt. Na wat eerste vragen, waar kom je vandaan, wat deed je daar, wie heeft je gestuurd, werk je alleen in Israel of ook in andere landen (ik heb het maar opgegeven om uit te leggen dat ik niet in Israel werk maar in Gaza, want daar worden ze niet vriendelijker van) krijg je plakkertjes op je spullen. De plakkertjes op bagage en paspoort hebben een nummertje van 1 tot 6. Nummer 1 is alleen voor joodse Israeli’s. Die mogen door zonder dat ze vragen hoeven te beantwoorden of hun koffer open hoeven te maken. Dan is 2 voor buitenlandse VIPs die niet worden verdacht, dat betekent een paar vragen en je koffer hoeft niet open. 3 is al minder leuk, meer vragen en je koffer moet open. En dat gaat door tot 5, verdacht, of 6, heel verdacht. De categorie waar je vanzelf in komt als je een Palestijn bent, een Arabische inwoner van Israel, of uberhaupt het verkeerde uiterlijk, een verkeerde naam of afkomstig bent uit een verkeerd land. Vroeger waren wij van Kifaia altijd verdacht, wat inhield dat er tot aan het vliegtuig een juffrouw met ons meeging, die ons geen moment uit het oog verloor. Sinds ik een senator ben, wat ik ze ook meteen vertel, en wat ze kennelijk in hun computer hebben zitten, krijg ik een 2. Jan met wie ik samen reisde kreeg een 3.

Jacky die het vaak meemaakt kent de procedure. Die krijgen als buitenlanders een 2 of een 3, behalve als ze Palestijnse spelers bij zich hebben, dan wordt het automatisch een 6. Israeli’s hebben altijd in hun paspoort staan of ze joods zijn. In Israel bestaat wel Israelisch staatsburgerschap, maar geen Israelische nationaliteit. In je identiteitsbewijs staat altijd aangegeven, vroeger gewoon met woorden, nu met een cijfercode, wat je ‘nationaliteit’ is, joods, christen (dus waarschijnlijk Palestijn), moslim, Druze of wat heb je nog meer. Met buitenlanders ligt dat moeilijker. Als je het niet kunt zien – bij orthodoxen weet je dat meteen – dan volgen er wat vraagjes, wie je kent in Israel, wie je familie of vrienden zijn. Want vragen of je joods bent mag niet. Vertrouwen ze het niet helemaal, dan kunnen de vrienden of familieleden die je opgeeft opgebeld worden. Jacky, die enig Hebreeuws verstaat, hoort dan wat ze zeggen: dat is er een van ‘ons’. Joods dus. Dat scheelt weer een nummertje en een wat vriendelijker behandeling.

Wij kwamen er dit keer makkelijk doorheen. Dit is ook de periode dat Gaza wordt overstroomd met NGO mensen uit alle landen die proberen de rotzooi en de schade op te ruimen die het Israelische leger daar veroorzaakt heeft, daar zijn we voor, om hun rotzooi op te ruimen, dus voor even is de procedure redelijk soepel.

Aan de andere kant, bij de Palestijnse grenspost die in een gedeukte container is gevestigd ging het bij binnenkomst anders toe. Paspoort, een paar vragen door de jonge bebaarde mannen die dienst deden.
Job?
Senator.
Dan die ongelovige, geamuseerde blik die ik al goed ken, moest dat een senator voorstellen? Komt u uit Amerika vroeg baardmans, nee uit Holland – gelooft u niet dat ik een senator ben? Daar moest hij om lachen. Die uit Amerika komen met dikke auto’s en een boel mensen, die hebben veel geld, legde hij uit, zwaaiend met zijn handen om aan te geven hoe dik. Dus nee, ik zag er helemaal niet uit als een senator, als vrouw met een rugzakje, te voet en zonder bodyguards met oortjes in.
Ik ben maar een klein senatortje hoor, zei ik. Uit een klein landje. Ik ben net zo gewoon als jullie.
En hij, vroeg hij wijzend op Jan.
Die is normaal, zei ik.
Daar moesten we allemaal om lachen.
Vergeleken bij de Israelische grensposten was het er bijna gezellig.

PS. Over de foto: de binnenkant van grenspost Erez. Ik heb die foto niet gemaakt, ik kijk wel uit. Alles wat ‘militair’ is inclusief de stupide ballon die bij de grens hangt met een camera eraan mag je niet fotograferen, en het zou niet de eerste keer zijn dat iemand zijn camera kwijt raakte, dan wel, terugkreeg met alle foto’s gedelete. Achter die eerste deur is er een doolhof van metalen gangen, sluizen, alles hermetisch gesloten, een ding waar je in moet gaan staan met je handen omhoog, om je te laten scannen, en piepende lopende banden waar je bagage op moet. Je ziet, op één man na die je koffers open moet maken en op de band moet zetten helemaal niemand. Je moet weten dat je een deur of een draaihek doorkunt als er een rood lichtje op groen springt, en dan zit je weer in een volgend hok, zonder raam, zonder mogelijkheid om zelf een deur te openen, en je wacht tot er een stem uit een microfoon iets blaft of er weer een lichtje op groen springt. Aangezien er weinig mensen meer in of uit komen sta je daar vaak in een doodse stilte te wachten. Achter die groene ramen die je boven de eerste ingang uitziet zit een rijtje mensen, die je observeren alsof je een rat bent in een experimentje.

Drie keer moet je door een tourniquet, een soort draaihek, ook met een lampje erboven dat van rood op groen springt. Het is een hele kunst om daar met je bagage doorheen te komen zonder klem te komen zitten. Ik heb een eigen techniek ontwikkelt, om er met een koffer en een rugzak doorheen te komen, door mijn arm achter me door het hek te steken en de koffer achter me aan te trekken. Jacky vertelde dat ze meemaakte dat een Palestijnse vrouw met een kleuter en een baby, plus twee koffers en een paar tassen door die hekken moest, en uiteindelijk met de kinderen aan de andere kant kwam, maar een koffer had ze er niet doorheen gekregen, die stond nog aan de andere kant, en het draaihek gaat maar een kant op. Twee soldaten stonden er lachend bij te kijken, toen ze smeekte of ze die koffer er even doorheen wilden duwen. Ze wachtte een uur. Tot Jacky langs de soldaten liep en die koffer er door duwde. Het zijn de gewone, kleine, onnodige vernederingen waar je zo razend van wordt, en waardoor je die rotzakken echt gaat haten.

8 gedachten over “Terug uit Gaza

  1. Ik vrees dat dergelijke draconische veiligheidsmaatregelen nodig zijn! U niet? Vliegt U liever de lucht in dan, …. zonder toestel?

  2. Welkom thuis. Wat hebben jullie weer fantastisch werk gedaan. Het geld voor Kifaia wordt goed besteed. Is er nog zoveel tekort aan medicijnen en verbandmiddelen? Ik heb ze bij onze diakonie zover gekregen dat er 9 en 10 april in onze kerk gecollecteerd wordt voor Kerk in Aktie voor Gaza. (ICCO en NCCR).

    Kijk eens op http://www.vriendenvansabeelnederland.nl voor het verslag en foto’s van de studiedag van Sabeel 29 maart jl, waar ook Suzan Nathan en Tineke Bennema aanwezig waren

  3. (3) Nou, Piet, jij schijnt je nogal makkelijk met Israel te identificeren. Als je mijn verhaal goed gelezen had dan zou je tot de conclusie kunnen komen dat veel van wat er bij de grensposten gebeurt weinig uitstaande heeft met veiligheid en veel met intimidatie. Ik zie bijvoorbeeld niet echt helemaal in welke veiligheid er mee gediend zou zijn om een vrouw met twee kleine kinderen te laten wachten op haar koffer en haar niet even te helpen, maar misschien helpt het geweldig als je geheel op de hand van Israel bent om daar de diepere zin van in te zien – allemaal voor de veiligheid van Israel natuurlijk.

    (4) Dank, Corrie. Ik vond het natuurlijk jammer dat ik er niet bij aanwezig kon zijn, maar ja, Gaza ging voor. Dus fijn dat je de link naar het verslag hebt gestuurd.

  4. Ik geef toe het zou overdreven moeten zijn: “in an ideal world”. U geeft zelf een goed voorbeeld: die moeder moet zelf de koffer halen om te voorkomen dat het personeel (mee) de lucht invliegt. Overigens: intimidatie door douane gebeurt altijd, ook op Schiphol hoor, om te laten zien dat je niet met je laat sollen. Heeft U weet van een land waar de bewakers wel de koffers van de reizigers dragen? … dan ga ik graag eens daarheen, want dat is Shangri Las! …)

  5. Lief, hoe jij weer probeert om Israel schoon te praten, Piet.
    Je weet het voorbeeld dat ik noem geheel om te draaien tot het past in jouw straatje.
    Die moeder d’r koffers waren al onderzocht. Ze had al toestemming om ze mee te nemen. Ze staat daar in haar eentje met twee kinderen bij een draaihek dat maar een kant opdraait. De soldaten zien dat ze een koffer niet mee krijgt en aangezien het hek maar een kant opdraait heeft ze daar even hulp bij nodig. Die soldaten staan daar een uur bij te lachen en doen niets. Vervolgens moet een buitenlander even helpen. Dat is wat er gebeurt. Heeft dat nog met veiligheid te maken? Nee. Dat heeft er mee te maken dat een Palestijnse vrouw in het brein van Israelische soldaten altijd een zesje is, minder menselijk dan ‘die van ons’. Als je het nog niet geloven wilt, ga eens langs bij Machsom Watch, de Israelische vrouwen die al jarenlang registreren hoe Palestijnen bij de checkpoints zinloos vernederd, mishandeld en geinitimeerd worden.

    Nergens staat dat ik bezwaar zou hebben tegen veiligheidsmaatregelen. Maar dat kan heel goed beleefd en zakelijk. En aangezien ik al heel wat landen heb bereisd ken ik het kwalitatieve verschil heel goed, Piet, het verschil dat jij wenst te ontkennen.

  6. Anja. Met belangstelling deze gegevens van je gelezen en ik zal
    m’n best doen omdat naar anderen door te geven. Speciaal naar ‘n
    mevrouw die binnen kort naar Jeruzalem gaat!Groeten J.F. verhagen

Reacties zijn gesloten.