Uri Davis

uridavis.jpg

Er staat een jood kandidaat voor een plekje in de Revolutionaire Raad van Fatah die dit weekeinde hun conferentie hebben: Uri Davis.

Voor de mensen die denken dat de strijd in Israël/Gaza gaat om de simpele tegenstelling joden – Arabieren misschien een vreemde gedachte, een jood die vrijwillig tussen de Palestijnen gaat zitten, en Palestijnen die dat willen? Voor mij is het niet nieuw. Ook Arafat, die ik een aantal keren persoonlijk ontmoette liet altijd duidelijk weten niets tegen joden te hebben – wel tegen Israeli’s die doorgingen met zijn land te bezetten. Ik weet nog hoe Annemarie Grewel, joods en lesbo, erg van die man onder de indruk was, die tegen het Nederlandse gezelschap had gezegd: mag ik met iedereen die joods is even apart praten? En ook in Arafats tijd droeg hij een jood voor voor het aankomende Palestijnse parlement.

Azmi Bishara, (hier), Arabier van etniciteit, Palestijn van nationaliteit en staatsburger van Israel, en nu in ballingschap, zei eens: wat kan het ons schelen of het joden zijn of Japanners, wat ons kan schelen is dat het bezetters zijn! Alle oudere Palestijnen die ik ken maken een zorgvuldig onderscheid tussen joden en Israeli’s, en als wij (van Stichting Kifaia) iemand meenamen hoefde die niet te verbergen dat hij of zij joods was, maar werd hartelijk en met veel respect ontvangen. Pas nog, trouwens.

Voor de mensen die al langer op dit weblog komen is het een overbekende anekdote die ik hier herhaal: ik kende dr. Haider Abdel Shafi,(hier) een uiterst beminnelijk heer, eens de Palestijnse vaanvoerder van de vredesbesprekingen in Madrid. Al in de tachtig toen ik hem kende, en inmiddels helaas overleden. Abdel Shafi was de zoon van de islamitische geestelijke die verantwoordelijk was voor de Ibrahimi moskee in Hebron, waar de graven zijn van de gedeelde aartsvader Ibrahim/Abraham, en zijn vader had dus veel te maken met de Opperrabbijn van Hebron. Als hun vaders zaken deden met elkaar speelde de kleine Haider met het dochtertje van de rabbijn. Hij was wel een beetje verliefd op haar, zei hij, oude man, tegen mij. Het vreselijke gebeurde in 1929, een van de opstanden van de Palestijnen tegen de Britten en tegen de zionisten, en deze keer sloeg de volksopstand over naar Hebron, en werden er joden vermoord. Veel van de oude joodse gemeenschap konden gered worden door Arabische buren die hen verborgen, maar de Opperrabbijn weigerde zich te verschuilen: we zijn allemaal Gods kinderen, joden of Arabieren, zei hij. Hij werd gedood.

Als dr. Haider Abdel Shafi dat verhaal vertelt rollen de tranen over zijn wangen – zeventig jaar later is zijn verdriet dat zijn eigen mensen dat konden doen nog niet over.

img110.jpg
(Haider Abdel Shafi)

Voor de jongere generatie die in Gaza opgroeit kan ik mijn hand niet in het vuur steken. Zij kennen geen andere joden dan kolonisten en soldaten, en hoe moet je dan nog een onderscheid maken tussen joden en Israëli’s? Zo roepen kleine kinderen als ze een vliegtuig horen of een helikopter niet: de Israëli’s komen, maar de joden komen, en als een lerares ze netjes verbetert halen ze hun schouders op: hoezo? Wat is het verschil?

davis2.jpg

(Uri Davis rechts, midden Ilan Pappé)

Uri Davis dus. Dat is een uitzonderlijke man. Hij is een van de heel weinige Israëlische joden die besloten heeft om zijn lot te verbinden met de Palestijnen, en hij woont in Sakhnin – ik ken behalve hem maar een andere joodse Israëli die besloten heeft om in een Arabische stad of dorp te gaan wonen en dat is Susan Nathan, hier en hier. Hij noemt zich ook geen Israëli, maar een Palestijnse Hebreeuw. Susan Nathan beschrijft in haar boek hoe hij een Palestijnse familie probeerde te helpen die in een joodse nederzetting (binnen Israel) wilden gaan wonen: Davis schreef zich in, wat als jood makkelijk was, en verhuurde het huis toen door aan de Palestijnse familie. Grote consternatie, want de reglementen van de woningcoöperatie waren nu juist zo opgesteld dat alle Arabieren die Israëlisch staatsburgerschap hebben als bewoners geweigerd kunnen worden. De familie kwam er niet in. Niet voor niets heeft Davis een boek geschreven dat Apartheid Israel heet. Hij weet er inmiddels alles van.

uridavis_arafat.gif

Overigens is er weer een minirel in Israël. Een Palestijnse moeder had haar dochtertje van een jaar opgegeven voor de dichtstbijzijnde crèche. Waarna de andere ouders actie voerden en gelijk kregen: dat Arabische kind moest eruit. Ze wilden een crèche alleen voor joden. De ouders van het meisje hebben een aanklacht ingediend tegen de moeder die de actie tegen hun kind begon. Veel kans maken ze niet om dat te winnen. Bericht afkomstig van Dorothy Naor, die me dagelijks van nieuws voorziet vanuit Israël – de link naar het oorspronkelijke bericht deed het niet.

Hier

7 gedachten over “Uri Davis

  1. Voor zover ik weet was Uri Davis al tientallen jaren geleden als Israëlische jood lid van Fatah.
    Hij is ten aanzien van de Palestijnse bevolking constant in zijn opvattingen geweest en heeft daar ook naar geleefd. In de zeventiger jaren is hij daarom ook de Israëlische autoriteiten Israël uitgezet, hij mocht in 1990 een week terugkomen omdat zijn moeder was overleden, maar moest daarna wederom terug naar Engeland waar hij doceerde aan de universiteit waar Pappé nu ook werkt. Pas nadat Arafat terug mocht naar Ramallah kon ook Uri weer terug naar Israël, waarna hij zich in Sachnin vestigte.
    Anneke Jos

  2. Deze man, Uri Davis, is Islamitisch en getrouwd met een Islamitische vrouw. Hij is weliswaar als Jood geboren maar hij is (en blijft waarschijnlijk de rest van zijn leven) Islamitisch. Nu maakt zijn geloof weinig uit, maar het zou netjes zijn om dit te vermelden, aangezien de Fatah leiderschap wellicht hem meer geaccepteerd heeft omdat hij Islamitisch is (geworden).

    Van een Joods lid die geen afstand van zijn Joodse identiteit heeft genomen is in de gelederen van Fatah alsnog geen sprake.

  3. Klets, Cherry. Behalve dat ik het niet per se noodzakelijk vind om iemands godsdienst te vermelden was Uri Davis al vele jaren lid van Fatah, toen hij nog niet met een Palestijnse getrouwd was en dus ook nog niet moslim was geworden. Hij werd door Fatah verwelkomd omdat hij achter de Palestijnse zaak stond.
    Hij moest voor zijn huwelijk naar Ramallah verhuizen, want Israël staat het niet toe dat Palestijnse partners van Israëlische staatsburgers in Israël gaan wonen. Maar als jood, moslim of niet, is hij bij de Palestijnen wel welkom.

    Bovendien stond ook Arafat er om bekend dat hij graag de orthodoxe joden op bezoek had die kritisch stonden ten aanzien van Israel. Die hadden bepaald geen afstand genomen van hun joodse identiteit, integendeel.

    hirsh-arafat.jpg

    In 1994 werd rabbijn Mosche Hirsch symbolisch benoemd tot minister voor joodse aangelegenheden in de Palestijnse Wetgevende raad – een voorloper van het parlement.

  4. Nee geen afstand gedaan van het Joodse geloof. Wel afstand gedaan van de ideologie die het Joden een bestaansrecht geeft als staat, iets wat de voormalige terreurbeweging Fatah niet doet. Ik hoop niet dat u de Mea Sharim inwoners en dergelijken serieus neemt.

  5. Je verschuift de discussie, Cherry. Je beweerde dat Uri Davis wel geaccepteerd zou zijn door Fatah omdat hij moslim was geworden. En daarin had je ongelijk.

    Overigens heb ik erg veel meer waardering voor de orthodoxe joden die vanuit hun geloof vinden dat het fout was om een joodse staat te willen stichten, en dat de Palestijnen onrecht is aangedaan, dan voor die moordenaarsbende op de Westoever die volhoudt dat God hen ‘Judea’ en ‘Samaria’ heeft geschonken en die ‘dood aan de Arabieren’ schreeuwen. Lees A threat from within, A century of Jewish opposition tot Zionism, van Yakov Rabkin, over die orthodoxe joden. En lees Lords of the Land van Zertal en Eldar over de kolonisten.

    En overigens heeft Arafat wel degelijk Israël erkend, tot twee keer toe. Wat er niet gaat gebeuren is dat de Palestijnen Israël als joodse staat zullen erkennen, in de eerste plaats is het helemaal niet aan hun om te beslissen wat voor een staat Israël moet zijn, en in de tweede plaats zullen ze uiteraard nooit instemmen met een systeem dat een etnisch-religieuze groep bevoordeelt boven een andere. Wie zou zijn eigen onderdrukking en achterstelling goed willen keuren?
    Kies voor een normale democratie met gelijke rechten voor alle burgers, en iedereen zal juichen, inclusief vele Palestijnen – en ik.

Reacties zijn gesloten.