De ‘Israël-factor’ bij de verkiezingen woensdag


(Abu Pessoptimist)

Interessant. Van de Nederlandse ‘georganiseerde joden’ – zeg maar Cidi en daaromtrent – stemt de helft rechts, waaronder 22% op de Christen Unie. Niet bepaald joodse standpunten, zegt Abu Pessoptimist, maar natuurlijk is Joël Voordewind wel een groot aanhanger van Christenen voor Israël. De PVV heeft afgedaan, sinds Kortenoeven boos is vertrokken en een boekje open heeft gedaan over de niet als erg jodenvriendelijke actie ervaren poging om de rituele slacht te verbieden. Wilders hoor je al een tijdje niet meer over Israël. Lees het bericht van Abu Pessoptimist, hieronder.

Te gast: Abu Pessoptimist.

Wie laat zich in het stemhokje leiden door de ‘Israel-factor’?
Aanstaande woensdag dus. Dan stemmen we. De meeste mensen zullen zich daarbij niet in de eerste plaats laten leiden door de standpunten van de partijen over het Israelische-Palestijnse conflict. Milieu, werkgelegenheid, openbaar vervoer, onderwijs en cultuur, om maar een paar dingen te noemen, zijn voor de meeste mensen uiteindelijk toch belangrijker dan de betrekkelijk geringe invloed stem die Nederland kan inbrengen in het Europese Israel-beleid, waar we ons nagenoeg geheel aan hebben onderworpen. Maar één categorie mensen vertoont desondanks een sterke tendens om wèl primair naar de partijstandpunten ten aanzien van Israel te kijken. De groep van ‘georganiseerde’ Joden namelijk, d.w.z. Joden die lid zijn van wat in Nederland met een wonderlijke naam een ‘joods kerkgenootschap’ heet, of van andere Joodse organisaties. Die categorie heeft over het algemeen ook een band met het CIDI, de officiële pro-Israel lobby in Nederland. Het CIDI had op 5 september een verkiezingsdebat georganiseerd en tijdens dat debat hield het onder de aanwezigen een enquête over wat zij zouden gaan stemmen.
Dit was de uitslag:
1. VVD 26,4%
2. ChristenUnie 22,2%
3. D66 17,6%
4. PvdA 15,3%
5. SP 5,1%
6. PVV 5,1%
7. SGP 3,2%
8. CDA 1,9%
9. GroenLinks 1,9%
10. Overig 1.3%
Opmerkelijke getallen, waarbij natuurlijk in de eerste plaats opvalt dat bijna een kwart van de aanwezigen overweegt te gaan stemmen op een fundamentalistisch christelijk partijtje dat tegen euthanasie, abortus, het homohuwelijk en het openstellen van winkels en openbare vermaaksgelegenheden op zondag is. Niet direct joodse standpunten, toch? Maar wat we ons moeten realiseren, is dat het CU-standpunt over Israel wordt verwoord door Joël Voordewind, een regelrechte sympathisant van Christenen voor Israel. Voordewind is niet tegen nederzettingen in bezet gebied, vóór het behoud van heel Jeruzalem als hoofdstad van de Joodse staat (wat trouwens ook het CU-standpunt is) en iemand die het mislukken van het vredesproces vooral, zoniet geheel, wijt aan de Palestijnen. Hij is ook – in het kielzog van de ultra-rechtse kolonist Itamar Marcus van het scherpslijperige ‘Palestina Media Watch’ – een regelmatige kritikaster van (al of niet vermeend) Palestijns geweld en anti-Joodse uitingen, waarbij hij – zoals het een Christen voor Israel betaamt – nooit aandacht besteed aan wat Israel aan verbale en daadwerkelijk agressie laat zien. Kortom, een man naar het hart van de huidige rechtse Israelische regering.
Naast de hoge score voor de CU valt de nog hogere score voor de VVD iets minder op. Die sluit immers redelijk aan bij de landelijke trend. Niettemin zou, als het aan het CIDI-publiek zou liggen de VVD toch nog hoger scoren dan waarschijnlijk toch al het geval zal zijn, namelijk 40 zetels. En hier moet dan ook bij worden opgemerkt dat de VVD buitenlandwoordvoerder, Han ten Broeke, een vergelijkbaar Israel-vriendelijk (en dus allesbehalve onpartijdig) standpunt inneemt als Voordewind. Aan het VVD-verkiezingsprogramma kan het namelijk niet liggen. Dat zegt niet meer dan dat: Het Israëlisch-Palestijnse conflict moet tot een einde komen door middel van evenwichtige en rechtstreekse onderhandelingen, gericht op een oplossing die ruimte biedt voor twee staten. Han ten Broeke, echter, is er net als Voordewind altijd als de kippen bij om kritiek op Israels schendingen van het internationaal recht af te doen als unfair, zoniet als ‘Israel-bashen’. Tegelijkertijd wast hij graag Israel op allerlei manieren schoon. Zo presteerde hij het om tijdens een debat op 7 september dat was georganiseerd door Palestine Link, FFIPP (Faculty for Israeli-Palestinian Peace) en Gate 48 – het CIDI-debat heb ik niet bijgewoond – de ontruiming van de illegale ‘voorpost’ Migron op last van het Israelische hooggerechtshof aan te merken als voorbeeld van het feit dat Israel een rechtsstaat is. Immers het hooggerechtshof had geconstateerd dat Migron was gebouwd op Palestijnse privé-grond en dat was natuurlijk niet in de haak. Waarbij Ten Broeke er dus aan voorbijging dat het hele nederzettingenprogramma van Israel volgens het internationale recht zo illegaal is als wat, maar door datzelfde Israelische hooggerechtshof als enige juridische instantie ter wereld als legaal wordt beschouwd.

Waarmee ik maar gezegd wil hebben dat partijprogramma’s één ding zijn, en woordvoerders – dat wil zeggen, de praktijk – veel zwaarder telt. Bij de VVD telt natuurlijk ook mee dat Nederlands meest pro-Israelische minister van buitenlandse zaken ooit, Rosenthal, ook tot die partij behoort. De hoge score voor D66 laat zich verklaren door het feit dat woordvoerder Sjoerd Sjoerdsma (kandidaat-kamerlid en nu nog diplomaat met standplaats Ramallah) tijdens het CIDI-debat een grote mate van deskundigheid en diplomatieke evenwichtigheid aan de dag legde. Bij de lage score voor de PVV, die qua programma toch immers het meest pro-Israelische standpunt van allemaal heeft, moeten we ons bedenken dat de oorspronkelijke woordvoerder, Kortenoeven, onlangs Wilders boos de rug heeft toegekeerd. Kortenoeven voert nu campagne tegen de PVV omdat die tegen de rituele slacht is. Ook telt waarschijnlijk mee dat Wilders het op dit moment in zijn campagne nooit meer praat over de islam of over Israel, maar het vrijwel uitsluitend nog heeft over de EU.

Een Ander Joods Geluid
Het voorgaande dient als kanttekening bij de ‘Israel en Palestina stemwijzer’ die Een Ander Joods Geluid (EAJG) eind augustus publiceerde. EAJG zette de standpunten bij elkaar en completeerde het geheel met een handig schema dat ik helaas niet kan overnemen omdat het formaat niet in de blog-kolommen past. In een commentaar constateert EAJG dat de twee-statenoplossing als meest wenselijke oplossing voor het conflict op steun kan rekenen van het gehele politieke spectrum, behalve van de PVV en de SGP, en dat hetzelfde geldt voor de stelling dat Israël dient te stoppen met de bouw en uitbreiding van nederzettingen in bezet gebied (Ik teken daarbij aan dat het CU-programma hier ruimte laat voor twijfel en dat Joël Voordewind er wellicht anders over denkt).
Verder constateert EAJG dat alleen de SP en GL zich volmondig stellen achter de aanvraag van het VN-lidmaatschap door de Palestijnse Autoriteit, en dat alle linkse en progressieve partijen – SP, GroenLinks, PvdA, D66 en Partij voor de Dieren – allemaal vóór praten met alle Palestijnse partijen zijn, inclusief Hamas. Ook zijn die partijen vóór het eventueel opschorten van het EU-Associatieakkoord met Israel als de Israëlische mensenrechtenschendingen voortduren. De rechtse en de kleine christelijke partijen – ChristenUnie, CDA, VVD, SGP en PVV – wijzend dit af of stellen zich er ‘neutraal’ tegenover op. Militair ingrijpen in Iran vanwege het nucleaire programma kan alleen rekenen op steun van de PVV en de kleine christelijke partijen.
Leuk om te weten, maar wat telt is de praktijk.