Ouder worden, je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen

Column die ik voordroeg op het Festival for Older People, op 17 oktober 2017 in Utrecht. Anja Meulenbelt

OUDER WORDEN, JE KUNT ER NIET VROEG GENOEG MEE BEGINNEN

Ik zat in de tram, in Amsterdam, en zag een oude man staan. Mijn eerste reflex: oud, dus daar moet ik voor opstaan. Tweede reflex: hoe oud zou die man zijn? Jaar of zeventig. En toen dacht ik: maar zo oud ben ik zelf ook. En bleef tevreden zitten.

Wat ik daarmee wil zeggen: dat ouder worden een merkwaardig proces is, met een binnenkant en een buitenkant. Aan de binnenkant vergeet ik regelmatig hoe oud ik ben. Maar mijn knieën vergeten dat niet. En soms, als ik foto’s van mezelf zie schrik ik wel eens: ben ik dat? Echt? Maar mocht ik het zelf vergeten, de buitenwereld herinnert me er wel aan.
Misschien zitten er mensen in de zaal die heel rustig ouder worden, gewoon, elke dag een dag, elk jaar een jaar ouder. Bij mij gaat dat schoksgewijs. Mijn zoon was jarig, en vertelde me dat hij nu in aanmerking kwam voor een seniorenwoning. Mijn kind in een seniorenwoning? Hoe oud is die jongen? Vijf en vijftig. Maar dat was ik eergisteren zelf nog. Hou kan dat nou? Heb ik even niet opgelet?

Oud worden, oud zijn, is beladen. Dat wil zeggen: iedereen wil oud worden, maar niemand wil het zijn. Het is onbeleefd om naar iemands leeftijd te vragen als je ouder bent dan zeg veertien, en jonger dan negentig – wanneer je trots mag zijn dat je het zo lang hebt volgehouden. We hebben ook een massa verhullende termen om het woord ‘oud’ te vermijden, die stuk voor stuk weer uit de mode raken. ‘Bejaard’ is al niet meer vriendelijk, ‘ouden van dagen’ hadden we vroeger, we hebben het over de derde levensfase, over 65 plussers, over senioren. Ook het festival waar ik nu voor spreek heeft het over older people, niet over old people, en verzachtend, in het engels.
Zo is het grootste compliment als je iemand een tijd niet hebt gezien, dat je te horen krijgt: ‘je bent helemaal niet veranderd’. Terwijl je dat ook makkelijk op kunt vatten als belediging. Niet veranderd? Waar doe ik dan zo mijn best voor? Mag je aan mij niet zien dat ik heb geleefd? Of een andere, als je je leeftijd noemt – ik ben twee en zeventig – en het antwoord is galant: ‘nou, dat zou je niet zeggen’. Kennelijk is het schandelijk om oud te zijn, of schaamtevol om er net zo oud uit te zien als je bent. Jong is altijd beter.
Dat maakt het ouder worden niet echt leuker. Nog afgezien van de knieën die je laten weten dat je geen drie en twintig meer bent.

Ouder worden doen we allemaal voor het eerst. En je doet het maar één keer, het nog eens overdoen als je eindelijk doorhebt hoe het moet zit er niet in. Dus proberen we de kunst af te kijken. Er zijn voorbeelden, waarover we het snel eens zijn: zo liever niet. Niet wegkwijnen in wat vroeger een bejaardentehuis heette – ook daar nieuwe eufemismes – waar het alleen het personeel nog kan schelen of je ’s ochtends je bed uitkomt, of waar je niets meer te zeggen hebt over wat je zou willen eten.

We kijken dus liever naar de leuke voorbeelden. Zoals Hedy D’Ancona, die na mij spreekt, en die is al tachtig. Ziet er puik uit, en is ook, zoals we dat dan zeggen: nog actief. Let op het woordje ‘nog’ dat ook in mijn leven, als ze het over me hebben, steeds vaker opduikt.

Dit is de grote tegenstelling in onze samenleving. Aan de ene kant waren er nog nooit zoveel mensen oud als nu, en in veel gevallen, ook nog aardig fit. We komen op het punt dat de helft van de bevolking boven de 65 is. Aan de andere kant wordt er geringschattend over oude mensen gesproken. Je waarde neemt af. Je bent niet meer ‘productief’. Je telt alleen nog mee als kostenpost. Als probleem zoals er steeds maar gesproken wordt over het probleem van de vergrijzing. Mensen die boven de vijftig moeten zoeken naar een nieuwe baan maken weinig kans – en dat is wanneer je nog bijna de helft hebt te gaan. Ik had nog mazzel dat ik terecht kon in de Eerste Kamer. Daar is de gemiddelde leeftijd zestig. Maar helaas, er kunnen jaarlijks maar 75 mensen in de Senaat.

Moet dat zo zijn, dat je waarde, de achting die je verdient, vanzelf minder wordt als je oud bent? Helemaal niet. We hebben een massa voorbeelden uit culturen waar andere waarden tellen dan die van het neoliberalisme, en de overheersende markt die je waarde bepaalt. Ik kom al meer dan twintig jaar in de Gazastrook, en ik hoef u niet te vertellen dat dat bepaald geen ideale samenleving is. Maar een paar zaken hebben ze daar echt beter geregeld, juist omdat het nog steeds in wezen een traditionele maatschappij is. Ik ben getrouwd geweest met een Palestijnse man. Mijn schoonmoeder woonde met haar man en vijf van haar zoons samen in een complex van woningen. Ze moest op haar vingers natellen hoeveel kleinkinderen ze had: meer dan veertig. Elke ochtend zat ze met de thee bij de voordeur, en iedereen die er uit ging moest langs haar. Ze hield toezicht op de huwelijken, de kinderen, ze was de koningin van een klein dorp. Er waren weinig mensen in de familie die tegen haar wil in durfden te gaan. Nooit zou zij wakker worden met de vraag: waar doe ik het voor. Niemand zou er over piekeren om haar naar een verpleeghuis te brengen. Die zijn er niet eens. Probeer in Gaza maar eens het begrip ‘mantelzorg’ uit te leggen. In Gaza stijgen mensen als ze ouder worden in achting, ook vrouwen.

En niemand in Gaza is ooit alleen. Ik zou daar gek van worden, want in mijn drukke sociale leven is alleen zijn een luxe waar ik aan hecht. Maar in Gaza waren ze diep verontwaardigd toen ze hoorden dat er in Europa, tijdens een hittegolf, bejaarden waren overleden zonder dat er mensen waren die voor ze hadden gezorgd, en zonder familie om ze netjes te begraven. Als ik daar ergens kennis maakte met vrouwen was de eerste vraag natuurlijk: heb je kinderen? Ja, één, zei ik dan, een zoon. Dat was een beetje weinig, maar toch beter dan niks. En husband? Geen husband, legde ik dan uit. Husband is weg, hij sloeg. Dan knikken ze vol begrip. Dat doen mannen bij hun ook wel eens. En dus, was de conclusie, je woont nou samen met je zoon? Nee, zei ik dan. Die woont niet meer bij me, die is al volwassen. En merkte dan uit de glazige blikken dat er sprake was van een misverstand. Want de vraag was niet wie er voor mijn zoon zorgde, de vraag was, wie zorgt er dan voor jou, als je geen man hebt? En als ik dan uitlegde dat ik alleen leefde zag ik de verwarring, was dat iets of jaloers op te zijn, of was dat reden voor medelijden? Toen een Palestijnse vriendin bij mij had gelogeerd was ze eerlijk. Jullie zijn rare mensen, zei ze. Bij jullie mag de hond op de bank, maar je oude moeder doe je de deur uit. Onbegrijpelijk, ook nadat ik uitlegde dat wij niet meer in grote gezinnen samenleven, en dat er dus niet altijd mensen thuis zijn om voor de hulpbehoevenden te zorgen. Bij ons horen oude mensen er niet meer als vanzelf bij. Daar moeten we dus wat aan doen.

Ouder worden gaat schoksgewijs, zei ik.

Ik hoorde vroeger dat mensen vanzelf milder worden als ze ouder worden. Milder en geduldiger. Daar merk ik nou echt niets van. In tegendeel. Ik word met de dag radicaler en ongeduldiger. Ik heb niets meer te verliezen, behalve tijd, en daar heb ik steeds minder van. Verloren tijd, verspilde tijd, krijg je nooit meer terug. Ik wil dus graag dat de situatie voor ouderen verandert. En wel nu, zodat ik er ook nog wat aan heb. Ik wil graag dat oude mensen op waarde worden geschat, dat we er gewoon bij horen. Ik wil graag dat oud zijn geen schande meer is, niet iets wat je hoeft te verbergen en verhullen. Ik zou willen dat het een compliment werd als iemand tegen me zei, tjee, wat ben jij oud geworden zeg! En niet pas als ik de honderd nader.

Het is een motto bij deze conferentie dat er geen onderscheid zou moeten zijn tussen jongeren en ouderen. Ik zou er voor pleiten om niet net te doen alsof het niet uitmaakt. Ik pleit er voor dat jongeren op waarde worden geschat, maar ouderen ook. Om wat we al hebben bijgedragen, om wat we nog steeds bijdragen aan deze wereld. Nog! Het is tijd voor een nieuwe emancipatiegolf. Zoals mijn collega feministe Gloria Steinem – in de tachtig – zegt: er komt een dag dat grijze, wijze oude vrouwen geruisloos de wereld hebben overgenomen.
U bent gewaarschuwd.