De tranen van Gaza zijn onze tranen

Dit is een speech van Chris Hedges tijdens een evenement voor fondsenwerving ten bate van een Amerikaans hulpschip voor Gaza.
(http://www.ustogaza.org) Ik vind het een prachtige statement. Engelbert vond het stuk en vertaalde het voor ons, waarvoor dank. Hier het origineel, in het engels.

De tranen van Gaza moeten onze tranen zijn

Toen ik in Jeruzalem woonde had ik een vriendin die me opbiechtte dat zij als student in de Verenigde Staten evenementen als deze bijwoonde, rapporten opstelde en deze tegen betaling aan de Israëlische ambassade aanbood. Het zou naïef zijn te veronderstellen dat deze praktijken er niet meer zijn. Dus allereerst wil ik me vanavond wenden tot die persoon, of die personen, die wellicht gekomen zijn om dit evenement aan de Israëlische regering te rapporteren.

Ik zou hen er op willen wijzen dat zij het zijn die zich in de duisternis verstoppen. Wij zijn het die in het licht staan. Zij zijn het die bedriegen. Wij zijn het die openlijk ons medeleven uiten en recht vragen voor hen die lijden in Gaza. Wij zijn niet bang onze namen te noemen. Wij zijn niet bang onze overtuigingen te benoemen. En wij weten iets wat jullie, wellicht met enige angst, wel aanvoelen. Zoals Martin Luther King zei is de boog van het morele universum lang, maar hij buigt naar rechtvaardigheid, en die boog daalt neer met een gerechtvaardigde woede die neerdondert op de Israëlische regering.

Jullie hebben weliswaar de bulldozers, vliegtuigen en helikopters die huizen in puin schieten, de commando’s die aan touwen op schepen neerdalen en ongewapende burgers doden, zowel op open zee als in Gaza, met de enorme macht van de staat achter je. Wij hebben alleen onze handen en onze harten en onze stemmen. Maar let op. Let goed op. Jullie zijn het die bang zijn voor ons. Wij zijn niet bang voor jullie. Wij zullen blijven werken en bidden, blijven protesteren en aan de kaak stellen, blijven duwen tegen jullie marine en leger, met niets anders dan onze lichamen, totdat we bewezen hebben dat de kracht van moraliteit en rechtvaardigheid groter is dan haat en geweld. En dan, als er vrijheid is in Gaza, zullen we vergeven… jullie. We zullen jullie vragen de maaltijd met ons te delen. We zullen jullie kinderen zegenen, zelfs al konden jullie het niet opbrengen om de kinderen van hen die jullie hebben bezet te zegenen. En misschien is het deze vergevingsgezindheid, misschien is het deze ultieme, onovertrefbare kracht van liefde die jullie nog het meest verontrust.

Laat ik dus vanavond, een nacht dat sommigen trachten namen te noemen en anderen trachten namen te verbergen, eens wat benoemen. Laat ik de zaken bij hun echte naam noemen. Laat ik het jargon eens doorbreken, de eufemismen die we gebruiken om menselijk lijden en oorlogsmisdaden te maskeren. “Closures” (afsluitingen) betekent zwaarbewapende soldaten die Palestijnse getto’s omsingelen, degenen die daar in de val zitten voedsel en basisvoorzieningen onthouden – inclusief speelgoed, scheermesjes, chocolade, vishengels en muziekinstrumenten – en een bruut beleid van collectieve straf voeren, hetgeen een misdaad is volgens internationaal recht. “Betwist land” betekent land dat is gestolen van de Palestijnen. “Botsingen” betekent, bijna altijd, het doden of verwonden van ongewapende Palestijnen, waaronder kinderen. “Joodse wijken in de West Bank” betekent fortificaties die dienen als militaire buitenposten in de campagne van etnische zuivering van de Palestijnen. “Doelgericht ombrengen” betekent buitengerechtelijke moord. “Luchtaanvallen op militante bomvervaardigende doelen” betekent het bombarderen met ijzeren fragmentatiebommen door gevechtsvliegtuigen van dichtbevolkte wijken, wat altijd leidt tot vele doden en gewonden wier contact met een bom beperkt blijft tot eentje van Amerikaanse makelij die aan de Israëlische Luchtmacht werd geschonken als onderdeel van onze medeplichtigheid aan de bezetting. “Het vredesproces” betekent de cynische eenrichtingsroute naar de vernietiging van de Palestijnen als volk.

Dat zijn een paar namen. Er zijn andere. In de namiddag van 16 januari 2009 vlogen er enkele Israëlische tankgranaten door een slaapkamer van het appartement van dr. Izzeldin Abuelaish in Gaza, waarbij drie van zijn dochters omkwamen – Bessan, Mayar en Aya -, samen met zijn nicht Noor.
“Ik heb het recht om kwaad te zijn”, zegt Abuelaish. “Maar ik vraag me af: Is dat de juiste weg? Zoveel mensen hadden verwacht dat ik zou haten. Mijn antwoord aan hen is: ik zal niet haten.”
“Wie moet ik haten?”, vraagt de 55-jarige gynaecoloog zich af, geboren in een Palestijns vluchtelingenkamp en in armoede opgegroeid. “Mijn Israëlische vrienden? Mijn Israëlische collega’s? De Israëlische baby’s die ik heb verlost?”

De Palestijnse dichter Taha Muhammad Ali schreef dit in zijn gedicht “Wraak”:

Soms… zou ik willen
in duel de man te treffen
die mijn vader vermoordde
en ons huis afbrak,
mij verbannend
naar
een smal land.
En als hij me zou doden,
zou ik eindelijk rusten,
en als ik voorbereid zou zijn –
zou ik wraak nemen!
*
Maar als zou blijken,
wanneer mijn rivaal arriveerde,
dat hij een moeder had
die op hem wachtte,
of een vader die met zijn
rechterhand over zijn hart streek
telkens als zijn zoon te laat kwam
zelfs al was het maar een kwartier
voor een afspraak die ze hadden –
dan zou ik hem niet doden,
al zou ik het kunnen.
*
Net zo… Ik
zou hem niet vermoorden
als het duidelijk was
dat hij een broer had of zusters
die van hem hielden en hem voortdurend wilden zien.
Of als hij een vrouw had om hem te begroeten
en kinderen die
zijn afwezigheid niet verdroegen
en dolblij waren met zijn cadeautjes.
Of als hij
vrienden of kameraden had,
buren die hij kende
of lotgenoten uit de gevangenis
of een ziekenhuiskamer,
of klasgenoten van school…
die naar hem vroegen
en hun groeten overbrachten.
*
Maar als zou blijken
dat hij alleen was –
afgesneden als een tak van een boom –
zonder moeder of vader,
met broer noch zus,
vrijgezel, kinderloos,
en zonder verwanten, buren, of vrienden,
collega’s of kameraden,
dan zou ik zijn pijn niet erger maken
in die eenzaamheid –
niet de marteling van de dood,
en niet de droefenis van het heengaan.
In plaats daarvan zou ik tevreden zijn
met hem te negeren wanneer ik hem tegenkwam
op straat – omdat ik
mijzelf had overtuigd
hem geen aandacht geven
was op zichzelf als wraak.

En als die woorden zeggen wat het betekent om Moslim te zijn, en ik geloof dat dat zo is, noem mij dan ook een Moslim, een volgeling van de profeet, vrede zij met hem.

De boot voor Gaza zal “The Audacity of Hope” (De stoutmoedigheid van de hoop) heten. Maar dat zijn niet de woorden van Barak Obama. Dat zijn de woorden van mijn vriend dominee Jeremiah Wright. Het zijn geleende woorden. En Jerry Wright is niet bang de waarheid te zeggen, niet bang ons te zeggen dat we God niet met Amerika moeten verwarren. “Wij bombardeerden Hiroshima, wij bombardeerden Nagasaki, en we doodden er veel meer dan de duizenden in New York en het Pentagon, en we vertrokken geen spier”, zei dominee Wright. “We hebben staatsterrorisme gesteund tegen de Palestijnen en de zwarte Zuid-Afrikanen, en nu zijn we verontwaardigd omdat wat wij overzee hebben gedaan naar ons terugkomt, recht in onze voortuin. Wie kaatst kan de bal verwachten.

Of de woorden van Edward Said:

“Voor mij is niets zo laakbaar als die gewoonten van de geest in de intellectueel die leiden tot vermijding, dat karakteristieke weglopen voor een moeilijke en principiële positie waarvan je weet dat het de juiste is, maar die je besluit niet in te nemen. Je wilt niet al te politiek lijken; je bent bang controversieel over te komen; je wilt graag de reputatie ophouden van evenwichtigheid, objectief, gematigd; je hoopt dat ze je opnieuw vragen, voor advies, om in het bestuur van een prestigieuze commissie plaats te nemen, en om zo in de verantwoordelijke mainstream te blijven; op een goede dag hoop je een eervolle titel te ontvangen, een grote prijs, misschien zelfs een ambassadeurschap.

Voor een intellectueel zijn deze gewoonten van de geest bij uitstek schadelijk. Als iets een gepassioneerd intellectueel leven kan doen denaturen, neutralizeren en uiteindelijk doden, dan is het wel het internaliseren van zulke gewoonten. Persoonlijk ben ik ze tegengekomen in een van de moeilijkste van alle huidige kwesties, Palestina, waar angst om zich uit te spreken over een van de grootste onrechtvaardigheden van de recente geschiedenis, velen die de waarheid kennen en in een positie zijn om haar te dienen, heeft verlamd, verblind en verstomd. Want ondanks de krenkingen en de laster die elke uitgesproken verdediger van de Palestijnse rechten en zelfbeschikking te verduren krijgt, verdient de waarheid het uitgesproken te worden, vertegenwoordigd door een moedige en bezielde intellectueel.”

En een paar van de laatste woorden van Rachel Corrie aan haar ouders:

“Ik ben getuige van deze chronische, geniepige genocide en ik ben erg bang, en ik heb twijfels over mijn rotsvaste geloof in de goedheid van de menselijke natuur. Dit moet ophouden. Ik denk dat het een goed idee voor ons allen is om alles te laten vallen en onze levens te wijden aan de beëindiging hiervan. Ik denk niet langer dat dat een extremistische daad is. Ik wil nog steeds graag dansen op de muziek van Pat Benatar en vriendjes hebben en strips tekenen voor mijn collega’s. Maar ik wil ook dat dit ophoudt. Ik voel ongeloof en afgrijzen. Teleurstelling. Ik ben teleurgesteld dat dit de basisrealiteit van onze wereld is en dat we er feitelijk aan deelnemen. Dit is absoluut niet waar ik om vroeg toen ik op de wereld kwam. Dit is absoluut niet waar de mensen hier om vroegen toen zij op de wereld kwamen. Dit is niet de wereld waar jij en papa wilden dat ik in terecht zou komen, toen jullie besloten mij te krijgen. Dit is niet wat ik bedoelde toen ik Capitol Lake zag en zei: “Dit is de wijde wereld en ik kom er aan.” Het was niet mijn bedoeling in een wereld terecht te komen waar ik een comfortabel leven kon leiden en waarschijnlijk, zonder enige moeite, zou kunnen bestaan in complete onwetendheid van mijn medeplichtigheid aan genocide. Meer zware explosies ergens in de verte buiten. Wanneer ik terugkom uit Palestina zal ik waarschijnlijk nachtmerries hebben en me voortdurend schuldig voelen dat ik hier niet ben, maar ik kan dat gebruiken om nog harder te werken. Hier naartoe te zijn gekomen is een van betere dingen die ik ooit gedaan heb. Dus als ik niet bij mijn verstand lijk, of als de Israëlische militairen zouden afwijken van hun racistische neiging om geen blanke mensen te verwonden, geef dan de schuld alsjeblieft aan het feit dat ik midden in een genocide zit waar ik zelf indirect aan meewerk, en waarvoor mijn regering een grote verantwoordelijkheid draagt.”

En als dit is wat het betekent om Christen te zijn, en ik geloof dat dat zo is, om te spreken met de stem van Jeremiah Wright, Edward Said, of Rachel Corrie, om de pijn en het onrecht van anderen te gedenken en te dragen, noem mij dan ook een Christen, een volgeling van Jezus Christus.

En wat te denken van de lange rij joodse profeten die loopt van Jeremia, Isaiah en Amos naar Hannah Arendt, die de wereld erop attent maakte, toen de staat Israël werd gevestigd, dat het onrecht dat joden was aangedaan niet goedgemaakt kan worden door de Palestijnen onrecht aan te doen; wat te denken van onze eigen profeten, Noam Chomsky, of Norman Finkelstein, paria’s zoals alle profeten; wat te denken van Uri Avnery, of de Israëlische dichter Aharon Shabatai, die in zijn gedicht “Rypin”, de Poolse stad waaruit zijn vader ontvluchtte tijdens de Holocaust, de volgende woorden schrijft:

Deze wezens, gehelmd en ik in kaki,
Zeg ik tegen mezelf, zijn geen joden,
In de meest ware betekenis des woords. Een jood
Omhangt zich niet met wapens als juwelen,
Gelooft niet in de loop van een geweer dat een doelwit zoekt,
Maar in de duim van het kind dat geraakt is –
In het huis waar het komt en gaat,
Niet in de aanval die het uiteenrijt.
De ruwe ziel en ijzeren vuist
Verwerpt hij van nature.
Hij kijkt niet naar de officier, of de soldaat
Met zijn vinger aan de trekker – maar naar rechtvaardigheid,
En hij schreeuwt om mededogen.
Daarom zal hij het land niet stelen van een volk
En hen laten verhongeren in kampen.
De stem die roept om uitzetting
Klinkt uit de schorre keel van de bezetter –
Een klaar teken dat de jood een vreemd land is ingegaan
En, net als Umberto Saba, ondergedoken in zijn eigen stad.
Vanwege stemmen zoals deze, vader
Zestien jaar oud, met je familie, ontvluchtte je Rypin;
Hier Rypin is je zoon.

En als dit is wat het betekent jood te zijn, en ik geloof dat dat zo is, noem mij dan een jood. Noem ons allemaal moslims, christenen en joden. Noem ons mensen die geloven dat als een van ons lijdt, wij allemaal lijden, dat we nooit hoeven te vragen voor wie de klok luidt: hij luidt voor ons allemaal, dat de tranen van de moeder in Gaza onze tranen zijn, dat het geweeklaag van de bebloede kinderen in het Al Shifa-ziekenhuis het geweeklaag van onze eigen kinderen is.

Laat ik de avond afsluiten met een laatste naam. Laat ik diegenen benoemen die deze tanks en gevechtsvliegtuigen sturen om de betonnen krotten in Gaza te bombarderen, waarin opeengepakte, hulpeloze families schuilen. Laat ik diegenen benoemen die kinderen het recht op een jeugd ontzeggen en de zieken het recht op zorg, de hongerigen voedsel, de onderdrukten recht, die de waarheid verdraaien met officiële propaganda en staatsleugens. Laat ik hen benoemen, niet met hun doorluchtige titels en machtsposities, maar met de naam die zij voor zichzelf hebben verdiend door het bloed van onschuldigen in het zand van Gaza te laten vloeien. Laat ik hen benoemen voor wat ze zijn: terroristen.

3 gedachten over “De tranen van Gaza zijn onze tranen

  1. Die zit, meer hoeft er niet gezegd te worden.
    Waar kan ik de tekst in het engels vinden, die wil ik graag naar mijn Amerikaanse vrienden sturen.
    Ik ben er even stil van.

Reacties zijn gesloten.