Conferentie ter nagedachtenis aan Edward Said (1)


(Edward Said)

“Ik geloof dat ik de enige Palestijn ben in het panel,” zei Lila Abu-Lughod als grap, “en het verheugt me dat ik het deze keer niet over Palestina hoef te hebben, omdat anderen dat doen.”

Ze had gelijk. Het is vermoeiend om altijd de beroepsPalestijn te moeten zijn, als je nog zoveel meer te vertellen hebt. Ik was drie dagen lang aanwezig bij de herdenkingsconferentie voor Edward Said, georganiseerd door de Universiteit van Utrecht, in samenwerking met de Lutfia Rabbani Foundation (hier). Het was niet alleen passend om Edward Said zelf te eren tijdens de festiviteiten rondom het Verdrag van de Vrede van Utrecht; door de conferentie te organiseren over zijn werk kregen we een breed spectrum van samenhangende thema’s, en het moet gezegd, we kregen een fantastische lijst sprekers te zien en te horen.


(Mariam Said)

Edward Said, een Palestijns-Amerikaanse geleerde, die tien jaar geleden overleed, heeft een prachtige erfenis voor ons achtergelaten. Zijn boek The Question of Palestine, uit 1979, was een van de eerste boeken die ik las, en ik grijp er nog vaak naar terug. Ik citeer er nog vaak uit: dat die vergelijkingen welk volk of welke groep er meer heeft geleden wezenlijk onfatsoenlijk zijn. Dit is de grote moeilijkheid: dat de Palestijnen de slachtoffers zijn van de slachtoffers. Een volk dat vecht voor het recht op zelfbeschikking, maar zonder een onomstreden terrein waarop ze dat kunnen doen. Duidelijk antikoloniaal en antiracistisch moeten ze opboksen tegen opponenten die zelf de slachtoffers zijn van de grootste vorm van racisme in de vorige eeuw. En dan moet die antikolonialistische strijd ook nog uitgevochten worden in een postkoloniaal tijdperk: in alle andere landen zijn de koloniale machten al vertrokken.

Maar Said heeft veel meer noten op zijn zang, al zou de kwestie Palestina/Israël hem nooit los laten. Hij heeft voor de postkoloniale studies het baanbrekende boek Orientalisme geschreven, een historisch onderlegde analyse van hoe het Westen kijkt naar de Arabier. Als man met een hybride identiteit, tweetalig opgevoed, en thuis in het Westen zowel als in het Midden-Oosten, was hij de aangewezen persoon om de westerse cultuur ‘anders’ te lezen. Hij was ook een liefhebber en kenner van de westerse klassieke muziek, hij kende de literatuur. Ook schreef hij autobiografisch, over wat het betekent om niet te weten waar je hoort – en gaf daarmee veel voeding voor het denken over identiteiten überhaupt.

En zo kwam het dat een stoet van interessante en geëngageerde geleerden aan de hand van een aspect van Saids werk een verhaal hielden. Zoveel intense verhalen dat ik ze niet allemaal heb kunnen volgen. In wat ik hier op ga schrijven maak ik een eigen keuze. En ik wil Rosi Braidotti bedanken voor de geweldige keuze van mensen die op haar uitnodiging zijn ingegaan, want zo konden we erop rekenen dat we niet alleen de meest kritische mensen op het terrein van post-kolonialistische studies te horen kregen (en de politieke wetenschappen, en antropologie, de kunsten, het milieu) maar er ook heel vanzelfsprekend sprake was van een hoog feministisch gehalte. Met een vanzelfsprekendheid die ik enorm weet te schatten, want allang vind ik dat feminisme geen ‘apart’ onderwerp moet zijn, maar verweven moet zijn met de andere grote thema’s van onze tijd.

Het was ook een eer voor ons dat Mariam Said, de vrouw van Edward, aanwezig was, en ons tevens de groeten overbracht van Saids beste vriend, de joodse dirigent Daniel Bairenboim, met wie hij samen het West-Eastern Divan Orchestra oprichtte, waarin joodse en Arabische musici samenspelen. Het gaat niet alleen om de mensenrechten van de Palestijnen, zei zij, het gaat ook om het met elkaar kunnen leven van de drie grote monotheïstische godsdiensten, en een einde aan een polariserend conflict.


(Links Judith Butler, rechts Rosi Braidotti)

Judith Butler gaf de eerste key-note lezing, en ik zou alleen al voor haar gekomen zijn. Ik ken haar nog van vroeger als de schrijfster van tamelijk ingewikkelde boeken over gender, over hoe wij vanaf onze geboorte zijn ingeschreven bij de ene of de andere sekse, met alle gevolgen waar wij niet om hebben gevraagd. Maar het interessante is dat ik haar opnieuw tegenkwam omdat ze zich, net als ik, en net als veel joodse feministes van het eerste uur, bezighield met Palestina. Ze heeft haar nek uitgestoken, en is een belangrijke stem in de Jewish Voice for Peace. Ze kreeg onlangs de prestigieuze Adorno-prijs, wat haar tevens kwam te staan op een stortvloed aan minder frisse protesten. Ik heb haar laatste boek: Parting Ways: Jewishness and the Critique of Zionism gelezen, in Utrecht sprak ze over een aspect daaruit. Hoe eens de gedachte aan bi-nationalisme, dat wil zeggen het samenleven van verschillende volken of groepen met verschillende etniciteit, geloof, cultuur, ook in het zionisme bestond, in verschillende varianten. Martin Buber, Hannah Arendt, Magnus dachten nog dat het mogelijk moest zijn dat de zionisten de hand uit zouden steken naar de Palestijnen – maar toegegeven moet worden dat dat niet kan zonder die ander als gelijkwaardig te zien. En daar heeft het zeker in de praktijk van zelfs de meest gematigde zionisten altijd aan ontbroken.

De belangrijkste stroming binnen het zionisme was die van de zelf-segregatie, een stroming die zich ook afzette tegen de joden die liever in de diaspora wensten te leven. “Het kan Palestijnen niet ontgaan hoe hun bestaan begint te lijken op die van de diaspora-joden”, zegt Butler. Hoewel het ook duidelijk is dat Palestina en Israel onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, precies dat wat ontkend wordt door het hedendaagse zionisme, dat het niet meer alleen heeft over zelfbeschikking, maar over het recht te bestaan als joodse staat, het recht dus om anderen buiten te sluiten. Butler is een voorstander van een bi-nationalisme dat nog moet komen. Al was het maar omdat de categorieën ‘jood’, ‘Israeli’, ‘Arabier’ en ‘Palestijn’ in werkelijkheid niet van elkaar te scheiden zijn. Er zijn Palestijnen met Israëlisch staatsburgerschap, in Israël zijn de helft van de joden van oorsprong Arabier – je kunt het niet eens hebben over ‘twee volken’.


(Drie Palestijnse studenten die waren uitgenodigd deel te nemen)

(wordt vervolgd)