Einstein en het zionisme (1)

050405_einstein_tonguewidec.jpg

Albert Einstein zei eens: “Als de relativiteitstheorie waar blijkt te zijn zullen de Duitsers me een Duitser noemen, de Zwitsers noemen me een Zwitserse burger, en de Fransen noemen me een groot wetenschapper. Maar als die theorie verkeerd blijkt te zijn, noemen de Fransen me een Zwitser, de Zwitsers noemen me een Duitser en de Duitsers noemen me een jood.”

Over zijn graf heen wordt er nog om Einstein gevochten. Was hij een zionist of nu juist een anti-zionist? Wie op google die twee namen intikt, Einstein en zionisme, ziet dat de ruzie nog niet is verstomd. Maar wat is nu de waarheid? Die wordt uit de doeken gedaan in een klein boek, Einstein on Israel and Zionism, van Einstein-kenner Fred Jerome. Heerlijk voer voor mensen die graag in de geschiedenis duiken, bijvoorbeeld in de geschiedenis van Israel/Palestina – met die ene vraag in het hoofd die inmiddels door veel mensen waaronder joden en Israeli’s zoals Avnery, Avraham Burg, Tony Judt, Meron Benvenisti, Michael Warschawsky, Tikva Honig-Parnass gedeeld wordt: wanneer ging het mis met dat land. Want dat het mis is met dat land valt ook voor buitenstaanders moeilijk te ontkennen.

Nou, was Einstein een zionist of niet? Wel en niet. Het is duidelijk dat hij als jood die tenauwernood op tijd Duitsland uit was zich heel erg betrokken voelde bij het vinden van een oplossing voor ‘het joodse vraagstuk’. Ja, hij vond het een goed idee dat er een joods tehuis zou komen in Palestina, en dat was ook de reden dat de zionisten van toen, die hun status graag wilden verhogen met een van de toen beroemdste joden probeerden hem als boegbeeld te winnen voor hun project. Chaim Weizman, bijvoorbeeld, die de eerste president van Israel zou worden, nam hem graag mee op zijn toernee door de Verenigde Staten om fondsen te werven. Einstein ging, met enige bedenkingen, want hij had zo zijn eigen ideeën over wat het zionisme in Palestina zou moeten betekenen, en daarmee was hij binnen de beweging een minderheid.

Toen in Weizman in 1952 stierf werd Einstein gevraagd om president van Israël te worden. Hij weigerde: zeggend: “Ik zou tegen het Israëlische volk dingen moeten zeggen die ze niet graag zouden horen”. Tot opluchting van Ben Goerion, die de bui al zag hangen als die eigenzinnige man ja had gezegd: “Zeg me wat ik moet doen als hij ja zegt! Ik moest hem die positie wel aanbieden, het was onmogelijk om dat niet te doen, maar als hij het aanbod aanneemt zitten wij in de problemen.”

In het boek van Jerome is een groot deel van de persoonlijke teksten bij elkaar gebracht, brieven, lezingen, waaronder teksten die nooit eerder zijn gepubliceerd, waarin Einstein in de loop van de jaren zich uit over het zionisme, over een joodse staat. We volgen hem als hij in discussie gaat met joden en Arabieren, en ook als hij soms schrikt van de felle reacties toch gewoon blijft zeggen wat hij vindt. Hij is daar opmerkelijk consistent in. Ja, het is goed als er een joods toevluchtsoord in Palestina komt, maar nee, dat moet niet de vorm hebben van een joodse staat, want die gaat per definitie ten koste van de er wonende Arabieren. Wat hem (en een paar anderen) voor ogen staat is een bi-nationale staat van joden en Arabieren samen, elk met de ruimte om hun eigen cultuur te cultiveren, maar met een gedeelde regering. Zoiets als Zwitserland, zeg maar. Hij bleef daarin geloven ook toen het in Palestina, allang voor 1948 al goed hommeles was tussen de zionisten die uit Europa naar Palestina waren gekomen, en de inheemse Palestijnen die de bui al zagen hangen.

Ik ben halverwege het boek. Verhaal wordt vervolgd.

4 gedachten over “Einstein en het zionisme (1)

  1. Het zegt wat als velen landen je claimen, maar dat Einstein zo humorvol was wist ik niet. Hoe hij de Joodse staat zag blijkt dat hij ook zijn tijd op dat gebied ver vooruit was. En Anja zet een andere foto van de man neer deze vindt ik altijd net of je naar een dorpsgek zit te kijken.

  2. Er waren meer waarschuwende stemmen dat een joodse staat geen goed idee was, ook niet voor de joden, Judah Magnes, Hannah Arendt, Martin Buber, Alfred Lilienthal – onder andere. Is niet naar geluisterd.
    Aan die foto ben ik gehecht, Harry, dus die blijft. Ik vind het enig dat een groot geleerde tegelijk ook een kwajongen was – hij liep ook het liefst in een slobbertrui en op sandalen – die zijn tong uitsteekt naar weer zo’n fotograaf. Voor mij hoeven mensen er niet deftig uit te zien om mijn respect te krijgen.
    Maar bij het stukje hierna een andere foto.

  3. Arabieren hebben stelselmatig geweigerd om samen met de Joden een staat te stichten. Ze wilde alles of niets. Nou dat laatste hebben ze gekregen toch??

  4. Dom, Rob, dom. Er is geen enkel moment geweest dat de zionisten de Palestijnen hebben voorgesteld om samen een staat te stichten. Einstein en nog een paar joden die het ‘culturele zionisme’ aanhingen wilden dat, maar zij hebben bij de zionistische leiding geen voet aan de grond gekregen. En als jij denkt dat ik de geschiedenis niet ken mag jij me vertellen waar we dat kunnen vinden, het aanbod van de zionisten aan de Arabieren om ‘samen’ een staat te stichten.

Reacties zijn gesloten.