Einstein en het zionisme (2)

einstein4.jpg

Boek uit.
Het fascinerende is dat Einstein 35 jaar lang consequent heeft gezegd dat het een slecht idee was om een joodse staat te stichten – hij kwam erg op voor de joodse zaak, en wilde daar graag zijn nek voor uitsteken, maar hij kon het niet verkroppen dat van het plan om in Palestina een veilige plek voor joden te maken, die vluchtten voor het antisemitisme en de vernietigingsmachine van de nazi’s, ten koste zou gaan van de Palestijnen. Dat was ook helemaal niet nodig, vond hij.

Naïef werd hij wel genoemd en misschien was hij dat ook in een zeker opzicht, want hij bleef hardnekkig proberen om zijn idee uit te dragen dat het mogelijk was om een bi-nationale staat te vestigen, Palestijnen en joden samen, met een gedeeld parlement, ook toen het er allang niet meer naar uitzag dat dat nog mogelijk was. Hij bleef proberen Palestijnen en joden bij elkaar te brengen, ook toen duidelijk werd dat dat een gepasseerd station was: inmiddels waren de Palestijnen in Palestina in opstand gekomen tegen de oprukkende zionisten, en de zionisten hadden al laten zien wat de bedoeling was: een exclusief joodse staat op een zo groot mogelijk deel van Palestina met zo min mogelijk Palestijnen er op. De clashes, van Palestijns verzet tegen zowel de zionisten en de Britten waren bloedig, de manier waarop het verzet werd gebroken ook. Een van de redenen dat de Palestijnen rondom 1948 nauwelijks verzet konden bieden tegen de zionistische troepen was dat er al duizenden jonge mannen waaronder een paar van de belangrijkste leiders waren omgekomen in de opstand – Arno Mayer noemt die de eerste en de tweede intifada – in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw. (Lees Khalidi, The iron cage, hier, en Arno Mayer, Plowshares into swords)

Einstein was vooral woedend op de Britten, die het allemaal lieten gebeuren, en zijn gram was ook gericht op de joodse terroristische ondergrondse van voor 1948, de Irgun, onder leiding van Begin, die hij onomwonden een fascist noemde. Toen Begin in 1948 de VS bezocht, was Einstein, samen met onder andere Hannah Arendt, een van de Amerikaanse joden die een open brief schreven aan de The New York Times waarin Begin, verantwoordelijk voor onder andere de aanslag op het King David Hotel waarbij bijna honderd mensen omkwamen werd aangeklaagd voor zijn terrorisme, en de Amerikaanse leiders, waaronder John Kennedy, aangeraden werden om de man niet te ontmoeten. Einstein zelf weigerde in ieder geval om Begin te ontvangen. Maar zijn houding tegenover andere zionisten, ook die waar hij het niet mee eens was, was opvallend mild. Het is de vraag of toen tot hem doordrong welke gevolgen het stichten van de joodse staat zou hebben, en in welke mate al voor 1948 de zionistische voorhoede van plan was om een zo groot mogelijk deel van Palestina te veroveren en hoe er al gedacht werd over de methoden om de Palestijnse bevolking kwijt te raken.

Een Egyptische journalist, Mohamed Heikal vertelde dat hij in 1952 de eer had om Einstein te mogen interviewen. De staat Israël bestond. Andere Einstein-bestudeerders beweren dat hij, toen de staat er eenmaal was, een warm aanhanger werd van Israël. Jerome laat in zijn boek zien dat dat nogal tegenvalt. Israël was een feit, en Einsteins pogingen om te pleiten voor een gedeeld land met de Palestijnen kwam daarmee tot een einde. Maar toen hij na de dood van Weizmann werd gevraagd om president van Israël te worden zei hij nee. Hoewel hij nog niet wist hoe erg de etnische zuivering was geweest – het zou vele jaren duren voor de documentatie werd vrijgegeven en de eerste studies verschenen, maakte hij zich wel zorgen over het lot van de Palestijnse vluchtelingen. In het interview met Heikal vertelt hij over een gesprek met Weizmann, met wie hij altijd een ambivalente verhouding onderhield: hij waardeerde de man om zijn inzet voor de joden, maar was het niet eens met de richting die de zionisten ingingen. Weizmann begon er weer over: “God heeft de joden dit land beloofd” (en dat terwijl de zionisten allesbehalve gelovige joden waren). “Laat God er buiten”, zei Einstein, “want beide kanten claimen dat God aan hun kant staat. Als God degene is die de joden dit land heeft beloofd, dan is hij ook degene die maakte dat er al Arabieren woonden.”

Enthousiast blijkt Einstein nooit over Israel te zijn geworden, al accepteerde hij het bestaan van de staat als een feit. De zionisten hadden veel pogingen gedaan om hem voor hun karretje te spannen, maar Einstein bleef consistent kritisch: “Wij zijn geen joden meer uit de tijd der Makkabeëen. Ik zou veel liever een redelijke overeenkomst met de Arabieren zien op basis van in vrede met elkaar samenleven, dan de schepping van een joodse staat.”

En hier, in een van zijn laatste brieven: “het belangrijkste element van onze politiek zou moeten staan dat we altijd duidelijk laten zien dat het onze diepste wens is om in volledige gelijkwaardigheid samen te leven met de Arabische burgers in ons midden. De houding die wij aannemen tegen de Arabische minderheid zal de werkelijke test zijn voor onze morele waarde als volk.” Voor Einstein bleef het jodendom altijd onverbrekelijk verbonden met sociale rechtvaardigheid en wederzijdse tolerantie.

Meteen na zijn dood in 1955 werd Einstein opnieuw geclaimd door het zionisme, en nu kon hij niet meer tegenstribbelen. In de meeste Amerikaanse media werd hij genoemd als een van de helden die Israël mogelijk had gemaakt. Zijn kritiek op de joodse staat werd weggemoffeld. Nooit zullen we weten waar hij nu zou hebben gestaan, had hij nog geleefd, maar gezien zijn consistente staat van dienst is het niet onwaarschijnlijk dat ik hem eerder aangetroffen zou hebben bij de One State Conference waar Israëlische en andere joden en Palestijnen elkaar troffen, dan bij een van de demonstraties ter ondersteuning van de Israëlische aanval op Gaza.

Dit kleine boek van Fred Jerome is in ieder geval een klein eerbetoon, en een poging tot eerherstel van iemand die zijn gevoel voor rechtvaardigheid nooit opgaf.

21 gedachten over “Einstein en het zionisme (2)

  1. “Wij zijn geen joden meer uit de tijd der Makkabeëen.” Wijze woorden en wat mij betreft ook een open deur. Ik vind het diep tragisch dat er joden en christenen zijn die als het ware geloven dat die oud-testamentische gegevens waar Einstein op doelt, ook nu nog gelden. Ik zou wensen dat christenen, Europeanen die mensen van dat geloof af zouden helpen, zouden helpen met individualiseren. Dat is natuurlijk een heikel punt, godsdienstvrijheid en zo. Toch moet het gebeuren denk ik, wil het recht werkelijk landen.

    Groet,

  2. Mensen van hun geloof afhelpen kun je helemaal niet, Bert, en hoef je ook helemaal niet te proberen.Geloof staat ook helemaal niet als fout tegenover individualisering die goed zou zijn.

    Recht handhaaf je door recht te handhaven. Israel is gesticht als een zionistische staat die alle rechten geeft aan joden maar niet aan niet-joden. Met geloof heeft dat weinig uitstaande, de eerste zionisten waren nadrukkelijk seculier. En de zwaarste kritiek op de joodse staat kwam uitgerekend van de orthodoxe joden die er al woonden.

  3. Misschien had ik in plaats van ‘geloof’ het begrip overtuiging moeten gebruiken. Als je iemand niet van overtuiging of geloof kunt veranderen dan is elk gesprek zinloos en is er überhaupt geen enige consensus over wat recht is te bereiken. Ik wil niet geloven dat overtuigingen muurvast zitten en gesprek dus zinloos is. En gesprek begint alsjeblieft met inleven in de ander.
    Einstein constateerde kennelijk dat er ook joden waren die een beroep deden op het Oude Testament om de Joodse Staat te rechtvaardigen. Ook afgelopen december en januari tijdens de Israëlische vijandelijkheden jegens de Palestijnen in Gaza las ik in de media dat er een rabbijn was die die vijandelijkheden rechtvaardigde met een beroep op het Oude Testament.
    En recht, als je overeenstemming kunt bereiken over wat dat inhoudt, moet je, denk ik ook, handhaven. Maar als het recht na WO II niet bij de Duitsers was ‘geland’, had Duitsland nu nog onder curatele moeten staan.

    Groet,

  4. “De eerste zionisten waren nadrukkelijk seculier. En de zwaarste kritiek op de joodse staat kwam uitgerekend van de orthodoxe joden die er al woonden”, schrijf je. Aardig in dit verband om The Chosen te lezen, van Chaim Potok. Dat gaat over twee joodse jongens in Amerika, de een orthodox, de ander liberaal, desondanks bevriend met elkaar. De vriendschap komt aardig in de knel op het moment dat de zionistische droom doorbreekt. In dat deel van het boek wordt uitgebreid uiteengezet wat de argumenten zijn bij beide partijen, zonder een duidelijke voorkeur uit te spreken. Echt een aanrader, het is een prachtig boek.

  5. Pessimistische visie dat je mensen niet van hun geloof af kunt helpen, deel ik niet bepaald. Er worden nog dagelijks mensen bekeerd tot het geloof (kijk maar op diverse sites), je zou toch hopen dat het omgekeerde dan ook mogelijk is.
    Ik ben zelf trouwens een voorbeeld van iemand die van zijn geloof afgevallen is en ben sindsdien een gelukkig mens. Ook Einstein had problemen met het al of niet bestaan van God. Dat krijg je vanzelf als je zo diep over het wezen van de natuurkunde nadenkt en na kunt denken. Hij beschouwde zichzelf als een vrijdenker en geloofde niet in een persoonlijke god.

    For me the Jewish religion like all others is an incarnation of the most childish superstitions.

    Albert Einstein in een brief aan Eric Gutkind, January 3, 1954

  6. Jij bent van je geloof gevallen, Yvon, niet er afgegooid.
    Ik daarentegen ben op mijn geloof gevallen, en een knappe jongen (of meisje) die me daar weer van af krijgt.
    Jij schijnt te denken dat als mensen maar diep nadenken ze vanzelf ophouden met geloven. Dan zou je er dus vanuit moeten gaan dat ik niet nadenk. Denken en geloven zijn twee geheel verschillende dimensies. Ze gaan ook heel goed samen, in mijn ervaring.

    Ik heb geen moeite met mensen die niet geloven, sommige van mijn beste vrienden enzovoorts. Ik kan wel slecht overweg met mensen die denken dat ik achterlijk ben omdat ik wel geloof en dat het zou helpen als ze me nog eens uitleggen dat God niet bestaat, Tsjonge, hoor ik dan zeker te zeggen, nou in dat geval…

  7. Nee, ik ga er niet vanuit dat je niet nadenkt hoor Anja, dit weblog bewijst het tegendeel. Maar natuurkundigen, wiskundigen en biologen (beta’s) die na moeten denken over de oorsprong van ons bestaan zijn zelden gelovig. Op zijn best geloven ze in de God van Spinoza maar vaker zijn ze atheist.
    Eerlijk gezegd acht ik je niet in staat om over de relativiteitstheorie na te denken dat wil niet zeggen dat je dom bent maar je lijkt me nu eenmaal geen beta. Dus jij zult niet tegen dit probleem aanlopen.
    Het is overigens geen schande:
    I think I can safely say that nobody understands quantum mechanics. Richard Feynman

  8. Grappig dit nieuwe oordeel, Yvon: gelovig, dan ben je geen beta.
    Ik dacht dat ik nog ergens een boek had zien liggen van wetenschappers over geloof, maar aangezien ik het geen issue vind, en nog steeds niet, heb ik het laten liggen.
    Het is ook geen probleem, dus je hebt gelijk: ik zal er niet tegen aanlopen.
    En dat het geen schande is, nou, fideel van je.

  9. (8) Anja, meestal zijn we op jouw weblog het wel met elkaar eens, maar nu niet. Je schrijft: “een knappe jongen of meisje, die me daar weer(van je geloof) van af krijgt”. Mijn ervaring is, dat je dit niet zelf in de hand hebt, maar dat het je overkomt.
    Tot mijn 4oste jaar was ik een overtuigd en gelovig Mennoniet. Toen verdween God ineens, zomaar! Ik kon met de beste wil van de wereld niet meer in Hem geloven. Ik behield weliswaar mijn nostalgie naar het doperse, maar God was weg en is tot op heden niet meer teruggekomen. Ik noem mezelf agnost, omdat ik niets weet. Ik heb er lange tijd niet verder over nagedacht en ik heb er ook geen ernstige moeite mee, maar soms zou ik willen dat ik kon geloven in een liefdevolle raadgevende God. Verder is het zo, dat als ik terugkijk op mijn seculiere leven, dat ik het gevoel heb, dat ik als ik beslissingen moest nemen,ik van buiten af gestuurd werd. Vooral wat betreft empathie, moraliteit en principe.
    Ziehier de ontboezemingen van een oude man, die over een paar dagen 80 jaar wordt – insjallah ?? – en dus over een niet al te lange tijd deze wereld zal verlaten zonder HET te weten.

    Ben ik een God in het diepst van mijn gedachten????? (vrij naar Willem Kloos)

    Jan. N

  10. Anja, u zegt regelmatig, terecht, dat mensen wel recht hebben op hun eigen mening, maar niet op hun eigen feiten.

    Is geloven in één of andere god niet hetzelfde als je eigen feiten creëren? In dit geval is dat feit een fantasiewezen waar blijkbaar geen bewijs voor moet worden geleverd en waarvan je het bestaan kunt aannemen op basis van een vaag ‘geloof’.

    U zegt ook vaak dat je eerst de geschiedenis en de achtergrond van dingen moet kennen, voor je er zinnige dingen over kunt vertellen. Opnieuw, helemaal akkoord. Ik verschil over het midden-oosten met u van mening, maar ik zal daar nooit op ingaan omdat ik mijn feitenkennis daarvoor te beperkt vind.

    Maar hetzelfde geldt voor ‘god’: als een overweldigende meerderheid van wetenschappers die de natuur bestuderen (fysisci, astronomen, biologen) blijkbaar tot de conclusie komt dat er hoogstwaarschijnlijk geen god is, dan lijkt het me wél logisch als atheïsten soms tegen u zeggen dat u er misschien maar beter over moet nadenken, of er meer over moet lezen.

    Uiteindelijk zegt u exact hetzelfde tegen andersdenkenden over de onderwerpen waar u wél veel feitenkennis over heeft.

  11. Ik denk niet dat we het zo oneens zijn Jan. Als ik zeg dat een knappe jongen mij van mijn geloof afhelpt zeg ik wat jij zegt: dat heb je niet in de hand, en daarmee bedoel ik dus ook dat niemand het in de hand heeft om mij daar van af te krijgen. Omdat het om een zaak gaat die zich onttrekt aan feiten aan kennis aan weten.
    Zal ik eens wat zeggen, Jan? Ik denk dat jij gelovig bent al noem je dat niet God en al is het teleurstellend dat er geen instantie lijkt te zijn die ons raad komt geven of ons troost als we dat willen. Die is er wat mij betreft ook niet. Troost moet je zoeken bij mensen. Maar geloof, dat is precies wat je zegt, dat merkwaardige gevoel dat er buiten je iets is dat je stuurt. Kan mij niet schelen hoe je dat noemt. Ik noem het God, en ik sluit me graag aan bij een traditie maar het kan zeker ook zonder. Je kunt het ook Licht noemen, en jij kent dat en ik hoop dat je een mooie tachtigste verjaardag hebt.

    Dus, Ari, moet ik nog een keer zeggen dat geloven iets anders is dan weten. Het gaat niet om feiten. Het maakt voor mij helemaal niet uit of er zoiets is als een feit die je god kunt noemen. Ik verwijs je even door naar een stukje dat ik daar eens over schreef: klein verhaal over geloof, hier.

  12. (13) Lieve Anja,
    In ieder geval ben ik één ding hardroerend met je eens. “Troost moet je bij mensen zoeken” Gelukkig houd ik van mensen, al is het wel zo, dat als je op leeftijd bent, er zo veel mensen deze aarde hebben verlaten, die je troost gaven en die je troost kon geven. Maar ja, dat is normaal, dat hoort allemaal bij het leven.
    Overigens was het wel zo, dat tot mijn veertigste jaar God mijn ultieme schuilplaats was voor troost en raad.

    Bedankt voor je reactie en je lieve wens.

    Jan.N

  13. Ik heb het stukje gelezen.

    Inderdaad: ik kan u met een volledig onderbouwde redenering aantonen dat er hoogstwaarschijnlijk geen ‘god’ bestaat, maar ik kan uiteraard een gevoel dat u ervaart in uw gedachten niet ontkrachten.

    U bent ook erg bescheiden met dat gevoel: u bent niet zo arrogant om op basis van een ervaring in uw hoofd te beweren dat u stellig weet wanneer de aarde is ontstaan of wat de ‘schepper’ vindt over homo’s.

    Precies doordat u geen kennis over de wereld beweert te putten uit uw geloof, is het zoals u zegt moeilijk te ontkrachten.

    Als atheïst blijf ik het vreemd vinden dat u er van uitgaat dat dat gevoel van buiten u komt, en niet gewoon een aangename bijwerking is van de manier waarop uw hersenen werken.

    Maar ik begrijp nu beter wat met u geloof bedoelt en hoe u dat combineert met een rationele kijk op het leven, en daar was het me om te doen.

    En zoals u zegt: we gaan elkaar niet overtuigen. Hoeft gelukkig ook niet.

  14. Je kunt zoals wel meer atheïsten dat plegen te doen, met een mooi onderbouwde redenering aankomen waarom we niet in staat zijn om te meten dat er een god bestaat. Daar is iemand die gelovig is dus in het geheel niet van onder de indruk, want er is zoveel dat we niet kunnen meten, en waarom zou je?

    Ook hersenonderzoek geeft geen enkel uitsluitsel – alle activiteiten, emoties ed van mensen vindt je terug als werking in de hersenen, dus iets wat religieus is zal zeker ook wel als hersenactiviteit terug te vinden zijn. Zegt eveneens niks, want als ik jarenlang zielsveel van iemand houd en daar een complexe relatie mee heb, en het gaat alleen om die ene, dan kun je dat ook niet af doen als ‘een aangename bijwerking van de manier waarop hersens werken’. Ik denk niet dat er veel mensen bereid zouden zijn om hun grote liefde in te wisselen voor een pilletje dat datzelfde lekkere gevoel geeft, want we zijn complexe wezens, die in staat zijn tot zingeving en meer zijn dan een handeltje reflexen.

    Het is dus niet eenvoudig om mensen die niet geloven duidelijk te maken waar geloof over gaat: dat is zoiets als iemand die nooit liefde heeft gekend uitleggen wat dat is: die ziet waarschijnlijk alleen maar mensen om zich heen die raar doen. Maar voor iemand die wel liefde kent, van wie gehouden is, die houdt van iemand anders, die weet in hoeveel schakeringen je liefde mee kunt maken, als liefde voor je kinderen, als verliefdheid, als diepe genegenheid voor andere mensen, als liefdesverdriet is het heel erg moeilijk uitleggen wat ‘liefde’ is – kun je het meten anders dan in bloeddruk, hormoonspiegel en hersenactiviteit? Toch is die liefde voor die mensen een volstrekte realiteit met een grote betekenis in hun leven.

    Nog een andere vergelijking: ik denk dat iedereen die niet heel erg vast zit in die ‘de realiteit moet meetbaar zijn anders is het geen realiteit’ wel situaties kent die je kunt samenvatten als een andere ‘state of being‘ – kan daar even geen goede nederlandse uitdrukking voor vinden. Gisteren ging ik naar een tentoonstelling van Michael Raedecker in Den Haag, Prachtig. Objectief gezien is het niet meer dan een paar doeken, met kleurtjes er op, verf en draadjes, een min of meer herkenbare afbeelding. Maar het doet wat met je, tenminste met mij. En niet alleen terwijl ik er naar kijk, nog uren erna is het alsof ik een beetje anders naar de wereld kijk. Dat is het mysterieuze van kunst, zowel voor degene die het maakt als voor degene die het ondergaat. Ook kunstenaars kunnen je vertellen dat veel van hen als ze creatief zijn in een andere ‘state of being’ terecht komen waarin ze het gevoel hebben doorgeefluik te zijn, ergens komen die beelden vandaan die er voor die tijd niet waren. Of dat hun eigen hersenactiviteit is, of het hun onderbewuste is die de belden vormt, zoals we ook onwillekeurig dromen maken, het maakt niet uit.

    Ik ken dat ook als ik echt aan het schrijven ben, en dat kan ik maar een paar uur per dag achter elkaar. Ik raak een beetje zoek. Mijn poezen merken dat, want die hebben hele eigen radartjes in hun kleine breinen die wij niet hebben: ze voelen of ik slaap of niet, ze voelen het of we het over hun hebben: ik zie dat altijd aan hun oortjes. En als ik echt aan het schrijven ben dan komt Josephine in mijn elleboog bijten, die vindt het niet prettig dat ik ‘weg’ ben.

    En ik kan meer voorbeelden geven van zo’n andere state of being: een vriendin van mij, ook socialist, kan in een demonstratie, of tussen haar mensen, opeens beginnen te stralen. Echt: het licht gaat aan. Wat ze op dat moment meemaakt is een staat die je solidariteit kunt noemen. Ze is op dat moment niet meer alleen maar een individu, ze is verbonden.

    Dat is dan ook een vriendin die wel eens meegaat naar mijn kerk, die in de traditie staat van terug naar de christelijke oorsprong, terug naar de joodse wortels, naar die uitgangspunten die alle grote religies delen: je bent je broeders hoeder, je moet respect hebben voor de vreemdeling, jij die eens vreemdeling was in Egypte. Wat gij niet wilt dat u geschiedt doe dat ook een ander niet. Natuurlijk kun je al die uitgangspunten ook leven en er in geloven zonder religie. Maakt mij niet uit. Ik ken socialisten die ik diepgelovig vind al zeggen ze zelf van niet. Want ik herken iets in ze wat ze zelf niet benoemen: licht.

    Kortom: geloof onttrekt zich wat mij betreft aan alle rationele pogingen het te meten of vast te leggen, en het is voor mij volstrekt niet in tegenspraak met de rationaliteit waar ik ook aan hecht. Het is niets anders dan een andere dimensie. En voor mij een ervaringsfeit zoals de liefde dat is.

    Nou voor een atheist misschien allemaal wolligheid en geheimtaal, maar ik dacht, kom, ik probeer het nog een keer woorden te geven. Niet om iemand te overtuigen, want dat helpt niet en dat hoeft ook niet.

  15. Mooi stuk onder nr. 16, Anja.
    Enkele opmerkingen:
    – Je schrijft: “… alle activiteiten, emoties ed van mensen vindt je terug als werking in de hersenen …”. De vraag is wat er het eerst is, activiteit, emotie of hersenactiviteit. Het is gebleken dat als er ergens in de hersenen activiteit is dat daar een licht verhoogde bloeddruk is, daarbij is ook gebleken dat er eerst die verhoogde bloeddruk is dan de hersenactiviteit.
    – Het is mijn overtuiging dat heel veel mensen die menen te weten, slechts geloven. De natuurwetenschap formuleert op basis van empirische gegevens een model van de werkelijkheid. Dat model houdt stand, totdat uit nieuwe empirische gegevens blijkt dat het niet meer te verdedigen is.
    – “Niet om iemand te overtuigen, want dat helpt niet en dat hoeft ook niet.” Het probleem is dat er mensen zijn die macht uitoefenen over anderen en die anderen dingen laten doen die gebaseerd zijn op de overtuiging van die machthebber.

    Groet,

  16. Het staat u geheel vrij of u wel dan niet gelooft. Ik ben er niet op uit om wie dan ook te bekeren. Maar of u nu gelooft of niet, vraag uzelf eens de volgende vraag; ziet u God als buiten en boven u verheven of God één in alles. Wellicht is het antwoord wel; beide.
    God is non-locality oftewel non-linear logic.

    Einstein leert u dat tijd snelheid is in relatie tot afstand ( is ruimte ). Met een bepaalde snelheid over een bepaalde afstand noemen we één seconde of één minuut of één uur. Tijd is de veronderstelling dat er een relatie is tussen snelheid en afstand ( is ruimte ).
    Maar tijd bestaat niet echt, slechts de veronderstelling dat er een relatie is. Tijd is een axioma. Tijd is linear logic.

    Stel nu eens dat een deeltje de snelheid van het licht voorbij gaat, tijd bestaat tenslotte niet echt; enkel de veronderstelling is echt, dit deeltje wordt daarmee zo snel dat het overal is. Oneindig. Oftewel alles in het universum is dit ene deeltje.
    Non-locality is non-linear logic.

    Het is beide.

    Men ziet zichzelf dus als vrij en onafhankelijk en tegelijk zijn we fractionele wezens die deel uit maken van een groter geheel.

    Ik ben het vergeten; was religie nu ooit een wetenschap of is wetenschap een religie?

    Anja?

    Overigens herinnert het symbool van Jesus aan het kruis mij er aan dat liefde de opoffering van het ego is. Liefde is de opoffering van wil.
    Liefde is dus non-linear logic.

  17. Je vragen zijn voor mij irrelevant, Rob, ik kan daar niets mee beginnen, ik kan je ook niet volgen.
    Maar dank dat je mij de vrijheid laat om zelf te beslissen of ik geloof of niet en dat je me niet wilt bekeren – je moest eens durven, trouwens.

  18. Vroeger kon ik dergelijke discussies in de kroeg na enkele biertjes (“pintjes”, want ik ben Belg…) urenlang voeren, ieder met zijn eigen wereldbeeld zonder ooit tot een conclusie te komen.

    Ik probeer u niet te ‘bekeren’. Zelfs als ik dat zou willen (wat niet het geval is) : dat gaat al zo moeilijk via een echt gesprek, dus laat staan op een blog.

    Ik wilde nog wel even kwijt dat dat ‘godsdienstig gevoel’ waar u naar verwijst bij mij de laatst overgebleven reden om in een god te geloven was, nadat ik hem (haar?) via de rationele weg al helemaal had weggeredeneerd.

    Ik ervaar dat soort gevoelens nog steeds.

    Maar dan hoor je van psychologen dat je mensen met pilletjes en straling ongeveer elk soort gevoel kan doen ervaren, en dat er honderden vreemde hersenverschijnselen zijn die kunnen ontstaan wanneer bij mensen door ongelukken stukken hersenweefsel beschadigd worden. Dat gaf voor mij een beetje de doorslag: als onze hersenen zo kwetsbaar zijn en zo makkelijk om met pilletjes e.d. in het ootje te nemen zijn, vertrouw ik gevoelens die ik verder niet kan onderzoeken niet.

    Wat me uiteraard niet belet om ten volle van die gevoelens te genieten: muziek, samenhorigheidsgevoel, landschappen, vrouwen: keer op keer blijven ze geweldig intense gevoelens oproepen.

  19. Kom na een paar dagen terug en zie wat een fantastische discussie hier is geweest. Zoals Slavoj Zizek zegt: gevoelens zijn de enige werkelijkheid voor een mens die er toe doen.

    Als je er maar bewust van bent dat het gevoelens zijn en dat ze niets te maken hebben met de objectieve werkelijkheid.
    Maar goed er is genoeg over gesproken en het was zowaar een echte discussie en dat op een weblog!

Reacties zijn gesloten.