Gedenk Kambiz Roustayi

Gisteren de wake voor Kambiz Roustayi, Iraanse vluchteling, de man die tien jaar tevergeefs wachtte op een verblijfsvergunning, en de spanning en de illegaliteit niet langer volhield en zich op de Dam in brand stak.

Er zijn een paar honderd mensen gekomen. Veel onder hen uit Iran. Ik kan me voorstellen hoe het hen te moede is – een aantal van kwam binnen toen het vluchtelingen uit Iran en andere landen waar mensen gevaar lopen nog niet zo moeilijk hebben gemaakt, sommigen van hen vielen na lang wachten onder het generaal pardon, andere wachten nog steeds. En nu heeft een van hen die het niet meer volhield de dood gekozen. Dat doet pijn.


(Farangis Osivand)

Farangis Osivand, de voorzitter van Vrouwen Tegen Uitzetting, zelf van Iraanse afkomst, vertelde dat ze zelg negen jaar heeft moeten wachten en hoe dat was. Jelle Klaas, sociaal advocaat, zette de positie van asielzoekers uiteen, en hoe moeilijk Nederland het hen maakt. Er was prachtige Perzische muziek, en dat was het moment dat je bij veel mensen het verdriet zag – er werd samen gezongen. Ali Safavian zong, Balout Khazraei speelde op de sitar. Even waren we erg met elkaar verbonden. Niet alleen de mensen die zelf weten wat het betekent om vluchteling te zijn, afhankelijk gemaakt van de goedwillenheid van het land waar ze heen zijn gevlucht, ook d Nederlanders die vinden dat het ook hun zaak is hoe ons land met vluchtelingen omgaat.


(Balout Khazraei)


(Jelle Klaas)

Lonneke Lemaire sprak het slotwoord, voor het bloemstuk werd gelegd, namens het Platform Stop Racisme en Uitsluiting. Dit is wat zij zei:

We zijn hier vandaag om een Iraanse man die in Nederland zocht naar veiligheid, een
menswaardig afscheid te geven. Als je je land moet ontvluchten omdat je dreigt gemarteld te worden en dan in dit land aankomt, dan hoop je op humaniteit, compassie maar hij stuitte op een onverzettelijke muur van wantrouwen jegens asielzoekers. Van de ene vernedering in de andere. Eerst moet je eindeloos bewijzen waarom je bedreigd wordt in eigen land, vervolgens wordt je asielaanvraag afgewezen. En na jaren zwerven, niet weten hoe het verder moet, beland je in de illegaliteit. Een eerloos, uitzichtloos en angstig bestaan. Elke dag op je hoede; word ik opgepakt? Word ik alsnog uitgezet? En hoe kom ik aan de noodzakelijke levensbehoefte, onderdak, werk?

Wanhoop over dit vooruitzicht dreef Kambiz Roustayi tot een eenzame wanhoopsdaad, hier op de Dam. Hij kwam naar Nederland in de verwachting dat ons land hem als vluchteling een plek
zou gunnen, een land waaraan hij een waardevolle bijdrage had kunnen leveren. Dat hij deze kans niet heeft gekregen maakt ons boos.

Laten we Kambiz Roustayi gedenken en laten we alles op alles zetten dat zoiets niet weer gebeurt.
Misschien helpt het als wij ons bedenken dat asielzoekers mensen zijn, zoals u en ik, op zoek naar een veilig en menswaardig bestaan. Wij gaan nu bloemen leggen op de plek waar hij is gestorven. Wij doen dat in stilte.
Gedenk Kambiz Roustayi.


(Lonneke Lemaire, midden met zonnebril, bij het leggen van de krans)

Er komt nog een slide show van foto’s.

8 gedachten over “Gedenk Kambiz Roustayi

  1. de dode getuige met de brandvonden van de zorgzame Nederlandse samenleving; niet alleen om de wetten spraakmakend te heeft gemaakt, maar ook naar de gewetten van een ieder individuu .. degene wie denkt dat perfekt doet of is … iedereen in zijn stilte het weet hoe zij/hij met de andere omgaat .. niemand is ontschuldig

  2. Geen Nederlander is onschuldig – het is de door ons gekozen regering die mensen in de wanhoop drijft.

  3. IM AMSTERDAM NICHTS NEUES…

    In ons eigen land, onze eigen hoofdstad, op het Plein van de Vrijheid, pleegt een uitgeprocedeerde Iraanse asielzoeker een wanhoopsdaad. Uit diverse bronnen blijkt weldra dat hij een man was met kritische publicaties op zijn naam, Teheran onwelgevallig, ergo: een journalist.
    Maar waar blijft/staat nu onze pers? Waar is, godbetere het, de NVJ, met ethiek, persvrijheid etc. zo hoog in het vaandel? Om te onderzoeken of bovenstaande inderdaad op waarheid berust. En zo ja, hoe het dan toch kan dat Kambiz Roustayi terug moest (en kon!) naar zijn vaderland? De ‘angles’ zijn legio. Maar het is stil, het blijft vrees ik stil. Misschien moet het ook wel zijn net zoals vroeger: Im Amsterdam Nichts Neues. Hoogachtend, Peter Yeh, Leiderdorp (Sinds 25 jaar NVJ lid)

Reacties zijn gesloten.