Conferentie Edward Said (2) Over moslimvrouwen die door ‘ons’ gered moeten worden


(Lila Abu-Lughod)

Net als de boeken van Judith Butler heb ik er een paar van Lila Abu-Lughod in de kast staan. Maar ik had haar nog nooit ontmoet. Altijd interessant om iemand dan in het echt mee te maken.

Abu-Lughod gaat het hebben over een feministisch onderwerp, aan de hand van de oriëntalisme-theorie van Said, dat wil zeggen, over de manier waarop er in het westen naar Arabieren wordt gekeken, en met name, want die blik is heel vaak ‘geseksualiseerd’, naar vrouwen. Een thema dat ook weer terug gaat komen in de lezing van Marina Warner die het heeft over het ook in het westen beroemde Duizend en één nacht.

Dit is wat Abu-Lughod constateert, dat het idee van de seksegelijkheid, en vrouwenrechten allang mainstream is geworden. Maar interessant is nu dat de zorg voor vrouwen is verhuisd naar de gedachte dat het vooral moslimvrouwen zijn die ‘gered’ moeten worden. Van hun eigen cultuur en hun eigen religie en ook van hun eigen mannen. De achterliggende ideologie is ook dat ‘onze’ westerse vrijheid universeel moet zijn, en de enige juiste manier is waarop ‘andere’ vrouwen hun rechten kunnen beleven. Onze verworvenheden – meestal het ideaal daarvan, want in de praktijk valt het nogal eens tegen – als meetlat om de emancipatie van ‘anderen’ aan af te meten.

Een illustratie van die gedachte vinden we in een populair literair genre: het ‘waargebeurde’ verhaal van de onderdrukte oriëntaalse vrouw, vaak opgeschreven door een westerse journaliste, (wat ons al aan het denken mag zetten), waarbij de lijn van het verhaal altijd dezelfde is: vrouw onderdrukt, mishandeld, gedwongen tot een liefdeloos huwelijk, kinderen afgenomen, maar uiteindelijk bevrijdt de heldin zich, vaak met de hulp van anderen, en leeft daarna een ‘vrij’ leven. Zonder die man, uiteraard, maar vaak ook zonder haar familie, cultuur, religie.

Ik herken wat Abu-Lughod vertelt, want enige jaren geleden zag ik ook het een na het andere boek verschijnen het liefst met een gesluierde vrouw op het omslag, waargebeurde ellende-verhalen met een happy end, net als in de Boeketreeks. Kennelijk lustten westerse vrouwen daar wel pap van. Waarom?

Het opvallende kenmerk van zulke boeken is dat de mishandeling en het seksueel misbruik breeduit en beeldend worden beschreven (bevend wachtte ze af tot hij haar de kleren van het lichaam scheurde) – alsof het gaat om porno. Waarom vinden westerse vrouwen het zo lekker om te lezen over mishandelingen, als het tenminste gaat om ‘andere’ vrouwen? Het heeft in ieder geval een werking, zegt Abu-Lughod, het beeld wordt versterkt van ‘wij vrij’ tegenover ‘zij onderdrukt’. Ook wordt in al die verhalen gesuggereerd, zonder dat het met zoveel woorden wordt gezegd, dat de mishandeling een gevolg is van een specifieke cultuur of religie. Mishandeling hoort nu eenmaal bij die specifieke cultuur, bij die specifieke mannen. Mishandeling is collectief en cultureel. Het behoeft verder geen context en geen verklaring, en ook wordt de vraag niet gesteld hoe representatief dat geweld is voor die specifieke samenleving.

Dit is het punt, zegt Abu-Lughod: het is best mogelijk dat een aantal verhalen inderdaad waargebeurd zijn. Maar er wordt helemaal geen rekening gehouden met de mogelijkheid dat zulke extreme vrouwenonderdrukking ook in Pakistan of Iran schokkend kunnen zijn en wordt afgekeurd. Terwijl we seksueel geweld in onze eigen samenleving zien als incidenten, uitzonderingen, terwijl we toch weten kunnen dat het hier ook veel voorkomt, nemen we voetstoots aan dat het in oosterse landen ‘normaal’ is. Opvallend is ook dat in die populaire ‘pulp non-fiction’ nooit sprake is van een vrouw die zich verzoent met haar man, bij haar familie blijft, gelukkig is met haar geloof. Wij als westerse lezeressen zouden zich niet met die heldin kunnen identificeren wanneer ze zich niet symbolisch in onze richting zou begeven, en gelukkig en dankbaar was voor ons soort westerse vrijheid. In al die boeken die Abu-Lughod las voor haar onderzoek kwam ze zelden een verhaal tegen waarin de heldin religieus bleef, behalve, als uitzondering, als ze zich bekeerde tot het christendom.

En zo kun je ook zien hoe iemand als Ayaan Hirsi Ali in Nederland zo populair kon worden – ook zij verkondigde dat het geweld tegen vrouwen een gevolg is van de religie, en nergens anders van. Een onderwerp waarover ik verder niet veel hoef te zeggen, zei Abu-Lughod, want daar heeft Annelies Moors (met een knik naar Moors die op de eerste rij zit) over geschreven.

Dit soort ‘hard core orientalism‘, die bijna pornografische beelden die we ook in Hirsi Ali’s film Submission zien – exotische vrouwen, geheimzinnig gesluierd maar met naakte lichamen die mishandeld worden – heeft een lange voorgeschiedenis van zwarte lichamen in slavernij, die bevrijd moesten worden uit hun ketenen door blanken. Fijne morele verontwaardiging over de onderdrukking van anderen waarmee je je eigen, beschaafde sensibiliteit kunt bewijzen.

Hirsi Ali als het gevierde slachtoffer/heldin, van de islam gered door het vrije westen, heeft overigens in haar autobiografische boek ‘Mijn vrijheid‘ laten zien dat ze in haar wens om zich te laten scheiden van de man die haar is opgedrongen door de clanoudsten in haar keuze geheel gerespecteerd wordt (ik heb het opgezocht, hoofdstuk 11) – zelfs terwijl ze toegeeft dat haar man haar nooit heeft geslagen. Een verhaal dat haaks staat op haar bewering dat de islam inherent gewelddadig en onderdrukkend is – de stellingname waarmee ze bij blank rechts in Nederland zo’n furore heeft gemaakt.

Waarom veel westerse vrouwen zulke verwoede lezeressen zijn van die met porno vermengde ‘pulp non-fiction’ weet Abu-Lughod ook niet, dat is werk voor een psycholoog, zegt ze.

De lezing riep bij mij veel associaties op. Die vooral seksuele invulling van die oriëntalistische blik, die de vrouwen, vooral als ze hoofddoeken dragen, alleen nog ziet als ‘slachtoffers’ die er passief op wachten tot ze door ‘ons’ bevrijd worden, kom ik helaas maar al te vaak tegen, ook onder vrouwen die zichzelf beschouwen als feministes. Ook in het simplistische denken waarmee de tegenstandertjes (anti-migranten, anti-islam, pro-Israel) mij virtueel te lijf gaan: islam is tegen vrouwen, wie dus niet tegen de islam is, is geen feministe meer. Klein stijlbloempje zoals ik dat onlangs op het net tegenkwam: “Tja jezelf ‘feministe’ noemen en dan in alle macho-smoesjes trappen en je laten neuken door een lelijke moslim… Zo steun je het palestijnse volk ook!” Het zijn nog steeds varianten op wat Gayatri Spivak – de volgende speker, zo kernachtig samengevat heeft: “White men saving brown women from brown men” – al kunnen sommige witte vrouwen er ook wat van.

Over in welke vormen in onze vrije, beschaafde werelddeel het oude koloniale denken opnieuw de kop opsteekt zijn we nog niet uitgepraat. De varianten komen in nog meer van de interessante lezingen op deze ‘postkoloniale’ conferentie terug.