Herdenking bij het Kindermonument

Nu er geprobeerd wordt om de Kristallnachtherdenking te verhinderen ben ik dubbel blij dat ik me gisteren met veel dassen om en vol met paracetamol naar de overkant heb gewaagd om bij de jaarlijkse herdenking bij het Kindermonument te zijn. De speeltuin, waar ik vlakbij woon, werd door de bezetters in november 1941 gevorderd om er de Joodse Markt te vestigen, de enige plek in de buurt waar joden hun boodschappen mochten doen. En tegelijk een fuik, want er werden regelmatig razzia’s gehouden – pas vanaf het moment dat Amsterdam ‘Judenrein’ werd verklaard hield de markt op te bestaan.

Per 1 november 1941 mochten joodse kinderen niet meer lid zijn van de speeltuinvereniging. Nu staat er op de hoek bij de speeltuin een Kindermonument. Ik werd gevraagd of ik een stukje wilde schrijven voor de speeltuinkrant. Hierbij:

Onze buurt, de Rivierenbuurt, is een buurt met veel verhalen. Het verhaal van de jodenvervolging, het verhaal van het verzet ertegen, en nu een derde verhaal: dat van een multiculturele samenleving. Van mensen met heel verschillende achtergronden die ernaar streven om in vrede met elkaar de buurt te delen. Niet in onverschilligheid, maar in belangstelling voor de ander, die misschien helemaal niet zo anders is als we dachten. Die drie verhalen hebben allemaal een plek in mijn leven, en misschien dat dat het is dat maakt dat ik me zo thuis voel, en opnieuw ontroerd was, bij de jaarlijkse herdenking van de Joodsche Markt Gaaspstraat, bij het Kindermonument.


(mevrouw Mirjam Ohringer)


(mevrouw Lottie Huffener Veffer)

Want het mooie en indrukwekkende van de sobere herdenking, met gewone mensen, oude die het nog hebben meegemaakt, en jonge die er voor het eerst over horen, en zonder de poespas van officiële speeches van regenten die het niks kan schelen (al was de aanwezigheid van Liesbeth List natuurlijk wel een eer) is dat het echt is en recht uit het hart komt. Zowel van juf Maaike en juf Celine van de St. Cataharinaschool die met klas acht hadden gewerkt aan prachtige werkstukken, gedichten, een toneelstuk, een film en ook nog als enthousiast koor, als van de twee veteranen – mevrouw Lottie Huffener-Veffer, die het kindertransport uit kamp Vught overleefde, als mevrouw Mirjam Ohringer, uit het verzet. En de mensen van de Speeltuinvereniging, de buurtbewoners, de mensen van de Stichting Kindermonument.

Zelf ben ik een kind van net op de rand van de oorlog, ik was net zes maanden toen de bezetting was afgelopen. Ik heb de verhalen gehoord over het verzetsverleden van mijn familie, verhalen waar ze spaarzaam mee waren, want je hoefde je toch niet op je borst te kloppen dat je had gedaan wat iedereen had moeten doen. En de verhalen van (aangetrouwde) joodse familie – het kind dat met haar moeder in de Scheldestraat woonde, kind overleefde, moeder niet. Het lijkt, naarmate ik ouder word, alsof die verhalen dichterbij komen. Misschien ook omdat we in een tijd leven die ik zorgelijk vind – opnieuw zie ik dat het ‘wij en zij denken’, waar het destijds mee begon, gewoon is geworden, en door sommige politici bewust wordt aangewakkerd. Alsof de ene Nederlander meer Nederlander is dan de andere. Meer dan ooit reden om niet alleen terug te kijken naar toen, maar waakzaam te blijven over nu.

Prachtig, opnieuw, het verzetsgedicht van Remco Campert: verzet begin niet met grote woorden maar met kleine daden. Jezelf een vraag stellen, daarmee begint verzet, en dan die vraag aan een ander stellen. (hier) De verhalen van de twee dames, de kinderen aan hun voeten, al bijna negentig, het verhaal over hoe dat was, in kamp Vught, toen 1296 kinderen op transport werden gezet, met moeders en vaders, naar Sobibor. En hoe het was om te overleven, omdat je net oud genoeg en niet te oud was om te werken, voor Philips, onder andere. Zonder betaling, voor wat extra eten. Hoe het was, aangekomen bij Auschwitz, uitkleden, kaalgeschoren, nummer op de arm, en hoe ze zeker wisten dat ze in die barak met douches vergast zouden worden, en toen kwam er gewoon water uit de kranen. Op appel staan, uren, aardappelenschillensoep. Dat hield je alleen vol als je jong was. De meesten hielden het niet vol. Van de 17.000 joden die uit de Rivierenbuurt werden weggehaald zijn er 13.000 vermoord.

Mensen apart zetten, in dit geval joden, is misdadig, zegt Lottie Huffener. Wie van ons heeft kunnen kiezen wat voor ouders we hadden, of we wit of bruin of met een andere kleur zijn geboren, of we gezond zijn geboren of niet. Wat ons gelijk maakt, zegt ze toen de kinderen knikten, is dat we geen van allen hebben kunnen kiezen. Het waren de nazi’s die verschil maakten, en denk er om: de nazi’s zijn nog niet weg. Dus dit spreken we af: wij laten elkaar nooit vallen, we laten elkaar niet in de steek.

De kinderen waren geweldig. Bilal en Khtira, Rozanne en Ouiam en alle anderen. Ze hadden zo hun best gedaan om zich voor te stellen hoe het toen was, en wat het betekende dat je opeens niet mee mocht doen omdat je ouders joods waren, en wat het betekende als je zomaar weggehaald kon worden. En je wist niet waar naar toe en wat er met je zou gebeuren.

Liesbeth List, die vertelt zelf in Indonesië te zijn geboren, en haar moeder in een kamp te hebben verloren, zingt dat ongelooflijke indringende lied van Theodorakis, het Hooglied. Er zijn speeches, van de wethouder. We gaan naar buiten en ik leg met Roya een krans namens de SP en een bosje bloemen namens mezelf bij het Kindermonument, en ga dan weer naar binnen om met een glaasje wijn nog wat na te praten, met Lottie en Miriam.

Het is mooi dat deze jaarlijkse herdenking hier in de buurt in ere wordt gehouden. Omdat we het erover eens zijn, niet alleen om de slachtoffers te herdenken, maar ook om de gezamenlijke afspraak, dat we willen dat er geen nieuwe slachtoffers komen. De kinderen, die zijn het die we willen beschermen tegen onrecht en vervolging, en zij zijn het die op hun beurt moeten gaan proberen om onze samenleving veelkleurig, vredig en vrij te houden. Ze hebben een prachtig begin gemaakt.

2 gedachten over “Herdenking bij het Kindermonument

  1. God, wat prachtig Anja. Ik ben altijd weer diep geroerd. Laten we dit soort herdenkingen alsjeblieft eeuwig laten bestaan en dan koppelen aan het lot van diegenen die het nu zo zwaar hebben vanwege hun afkomst, geloof, of wat dan ook. Juist dat kleine, dat intieme grijpt zo in in je ziel. Kinderen en ouderen – huiveringwekkend positief emotioneel voor mij.

    Jan.N

  2. Mooie, erg mooie foto’s. Liesbeth is geweldig, deze mensen zijn geweldig, de Rivierenbuurt ( waar ik sinds een paar jaar niet meer woon ) is geweldig. Het Merwedeplein, waar je dat mooie, fragiele standbeeldje van Anne Frank ziet, met koffertje, zeer ontroerend. Laten we nooit vergeten dat de holocaust het ergste en beschamendste is dat de mensheid ooit is overkomen, het meest satanische dat zij ooit heeft bedacht.

    En laat ons dat Beest van uitsluiting en discriminatie altijd herkennen, in welke vorm het zich ook aan ons op probeert te dringen. Excuses voor de misschien wat gezwollen taal, maar ik vind deze reportage erg ontroerend. Dank voor dit verslag, Anja.

Reacties zijn gesloten.