Islam in Europa (1)

a-islam-9-of-1.jpg
(Ruud Peters)

Veel mensen geven misschien de voorkeur aan een andere vrijetijdsbesteding, maar voor mij is het puur genieten: een studiedag over islam in Europa. Aan de VU, waar ik de laatste tijd wel vaker ben, omdat er interessante dingen gebeuren. De aanleiding: de oratie van Thijl Sunier, nu hoogleraar islam in Europese samenlevingen. Kom ik ook nog op.

Het plezier: een keur aan bevlogen experts – ja dat gaat heel goed samen – deskundigen waarvan er al heel wat op dit weblog langs zijn gekomen, en zeker weten dat ik vrienden en bekenden tegen zou komen bij de toehoorders. En toch ook weer zaken die me aan het denken zetten en die me inspireerden.

a-islam-56-of-1.jpg
(Martien Brinkman)

a-islam-1-of-1.jpg
(Birgit Meyer)

a-islam-8-of-1.jpg
(Thijl Sunier)

De eerste discussie, na de welkomstspeech van prof. Martien Brinkman, onder voorzitterschap van prof. Brigitte Meyer, ging over de vraag of er zoiets is als een Europese islam, en wat daar mee bedoeld wordt: een islam die aansluit bij het Europese zelfbeeld van verlichting en seculariteit? Het interessante van deze discussie, vier sprekers die elk maar tien minuten kregen, was de verschillende invalshoeken waarmee ze naar de kwestie keken. Brinkman had het in de inleiding al gezegd: het is niet onze taak om bij te dragen aan een ‘Europese islam’, die bij voorbaat al vastlegt waar die aan zou moeten voldoen. En het idee van één Europese islam gaat er al van uit dat het vast zou staan dat er één islam is, en één Europa, met vaststaande en gedeelde waarden en normen. En zouden we het dan nu ook moeten gaan hebben over een Indonesische islam, een Midden-Oosten islam?

Ruud Peters begon met een korte inleiding met een uitdagende conclusie: de manier waarop we in Nederland omgaan met islam, en ruimer, met religie, gaat steeds meer op het Turkse model lijken.

a-islam-2-of-1.jpg

Dit is het punt: migratie heeft een invloed op de religie van migranten. Het maakt verschil uit of mensen wonen op het platteland van Anatolie of Noord-Marokko, waar religie een vanzelfsprekend deel uitmaakt van het leven in het dorp, en niemand het hoeft te hebben over een moslim-identiteit, omdat iedereen moslim is, of dat die mensen naar een samenleving zijn gekomen waar ze een minderheid vormen, en de islam opeens een belangrijk aandeel wordt van een nieuwe identiteit. Maar die migratie verandert ook het gastland, en hoe die islamitische identiteit vorm geeft wordt ook beïnvloed door de reacties van de bewoners van dat land.

In Nederland zijn de moslims zichtbaar geworden, en in het publieke debat is er een sterke neiging ontstaan om de islam verantwoordelijk te maken voor vele problemen die met migratie te maken hebben. Die trend ontstaat niet alleen door de komst van moslims, maar gaat gepaard met de ontzuiling, met het ontstaan van een anti-religieuze intellectuele elite (Peters zelf heeft persoonlijk niets met religie) tot en met het ontstaan van een expliciet anti-islamitische partij, en een reeks van voorstellen die ook door andere partijen worden overgenomen, zoals het afschaffen van het grondrecht op de vrijheid van godsdienst, en het af willen schaffen van scholen op religieuze grondslag. In die stroom van denken is religie alleen acceptabel als het thuis, achter de voordeur wordt beleefd, en heeft het geen plaats in het publieke domein.

Dat proces van het ontstaan van een anti-religieuze politieke stroming in Nederland gaat gepaard met uitsluitingsmechanismen, en een scherpe grens tussen moslims en niet-moslims: de moslims worden in dat denken als “niet-verlicht” gezien wat zou moeten blijken als de afwijzing van homoseksualiteit en gelijkheid van vrouwen. Met als impliciete of expliciete conclusie dat moslims hier niet horen, dat ze niet passen in onze democratie tenzij ze hun geloof radicaal hervormen of er helemaal van afzien. En die gedachte speelt mee wanneer de overheid moet beslissen of culturele en sociale activiteiten van islamitische organisaties, of activiteiten die voornamelijk voor moslims zijn bedoeld wel gesubsidieerd moeten worden.

Peters gaat er van uit dat die manier van denken waarmee moslims worden uitgesloten aan verandering onderhevig is, en neigt naar absolutisme, met minder ruimte voor nuance. Dat denken wordt opgehangen aan het principe van de scheiding tussen kerk en staat, dat ‘wij’ geacht horen aan te hangen, en ‘zij’, de moslims niet.

Nu zijn er in Europa verschillen van interpretatie over hoe die scheiding tussen kerk en staat vorm moet krijgen – in het Franse model hoort religie niet meer zichtbaar te zijn in het openbare leven – maar in Nederland was daar lang een ander model gangbaar. Het interessante, zegt Peters, is dat die scheiding tussen kerk en staat niet is vastgelegd in de Grondwet. Wat we daar vinden is de vrijheid van godsdienst, artikel 6, en het gelijkheidsprincipe, artikel 1. Met de impliciete aanname dat de overheid zich neutraal gedraagt ten opzichte van religie en religieuze organisaties. Er wordt dus feitelijk geen uitspraak gedaan over de rol van religie in het openbare domein. In Nederland is het altijd gewoon geweest dat religie zichtbaar was, en zich ook – zie de christelijke partijen – vermengd met de politiek. Feitelijk speelt de overheid een grote rol in het mogelijk maken van die godsdienstvrijheid, door bijvoorbeeld ritueel slachten wettelijk te regelen, religieuze begraafplaatsen toe te staan, en zich er mee te bemoeien dat er religieuze bijstand mogelijk is in het leger en in gevangenissen, door zelf pastors en imams aan te stellen.

a-islam-10-of-1.jpg

a-islam-11-of-1.jpg

a-islam-17-of-1.jpg

a-islam-28-of-1.jpg

Maar ook duidelijk is dat de politieke trend steeds meer de richting op gaat van het Franse model, zie de hoofddoekendiscussie, en neigt naar het verbieden van godsdienstonderwijs op openbare scholen, het afwijzen van imams die om godsdienstige redenen geen handen willen schudden met iemand van de andere sekse, en activiteiten waarbij de seksen zijn gescheiden (zoals nu zelfs de inburgeringscursussen niet meer in gescheiden groepen gegeven zouden mogen worden).

In mijn tijd, zegt Peters, was het nog heel gewoon dat kinderen op openbare scholen naar katholieke cq protestante les gingen. En, denk ik er meteen bij, in mijn tijd werden vrouwengroepen nog uitbundig gesubsidieerd door de overheid – gaf ik zelf niet twintig jaar lang les aan de eerste door de staat erkende opleiding voor vrouwenhulpverlening – waarbij mannen niet werden toegelaten in de lesgroepen. Het is alsof we een kwart eeuw vrouwenemancipatie – inclusief het recht om onderwijs in vrouwengroepen te volgen als dat functioneel was – eenvoudig zijn vergeten, als we nu tegen migrantenvrouwen zeggen dat inburgeringsklasjes voor vrouwen niet mogen omdat ‘wij’ dat hier zo niet doen.

Maar tegelijkertijd bemoeit de overheid zich wel degelijk met het reguleren van godsdienst: er wordt namelijk wel voor subsidie gepleit als dat de ‘gematigde’ islam zou bevorderen, meer aan Nederland aangepaste imams worden opgeleid, of moskeeën bereid zijn zich meer aan te passen aan de veronderstelde Nederlandse waarden. Er is dus feitelijk geen kwestie van dat de Nederlandse overheid zich neutraal opstelt tegenover religie: in toenemende mate gaat die zich er mee bemoeien.

Dit is het opmerkelijke: dat het Nederlandse model steeds meer op het Turkse gaat lijken. Daar is sprake van twee naast elkaar bestaande principes: dat de uitingen van religie zoveel mogelijk uit het openbare terrein worden geweerd – zie het verbod op hoofddoeken in gebouwen van de overheid, inclusief universiteiten – en tegelijkertijd staat de islam onder strikte controle van Diyanet, het overheidsorgaan dat over religieuze zaken gaat.

Waar wij in Nederland heen gaan, zegt Peters, heeft dus heel weinig meer te maken met de scheiding van kerk en staat, en de neutraliteit van de overheid, die eens kenmerkend waren in de Nederlandse cultuur. De staat gaat zich veel meer dan vroeger bemoeien met godsdienst, en bepalen wat wenselijk en niet wenselijk is. Onze overheid wordt steeds Turkser.
Dat is nog eens een invloed van onze Nieuwe Nederlanders die we niet hadden verwacht.

(wordt vervolgd)

9 gedachten over “Islam in Europa (1)

  1. Interessante visie van Ruud Peters. In het Nederlandse kader, waarin geen sprake is van een strikte scheiding kerk-staat, krijg je al snel dat de overheid zich toch gaat mengen in zaken van religie. Door bijvoorbeeld bewust progressief-islamitische bewegingen/ideeen financieel te stimuleren. Een kwalijke tendens, ongetwijfeld met de beste bedoelingen, maar onherroepelijk leidend tot inderdaad een soort Turks model. De Nederlandse overheid schijnt niet te willen begrijpen dat faciliteren van godsdienstvrijheid voor die overheid volstaat. Zoals ook vroeger religieuze minderhden (joodse, russisch orthodoxe enz. enz.) werd toegestaan en mogelijk gemaakt om hun religie te beleven, eigen instituten op te richten (zo waren er ook joodse ziekenhuizen en inrichtingen) eigen tempels te bouwen, eigen begraafplaatsen. Het willen verbieden van dergelijke rechten voor sommige groepen, zoals de PVV nu voorstaat, staat haaks op deze plicht van een westerse democratie. En het vertroebelt gigantisch de serieuze kwestie over het toestaan/faciliteren/financieren van religieuze meningen die onze westerse rechtsorde verwerpen. Triest aan de huidige situatie vind ik vooral dat beide ‘kampen’ zich terugtrekken in absolutistische meningen (de islam is fout-geen moskeeen versus de islam is perfect-geef alle moslims alle ruimte
    ), zodat de werkelijke vragen blijven liggen en de sfeer danig verpest wordt. Je kunt zeer wel gefundeerd boerka’s/radicale imams/abject gedrag veroordelen zonder een islamofoob te zijn.
    Overigens, dat stukje over ‘moeten we nu ook over een Indonesische islam spreken…’ vind ik bijzonder merkwaardig: in Indonesie is juist altijd sprake geweest van een geheel eigen versie en interpretatie van de islam, vermengd als zij was met inlandse gebruiken, cultuur, recht etc. Er was, en is nog, sprake van een duidelijk Indonesische islam. Dus juist wel relevant als je filosofeert over het ontstaan van een Europese islam!

    Henk Timmerman

  2. Bedankt al vast voor dit heldere verslag.
    Alleen die laatste zin… Er is al lang een proces gaande waarin de overheid steeds meer op een ouderwetse kerk lijkt, die ons voorschrijft wat we moeten denken en hoe we moeten handelen. En ik denk eerder dat de voormalige Sovjet Unie daar een puntje aan had kunnen zuigen. Niet typisch de invloed van “onze Nieuwe Nederlanders”, denk ik.

    Groet,

  3. Dat is een grap, Bert. Niet de invloed van de migranten op zich, maar wel heel duidelijk een reactie er op is waar het echt om gaat.

  4. Opmerkelijk aan Turkije is wel dat “de openbaarheid” wordt afgedwongen door het militaire apparaat; de vraag is wanneer dat hier ook nodig is als de theorie daadwerkelijk klopt.

  5. Ik begrijp niet goed wat je bedoelt Chantal. Verwacht je dat het leger hier ook de religie uit het openbare domein gaat verdringen en welke theorie bedoel je?

    En oké Anja, bedankt.

    Groet,

  6. Chantal bedoelt de theorie dat Nederland op Turkije gaat lijken. En ze vraagt zich af als Nederland inderdaad steeds meer op Turkije gaat lijken, de Nederlandse legertop net als in Turkije gaat dreigen met staatsgrepen als de politieke islam het publiek domein te nadrukkelijk betreedt.
    Wat Chantal tussen de regels door eigenlijk bedoelt te zeggen is dat het Turkse voorbeeld misschien eerder bewijst dat de politieke islam alleen met militaire middelen te beteugelen is, dan iets dat als een nastrevenswaardige situatie gezien moet worden.

  7. Ik ben geen Turkije deskundige, wel weet ik dat het leger in Turkije een veel grotere politieke en ideologische rol heeft dan hier. Zoveel macht zal een Nederlands leger nooit krijgen. Behalve dat Nederland er toe neigt om het Turkse model over te nemen wat betreft omgang met religie, zijn er uiteraard ook veel verschillen.

  8. Ik ben evenmin een Turkije deskundige maar ik denk dat Turkije en Nederland zeer verschillende landen zijn zodat de vergelijking wel erg moeilijk wordt.

    Wel kan ik bevestigen dat de Nederlandse regering zich veel meer bezighoudt met religie en hoe daar invulling aan wordt gegeven maar ik vraag me af of dat nieuw is. Volgens mij is die invloed/betrokkenheid anders of opener geworden maar echt nieuw is het niet. Het seculiere karakter van Nederland was niet zo strikt als velen onder ons willen geloven….

    Onder ons gezegd en gezwegen, zoals de Turken zeggen, je gaat lijken op degene die je het meest kritiseert, aantreden van Turkije als lid van EU was problematisch geweest, deels vanwege de mensenrechten en bescherming van de rechten van minderheden…. en nu gaat Nederland op Turkije lijken….

  9. Het punt lijkt mij dat het verwrongen nationalisme, dat hier opgeld doet – en daar onderdeel van de opvoeding is -, hier uitgaat van een meerderheid, die daar minderheid is. Men mag hopen of bidden dat het niet zo is, maar de conflicten spelen zich nu af langs etnische en religieuze scheidslijnen. Nationalisme is niet langer meer gebonden aan staten zoals in de vorige twee eeuwen, maar aan twee nieuwe ficties: ras en geloof.
    Het nare – men mag hier niet van cynisme reppen heb ik begrepen – is dat het feit dat iets een fictie is, niets afdoet aan de politieke relevantie ervan – zowel hier als daar.
    Of bij de SP.

Reacties zijn gesloten.