De paradigmastrijd: hoe we naar het conflict Palestina/Israël kijken

(Voor de vaste gasten op dit weblog is het onderstaande stuk al gesneden koek. Ik heb het op dit weblog gezet als service voor de mensen die het idee ‘paradigmastrijd’ nog niet kennen en er mogelijk wat aan hebben.)

Denkraam

Wanneer meningen botsen en emoties hoog oplopen gaat het vaak om meer dan dat mensen toevallig ergens een andere opinie over hebben. De kwestie Israël/Palestina is zo’n kwestie: een vergaand gepolariseerd debat – als je het nog een debat kunt noemen – waarin de posities meestal vast staan en niet gauw zullen verschuiven. Een hulpmiddel om te begrijpen waarom de discussie zo polariseert is het begrip ‘paradigma’. Te vertalen als: een kijkhouding, een bril waardoor we de werkelijkheid bekijken. Een ‘denkraam’ noemde Marten Toonder dat eens. Het verschil tussen een mening en een paradigma is dit: bij een mening zeggen we: dat vind ik zo. Bij een paradigma: dat is zo.

Van onze paradigma’s zijn we ons zelden bewust. Dat hoeft ook niet, want als we geloven dat de werkelijkheid nu eenmaal zo is, dan hoef je daar verder niet over na te denken. In die paradigma’s hebben we meestal veel geïnvesteerd, ons zelfbeeld, onze identiteit of onze visie op de wereld zijn er op gebouwd. Er zijn soms veel emoties aan verbonden, of gevoelens van loyaliteit. Dus wie al of niet per ongeluk op iemands paradigma gaat staan kan een heftige reactie verwachten. Mensen geven misschien wel eens een mening op, maar voor een echte ‘paradigm-shift’ is meer nodig. Dat gaat meestal gepaard met een crisisachtig proces.

Ik kan daar uit eigen ervaring een illustratie van geven.

Eens ging ik met een joodse geliefde naar Israël. Gewoon als toerist. We deden Jeruzalem, Bethlehem, het meer van Galilea, de Dode Zee, Massada, lieten ons vertellen welke gebouwen (het bleek later een oude moskee te zijn) deel uitmaakten van het paleis van koning David uit de glorierijke tijd van het eerste rijk Israël, en ik luisterde vrijwel kritiekloos naar onze gids Batya die nog een grapje maakte dat ze eigenlijk Palestijnse was, want al voor 1948 in Palestina geboren. Er was maar een moment dat ik even dacht: klopt dit wel? toen Batya wees op een rij armoedige betonnen huisjes en zei: kijk, dit hebben wij de Arabieren gegeven, en kijk eens wat voor een rotzooi ze er van maken. Even weerde zich mijn socialistische hart. Maar ik zei niks, en vergat het weer.

Dat ik zo kritiekloos keek had er niet alleen mee te maken dat we alleen te zien kregen wat Israël ons toeristen wilden laten zien – we zagen zeker geen Palestijnen – maar had ook te maken met mijn achtergrond. Zoals zoveel Nederlanders voor wie de oorlog – de onze – nog dichtbij was had ik zo gauw ik me ervan bewust werd meegeleefd met het lot van de joden, die onbegrijpelijke, verschrikkelijke, industriële massamoord. Familie van mij had in het verzet gezeten. Ik had veel joodse vrienden. Ik kende de verhalen, van wie er niet meer waren terug gekomen. Ik las er alles over wat ik vinden kon, en begreep het nog niet. Hoe dat had kunnen gebeuren in een ‘beschaafd’ land. En hoe het kon dat ook Nederlanders de andere kant op keken als er joodse buren werden weggehaald, of die zelfs hadden verraden. Als tegenwicht was ik ontroerd door het verhaal van het jonge Israël, en ik vormde als zoveel mensen een romantisch beeld van kibbutzim en volksdansende jonge mensen, en vond Exodus met Paul Newman een prachtige film.

Mocht er al iets tot me doordringen van kritiek op dat mooie nieuwe land, woonden er niet ook Arabieren? dan dacht ik wat ongeveer iedereen toen dacht: een klein land voor de joden die anders nergens hebben om naar toe te gaan, tussen al die Arabische landen, laat dat ene kleine joodse land toch met rust. Onrecht tegenover de Arabieren? Welke staat was niet opgericht zonder onrecht. En viel dat niet weg tegen dat enorme dodelijke onrecht dat de joden in Europa was aangedaan?

Wat maakte dat ik op een gegeven ogenblik toch van paradigma veranderde? Vrienden, mensen die ik vertrouwde die me er op wezen dat ik weinig van de Palestijnen wist. Een kennismaking met mijn eerste ‘echte’ Palestijn, Leila Shahid, die toen Palestina vertegenwoordigde in Den Haag: een buitengewoon charmante ronde vrouw die binnen vijf minuten begreep dat ik een volstrekt onbenul was in de kwestie en vrolijk aan de gang ging om mij een ‘spoedcursus Palestijnen’ te geven. En het belangrijkste: mijn bezoek aan Gaza. Dat was schokkend, want wat ik meemaakte, rijen wachtende arbeiders die in Israel voor een hongerloon mochten gaan werken, stond haaks op alles wat ik dacht te weten. Toen was het niet meer mogelijk voor me om mijn ogen te sluiten, en bij mijn kritiekloze houding ten opzichte van Israël te blijven. Want dat het er mis was, was meteen duidelijk. En ik dacht: waarom wist ik dat niet? Kon ik het niet weten? Wilde ik het niet weten? Ik had het kunnen weten want er waren veel mensen, die van het Palestina Komitee bijvoorbeeld, die al jaren informatie verspreidden, maar kennelijk liet ik dat, ondanks het feit dat ik links was en mezelf aardig politiek bewust vond, niet tot me doordringen.

Ik ging op onderzoek, las, ging naar conferenties, ging terug naar Gaza maar ook naar Israël, sprak met vredesactivisten en historici, maakte kennis met Palestijnen in Israël, ging naar de Westoever, Jeruzalem. En kwam steeds meer tot de pijnlijke ontdekking dat ik al die tijd maar een kant van het verhaal had gezien. Als ik dat al tamelijk pijnlijk vond, dan geldt dat nog veel meer voor mensen die meer emoties geïnvesteerd hebben in hun band met Israël. Ik raakte er een paar vrienden door kwijt – en kreeg er een boel voor terug – maar in wezen hoefde ik niets anders te doen dan eerlijk te blijven en op onderzoek uit te gaan.

Nu herken ik die manier van kijken, die bril waardoorheen ik in het begin naar de werkelijkheid kijk, als paradigma 1. Ik keek vanuit het Israëlische verhaal en liet het Palestijnse verhaal weg.

Drie paradigma’s

Er zijn, grofweg, drie manieren waarmee we naar het Israël/Palestina conflict kijken.

Paradigma 1: Israël is een klein land, een toevluchtsoord voor de joden, overlevenden van de holocaust en overal ter wereld vervolgd, een klein land dat zich staande moet houden in een vijandige, Arabische wereld.

Paradigma 2: Joodse Israëli’s en Palestijnen vechten alletwee om hetzelfde stukje land.

Paradigma 3: Israël is een bezettende mogendheid die de Palestijnen bij de stichting van de staat heeft onteigend en verdreven en daar nog steeds mee doorgaat.
En dan komt er nog een stap 4, daar kom ik nog op.

Het is duidelijk dat het in deze indeling gaat om de schuldvraag, of wie dat te katholiek vindt, om de verantwoordelijkheid. Of met andere woorden: wie zijn de slachtoffers, wie de daders? Voor de aanhangers van paradigma 1, ik zal ze in dit boek vaak de apologeten van Israël noemen, is het duidelijk dat Israël geen blaam treft voor de situatie waar ze zich nu in bevinden. Joden hadden het recht om ‘terug te keren’ naar Palestina. Het waren de Arabieren die het verdelingsplan niet accepteerden, die de oorlog begonnen, die in de geschiedenis erna weigerden om vrede te sluiten. Israël doet niets anders dan zich te verdedigen, het laatst in de Gazaoorlog van december 2008 – januari 2009. Hadden de Palestijnen maar geen raketten af moeten schieten naar onschuldige Israëlische burgers. In paradigma 1 zijn de joodse Israëli’s de slachtoffers, en de Palestijnen, of Arabieren, de daders.

Voor wie een aanhanger is van paradigma 2 ligt de waarheid in het midden. Het is een kwestie van waar er twee vechten er twee schuld hebben, en in hun ogen gaat het om twee partijen die alletwee geen concessies willen doen, en maar door blijven vechten. Schenden niet alletwee de partijen de mensenrechten? Het kan wel zijn dat Israël niet altijd gelijk heeft om bommen af te gooien in Gaza, maar aan de andere kant: die Palestijnen houden toch ook niet op met hun terreur. En het is toch duidelijk, ook als Israël last heeft van fanatieke kolonisten die de Westoever bezet houden, dan zijn er aan de andere kant toch ook fanatieke extremisten zoals die van Hamas die het liefst alle joden de zee in willen drijven. Toch? Is het dan niet beter om maar geen partij te kiezen? In paradigma 2 zijn beide partijen daders en slachtoffers – van elkaar.

Maar wie in paradigma 3 staat gaat verder terug dan de constatering dat er twee partijen zijn die elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Edward Said zei het: de Palestijnen zijn de slachtoffers van de slachtoffers. Voor paradigma 3 moeten we terug in de geschiedenis. Constateren dat de zionistische joden uit Europa een joodse staat wilden vestigen in een land waar al een ander volk leefde. Palestijnen. Die zich verzetten maar verloren, toen de zionisten met de hulp van het westen een eigen staat vestigden, en er rondom 1948 een grootscheepse etnische zuivering plaats vond – wanneer Israël zijn onafhankelijkheid viert, herdenken de Palestijnen hun nakba, de grote ramp die hen hun land ontnam, en hen maakte tot ballingen, vluchtelingen, tweederangsburgers, of mensen die onder een militaire bezetting moeten leven.

In mijn ogen hebben de verschillende paradigma’s niet hetzelfde ‘soortelijke gewicht’, het is niet alleen een kwestie van aan de Israëlische of aan de Palestijnse kant te staan: de oplossing zou zijn dat beide kanten naar elkaar luisteren en ergens in het midden uitkomen: veel goedbedoelde ‘dialoog’ projecten zijn op die gedachte gebaseerd. Ik heb er geen moeite mee om te begrijpen waarom veel mensen zich identificeren met Israël, ik ben er ook geweest, ik heb het eens ook bewonderd. Ik begrijp heel goed hoe moeilijk het is om die gesloten wereld van paradigma 1 te verlaten, en hoeveel dat te maken kan hebben met loyaliteit, aan de levenden maar vooral aan de doden, en met existentiële angst en onverwerkt trauma.

In mijn paradigma 3 is het verhaal van Israël al opgesloten. Alleen, dat is niet langer alleen maar het verhaal van slachtoffers die een veilige haven zochten, het is ook het verhaal van een koloniaal project dat slachtoffers maakte. En dat is wat de mensen in paradigma 1 niet willen horen. Een reden waarom het bijna onmogelijk is om een werkelijk gesprek te voeren, is omdat de verdedigers van Israël hun houding alleen kunnen handhaven door de realiteit van de Palestijnen, hun nakba, te ontkennen. En tegen ontkenning valt moeilijk op te discussiëren.

Waarom is het zo moeilijk?

Waarom is nu uitgerekend dit historische conflict over Israël en Palestina zo lastig, en waarom verstrikken we ons zo makkelijk in een paradigmastrijd? Waarom is er, om een voorbeeld te nemen, nog steeds geen sprake van een brede beweging om te helpen het conflict op te lossen, zoals dat er uiteindelijk wel kwam bij de anti-apartheidsstrijd? Waarom hoor ik zoveel mensen binnenskamers kritiek uiten op Israël maar er van terugschrikken om dat in het openbaar te doen?

Een aantal factoren:
1. De joden zijn in de Europese geschiedenis extreem slachtoffer geworden van antisemitisme en vervolging. Europa heeft wat dat betreft boter op het hoofd. Op wat verzet na hebben we het laten gebeuren. We zien de joden dus (terecht) als extreme slachtoffers van de geschiedenis. En in ons denken is het heel moeilijk om onder ogen te zien dat de slachtoffers van toen, of hun nazaten de daders van vandaag kunnen zijn. De Palestijnen maken het ons niet makkelijk (of juist wel, als we absoluut in paradigma 1 willen blijven) door zich niet als schuldeloze slachtoffers te blijven gedragen maar zich te verzetten met alle middelen die ze hebben. En daarbij zelf ook slachtoffers te maken. In de paradigmastrijd gaat het dus steeds over wie de ware daders zijn en wie de ware slachtoffers.

2. Toen Israël werd gesticht op land waar al andere mensen woonden leefden we nog in de nadagen van het kolonialisme. In Europa was weinig sympathie voor ‘inheemse volken’. De Palestijnen werden niet gezien als mensen die dáár woonden, maar als deel van een anonieme massa primitieve Arabieren die net zo goed ergens anders heen konden. Dat oude kolonialisme is inmiddels vervangen door een westers anti-islamisme, opgekomen onder invloed van migratieproblemen en terreuraanslagen. In het populistische denken kan het verzet van de Palestijnen eenvoudig opgeteld worden bij de moslimfundamentalistische terreur van al Qaida. Sharon kreeg hulp in de ‘oorlog tegen het terrorisme’ van Bush, en probeerde het Palestijnse verzet als moslimterreur weg te declareren. Met veel succes: veel mensen zagen Arafat in de eerste plaats als een terrorist. Vervolgens valt heel Gaza of zelfs alle Palestijnen samen met Hamas, en dat zijn zeker terroristen, denkt men.

3. Veel Europeanen voelen zich meer verwant met Israël dan met de Palestijnen, die Arabieren zijn. Dat is ook niet voor niets: de stichters van Israël, de ashkenazische joden, kwamen, anders dan de mizrahim, de Arabische joden, uit de Europese cultuur. Israël maakt er ook geen geheim van liever bij Europa te willen horen dan deel uit te maken van het Midden Oosten. Ook wordt er voortdurend benadrukt dat ‘Israël de enige democratie in het Midden Oosten’ is. Ondanks het feit dat het met die democratie nogal tegenvalt doet dat een beroep op het westerse gevoel dat Israël een fort van beschaving is tegen de oprukkende barbarij. Zeker nu de angst voor de ‘islamisering’ in de wereld toeneemt is dat een argument dat bij een deel van de bevolking goed aankomt.

4. Voor veel mensen is het te moeilijk om de stap naar paradigma 3 te maken, omdat het lijkt alsof je niet alleen Israël aanvalt maar alle joden. Daar wordt ook naarstig gebruik van gemaakt door de mensen uit paradigma 1. Met de boodschap dat Israël het land is van alle joden, en dus eigenlijk ook de enige legitieme vertegenwoordiger van alle joden (die het niet zijn gevraagd overigens) wordt tevens gesuggereerd dat wie kritiek heeft op Israël eigenlijk joden in het algemeen aanvalt en dus een antisemiet is. Dat is in ons schuldbewuste Europa een zware beschuldiging, en veel mensen schieten dan ook als een haas weer terug naar 2. Zeker voor mensen die joodse familie of vrienden hebben die erg aan paradigma 1 hangen, of op andere manier banden hebben met Israël, is het niet alleen een kwestie van mening te veranderen, maar kan het gaan om diepe gevoelens van loyaliteit en verraad.

5. En als laatste is er het misverstand dat wie opkomt voor de rechten van de Palestijnen automatisch anti-Israël is. Niet alleen tegen de huidige politieke lijn van Israël, maar tegen het gehele bestaan van Israël op zich. Daarbij wordt zelden een onderscheid gemaakt of je, zoals ik, zegt: ik ben niet tegen het bestaan van Israël, maar ik vind dat het tijd wordt dat het een gewone democratie wordt met gelijke rechten voor alle burgers ongeacht etniciteit of geloof, of dat je het bestaansrecht van Israel compleet zou ontkennen. Ook zeggen dat Israel een normale democratie zou moeten worden – en dus feitelijk het zionisme op zou moeten geven, wordt vaak opgevat als een poging om de joodse staat om zeep te helpen wat ongeveer gelijk zou staan aan alle joden de zee in willen drijven.

Meer dan die drie mogelijkheden, met enige variatie en nuance, zijn er niet. De een is de hoofdschuldige, de andere is de hoofdschuldige, of alle twee zijn verantwoordelijk. Maar daar houdt het voor mij nog niet op. Waar het voor mij ook nog om gaat is de volgende stap: dat het niet alleen de Palestijnen zijn die slachtoffer zijn van de situatie, maar uiteindelijk ook Israël zichzelf kapot maakt. Moreel kapot. Ook voor veel joden niet meer een land waar ze willen leven, waar ze zich mee wensen te identificeren of dat ze willen verdedigen.

Het is nog moeilijker om de stap van 3 naar 4 te maken en stand te houden. Ja, ik sta achter de Palestijnen. Nee, dat betekent niet dat ik tegen Israël ben. Want let op: wie zien we nu als de ware vrienden van Zuid Afrika? Zijn dat de mensen die destijds de apartheid verdedigden?

Er zijn dus redenen waarom Europeanen in het algemeen en Nederlanders in het bijzonder haast automatisch achter Israël stonden. Toch kunnen we zien dat ook collectief gedragen paradigma’s kunnen verschuiven. In Nederland is waarneembaar dat een meerderheid, ook in de politiek en de media, langzaamaan van 1 naar 2 is opgeschoven. Voor veel van hen is paradigma 3 nog net een brug te ver, maar ook de kritische groep groeit. Paradigma 3 is vooral een brug te ver voor mensen die bang zijn om als ‘eenzijdig’ gezin te worden. Het lijkt veiliger om geen partij te kiezen, dan ben je wel betrokken, maar loopt geen risico op ruzies en agressie – want iedereen die in Nederland haar of zijn nek heeft uitgestoken voor de Palestijnen (en uiteindelijk dus ook voor Israël) weet dat de beschuldigingen van antisemitisme klaar liggen. Toch denk ik dat het getij aan het veranderen is. Twee oorzaken zie ik daarvoor: de eerste is dat het oude schuldbesef vanwege de jodenvervolging voor de jongere generaties aan het vervagen is. De vraag is hoelang je iedereen die joods is, ook de jonge soldaat die een oude Palestijnse opa bij een checkpoint uren laat wachten nog als slachtoffer wilt zien. Ondanks het feit dat Israël een werkelijk gigantisch pr apparaat heeft ontwikkeld om te proberen de buitenwereld in paradigma 1 te houden – en nee, dit is geen complottheorie over vermeende joodse macht – en ondanks het feit dat Israël de pers zoveel mogelijk buiten de gebieden probeert te houden, met name tijdens de afgelopen oorlog tegen Gaza, lukt het niet meer om de beeldvorming in de hand te houden. We hebben te veel gezien, te veel beelden van dode kinderen, en verwoeste huizen. Uiteindelijk houdt Israël het oordeel van de wereld niet meer tegen.

Framing

Het paradigmaverhaal gaat dus over de manier waarop wij naar het conflict kijken, en in welke termen. Jeff Halper noemt dat ‘framing’ , ook een ander woord voor ‘denkraam’. Hier, bijvoorbeeld, waar het conflict niet over gaat, aan de hand van een opsomming van Allen Dowty.

Wat het ieder geval wat het niet is:

Het is niet een ‘eeuwenoud’ conflict. De wortels ervan liggen in de periode rondom 1880, toen er joodse immigranten naar Palestina kwamen om zich daar te vestigen met de bedoeling de joodse vertegenwoordiging te vergroten. De eerste vorm van zionisme dus. Voor die tijd was er in het gebied geen conflict tussen de er wonenden joden en Arabische christenen en moslims. De geweldadigheid die het huidige conflict kenmerkt was er voor die tijd niet.

Het is niet een conflict dat ontstond uit etnische tegenstellingen, zoals bijvoorbeeld gebeurde in het voormalig Joegoslavie. Voor de zionisten naar Palestina kwamen was er nauwelijks belangstelling voor ‘etniciteit’ – het was ook niet gebruikelijk om joden te zien als een etnische groep. Tot dan toe werden de in Palestina wonende joden gezien als mensen met een specifiek geloof. En daar had de Arabische meerderheid, die ook christenen in haar gelederen telde, geen moeilijkheden mee. De groeiende tegenstelling Arabisch-joods was een gevolg van het conflict, niet de oorzaak.

Ook was het geen religieus conflict. Het oorspronkelijke zionisme was niet religieus. Het eerste verzet tegen het zionisme ging ook niet over religie. Het is wel waar dat religieuze tegenstellingen een rol gingen spelen als gevolg van het conflict, zie de opkomst van de messianistische kolonistenbeweging – God heeft ons dit land gegeven, en de opkomst van Hamas, en dan ook nog de zionistische christenen die pal achter Israel staan, maar het conflict heeft in oorsprong geen religieuze oorzaak. Oorspronkelijk accepteerden zowel moslims, christenen als joden elkaar als ‘volken van het Boek’, als monotheïsten. In islamitische landen werden joden en christenen geaccepteerd als minderheid, ook als ze niet overal en altijd dezelfde status hadden als moslims, en soms beschouwd werden als dhimmi – beschermde mensen – die soms meer belasting moesten betalen maar wel vrijheid van godsdienst hadden. Wanneer de joden die vluchtten voor de Russische pogroms naar de landen van het Ottomaanse Rijk waren gekomen als minderheid die niet meer vroegen dan er te mogen wonen en hun godsdienst te mogen belijden, dan was er geen Arabisch-Israelisch conflict ontstaan.

Ook hier spelen de drie paradigma’s een rol, want de aanhangers van paradigma 1 ‘framen’ het conflict graag in een van de bovengenoemde verklaringswijzen: als de Arabieren altijd al tegen de joden waren, als het gaat om religieuze onverdraagzaamheid (van de moslims, dat spreekt) en etnische haat, dan treft de zionistische joden geen blaam, al kun je je afvragen of het in dat geval wel zo’n goed idee was om je staat in vijandig gebied te vestigen. Het punt is, vanuit paradigma 3, dat alles aan haat en geweld een gevolg was van de vestiging van de joodse staat, en niet de oorzaak van het conflict. Het is juist de ideologie van het zionisme, de gedachte dat joden en niet-joden nooit in vrede samen kunnen leven omdat het antisemitisme onuitroeibaar is, die maakte dat een deel van de Europese joden geloofden dat alleen een eigen exclusief joodse staat hen zou kunnen redden, die de oorsprong was van het conflict. Want in het land waar die joodse staat gesticht moest worden woonden al andere mensen, die niet bereid waren om hun land zomaar af te staan aan een groep Europeanen die beweerden dat zij de rechtmatige eigenaren waren vanwege een geschiedenis van vele eeuwen terug.

Wie begon?

En daarmee samenhangend nog een verschil in de manieren van kijken vanuit de verschillende paradigma’s: het moment dat je de geschiedenis laat beginnen. Voor de aanhangers van paradigma 1 begint elk verhaal met het wangedrag van de Palestijnen. Zij weigerden het verdelingsplan, zij begonnen de oorlog, zij sloegen het ‘genereuze aanbod’ van Barak af, zij begonnen met zelfmoordaanslagen en recenter met raketaanvallen. En in de ogen van de Israël-apologeten kon Israël dan niet anders dan constateren dat er aan de andere kant niemand was om mee te praten, en zich verdedigen met een oorlog tegen de raketafschieters in Gaza. (Zie mijn artikel ‘oorlog als er vrede dreigt’, hier)

“De geschiedenis begin altijd gemakshalve met de aanvallen van Palestijnen op onschuldige joden”, schrijven Zertal en Eldar in hun belangrijke boek over de kolonistenbeweging. “Terrorisme heeft geen wortels, geen redenen, geen verleden”. Terrorisme komt altijd uit de lucht vallen, en kan dus alleen veroorzaakt zijn omdat Palestijnen (Arabieren, moslims) nu eenmaal joden haten en ze allemaal de zee in willen drijven. Paradigma 1 is een verhaal van ontkenning, en van omdraaiing. Vanuit het ene of het andere paradigma zien dezelfde feiten er heel anders uit.

Ik zal dat illustreren.

Voorbeelden

Neem de muur. In 2002 werd besloten om op de Westbank muur te bouwen, naar zeggen als reactie op de zelfmoordaanslagen en dus voor de veiligheid van de Israëlische burgers. Voor de mensen die paradigma 1 aanhangen is het duidelijk: die muur is er voor de veiligheid van Israël, en om Palestijnse zelfmoordterroristen tegen te houden. Zij laten het verhaal beginnen bij de gewelddadige aanvallen van Palestijnen op onschuldige joodse burgers. Maar de kritische mensen van paradigma 3 zagen dat anders. Niet alleen werd er geen moment gepraat over waar het verzet van de Palestijnen vandaan kwam – ook al waren die aanvallen zonder meer af te keuren – en werd er dus niet gepraat over andere mogelijkheden om de aanvallen te stoppen. Wie de route van de muur volgde, die al snel zichtbaar werd, kon duidelijk waarnemen dat die niet werd geplaatst op de ‘groene lijn’, de oude grens tussen Israël en de Westoever van voor 1967, maar diep het land in: de muur ging twee keer zo lang worden dan de grens, en is, als hij af is, 700 km lang. De muur, kortom, zou niet alleen Palestijnen van joden scheiden, maar ook Palestijnen van elkaar. Het argument van de veiligheid werd bovendien tegengesproken door het feit dat er duizenden Palestijnen aan de ‘verkeerde’ kant van de muur terecht zouden komen, klem tussen de muur en Israël. Jeff Halper, die al heel lang bezig was om de ‘matrix of control’ in kaart te brengen, maakte al snel duidelijk dat de muur een onderdeel was van een masterplan om de Westoever in van elkaar af te scheiden Palestijnse territoria op te delen, de grootste nederzettingen feitelijk bij Israël te trekken en dus te annexeren – ook werd duidelijk dat er voor de muur die veel meer is dan een muur of een hek, maar uit een brede ‘veiligheidszone’ bestaat, een grote hoeveelheid bouwland van de Palestijnen werd afgenomen, de bewegingsvrijheid van de bevolking ernstig werd belemmerd, en er dus grote schade aan de Palestijnse economie werd aangericht.

Ik ging op bezoek in Qalquilia, eens een bruisend stadje waar Israëli’s graag naar naar de markt gingen en lekker gingen eten, dat door de omsingeling van de muur een spookstad was geworden, zonder enig toekomstperspectief. Ik sprak met de burgemeester die verdrietig moest constateren dat zijn idee dat het toch mogelijk moest zijn om in gesprek te gaan en vrede te sluiten niet meer aankwam bij zijn eigen kinderen – pas waren er twee Palestijnse jongeren doodgeschoten die het was gelukt om door het afwateringskanaal onder de muur heen te kruipen naar de andere kant: en die muur zou veiligheid moeten bieden voor de Israëli’s? En voor wie nog steeds denkt dat het de muur is die zelfmoordaanslagen heeft tegen gehouden en niet de beslissing van de Palestijnen zelf: wie met mij mee gaat kan ik zo laten zien hoe je van de ene naar de andere kant komt, als je maar de tijd neemt om een stuk om te lopen.

Of neem de raketten. Vanuit Gaza, dat al jaren opgesloten zit achter een muur waar niemand het over heeft (de muur op de Westoever is volgens het Internationale Gerechtshof in Den Haag illegaal) worden raketten afgeschoten naar Israël, en dat is bedreigend voor de burgers, vooral in het zuiden van het land, dichtbij de grens. Het is ook tegen het internationaal recht, want burgers bedreigen mag nooit. Zie je wel, zeggen de mensen van paradigma 1, die Palestijnen willen geen vrede. Heeft Israël toch de kolonisten teruggetrokken uit Gaza, wat krijgen ze er voor terug als dank? Raketten.
Wacht even, zeggen de mensen van paradigma 3, waarom zouden de Palestijnen raketten afschieten? Dit zijn de feiten: terwijl Israël de nederzettingen in Gaza ontruimde werd tegelijk de bezetting, in een nieuwe vorm, opgevoerd. De Palestijnen van Gaza werden steeds verder opgesloten, hun infrastructuur vernietigd, de werkloosheid en de armoede steeg. Welke methoden hadden ze om daar tegen in verzet te komen? Is er op de wereld een instantie te vinden waar ze heen kunnen om hun recht te halen? Welke westerse regering is bereid om hardop te zeggen dat Israël de mensenrechten van de Palestijnen schendt en het internationale recht?

Terroristische aanvallen op Israëlische burgers? Fout, zei een Palestijn eens tegen mij. “Maar weet je hoe je daar een eind aan kan maken? Er zijn twee methoden. De eerste: hef de bezetting op. De tweede: geef ons een normaal leger waarmee we terug kunnen vechten, waarmee we Tel Aviv kunnen bombarderen zoals ze met ons in Gaza doen, en met onze bulldozers de huizen in de nederzettingen kunnen verwoesten, zoals ze dat met onze huizen doen. Denk je dat er nog een jonge man vrijwillig zijn leven op zou geven als hij de kans had om gewoon terug te vechten?”

Bij beide voorbeelden geldt: op welk moment laat je het verhaal beginnen? Als je de muur ziet als zelfverdediging van Israël tegen het verzet van de Palestijnen, kijk je er dan ook naar of die Palestijnen redenen hebben om zich te verzetten? Of laat je de bezetting eenvoudig buiten beschouwing en beschouw je Palestijnen als geboren terroristen en jodenhaters? Waarom schieten de Palestijnen in Gaza raketten af? Omdat dat nu eenmaal hun aard is? Of gebruiken ze verkeerde methoden in een op zich rechtvaardig verzet tegen de bezetting?

Voorbij de schuld

Het is duidelijk waar ik sta in dit verhaal. In paradigma 3. Iemand van paradigma 1 zou dit verhaal nooit kunnen schrijven, want dan moet je erkennen dat er naast een Israëlisch verhaal ook een Palestijns verhaal is, en de kern van paradigma 1 is om dat te ontkennen. Dat maakt de discussie ook zo lastig, want om een werkelijk debat te voeren moet je op zijn minst kunnen erkennen dat er verschillende kanten aan de zaak kunnen zijn. En dat je feiten niet kunt negeren. Iedereen heeft recht op zijn eigen mening – maar niet op zijn eigen feiten.

Maar met paradigma 3 is voor mij het laatste woord nog niet gezegd. Het is niet voldoende om de hoofdschuldige aan te wijzen, al zou het helpen om daar duidelijkheid over te krijgen. Het is voor mij duidelijk dat de Palestijnen lijden onder een groot onrecht dat hen is aangedaan. En het is niet alleen een historisch onrecht dat we zouden moeten erkennen, om het vervolgens naar het verleden te verwijzen en verder te gaan met de geschiedenis: het is nog steeds actueel. De bezetting is na 40 jaar nog niet opgeheven. De situatie van de Palestijnen wordt nog steeds slechter. En ik zal in mijn komende boek -“Oorlog als er vrede dreigt” betogen dat dat ook niet anders kan tot Israël beseft dat ze af moeten van de zionistische gedachte dat ze een exclusief joodse staat moeten blijven.

Want uiteindelijk vind ik dat zowel de Palestijnen als Israël lijden onder de situatie, zij het elk op eigen wijze. Israël is bezig zichzelf tot een paria van de wereld te maken, sluit zich steeds verder op in zichzelf, komt steeds verder af te staan van de moreel hoogstaande samenleving die ze eens dachten voor zichzelf te scheppen. Ze lijden niet alleen onder een economische crisis maar ook onder een morele. Uiteindelijk is een rechtvaardige vrede (met de nadruk op rechtvaardig) niet alleen belangrijk voor de Palestijnen, maar net als voor het witte apartheidsbewind destijds in Zuid Afrika ook voor het voortbestaan van Israël.

Uiteindelijk zal het dus moeten komen tot verzoening, ook in het belang van Israël zelf. Maar voor werkelijke verzoening zijn wel een aantal stappen nodig:
Dat het onrecht is opgehouden.
Dat het onrecht wordt erkend.
Dat de partij aan de ‘daderkant’ oprecht probeert om iets goed te maken.
En dat er aan de ‘slachtofferkant’ ook ruimte is om fouten toe te geven.
Want dit weten we: ook als we kunnen onderkennen dat er een onderscheid te maken is tussen wie de daderkant zijn en wie de slachtofferkant: ook in Israël zijn onschuldige burgers gedood en ook Palestijnen hebben daden gepleegd waarvoor ze zich eens zullen moeten verantwoorden. Zoals dat ook in Zuid-Afrika is gebeurd, dat lang heeft geworsteld met zijn verleden. Daarvoor hadden zij Mandela, die ondanks zijn lange gevangenisschap wist dat hij zich uiteindelijk niet tegen de blanken wilde keren, maar minstens zo belangrijk was de paradigm-shift van de Klerk, die een voorbeeld gaf aan de blanken, waardoor er een einde kon komen aan de strijd.

De denkstappen die mensen moeten maken om van een paradigma naar het volgende te komen zijn niet gering. Van 1 naar 2, erkennen dat het gaat om twee volken, en niet om één volk dat omringd wordt door naamloze vijanden. Van 2 naar 3, erkennen dat het niet gaat om twee gelijke partijen, maar één volk dat onder de voet is gelopen door een ander volk. En van 3 naar 4, over de woede over de onrechtvaardigheid heen beseffen dat er uiteindelijk een verzoening moet komen, om beide volken de gelegenheid te geven een normaal leven te leiden.

De zionistische canon

De aanhangers van paradigma 1 – de Israël-apologeten – bedienen zich over het algemeen van een vast repertoire van argumenten. Die argumenten blijken vrijwel resistent tegen ingebrachte feiten, hoe goed onderzocht en gedocumenteerd ook. Ik noem de belangrijkste:

1.De joden zijn enige rechtmatige bewoners van het land Israël. Daar zijn, naar keuze en soms in combinatie, drie rechtvaardigingen voor: het staat in de bijbel dat het land Israël door God aan de joden was gegeven, de joden zijn de rechtmatige eigenaren van het land omdat er tweeduizend jaar geleden een joods rijk was, waaruit ze door de Romeinen werden verdreven en na eeuwen in de diaspora geleefd te hebben naar terugkeerden, en de holocaust, die rechtvaardigt dat de joden een recht hebben op een eigen land.

2. De Arabieren die er woonden hadden geen recht op dat land. Ten onrechte noemden ze zich Palestijnen, velen van hen kwamen recentelijk naar de regio, aangetrokken door de gunstige economische situatie, geschapen door de eerste zionisten. Israël was ‘een land zonder volk, voor een volk zonder land’. De Arabieren die er woonden, primitieve nomaden en boeren, hadden het land verwaarloosd. De zionisten hebben welvaart gebracht en beschaving, waar ook de Arabieren van profiteerden. Zij brachten ‘de woestijn tot bloei’.

3. Het was de jodenhaat van de Arabieren die hen er toe brachten de naar Palestina gekomen zionisten aan te vallen. Het waren de Arabieren die het verdelingsplan van de VN afwezen, en daarom nog steeds geen eigen staat hebben. Het waren de Arabieren die de oorlog begonnen toen de staat Israël werd uitgeroepen en werden verslagen. Het waren de Palestijnen zelf die daartoe opgeroepen door de Arabische leiders op de vlucht sloegen. Het vluchtelingenprobleem is dus hun eigen schuld, en dat van de Arabische staten die weigerden hen op te nemen en te laten integreren.

4. Israël heeft de Palestijnen vele malen vrede aangeboden, maar zij zelf waren het die dat keer op keer afwezen. ‘De Palestijnen sloegen geen kans over om een kans over te slaan’. Dat was met het Oslo-akkoord, het ‘genereuze aanbod van Barak’ en alle opvolgende mislukte vredesonderhandelingen. De Palestijnen willen dus geen vrede, en er is aan de andere kant ‘niemand om mee te praten’.Vrede met de Palestijnen is niet mogelijk, omdat ze de joodse staat niet accepteren, omdat ze Israël willen vernietigen, omdat ze het geweld niet op willen geven. De Palestijnen voeden hun kinderen op in haat tegen Israël en tegen joden.

5. Israël is de enige democratie in het Midden Oosten. Israël zal nooit aanvallen, maar zich wel altijd verdedigen. Het Israëlische leger is een moreel hoogstaand leger, de zogenaamde ‘purity of arms’, en zal altijd proberen om burgers te ontzien. De checkpoints, de muren rond Gaza en op de Westbank zijn er vanwege de veiligheid van Israël. Israël moet zich nu eenmaal tegen zijn vijanden beschermen.

Regelmatig wordt de zionistische canon aangevuld met nieuwe mantra’s. Zo had iedereen het na het mislukken van de onderhandelingen in Camp David en Taba over ‘het genereuze aanbod’ van Barak, dat door Arafat was afgewezen. Na de evacuatie van de nederzettingen in de Gazastrook in 2005 was het: ‘en nu hebben we ze Gaza teruggegeven, en wat kregen we er voor terug? Raketten’, of een variant: ‘we hebben Gaza ontruimd, en wat hebben ze er van gemaakt? Een terroristennest.’ En met de oorlog tegen Gaza, waarover het volgende hoofdstuk gaat was de mantra ‘wat wil je, moeten we ons dan niet verdedigen als onze burgers met raketten worden aangevallen?’

Onderdeel van de canon is niet alleen wat er als ‘feit’ wordt verkocht, maar vooral wat wordt weggelaten. Er is geen nakba, er is geen bezetting, er is geen voorgeschiedenis, het geweld van de Palestijnen kwam geheel uit de lucht vallen. Om dat te rechtvaardigen is dus een stevig vijandbeeld nodig, in de trant van: dat is nu eenmaal de aard van die Arabieren. Vroeger kon dat dus verdedigd worden doordat we het virus van het koloniale denken over primitieve inheemse volkeren nog niet kwijt waren, en nu is er een nieuw wapen: de islamofobie, die erg kan helpen om Palestijnen weg te zetten als rabiate islam-fascisten die de jodenhaat met de paplepel en de koran hebben meegekregen. Het is dan ook niet voor niets dat we in Nederland een kongsi hebben zien ontstaan aan de rechterkant van het politieke spectrum, waarbij het blinde, kritiekloze opkomen voor Israël gepaard gaat aan een uitgesproken negatieve mening over de islam en moslims in het algemeen.

In mijn nieuwe boek zal ik gaandeweg korte metten maken met vrijwel alle programmaonderdelen van de zionistische canon – en daar een alternatief voor presenteren. (En ik zal proberen die binnenkort al beknopt toegankelijk te maken op dit weblog)

Over partijdigheid en objectiviteit

Een paar jaar geleden verscheen er een recensie van Anet Bleich van mijn laatste boek, Habibi, habibi, in de Volkskrant. Op zich een aardige recensie. Bleich vindt dat ik me nog steeds houd aan de oude slogan “het persoonlijke is politiek” en dat ik er vanuit mijn eigen ervaring in slaag om het schematisme waarmee er dikwijls over Palestijnen wordt gesproken te doorbreken. Maar zo politiek mag ik het persoonlijke van haar niet maken dat ik me ook waag aan een analyse van wat er daar aan de hand is, want dan ‘draaf ik door’ vindt Bleich. ‘Wie de feiten niet kent zou met gemak tot de conclusie kunnen komen dat het Israëlische leger een kwart van de kinderen heeft omgebracht’, zegt ze. Nu weet ik exact hoeveel kinderen er zijn omgebracht (niet een kwart) en ik heb er niet één bijgelogen. Dus om de een of andere reden leest Bleich iets in mijn boek wat er niet staat. ‘Anja Meulenbelts engagement is begrijpelijk en respectabel, maar doet haar uit het oog verliezen dat haar vrienden in Gaza het gelijk niet voor honderd procent aan hun kant hoeven te hebben, alleen omdat ze aardig zijn.’

In haar verhaal is het dus niet mogelijk dat ik Gazanen gelijk geef, niet omdat ik ze aardig vind, maar omdat ze gelijk hebben. Het had zelfs gekund dat ik ze helemaal niet aardig vond, en ze toch gelijk hadden. Wat er gebeurt: Bleich heeft een ander paradigma dan ik. Mijn beeld is niet haar beeld. Maar dat zegt ze niet zo. Wat ze zegt: Meulenbelt draaft door. En de onderliggende veronderstelling is dat zij dat objectief kan beoordelen en ik niet, want ik ben subjectief. Zij weet het met haar grotere afstand beter hoe het zit dan ik met mijn betrokkenheid.

Dat is een gedachte die ik wel vaker tegenkom, dat partijdigheid de objectiviteit in de weg staat. En dat wie zich onpartijdiger opstelt (nog onafhankelijk van de vraag of dat mogelijk is) vanzelf objectiever is.

Dit is wat ik versta onder objectiviteit: dat ik me aan de feiten moet houden en dat ik die feiten moet onderzoeken. Juist omdat ik me er van bewust ben dat we allemaal de neiging hebben om de feiten te zien die binnen ons paradigma passen, en moeite hebben met feiten die dat lijken tegen te spreken vind ik dat ik mijn visie en mijn ervaringen niet moet verbergen. Ik ben er dus, de slogan ‘het persoonlijke is politiek’ is nog steeds geldig, voor dat we transparant en helder zijn over de positie die we innemen en ons niet verschuilen achter een schijnbare neutrale positie boven de dingen. Zo zou ik het op prijs hebben gesteld als Bleich gezegd zou hebben: dit is mijn visie op Israël en Palestina, ik heb mijn eigen redenen om te vinden wat ik vind en daarom vind ik dat die Meulenbelt te ver gaat. Want Bleich heeft net als ik haar eigen voorgeschiedenis die haar paradigma heeft gevormd. Zou ze dat doen, dan had je tenminste weer een gesprek.

Want wat doe je wanneer je de feiten hebt onderzocht, wanneer je vindt dat die glashelder aantonen dat er sprake is van ongelijkheid en onrecht, mag je dan ook nog eens een keer je conclusies trekken of heet je dan opeens ‘te betrokken’ en daarom ‘niet objectief’? Ik vind dat een zogenaamde neutrale houding oog in oog met onrecht altijd de sterkste partij helpt. In mijn visie zijn objectiviteit en partijdigheid dus niet per definitie strijdig. Al blijft er altijd een spanning tussen bestaan. Een spanning die maakt dat je na blijft denken, blijft onderzoeken, de feiten en jezelf.

Objectiviteit en de media

Ik was eens op een studiedag van de Dick Scherpenzeel Stichting over de Nederlandse berichtgeving in het Midden Oosten. Dit werd er geconstateerd: het merendeel van de Nederlandse correspondenten voor het Midden Oosten van dat moment was joods, hun standplaats was Israël, en als ze een andere taal spraken was dat Hebreeuws, en zelden meer dan een paar woorden Arabisch. Er was maar één Nederlandse correspondent aangesteld voor de Palestijnse/Arabische gebieden en dat was Joris Luyendijk voor NOS en NRC. En dit was dus de vraag: kun je wel spreken van objectieve, van evenwichtige berichtgeving als bijna alle verslaggevers meer band hebben en meer bekend zijn met de Israëlische zijde dan met de Palestijnse?

Maakt het uit wat iemands achtergrond is? Het hoeft niet. Amira Hass, verslaggeefster voor het liberale Israëlische dagblad Ha’aretz, die ook aanwezig was op de studiedag is het levende voorbeeld dat je joods en Israëlisch kunt zijn en ook op kritische wijze verslag kunt doen van de Palestijnse kant. Het is niet makkelijk, licht ze toe. Maar het kan, als je dat wilt. Hass woonde toen in Ramallah. Ze is een van de weinige joods-Israëlische journalisten (twee, zegt Hass, de andere is Gideon Levy) die naar de bezette gebieden gaat, en dat zonder begeleiding van het Israëlische leger. (Inmiddels mogen Israëlische verslaggevers helemaal Gaza niet meer in, en toen Hass met een van de boten van Free Gaza toch de strook binnenkwam werd ze bij het verlaten van Gaza gearresteerd)

Maar de discussie of het niet een scheve situatie is als het merendeel van de Nederlandse correspondenten én joods is, én al lang in Israël woont, én vaker Hebreeuws spreekt dan Arabisch wordt bemoeilijkt doordat de betreffende journalisten gekwetst en defensief reageren wanneer het onderwerp ter tafel komt. Ik maak een vergelijking: die ochtend van het Scherpenzeel seminar zaten er vijf representanten van de nieuwsprogramma’s van de televisie op een rijtje. Ook allemaal gekwetst trouwens. Mij viel het op dat er weer eens alleen maar mannen zaten. Reken ik dat elke individuele man aan? Natuurlijk niet. Heb ik wat tegen mannen? Ook niet. Ik constateer alleen dat er sprake is van een scheve situatie. Maar wanneer je eenzelfde scheve situatie meent waar te nemen als het gaat om de berichtgeving over het Palestina/Israël conflict wordt je al gauw in de hoek geschoven van iemand die iets zou hebben tegen Israël. Of erger, tegen joden.

Onderzoekster Jacqueline de Bruyn presenteerde op de studiedag een voorlopig onderzoek waarin ze vijf weken lang inventariseerde hoe de Nederlandse actualiteits- en nieuwsprogramma’s het conflict benaderden. Ze toonde nogal wat evidente blunders aan, en vond dat ze kon concluderen dat de Israëlische kant vaker en beter werd gerepresenteerd dan de Palestijnse. Zoals ik al zei: de verzamelde redacteuren reageerden gekwetst en defensief. Partijdig? Niet objectief? Zij niet. Soms moet je aan ‘close reading’ doen om de onbewuste partijdigheid te kunnen waarnemen. Zo hoorde ik minstens drie keer op de televisie een nieuwslezer of verslaggever melden dat ‘na een periode van relatieve rust (bedoeld werd de invasie van Israël op de Westoever) het geweld weer toeneemt’. Het geweld, dat zijn dus de zelfmoordaanslagen, en de doden aan de Israëlische kant en de relatieve rust, dat is wanneer de doden alleen vallen aan de Palestijnse kant. Wie, zoals ik, tussen de bombardementen heeft gezeten, en de verwoeste huizen heeft gezien wordt daar een beetje cynisch van.

Een voorbeeld: paradigma 2

Veel verslaggevers proberen objectief te zijn – of te lijken – door angstvallig binnen paradigma 2 te blijven – heb het altijd over twee partijen, zeg dat ze alletwee dingen fout doen, zeg je iets kritisch over de ene partij dan snel ook over de andere, dan kun je tenminste niet beschuldigd worden van eenzijdigheid of partijdigheid. In de paradigma 2 verslaggeving zie je ook opvallend veel zinnen als ‘het geweld nam toe’, ‘er ontstonden ongeregeldheden’ en ‘er vielen zoveel of zoveel doden’. Je ziet de doden vallen. Dat deden ze vanzelf. In dat soort schimmige zinnen hoef je het er niet over te hebben wie wat deed. Ik herinner me een lezing die ik moest geven in een kerk. De wat gespannen organisatrice vroeg me nerveus of ik vooral de humanitaire kant wilde belichten en de politiek er uit wilde laten. Dus zei ik tegen mijn publiek: ik mag het er wel over hebben dat er kinderen zijn neergeschoten, want dat is humanitair, maar ik mag niet zeggen wie er geschoten heeft, want dat is politiek.

Als illustratie een zin uit de Volkskrant, toen nog van journalist Ferry Biedermann: ‘Het conflict blijft gegijzeld door twee leiders die beiden even onmachtig als onwillig zijn een uitweg te vinden’. (23.07.04) Typisch paradigma 2. En nog zo’n zin: ‘Ariël Sharon en Yasser Arafat zijn mogelijk de slechtste leiders waartoe Israëliërs en Palestijnen veroordeeld zijn. Ze staan al tientallen jaren in het centrum van het conflict en ze zijn er beiden niet in geslaagd hun volkeren vrede, veiligheid en deels welvarendheid te brengen.’ (27.07.04) Alweer: typisch paradigma 2.

En hier mijn commentaar daarop: wat had Arafat nu eigenlijk moeten doen om zijn volk vrede te brengen? Daar geeft Biedermann geen antwoord op, alsof dat vanzelf spreekt. Meer ‘concessies’? Welke? De grootste concessie had hij al gedaan door zijn handtekening te zetten onder het Oslo-accoord en te erkennen dat Israël kan blijven bestaan op driekwart van het land dat eens Palestijns was. Dat had hij, volgens veel Palestijnen, nooit mogen doen zonder dat er een handtekening was gezet onder een contract waarin duidelijk was dat de overige kwart terug gegeven zou worden aan de Palestijnen, en de nederzettingen ontmanteld zouden worden. Die handtekening is niet gezet, en elke Israelische regering is gewoon doorgegaan met de nerzerzettingenbouw en heeft daarmee de kans op een zelfstandige Palestijnse staat doelbewust ondermijnd. Arafat had dus niet veel meer wat hij nog in kon leveren voor de vrede en hij heeft teveel vertrouwd op de blauwe ogen van Clinton dat het wel in orde zou komen. Maar in plaats van dat hij kon rekenen op een standbeeld omdat hij bereid was om afstand te doen van driekwart van het oorspronkelijke mandaatgebied Palestina en vrede te sluiten in ruil voor die laatste kwart, en het hem ook nog gelukt was om daarvoor zijn volk achter zich te krijgen wat op zich al een enorme prestatie was, begon het gekibbel en geknibbel van Israël om de Palestijnen van die laatste kwart ook nog een fors deel afhandig te maken. Welke ‘concessie’ had Arafat toen nog in de aanbieding? En wat had Arafat kunnen doen om zijn volk veiligheid te bieden? Een hoge muur bouwen tegen de Israëlische tanks? Luchtafweergeschut tegen de gevechtshelikopters? De Amerikanen vragen of hij ook een leger mag?

Dus terug naar het eerste citaat van Ferry Biedermann: twee leiders die beiden onmachtig en onwillig zijn om een uitweg te vinden. Hoe zou het zijn om in plaats daarvan te zeggen: de ene leider is onwillig, de andere leider is onmachtig, in plaats van die twee steeds opnieuw als twee gelijke grootheden bij elkaar op te tellen of tegen elkaar weg te strepen?

“Ze moeten alletwee ophouden met geweld” horen we vaak. Typisch twee. Zouden de Palestijnen er mee opschieten als ze elke vorm van gewapend verzet opgaven? Behalve dat ze daar volgens het internationaal recht recht op hebben, zou Israël dan besluiten om de bezetting op te heffen? Het ziet er in het geheel niet naar uit.

Het is zo na te gaan voor wie de feiten op wil zoeken: niet de aanslagen waren eerst, waarop de nederzettingen en wegversperringen en muren volgden. Niet het Palestijnse terrorisme kwam eerst, de Palestijnen hadden al ervaring opgedaan met het voor hen geheel nieuwe zionistische terrorisme van de Irgun. Eerst waren er de nederzettingen en wegversperringen, toen kwamen de zelfmoordaanslagen. Tijdens het zogenaamde vredesproces waar de naam Oslo aan verbonden is, en ook toen er praktisch geen aanvallen plaatsvonden is er niet één nederzetting opgeruimd. Niet één.

Dit verhaal bedoel ik als één illustratie van het tekort schieten van paradigma 2, hoe mooi genuanceerd en evenwichtig het ook mag klinken. Paradigma 2 gaat voorbij aan de akelige mogelijkheid dat regering na Israelische regering helemaal niet bereid was om een onafhankelijke Palestijnse staat naast Israël te accepteren, en ze er alles aan doen om dat onmogelijk te maken. Onafhankelijk van hoe netjes of hoe slecht de Palestijnen zich gedragen. Onafhankelijk van welke leider de Palestijnen ook kiezen.

Kiezen waar je staat

Er heerst een misverstand over de begrippen objectiviteit en onpartijdigheid, die vaak met elkaar worden verward. Ik ben schrijfster, geen journaliste. Dat heeft het voordeel dat ik gewoon mag zeggen wat ik vind. Ik hoef geen neutraliteit te veinzen, ik veins geen onpartijdigheid, ik vind dat je dat oog in oog met evident onrecht niet kunt zijn. Dat ontslaat me niet van de plicht om mijn mening te onderbouwen met feiten, zoveel mogelijk controleerbare feiten. En om, als die feiten niet kloppen met mijn mening, mijn mening bij te stellen, wat ik vaak genoeg moet doen. Mijn stelling is dat het mogelijk is om partijdig te zijn en te blijven streven naar een zo groot mogelijke objectiviteit. Ik zeg streven, omdat volledige objectiviteit niet bestaat: altijd zullen er nieuwe feiten boven tafel komen, altijd moeten we vechten om niet vooral die feiten te zien die passen in ons verhaal. Toch denk ik dat het voor mij, met mijn partijdigheid, niet moeilijker is om naar objectiviteit te streven dan voor iemand die zegt zich ‘neutraal’ op te stellen.

De misverstanden hebben volgens mij te maken met het gegeven dat we ons er vaak niet van bewust zijn vanuit welk paradigma we naar een conflict kijken. Journalisten die te veel kritische geluiden in hun artikelen of uitzendingen door laten sijpelen kunnen op het matje geroepen worden, voorbeelden te over. Zo heeft Israël gedreigd om CNN van de kabel af te halen omdat die meer aandacht zouden schenken aan Palestijnse dan aan Israëlische slachtoffers. Dat er meer Palestijnse slachtoffers vallen is dus niet aan de orde. Sindsdien telt CNN zorgvuldig minuten aandacht voor de ene en aandacht voor de andere kant. Pas konden we D66 partijleider Pechtold zien in het programma Zomergasten. Twee fragmenten liet hij zien: van Palestijns leed en van Israelisch leed. Daarom kan ik niet kiezen, zei hij. Nee, niet als je éérst doet alsof je het hebt over twee gelijke partijen, leed aan beide kanten even zwaar, verantwoordelijkheid aan beide kanten even zwaar.

Voor journalisten heeft die druk om je ‘evenwichtig’ te tonen en niet als ‘eenzijdig’ gezien te worden het gevolg dat de media, met uitzonderingen, er aan meewerken om paradigma 2 te versterken in plaats van onafhankelijk hun eigen conclusies te trekken. Het is nog steeds zo dat wie paradigma 2 aanhangt als meer ‘objectief’ wordt gezien dan iemand die hardop zegt dat er sprake is van bezetters aan de ene kant en een bezet volk aan de andere. Zelfs het woord ‘bezetting’ kan al tot reprimandes en een stroom boze ingezonden brieven leiden, hoewel in mijn ogen tanks toch echt tanks zijn. Gewoon feiten.

In Nederland is de stemming langzamerhand opgeschoven van paradigma 1 naar paradigma 2, wat zeker ook zijn neerslag heeft in de berichtgeving in de media. En sinds de laatste oorlog tegen Gaza neem ik waar dat meer journalisten het openlijk durven te hebben over de bezetting en mogelijke oorlogsmisdaden van Israël – dat zou enige jaren geleden een rel hebben gegeven. De groep mensen die het aandurft om zich te bekennen tot paradigma 3 is klein, maar groeit, ook internationaal. Mensen die daarmee het risico loopt beschuldigd te worden van eenzijdigheid of partijdigheid, van een anti-Israël houding of erger, van antisemitisme. Wie, gestaafd met objectief controleerbare feiten laat zien dat er geen sprake is van symmetrie tussen de partijen, maar van onrecht en eenzijdige overheersing, zal zich moeten weren tegen de beschuldiging partijdig en dus niet meer geloofwaardig te zijn. En wie, als journalist, gevoelig is voor die beschuldiging, zal al gauw de neiging hebben om de beide partijen als meer gelijkwaardig te beschrijven dan ze in feite zijn. Zo vond ook Joris Luyendijk het leuk om Sharon en Arafat te omschrijven als twee elkaar beschietende cowboys. En zo wordt er dan neutraal gepraat over de ‘toename van geweld’ zonder te onderscheiden dat zelfmoordacties, hoe afkeurenswaardig ook, niet hetzelfde geweld zijn, niet dezelfde oorzaken hebben, als het staatsgeweld van Israël tegen de Palestijnen. Dat het de meeste journalisten nog niet eens lukt om binnen paradigma 2 te blijven blijkt vervolgens wanneer het eerste soort geweld wordt omschreven als terreur, en het tweede soort geweld als zelfverdediging en maatregelen vanwege de veiligheid. Dat Israel terreur pleegt – aanvallen op burgers – komt in dat verhaal niet voor. Dat de Palestijnen minstens zoveel reden hebben om voor hun veiligheid te vrezen, maar niet de mogelijkheid hebben om muren op te trekken en tanks in te zetten voor een kleine invasie in Tel Aviv om daar een paar honderd mannen op te pakken hoor je ook zelden.

Kortom: objectiviteit, naar de feiten kijken, en partijdigheid, op grond van die feiten beslissen waar je staat, zijn niet tegenstrijdig.

13 gedachten over “De paradigmastrijd: hoe we naar het conflict Palestina/Israël kijken

  1. Beste Anja, bedankt voor je uitleg. Ik vind het verhelderend. Ik vraag jouw toestemming om jouw verhaal te vertalen naar Indonesische taal. Ik hoop hiermee de Indonesische mensen te bereiken die geen Nederlands kunnen begrijpen. Alvast bedankt Anja. Keep up the good work.

  2. Dag Anja,

    Hierbij mijn complimenten voor deze voortreffelijke nieuwe versie van je paradigma-verhaal (de oude versie zit verborgen in de Palestina-leeswijzer uit 2004). Het aantal paradigmata is trouwens wel verminderd, net als het aantal deelraden in Amsterdam!

    Nog een mantra dat typisch bij paradigma 2 hoort en dat voortdurend aangeroepen wordt door politici die niet meer weten wat ze ervan moeten denken en vinden: de DISPROPORTIONELE reactie.

    Eerstens is het een “reactie”, nooit een actie, en tweedens is die reactie dan disproportioneel. Wat nooit gezegd wordt, en dus altijd wordt weggelaten, is wat in voorkomende gevallen een PROPORTIONELE reactie zou zijn geweest.

    Hier worden niet zozeer feiten weggelaten, maar de helft van de redenering. Dat is staande praktijk in het Israel-discours. Men denkt nooit door, men maakt de redenering nooit af.

    Journalisten en politici hebben een fragmentarisch wereldbeeld. Zij zien de wereld als een stroom losse incidenten en gebeurtenissen, die via de nieuwsstroom van de persbureaus dagelijks tot hen komen. Hier een huis in brand, daar een aanslag, daar een vulkaan, hier heeft Marietje het kampioenschap gewonnen, enz.

    Dat de incidenten van de dag wel eens symptomen zouden kunnen zijn van een onderliggende werking, en dat die werking door de jaren heen wel eens betrekkelijk stabiel zou kunnen zijn, dringt niet echt door. De bezetting is typisch zo’n onderliggende werking, waarvan de dagelijkse incidenten een symptoom zijn. Niet voor niets merkte Luyendijk op dat journalisten de bezetting stelselmatig ongenoemd laten. Men heeft geen tijd om na te denken, het spul te onderzoeken, want ojee, de krant van morgen moet gevuld worden en voorlopig zijn alle bladzijden nog leeg.

    Dus heeft de journalist haast, haast, haast. Voor analyseren, vergelijken, ordenen en categoriseren is geen tijd, geen geld, geen ruimte in de krant, laat staan op tv. In de plaats van die wetenschappelijke denkhouding treedt het enige waarvoor men wel tijd heeft: over een kam scheren en postzegel plakken. O, die van Agt, dat is gewoon een antisemiet. O die Meulenbelt, die is van de SP. Tja, dan weet je het wel.
    Politici hebben dezelfde denkhouding. Men struikelt van incident naar incident en “geeft commentaar”.

    Journalisten en politici zitten gevangen in het heden.

    Ergens voelt men wel dat men disfunctioneert, want ergens voelt men wel dat de wereld bestaat uit feiten en niet uit losse incidenten. Een feit is een structuur, een relatie tussen dingen en gebeurtenissen. Ergens weet men dus wel dat gebeurtenissen een samenhang vertonen, processen vormen, maar men komt er nu eenmaal nooit aan toe een zaak eens goed uit te zoeken.

    En daarom reageert men ook zo gekwetst, als door een bij gestoken, als door een adder gebeten, als de buitenwereld de journalist/politicus wijst op zijn disfunctioneren. Men zit gevangen in een systeem dat niet goed werkt, maar men is onmachtig dat systeem te veranderen. Als een buitenstaander de vinger legt op die onmacht en hulpeloosheid, reageert men verongelijkt: we doen toch zo ons best!

    Nee, men doet HELEMAAL NIET zijn best.

    Meneer Avraham Salomons, leuk dat u in de studio bent. Legt u eens in drie zinnen de Talmud uit.
    Meneer Gerard ’t Hooft, leuk dat u in de studio bent. Legt u eens in drie zinnen de quantumveldentheorie uit.

    Met dit soort ‘vragen’ die geen vragen zijn, maakt de journalist het volgende duidelijk: “Het interesseert me geen ruk wat u vertelt.”

    —–

    Belangrijk in je verhaal is nog de emotionele band die mensen hebben met hun paradigma, hun wereldbeeld, hun kijk, hun attituden, hun voorstellingen, hun waarden. Men investeert intellectueel, emotioneel en moreel zoveel in een wereldbeeld, dat waarnemingen die dat beeld dreigen aan te tasten automatisch tot ‘onaangename feiten’ worden. En hoe men dan reageert, heeft Festinger al in zijn theorie van de Cognitieve Dissonantie uitgelegd (Goed boek! Moet je echt eens lezen!)

    Overigens is mijn indruk dat gewone normale beschaafde mensen aanzienlijk minder verkrampt naar het Midden-Oosten kijken dan politici en journalisten. Als ik iemand vertel waar ik mee bezig ben, kort gezegd een analyse van het vooroorlogse discours tussen nietzionisten (95%) en zionisten (5%) in de Duits-joodse wereld, en de receptie daarvan in Nederland, krijg ik altijd het volgende te horen:

    “Goh, wat interessant. Daar weten we zo weinig van.”

    Laatst nog op het Bijbelmuseum nav. de prachtige tentoonstelling van Willy Lindwer (het gaat even niet om de politieke ideeen van Lindwer, maar om het door hem verzamelde materiaal, en dat is prachtig). Ik vertelde een mevrouw die daar werkte iets over Herzl, over Ruppin, over de opbouw van het land in de jaren 1900-1930. Ik liet wat pamfletjes en foto’s zien. “Goh wat interessant, daar weten we zo weinig van.”

    Tenslotte vroeg ik: er is geen onderwerp waarover zoveel is geschreven als het Heilige Land, alles is al duizend keer gezegd, waarom vindt u dan mijn verhaal ineens interessant?

    “U vertelt andere dingen.”

    Kennelijk vertel ik zo’n mevrouw op zo’n manier het verhaal, dat ik door de blokkades van de paradigma’s breek. Helaas weet ik zelf niet, waarom ik er soms, nogal vaak zelfs, wel doorheen breek en soms niet. In ieder geval is er een rare paradox:

    [1] Er is enorm veel over Israel/Palestina geschreven
    [2] Desalniettemin weet men er weinig van
    [3] En toch heeft men er wel belangstelling voor.

    Men wil wel degelijk greep krijgen op wat er aan de hand is.

    Eigenlijk moet je nog eens De IJzeren Wand van Jabotinsky lezen. Ik heb drie versies voor je: een Engelse van het internet, de Duitse uit het door hem zelf geredigeerde Duitstalige Sonderheft van Rasswjet, en een Jiddische uit het Zamelbuch far bejtarishe Jugend. Daar staan de morele dilemma’s allemaal al in. Het gaat mij niet om de keuze die Jabotinsky maakt, maar om zijn analyse.

    Als je belangstelling hebt, moet je me een email sturen. Ik heb ook nog wel leuke plaatjes voor je.

    Ernesto.

  3. In welk paradigma val je als je van mening bent dat een Bijbelse profetie zich aan het voltrekken is ?

  4. Een uiterst interessante uiteenzetting over paradigma´s. Toch is er wel wat op af te dingen. Anja Meulenbelt versimpelt de werkelijkheid tot drie paradigma´s en doet tegelijk een pleidooi voor nr. 3. De driedeling suggereert een objectiviteit die geen recht doet in de werkelijkheid en wel aanzet tot politieke stellingnamen. Het klinkt in haar verhaal, alsof we onderworpen zijn aan een opeenvolging is van voortschrijdend inzicht. Daar waar de meeste Nederlanders eerst onwetend, dom en naïef zijn, geloven in het gelijk van paradigma 1, zijn al enkele, veelal journalisten zover dat ze opgeschoven zijn naar het paradigma 2. Voor wie de feiten heeft leren interpreteren en beoordelen door de ´bril´ van Anja Meulenbelt gaat ´geloof´ hechten aan het paradigma 3. Het is de wereld op z´n kop. Niet de feiten spreken voor zichzelf maar de juiste bril vertelt ons hoe we dit ´verhaal´ uit het midden oosten moeten lezen en hoe het af zal lopen. Wie de geschiedenis een handje wil helpen sluit zich aan bij haar objectief politiek activisme.
    Haar interpretatie van ´paradigma´s´ gaat uit dat de veronderstelling dat je een ´bril´ nodig hebt om de werkelijkheid te kunnen zien of de feiten te kunnen beoordelen. Dat pas met een ´bril´op gaat ontdekken dat je altijd al een ´bril´ op had, alléén de verkeerde. . . De ´bril´ van Anja, het paradigma 3, wordt heilig verklaard de anderen verafschuwd en verworpen.
    Alleen na een diepe crisis komen mensen tot het inzicht dat ze een andere ´bril´ nodig hebben. Alleen dan verschuiven ze van paradigma. Ik zie zowel het voordeel als het nadeel dat je de `blik op de werkelijkheid´ kunt versmallen tot drie ´brillen´. Ik kan me goed voorstellen dat ieder vanuit z´n eigen biografie z´n voorkeur heeft voor de ene of de andere ´bril´ of paradigma. Ik zie ook wel in dat zo´n `bril` enorm kan helpen de ene of de andere actie goed te praten of te rechtvaardigen. Het helpt de ene mens de ´bezetting´ te legitimeren en de ander een ´terroristische´ aanslag te rechtvaardigen. Het hebben van zo´n ´bril´ relativeert het eigen geweld en helpt de goede bedoelingen van anderen te ontmaskeren.
    Ik twijfel niet aan de goede bedoelingen van Anja Meulenbelt. Ik weet wel dat zij met het wetenschappelijk begrip ´Paradigma´ op een verkeerde manier gebruikt. Zeg maar rustig `koker visie´. Alle feiten of informatie die niet pas binnen haar ´paradigma3´ wordt zodanig onderworpen aan herinterpretatie dat de ´daders´ ook de ´daders´ zullen blijven en de ´slachtoffers´ ook de erkenning en steun krijgen die ze verdienen. Petje af als later zal blijken dat ze het ondanks de `gekleurde bril` toch goed heeft gezien. De kans is echter heel groot dat zij, net als na een eerdere crisis of paradigma wisseling, er achter komt dat ze toch beter een ander paradigma had kunnen kiezen.
    Vanuit solidariteit, met de een of de ander, of vanuit eigen achtergrond, is het misschien aantrekkelijk en eenvoudig te kiezen voor paradigma 1 of 3. Voor wie polarisatie wil vermeiden en bij wil dragen tot een genuanceerde benadering van het midden oosten vraagstuk zou ik toch willen aanraden zich te ´bekeren´ tot paradigma 2 of zich daar niet vanaf te laten brengen. Je ziet dat de onafhankelijke denkers aan beide zijde van de scheidslijn zich ook die moeite getroosten. Het zijn dat soort denkers waarop de hoop gevestigd is. Mensen die bereid zijn zich te verplaatsen in het leed aangedaan door de eigen gemeenschap aan de andere partij.

    Wibo

  5. Je hebt het paradigmaverhaal maar voor de helft begrepen, Wibo, en je haalt van alles door elkaar.

    1. Wanneer we een mening hebben over wie de grootste verantwoordelijkheid draagt voor het Palestina/Israel conflict zijn er drie mogelijkheden, partij A heeft de schuld, partij B heeft de schuld, of alletwee. Lijkt me geen speld tussen te krijgen.

    2. Vervolgens zeg ik dat de reden waarom we voor een van de paradigma’s ‘kiezen’ vaak te maken heeft met achtergrond, geschiedenis, loyaliteiten, de verhalen die je al kent enz. Dat noem ik, om het duidelijker te maken, de bril waardoor we kijken. Ik pleit dus niet voor de ene of de andere bril, ik pleit er voor om je er van bewust te worden waarom je denkt wat je denkt. En je minstens te realiseren dat er behalve het verhaal van Israel ook een verhaal van de Palestijnen is. Zoals ik dat ook eens heb gedaan. En vervolgens kun je daar zelf je conclusies uit trekken.

    3. Mijn ervaring is dat de mensen die de moeite nemen om de zaak ook eens van de Palestijnse kant te gaan bekijken zich meestal rotschrikken, en dan pas beseffen waar ze onbewust altijd blind voor zijn geweest. Dat gebeurt niet alleen individueel, op dit moment is er steeds meer sprake van een collectief bewustwordingsproces, zeker na de aanval op Gaza en nu ook weer met de aanval op de flottielje. Het wordt steeds moeilijker om te blijven geloven dat Israel alleen maar handelt uit zelfverdediging, zoals ze zelf altijd zeggen, en het is ook niet meer houdbaar dat het gaat om twee gelijkwaardige partijen. Er is absoluut niets ‘genuanceerds’ aan om aan te zien wat Israel een ander volk aandoet en dan geen partij te willen kiezen.

    Om het anders te zeggen: paradigma één is aan het verliezen, Israel is gestadig bezig om de legimititeitsoorlog te verliezen, en diegenen die koste wat kost vast willen houden aan het eenzijdige gelijk van Israel krijgen het moeilijker, voelen zich in de verdediging gedrukt en worden over het algemeen agressiever.

    En nee hoor, de onafhankelijke denkers blijven helemaal niet in paradigma twee hangen, integendeel. Want die gaan zelf op onderzoek. En die trekken hun conclusies op grond van aantoonbare feiten. En die feiten liegen er niet om. Ik bevind mij in goed gezelschap, van Tony Judt, Noam Chomsky, Norman Finkelstein, Henry Siegman, Jeff Halper, Ilan Pappé, Michael Warschawsky, Hajo Meijer, en nog een hele rij van onafhankelijke denkers, intellectuelen en joden, en ondanks hun band met Israël, of misschien juist daarom – opgeschoven naar paradigma drie. Als jij je bril nou eens afzet, kun je misschien nog eens meedoen om de Palestijnen te helpen hun rechten te krijgen en tegelijk er aan mee te helpen dat Israel niet verdwijnt in de door henzelf gegraven afgrond van de immoraliteit.

  6. Beste Anja,
    Bedankt voor je snelle reactie op mijn tekst. De door jou genoemde denkers en schrijvers worden door mij zeker gewaardeerd om hun inzet voor de goede zaak, die van de palestijnen. Hun geluid zal ook zeker gehoord worden in de Arabische wereld. Ik lees ook dat in kritische kranten in Israel hun visie op het conflict niet onbesproken blijft. In het westen maakt men maar ook in Israel maakt men zich terecht zorgen dat het land ten onder gaat, haar geloofwaardigheid en legitimiteit verliest. Jij waarschuwt terecht voor het door hen zelf gegraven graf. Op langere termijn verliezen staten het niet van anderen op het slagveld. Ze gaan ten onder door een implosie van de macht bij gebrek aan middelen. Deze worden hen onthouden zodra ze het ´moreel gelijk´ verliezen. In dit conflict heeft ieder, moreel gezien bloed aan de handen. Het hele midden oosten zit in een moreel deficit. En de vraag zou centraal moeten staan hoe de joden en palestijnen daar uit die duivelse neerwaartse spiraal kunnen komen en hoe europa daarbij kan helpen?

    Wat men de “tegenpartij” in dit conflict vooral mag verwijten is dat deze, het slechtste in de mens, naar boven haalt in de eigen gelederen. Omwille van het verondersteld moreel ´eigen gelijk´ is men bereid dingen te doen die men van zichzelf of de eigen groep niet voor mogelijk had gehouden. Wat te denken van standrechtelijke executies van de palestijnen onder elkaar. Wat te denken van de repressie die Hamas onder het eigen volk, meent te moeten uitoefenen teneinde de overwinning veilig te stellen. Wat te denken van de inperking van burgerrechten in Israel in het belang van de staatsveiligheid? Wat te denken van het gebrek aan vrijheid in de Arabische wereld iets anders te zeggen of schrijven dan wat pro-palestijns is.

    Met betrekking tot jouw punten 1, 2 en 3. Een paar opmerkingen. Het gaat volgens mij inmiddels niet meer om de ‘schuldvraag’. Als deze centraal staat zullen mensen zich vastbijten in paradigma 1 of 3. Als ik de voorkeur geef aan paradigma 2 is dat omdat vanaf nu “oplossingen” centraal gesteld moeten worden.

    Het begrip “Paradigma” zou volgens jou er toe dienen mensen duidelijk te maken dat er een ander kijk op het conflict mogelijk is dan de ‘beelden’ en ‘opvattingen’ die men van huis uit heeft meegekregen. Wat jij doet is de ‘kokervisie’ verbreden van 1 naar 3 visies. Daarmee doe je jezelf en de lezer tekort. Net zo goed als jij je rot schrok toen bleek dat er meer dan één waarheid achter het conflict zat, zo zullen mensen later zich doodschrikken als blijkt dat jouw paradigma (nr 3) hen gevoelig heeft gemaakt voor de ellende en het leed dat voorkomt uit het politiek activisme dat daar weer het gevolg van is of zal blijken te zijn.

    Ik heb er niets op tegen, het MO conflict te analyseren door de “harde kern” van twee of meerdere paradigma’s tegenover elkaar te zetten. Laat ze maar rivaliseren en kijken welke overeind blijft in het verklaren van de feiten, zonder telkens opnieuw “ad hoc” redeneringen te verzinnen. Zo werkt het in de politieke- of sociale wetenschap nu eenmaal. In de strijd om de legitimiteit kan het zo zijn dat, in de media paradigma 1 in het defensief ligt en paradigma 3 lijkt te winnen. Los van het morele gelijk dat kranten of de tv de ene of de andere partij toedichten, voltrekt zich een werkelijkheid die pas over jaren geschiedenis zal blijken te zijn. Nu al is te voorspellen dat de vraag naar de waarheid of de schuldvraag niet zo eenduidig is te beantwoorden als jij nu denkt.

    Reactie van Wibo

  7. Correctie; In mijn tekst hierboven moet staan “On-gevoelig”

    Dus: “Net zo goed als jij je rot schrok toen bleek dat er meer dan één waarheid achter het conflict zat, zo zullen mensen later zich doodschrikken als blijkt dat jouw paradigma (nr 3) hen ON-gevoelig heeft gemaakt voor de ellende en het leed dat voorkomt uit het politiek activisme dat daar weer het gevolg van is of zal blijken te zijn.”

    Wibo

  8. De vraag is inderdaad hoe de Israeli’s (niet de joden) en de Palestijnen uit de spiraal komen, en de enige manier waarop Europa daarbij kan helpen is een glasheldere analyse wie het conflict veroorzaakt, en wie er dus onder druk gezet moet worden om wat te doen. Vandaar: drie. Er een beetje tussenin gaan zitten en de ‘schuldvraag’ omzeilen is nu al zestig jaar gedaan, en meer dan veertig jaar wat de bezetting betreft en het heeft geen steek geholpen.

    Palestijnen doen verkeerde dingen, en daar horen ze op aangesproken te worden, zeker, maar het zou ons in onze kritiek op hun schendingen van mensenrechten wel geloofwaardiger maken als wij eindelijk eens wat deden aan de enorme schendingen van VN resoluties, verdragen, internationaal recht en mensenrechten door Israel. Want dit is mijn conclusie, lees mijn boek, als de Palestijnen zich altijd impeccabel als schuldeloze slachtoffers hadden gedragen zich nooit hadden verzet, laat staan met de verkeerde middelen, dan waren ze nu nog steeds geen millimeter opgeschoten in de richting van een eigen staat – en waren ze hoogstwaarschijnlijk vergeten. Inderdaad, Wibo, paradigma drie.

    Absolute flauwekul om aan te komen zetten met de suggestie dat mensen die zich inzetten later zouden schrikken van de ‘ellende die voortkomt uit politiek activisme’. Om maar met een fors voorbeeld aan te komen: ik denk niet dat de mensen die in WOII in het verzet hebben gezeten en in ieder geval geprobeerd hebben om joden te redden nu spijt hebben, wel de mensen die de andere kant op hebben gekeken en niets hebben gedaan. Zelfde geldt voor de activisten tegen de Vietnamoorlog en tegen de apartheid.

    De werkelijkheid leren we niet pas over een paar jaar geschiedenis kennen, na nog tig bloedbaden, die werkelijkheid is voor iedereen die niet op zijn luie genuanceerde kont blijft zitten nu volstrekt inzichtelijk. Door de mensen die jij zegt te waarderen maar kennelijk niet serieus wilt nemen onderbouwd en beargumenteerd en van feiten voorzien.

    Laatste opmerking, en dan is het wel genoeg geweest met dit onderwerp, dat idee dat paradigma drie een ‘kokervisie’ is, is een typisch vooroordeel dat past bij de kokervisie van twee.

  9. Overigens ging ik er bij het schrijven van dit stuk nog van uit dat de groep mensen in Nederland die paradigma 3 aanhangen nog klein zou zijn. Dat blijkt niet langer waar. Globaal kun je op dit moment constateren dat 25% van de Europese bevolking er van uit gaat dat Israel de grootste schuld treft, dus paradigma 3, dat 13% er van uit gaat dat het de Palestijnen zijn, paradigma 1, en dat bijna de helft (43%) zich in 2 bevindt: alle twee even veel of even weinig schuld.
    De mensen die er nog steeds van uitgaan dat Israel een slachtoffer is dat zich tegen zijn vijanden moet verdedigen is dus ondertussen een minderheid.
    Zie mijn stuk hierover, hier.

  10. geachte mevrouw Meulenbelt,

    met genot lees ik hoe u het gehersenspoeld onwetend zionistisch pulp met krachtige en doch onmenselijke rust duidelijk maakt hoe de vork echt in de steel zit.
    Ik “flame” op yewtube , eh youtube , met zulks soort pro-israelische domoren , alleen gaat “flamen” vaak gepaard met scheldwoorden en ook IK maak me daar wel schuldig aan….soms kook ik zo van woede of van onbegrip en vraag ik me HOE DOM, NAÏEF EN GEHERSENSPOELD KUNNEN VEEL MENSEN ZIJN??!

    Gelukkig leer ik me steeds meer te beheersen en vooral de wetenschap dat die izzyhuggers toch nooit ontvankelijk zullen zijn voor de waarheid en feiten maakt mij geen grote zorgen meer.

    Ik zal uw blog vaker gaan lezen, ik put kracht en rust uit uw vorm van discussie. Chapeau en respect.

    In ’98 en op 9-11 2002 heb ik in NY de Neitureih Karta Joden ontmoet en zij hebben me ook duidelijk gemaakt dat naast de historische claim ÓÓK de religieuze claim op Palestina de prullenbak in moet…Ik leerde de Oaths en grote gedeeltes van de Talmud die nodig zijn om de religieuze claim te verbrijzelen.
    Ik raad IEDEREEN aan de Talmud te bestuderen EN de site van de Neitureih Karta Joden te bezoeken.

    Shalom Arkadash

    Nog in mijn leven zal illegaal-israel weer Palestina worden, maak jullie geen zorgen.

Reacties zijn gesloten.