Prof. Thijl Sunier over islamonderzoek

a-islam-49-of-1.jpg
(Thijl Sunier, midden)

Onlangs was ik te gast bij de oratie van prof. Thijl Sunier, “Islam in Europa”, aan de VU. Boeiend. Hij pleit ervoor dat het onderzoek naar de islam in Europa zich niet langer beperkt tot de onderwerpen die de politiek belangrijk vinden, met name dus radicalisering en aanpassingsproblemen van jongeren. Zijn uitgangspunt is dat er meer onderzoek moet komen naar de moslims die geen migranten meer zijn, maar allang een onderdeel uitmaken van de Europese samenlevingen. Hij heeft een punt. Hieronder de tekst die verscheen in het NRC, met zijn toestemming hier afgedrukt.

Maar onderzoeker Jean Tillie trok het zich aan dat Sunier zich afzet tegen het onderzoek naar, bijvoorbeeld, radicalisering, alsof je daarmee per definitie een ‘overheidsdienaar’ zou zijn. Heeft hij ook een punt. Zijn reactie is te vinden op het allochtonenweblog, hier. Zouden we misschien het ene kunnen doen en het andere niet laten?

Foto’s gemaakt tijdens de oratie.

“Islamonderzoeker is geen overheidsdienaar”
In twintig jaar tijd is het onderzoek naar de islam in Europa uitgegroeid van een betrekkelijk marginaal thema tot een van de snelst groeiende takken van wetenschap. In vrijwel alle universiteiten in Nederland en daarbuiten zijn onderzoekers op dit terrein actief en veel geld gaat naar onderzoek onder moslims. Daarnaast voeren tal van particuliere onderzoeksbureaus opdrachtonderzoek uit onder moslims. Dit heeft een aantal oorzaken. Ten eerste wordt de aanwezigheid van moslims nog steeds in de eerste plaats in verband gebracht met immigratie. Islam wordt beschouwd als een migrantenreligie. Omdat de meeste moslims in Europa hun wortels elders hebben, bestaat de neiging hun doen en laten vooral te verklaren als een in-, en aanpassingsprobleem: hoe vergaat het mensen met een ‘vreemde’ religie in onze samenleving. Landen in Europa moeten omgaan met de groeiende culturele en religieuze diversiteit vanwege de aanwezigheid van moslims. Overheden willen vooral inzicht in hoe de integratie van deze migranten verloopt. Een belangrijk deel van het onderzoek richt zich dan ook op de vraag hoe overheden daarmee moeten omgaan en tot welke fricties de aanwezigheid van moslims kan leiden.

In de laatste tien jaar heeft het beleid, als gevolg van de aanslagen in Amerika en Europa en de problemen met jongeren in verschillende Europese steden, zich toegespitst op criminaliteit- en radicaliseringpreventie, veiligheid, en een grotere controle op het doen en laten van moslims. Radicalisering onder jonge moslims, confrontaties tussen bewoners in wijken en tal van andere kwesties worden primair beschouwd als integratieproblemen. Europese staten streven ernaar de islam te beteugelen en aan te passen aan nationale omstandigheden. Deze ‘domesticering van de islam’ is een beleidsprioriteit geworden in vrijwel alle landen van Europa.
Vanuit beleidsoogpunt is het misschien begrijpelijk dat overheden primair geïntegreerd zijn in integratievraagstukken en dat het beleidinstrumenten wil ontwikkelen ter voorkoming van radicalisering en criminaliteit, maar onderzoekers moeten niet blindelings deze beleidsprioriteiten volgen, maar hun eigen onderzoeksagenda ontwikkelen.

Dat gebeurt echter veel te weinig. Slinkende onderzoeksbudgetten dwingen onderzoeksinstituten op zoek te gaan naar alternatieve financiering en zo wordt beleidsonderzoek al snel een van de weinige overgebleven opties. Beleidsrelevantie heeft vooral de afgelopen jaren in hoge mate richting gegeven aan het onderzoek onder moslims. Door het onderzoek te concentreren op een relatief klein aantal beleidsrelevante probleemsituaties, blijft verreweg de grootste groep moslims doorgaans buiten het zicht van het onderzoek. Eenzijdig probleemonderzoek levert echter een sterk vertekend beeld op over wat zich onder moslims afspeelt en reduceert hen tot beleidscategorieën. Als gevolg daarvan krijgen de ontwikkeling van de islam in Europa en de ervaringen van gewone moslims niet de aandacht van onderzoekers die zij verdienen. Hier doet zich een merkwaardige paradox voor. Terwijl de islam door beleid en publiek wordt beschouwd als de sleutel tot het begrijpen van wat zich onder migranten met een islamitische achtergrond afspeelt, is de ontwikkeling van geloofsbeleving en geloofspraktijk onder moslims eigenlijk geen onderwerp van onderzoek.

Het gevolg van deze wetenschappelijke blikvernauwing is dat belangrijke vragen ten aanzien van de islam in Europa blijven liggen of te weinig aandacht krijgen. Onderzoekers moeten zich veel meer richten op de vraag hoe de islam vorm krijgt in Europese samenlevingen. Uitgangspunt moet daarbij zijn dat de meeste moslims geen migranten meer zijn, maar al lang een integraal onderdeel van de Europese samenlevingen uitmaken, en zijn geïntegreerd. Uitgangspunt moet ook zijn dat religieuze overtuiging in de meeste gevallen geen negatieve keuze is. Dat levert ook voor beleidsmakers belangrijke inzichten op, ook voor de problemen die zich onmiskenbaar voordoen.

a-islam-52-of-1.jpg

a-islam-51-of-1.jpg

a-islam-53-of-1.jpg

a-islam-54-of-1.jpg

Er zijn drie terreinen die in het bijzonder te lijden hebben van een te grote nadruk op integratieproblematiek. Ten eerste moet het onderzoek naar de islambeleving onder jongeren zich niet beperken tot radicalisering en aanpassingsproblemen, maar alle vormen van religiositeit in het onderzoek betrekken. Te vaak wordt alleen gekeken naar moskeebezoek, terwijl voor veel jongeren hun religiositeit op heel andere manieren en met andere middelen vorm krijgt, bijvoorbeeld in muziek en populaire cultuur. Ten tweede moet het onderzoek naar het dagelijks leven in wijken en de manier waarop gewone moslims islam inpassen in hun dagelijks leven veel meer aandacht krijgen. Oude wijken staan niet zelden synoniem voor vergaarbakken van problemen. Dat levert een sterk vertekend beeld op. In plaats van snel onderzoek naar problemen zou er weer meer langdurig wijkonderzoek moeten plaatsvinden.

Daar is nu geen tijd en geen geld voor. Ten derde moet er onderzoek gedaan worden naar nieuwe vormen van islamitisch leiderschap. Aan de ene kant wordt aan islamitische leiders en geestelijken een enorme invloed op moslims toegeschreven en worden ze ingezet om een keur aan problemen op te lossen. Aan de andere kant worden hun activiteiten en denkbeelden juist met argusogen bekeken en probeert men hun invloed in te dammen. Hun rol is echter van groot belang voor de vraag hoe de islam in Europa er in de nabije toekomst uit zal zien.

10 gedachten over “Prof. Thijl Sunier over islamonderzoek

  1. Zonder inhoudelijk op de stellingen in te gaan, wekt deze positionering de indruk dat wetenschappelijk onderzoek ten dienste zou moeten staan van het oplossen van maatschappelijke vraagstukken. Volgens mij moet de wetenschap helemaal niks. Het staat onderzoekers vrij te onderzoeken wat hen interesseert. Dat Sunier zelf een bepaald voorkeursgebied heeft en een wat andere invalshoek wil kiezen prima, maar verwijt andere wetenschappers niet hun keuzes, alhoewel die -toegegeven- eveneens door politieke motieven ingegeven kunnen zijn.

    Overigens vind ik wel interessant dat er geconstateerd wordt dat er zo veel niet-canonieke vormen van religiebeleving zijn. Een teken des tijds zou ik zeggen. Ik vraag me als niet-gelovige altijd wel af als iedereen daar een individuele invulling aan gaat geven, wat dan nog de betekenis ervan is. Dan kan in inderdaad gemakkelijk in de wollige wereld van het “allemaal in dezelfde God geloven” terecht komen. Wel zo gezellig en dan hebben we nooit meer ruzie. Zoiets als de coalitieaccoorden: we zeggen hetzelfde, maar we bedoelen allemaal iets anders.

  2. Overigens vind ik dat wel prachtig gevonden: ‘domesticering van de islam’.
    Vrije moslims en gedomesticeerde moslims;
    vrije geesten en gedomesticeerde geesten.

    Groet,

  3. Ik ben het hier dus mee eens: De aandacht moet op de juiste zaken liggen en lijkt (ook voor mij!) teveel verschoven te zijn naar verschillen i.p.v. overeenkomsten. Mag ik wijzen op een zeer aardig rapport van de Bertelsmann Stiftung?: De Religionsmonitor 2008-Muslimische Religiosität in deutschland. Geeft je in ieder geval een betere kijk op het ‘probleem’
    Zie:http://www.bertelsmann-stiftung.de/cps/rde/xchg/SID-D0CA359A-3CB766DD/bst/hs.xsl/nachrichten_98902.htm Op deze pagina is ook het rapport te downloaden.

  4. Ter aanvulling. De zin ‘geeft je een betere kijk op het probleem’ is NIET sarcastisch bedoeld. Het rapport geeft je echt een betere kijk op de belevingswereld en nuanceert eigen vooroordelen of haalt ze zelfs onderuit.

  5. Moslims zijn tolerant tegenover andere godsdiensten, zegt dat rapport, hier.

    “Die in Deutschland lebenden Muslime sind einerseits sehr religiös, andererseits in Glaubensdingen aber deutlich toleranter als von ihren Mitbürgern vielleicht vermutet wird”.

    Die hohe Religiosität ist gepaart mit einer pluralistischen und toleranten Einstellung. 86 Prozent stimmen der Aussage zu, dass man gegenüber anderen Religionen offen sein sollte, nur 6 Prozent der Befragten lehnen dies ab. Diese hohe Akzeptanz von religiösem Pluralismus geht auch einher mit einer differenzierten Sicht auf die eigene Religion. Mehr als die Hälfte der Muslime ist nicht davon überzeugt, dass in religiösen Fragen vor allem die eigene Religion Recht habe, lediglich 24 Prozent stimmen dieser Aussage zu. Für mehr als die Hälfte der Befragten hat die Religosität keinen oder wenig Einfluss auf politische Entscheidungen. Einen stärkeren Einfluss räumen lediglich 16 Prozent ein.

    Die Sonderstudie “Muslimische Religiosität in Deutschland” fußt auf einer repräsentativen Befragung unter 2.007 in Deutschland lebenden Muslimen über 18 Jahren.

    Het is altijd mooi om bevestiging te krijgen, Ilse, maar dit is wat we in Nederland ook al weten – dat wil zeggen: wie het weten wil.

  6. # 3

    De aandacht moet op de juiste zaken liggen…??? Hoe nu ? Wie bepaalt wat juist is en wat niet ? Dat lijkt me nu net niet de manier waarop wetenschap bedreven wordt. Er is aantoonbaar een probleem met radicalisering -zie de internationale vertaktheid van terrorisme-, wat onverlet laat dat de meeste moslims hier niks mee te schaften hebben. En dus worden beide gezichtspunten bediend-door verschillende wetenschappers. Maar er is geen “juist” gezichtspunt. Er is alleen wetenschap, en die laat zich verder hopelijk niet voor politieke karretjes spannen.

  7. (6)Ik had hier niet het woord ‘moet’ moeten gebruiken. Dit is te dwingend. De wetenschap is heel goed in staat antwoorden te vinden op niet begrepen zaken en behoort vrij te zijn.
    Je schreef: ‘Er is aantoonbaar een probleem met radicalisering’. Niemand zal dat denk ik ontkennen. Waar het mij om gaat is dat als ik een avondje Google ik heel veel tegenkom dat ‘de Islam’ een geweldadige godsdienst is. Dit is een soort zelfbevestigend fenomeen geworden. Het eindresultaat begint sterk te neigen naar: Het is de schuld van de Moslims. En dat is een mening die men (althans ik) heel vaak tegenkomt.
    Het rapport waar ik op wees zegt iets anders. Dat praat over tolerantie. Over begrip. Over acceptatie van andersdenkenden. Zoiets zet mij persoonlijk aan het denken en laat mij bij mijzelf de vraag stellen: Zie ik het verkeerd? Wordt ik verkeerd geïnformeerd? Bepaal ik mijn standpunt op onjuiste veronderstellingen? En als dat zo is: Hoe komt dat dan? Wie, of wat, heeft er belang bij dat ik tot die mening kom?

    Vanavond is in het journaal te zien dat er weer 150 mensen bij een bomaanslag om het leven zijn gekomen. Je kan een burger horen vragen: Waarom doet men zoiets? Waarom doen ze ons dit aan? Waarom? Ja, waarom? Dat is waar ik boos om ben. Heel boos. En daarom heb ik in een andere post gezegd: ‘Het gaat niet om minaretten’. En daarom behoort de aandacht te liggen op de werkelijke zaken en niet vervuild te zijn met meningen die ontstaan doordat men bang is geworden. Want de onderbuik is angst. Soms ook bij mij. Maar als ik wil vechten en wil strijden dan wil niet tegen ‘De Moslims’ strijden. Dan wil ik strijden op het front waar gestreden moet worden. Anders bevecht ik onschuldigen. Nooit zal ik dat willen doen.

    Seneca zei: Religie wordt door simpele mensen beschouwd als waar, door wijzen als vals en door heersers als nuttig.
    Religie is door de eeuwen heen gebruikt als machtsmiddel. Dat speelt nu ook. En dat heeft niets te maken met ‘simpele mensen die religie als waar beschouwen’. De pijlen zouden gericht moeten worden op ‘leiders’ die religie als machtsinstrument gebruiken. Niet op eenvoudige gelovigen.

  8. Pingback: Thijl Sunier in NRC Handelsblad « Standplaats Wereld

  9. Er wordt hier regelmatig gesproken over de “boze blanke man cq autochtoon”. Het vreemde is dat de meeste Islam-bestudeerders (zie foto boven en ook elders op de site) , ook vrijwel allemaal blank,man en autochtoon zijn. Ze zijn alleen niet boos. Maar geestig vind ik het eigenlijk wel…

  10. Een groot deel van de geijkte islamofoben bestaat uit boze blanke mannen, Peter, zoals ik op mijn weblog regelmatig kan waarnemen, maar dat betekent niet dat er geen autochtone blanke mannen zijn die nadenken. En vrouwen.

Reacties zijn gesloten.