Het kleine taalseksisme van Arnonneke

Arnonneke snapt als wel meer heren niet wat er mis mee is als een politicus tegen een vrouwelijke interviewer zegt – duidelijk om een vraag te ontwijken – je kijkt zo lief. De proef op de som is natuurlijk of hij dat ook zou zeggen tegen een man. Balkenende niet in ieder geval. De mensen zouden er eens wat van kunnen denken. Lijkt mij verder geen zaak om ontzettend veel reuring over te maken, een beetje seksisme zeg, kan je de halve mensheid wel naar Rottumeroog sturen op dwangarbeid. Wat ik met Balkenende best zou willen doen hoor, maar dat is nu even niet aan de orde.

Maar Arnonneke heeft wel meer de neiging om de wereld vanuit mannenogen te bekijken – en dat niet te beseffen. Want er is niets tegen mannenogen als je maar weet dat de helft van de wereld de zaken misschien wat anders ziet. Voorbeelden? Ik scheurde de afgelopen tijd drie keer een columpje van Arnon Grunberg uit de Volkskrant. Hier: zoek het taalseksisme.

“Als de burger naar andermans ellende heeft gekeken, kan hij vrede vinden bij huis, werk, vrouwen en kinderen.”

“Laten we een loflied zingen op de charmes van de bourgeoisie: slechts voortgedreven door materiële verlangens en de ijdele hoop de babysitter van de buren nog eens te bespringen.”

“Ik vrees dat er zat politici zijn die ’s nachts hun vrouw wakker maken en zeggen: “Schat, ze hebben nog altijd niet in onze vuilnisbakken gekeken. Stellen wij eigenlijk wat voor?”

30 gedachten over “Het kleine taalseksisme van Arnonneke

  1. Dat Femke Halsema daags naar haar verontwaardigend knietje zélf een “u kijkt zo lief” uitdeelde in het Noorddebat en daaraan toevoegde “vrouwen mógen dat” , is natuurlijk een acceptabel gebbetje.

    Vrouwen zijn zelf meester(essen) in het meten met twee maten.
    De Opzij-dame zag gewoon haar kans schoon eens flink uit te varen tegen iemand die ze toch al niet moet, want CDA, want niet links, want man.

  2. Flauw om het al uit te gaan leggen, Olav. Want als ik dat gewild had had ik het natuurlijk zelf al gedaan. Laten mensen nog maar even nadenken.

  3. Overigens geniet ik wel van Grunbergs “Voetnoten” in de Volkskrant. Al ben ik het lang niet altijd met hem eens, ik vind die meestal prachtig, zeer kernachtig geschreven.

  4. Je bent een man, Olav. Als je meer dan eens uit de tekst bent geduwd omdat je kennelijk niet – of maar als aanhang – bij de mensheid wordt ingedeeld vind je iemand niet zo leuk meer. Maar geniet ervan, de teksten zijn tenslotte aan jou gericht.

  5. Maar wat is het probleem nu? Dar Grunberg de vrouwen vergeet als hij over politic schrijft? Dat hij de man de vrouw laat wakker maken? Dat de oppas een potentieel te bespringen vrouw is?

    Kom op, zeg, gaan we nu iedere column, ieder boek, ieder stuk indien geschreven door een man en wat toch vooral ook ter ontspanning is, gespannen langs de ‘Opzijdige’ meetlat leggen?

    Gaan we dan ook de vice versa gevallen zo opmeten? Met een loep in de hand op zoek naar vermeend vrouwonvriendelijkheid, dát os juist seksisme.

  6. Hindert niet hoor, Simoontje, dat jij het niet snapt. Wind je niet op. Laat die boze feministes toch hun gang gaan, die zijn gewoon jaloers. Als jij maar lief kijkt, schatje.

  7. Die Simone. Ben je altijd zo gedwee tegen seksistische mannen? Ik zal het je maar verklappen, schattebout, Ad is mijn grote broer. Mijn seksistische mannelijke alter ego.

  8. Wat hoor ik nou, Marielle, Arnon heeft een achtergrond? Wat zielig! Als ik dat geweten had was ik natuurlijk niet zo onaardig tegen hem geweest. Je zult toch maar behept zijn met een achtergrond. Gelukkig heb ik er geen.

  9. zwaar overdreven feministisch gefrustreerd gezeik van lelijke wijven die geen beurt krijgen

  10. Misschien is simone wel het gedweeë vrouwelijke alter ego van een man.

    Je kan nog veel meer uit die krantenknipsels halen of liever uit de analyses daarover, maar als het de bedoeling is om de lezers nog even na te laten denken zal ik daar maar nog even mee wachten.

  11. Ja dat zou heel goed kunnen, Edward. ‘Ze’ zou niet de eerste zijn die zich op het web als man vermomt.

    Zou nog een leuk stel zijn, zodoende, Simone en Ad. Moeten ze niet eens gaan daten?

    En binnenkort verklap ik waarom ik die citaatjes voorbeelden vind van klein taalseksisme (want erg belangrijk is het nou ook weer niet – het gaat mij vooral om het onbewuste automatisme) en dan hoor ik of jij en Olav het daar mee eens zijn of dat jullie er nog wat anders uitlezen.

  12. En wat nu als JP Balkenende datzelfde had gezegd in gesprek met koningin Beatrix? “U kijkt zo lief…” We zijn er nooit bij als zij met elkaar in gesprek zijn en hij beslist geen antwoord wil geven op vragen die hij stelt, maar stel het je eens voor. Balkenende met datzelfde olijke gezicht, en Beatrix met een gereserveerde maar duidelijk afkeurende blik. Hij was naar alle waarschijnlijkheid met ferme hand uit zijn ambt ontzet. Waarom? Omdat je respect dient te hebben voor het staatshoofd.

    Op het moment dat je dát beeld ziet, zie je dat Balkenende mevrouw Tweebeke minder respect betoonde dan hij voor koningin Beatrix zou hebben. En dan is de vraag: verdient mevrouw Tweebeke minder respect dan koningin Beatrix? Ze is jonger, zeker. Maar als Balkenende het tegen prinses Máxima zou zeggen, zouden we ons ook afvragen of hij gek geworden was. “Meneer Balkenende, ik wil graag een antwoord van u.” “U kijkt zo lief.”

    Is het dan een kwestie van rangen en standen? Mariëlle Tweebeke is geen lid van het koninklijk huis. Dat zal zeker meespelen. Maar wat als Rick Nieman degene was die was blijven doorvragen? “U kijkt zo lief” …? We zouden inderdaad, zoals Anja ook al zei, gedacht hebben dat Balkenende eindelijk uit de kast kwam. Dat had Balkenende ook niet gedaan.

    Balkenende zei “U kijkt zo lief” omdat hij Mariëlle Tweebeke zag als een leuke meid, niet als een professional die bezig was om haar werk te doen. En dat werk was: Balkenende duidelijkheid laten geven over zijn plannen als premier van Nederland. Balkenende liet zich verleiden om uit zijn rol van premier te stappen, hij werd even een man die een kansje waagde bij een leuke meid. Niet professioneel.

  13. Natuurlijk is het niet professioneel van Balkenende maar dat is wel meer niet en daarom soms juist wel leuk. Zij had kunnen zeggen, fijn dat u het zegt, van u zou ik zoiets nooit kunnen zeggen.
    Het verschil is natuurlijk ook dat zij gewoon haar werk goed moet doen anders wordt ze ontslagen, en hij niet in dienst is maar politicus uit vrije keuze. Weinig gevoel voor verhoudingen dus.

  14. Hallo lieve vrouwen en mannen, mag ik zeggen want ik ben ook een vrouw en soms een beetje man. Balkenende voelde zichzelf verlegen worden omdat hij zelf geen antwoord op die herhaalde vraag wilde geven, en toen kreeg hij in zijn oor gepiept, of verzoen zelf die zin, alleen maar om haar van haar stuk te brengen. De oude bekende ‘mannentruc’. Gelukkig trapte zij daar niet in. Seksisme tot in het bot.
    Groet.
    Elisabeth spaan

  15. Eerlijk gezegd wist ik niet wat ik hoorde toen Balkenende heel snel riep ‘je kijkt zo lief’ … in de volksmond … ‘je bent een lekker ding!’ Ik dacht dat ik mij verhoord had. Was de man aangeschoten?

  16. Het lijkt me overduidelijk dat Arnon Grunberg en Balkenende hun “achtergrond” delen,om die kwalificatie maar even te gebruiken, in die zin dat zij beiden met een wat getroubleerde verhouding tot het andere geslacht kampen. Ook blijkens het feit dat Balkenende niet genoeg kerel was om domweg toe te geven het antwoord op de vraag niet te weten. Iemand een welgemeend compliment geven is te prijzen, maar daarvoor is een plaats, een tijd en een manier van uitdrukken die gepast is. Als je niet weet hoe dat werkt kun je beter je mond houden.

  17. Hè fijn dat er weer wat te lachen valt op je blog Anja, welkome afwisseling naast alle Flotilla ellende (ik loop achter met lezen dus zie het nu allemaal tegelijk).

  18. Okee. Wat ik bedoelde met ‘klein taalseksisme’. Ik begin dat verhaaltje met de Eerste Kamer. Daar is het nog steeds gebruikelijk om bij de lijst met sprekers mensen alleen met hun achternaam aan te duiden, behalve als het vrouwen zijn, dan staat er opeens ‘mevrouw Meulenbelt’. Ook zijn er nog steeds mensen die een mannelijke voorzitter aanspreken met ‘voorzitter’ en een vrouwelijke met ‘mevrouw de voorzitter’. Is dat erg? Nee hoor. Ik heb er wel eens wat van gezegd maar maak er verder geen principe van. Ik constateer wel dat onder dat verschijnsel nog steeds een ouderwetse man-gecentreerde denkwijze heerst: mensen zijn mannen, tenzij nadrukkelijk anders aangegeven. Of om het anders te zeggen: nog steeds zijn vrouwen ‘de Ander’.

    En dat is wat ook Grunberg doet in de citaatjes die ik heb aangegeven.

    Hij heeft het over ‘de burger’ en vervolgens blijkt de burger een vrouw te hebben. Die vrouw is dus kennelijk geen burger, en die burger is dus kennelijk een man (of een lesbische vrouw die getrouwd is).
    Idem dito bij de bourgeoisie, die heeft nogal de neiging om de babysitter te willen bespringen. Dat de helft van de bourgeoisie uit vrouwen bestaat, die maar heel zelden de neiging zullen hebben om de babysitter te willen bespringen komt niet bij hem op.
    En dan de politici die hun vrouw wakker maken. Politici zijn dus mannen, in het brein van Grunberg. Politici zijn geen mensen (m/v) die een partner (m/v) wakker maken.

    Ik heb vroeger wel eens wat geschreven over dat fenomeen, hoe je als vrouw iets lezend soms opeens uit de tekst wordt geschoven, en het gevoel krijgt dat de schrijver over je hoofd heen andere mannen aanspreekt. Opeens blijk je bij ‘de anderen’ te horen, de objecten, de aanhangsels, de vrouwen van.

    Nou daar kun je nog een psychologisch verhaal over houden, hoe het komt dat mannen zich moeilijker met vrouwen identificeren dan andersom – wat bijvoorbeeld blijkt uit het feit dat vrouwen vaker boeken lezen van mannen dan mannen boeken willen lezen van vrouwen, maar dat gaat nu te ver.

    En is dit ernstig, dit ‘kleine taalseksisme’, ga ik nu met een ‘opzijmeetlat’ alle boeken na? Nee hoor, Simone, schatje, ik heb wel wat anders te doen, maar leuk zie je er uit, als je kwaad bent. Ik houd wel van een ptittig wijfje. Arnon vast ook.

  19. Het eerste krantenknipsel is duidelijk, er staat ‘hij’ dus daar kun je niet omheen.

    De andere twee staat geen hij dus je vult de ‘informatieleemte’ zelf in vanuit een vast denkpatroon. Inderdaad zullen velen geneigd zijn om meteen aan mannen te denken.

    In het tweede stukje kan de bourgeoisie evengoed uit vrouwen bestaan, het is eerder een sociaal-economische klasse, de brave burger, le p’tit bourgeois. In deze tijd kan de babysitter jvan de buren ook een jongeman zijn die wat zakgeld bijverdient. De bourgeois carrièrevrouw die verveeld is van haar man – die hoewel een fantastische vader met twee papadagen per week en het halve huishouden doen toch niet meer zo spannend is – en toch een avontuurtje zoekt en dan de babysittende jongeman verleidt.

    Wat betreft het derde stukje wordt er aan voorbijgegaan dat het net zo goed lesbische politici kunnen zijn die ’s nachts hun vrouw wakker maken over de vuilniszakken.

    Grunberg zal het waarschijnlijk wel vanuit mannelijke optiek geschreven hebben maar de losstaande stukjes lenen zich voor meerdere interpretaties. Bovendien kun je steeds verder differentiëren, naar zwarte mensen of zo en andersgelovigen en alle verschillende groepen daarin. Daarom is het zo moeilijk om mensen per groep te benaderen. Wat mij betreft is de basis de economische ongelijkheid en de ‘klassen’ daarin (ook mbt. het racisme zoals beschreven in dat stukje over die twee soorten racisme die mogelijk mutaties kunnen zijn van racisme). Een arbeidersvrouw heeft minder gemeen met een bourgeois vrouw dan met een arbeidersman.

  20. Het is grappig hoe vaak juist mannen proberen er een verhaal omheen te lullen om niet te zien wat er te zien valt. Natuurlijk denkt Grunberg niet aan lesbische politici, als hij al zo gedifferentieerd had gedacht had hij het ook wel aan gedacht dat er ook vrouwelijke hetero politici met een partner (mv) zijn.
    Dus ik zeg gewoon: Grunberg schrijft zonder er maar een moment bij na te denken vanuit een mannelijke optiek. Niet erg, wel erg aantoonbaar.

  21. Hier gaat toch wel iets mis. Het is heel ingewikkeld geworden.

    Mijn eerste reactie blijkt te zijn vervangen door een reactie van Anja daarop (nr. 4). O.K.
    Nr. 5 is raadselachtig, want dat is niet door Anja geschreven, maar door mij!
    Nr. 6 is, neem ik aan, een reactie van Anja op nr. 5 (van mij dus).
    Maar omdat mijn eerste reactie niet is verschenen, lijkt het nu, alsof ik de boven aangehaalde teksten van Arnon NIET seksistisch zou vinden. En dat is niet het geval. (En één ervan vind ik na analyse twijfelachtig). Toch vind ik zijn teksten in taalkundig opzicht mooi, en dat is wat anders. (En ik schreef erbij, dat ik het inhoudelijk lang niet altijd met hem eens ben).

    Zo is het e.e.a. wat opgehelderd, denk ik, wat ik toch nog wel wilde doen.

  22. Aangezien ik met een technisch mankement zit waardoor ik alle reacties die ik op wil nemen moet knippen en plakken, en ze eerst onder mijn naam verschijnen, gebeurt het in de haast wel eens dat mijn naam blijft staan waar die niet hoort. Bij (5) heb ik dat dus gecorrigeerd.

  23. “Als de burger(m/v) naar andermans/vrouws ellende heeft gekeken, kan hij/zij vrede vinden bij huis, werk, vrouwen/mannen en kinderen(m/v).” klinkt toch een stuk minder, puur literair gezien.

  24. Jij bent duidelijk geen schrijver, Hans. Het is voor iemand die thuis is in de literatuur heel goed mogelijk om te zeggen wat je zeggen wilt zonder seksisme.

  25. heb een midagje de mails zitten lezen en ervan genoten! Wat heerlijk dit gebakkelei,haast weer als vanouds en merk nu pas hoezeer ik zulks heb moeten missen!Ben weer helemaal bijgepraat en op de hoogte van de zogenaamde tijdsgeest,waarin onze Arnonneke (leuk gevonden)zo bedreven is en z,n boeken ermee,,vult, verkoopt lekker en je wint er nog eens een prijsje mee nietwaar?
    Els T.

Reacties zijn gesloten.