Het wordt tijd voor de ontstigmatisering van sekswerk

Ik weet het, binnen de vrouwenbeweging was het altijd al een ferme splijtzwam, of je sekswerk moest zien als de ultieme patriarchale uitbuiting van vrouwenlichamen, of dat het ook mogelijk was om het als emancipatie te zien als sekswerkers zelf het heft in handen nemen, en respect eisen voor hun keuze om als sekswerker hun geld te verdienen. Nee, zei Velvet December, zelf sekswerker aan het eind van het debat in Pakhuis de Zwijger, ‘ik verkoop mijn lichaam niet. Ik verleen een dienst’.

Voor mij is het duidelijk dat er soms sprake is van gedwongen prostitutie – ik heb daar in eigen omgeving een akelig voorbeeld van meegemaakt – maar het is ook duidelijk dat er steeds meer sekswerkers zijn die opkomen voor hun beroep, die weigeren om zich te schamen, en zich organiseren – zoals in PROUD. En er geen enkele tegenstelling in zien om mee te lopen in de women’s march en zich zelf feministes te noemen. En waarom ook niet? Ik herinner me heftige discussies binnen de vrouwenbeweging. Wat was het principiële verschil tussen een getrouwde vrouw die denkt dat haar man recht heeft op seks omdat hij het geld thuis brengt, en een vrouw die dat als ‘free lancer’ doet? ‘Wij zijn tenminste niet goedkoop’ zei een sekswerker eens in zo’n discussie.

In mijn geschiedenis als feministe heb ik nog eens meegewerkt aan de feestelijke opening van een door vrouwen zelf gerunde call girl club, tot enorme verbazing van de media die er van uitgingen dat feministes en ‘hoeren’ vanzelf elkaars vijanden zouden zijn. Ik heb een voormalige sekswerker uitgenodigd om les te geven aan de opleiding voor vrouwenhulpverlening, en ik had minstens twee studentes die sekswerker waren geweest voordat ze hulpverlener werden – niet eens zo gek als je er goed over nadenkt. En in een talkshow, ook al weer heel lang geleden, waarin ik ‘voor de grap’ tegenover een sekswerker was geplaatst, en Jan Lenferink kennelijk hoopte op een spannende catfight, zat hij verbouwereerd te kijken toen zij en ik ons onder zijn ogen verzusterden – we hadden wat gemeenschappelijk, zei de sekswerker: ‘Anja en ik weten wat de mannekes willen’.

Die kloof in het denken, je bent óf tegen elke vorm van prostitutie, óf voor, maakt dat je alleen slachtoffers ziet of alleen zelfstandige vrouwen die hun eigen keuzes maken. Die te simpele tegenstelling teistert de discussies nog steeds. Aan de ene kant het romantische beeld van de happy hooker, alsof er nooit problemen zijn. Aan de andere kant de stelling dat sekswerkers altijd slachtoffers zijn, dat sekswerk feitelijk neerkomt op verkrachting, dat het niet bestaat dat een vrouw zoiets vrijwillig doet, een stelling waarmee je in feite opnieuw de vrouwen vernedert die daar hun geld mee verdienen. En erger, ook de beleidsmakers, de politici, bijvoorbeeld in Amsterdam hebben daar een handje van. Die kunnen er kennelijk maar niet aan wennen dat er vrouwen zijn die heel goed weten wat ze willen en wat ze nodig hebben. Niet al die vormen van repressieve controle, in ieder geval, niet die bureaucratische regelgeving waardoor het haast onvermijdelijk wordt dat veel sekswerkers toch kiezen voor de illegaliteit.

Neem een voorbeeld: waarom moeten vrouwen die thuis willen werken, en niet achter het raam of in een bordeel, een vergunning aanvragen? Moeten andere zzp’ers die thuis werken dat ook? Wie vervolgens werkt zonder een vergunning zal niet snel bij problemen naar de politie bellen of naar de hulpverlening willen. Er zijn vrouwen bij die gewelddadig gedrag van klanten niet melden omdat ze bang zijn dat er een migratie zaak van gemaakt wordt, of dat de wooncorporatie op de hoogte wordt gesteld en ze haar woning kwijtraakt.

Wanneer het gaat om veiligheid, zeggen de meeste vrouwen, is het werken achter de ramen niet slecht. Je bent in de buurt van je collega’s, je kunt je klant van te voren keuren, de politie is om de hoek. De vrouwen laten zich niet wegzetten als probleemgevallen, of zoals burgemeester Halsema dat zo goedbedoeld en neerbuigend zei: ‘het etaleren van kwetsbare vrouwen is niet acceptabel’. Wat niet acceptabel is, zegt een van de aanwezige sekswerkers, is dat de burgemeester denkt dat we ons ‘laten etaleren’ en dat we allemaal zo ‘kwetsbaar’ zijn. ‘Het is beledigend voor mijn intelligentie’, zegt Lily. Ook de sekswerkers achter de ramen hebben last van een geweldige bureaucratie. Wie een vergunning wil hebben moet papieren overleggen, je paspoort, je visum, de inschrijving bij de Kamer van Koophandel, je registratie van een woning. Dan moet je die papieren dagelijks tonen voor je aan het werk gaat. En voor je plezier komen er dan ook nog af en toe lui langs die nog eens al je papieren komen checken. ‘We worden niet serieus genomen als de zelfstandige ondernemers die we zijn’, zegt Lily.

Een voorbeeld van hoe het niet moet, was toen in Utrecht het Zandpad werd opgedoekt, een klein wijkje van woonboten, en er driehonderd sekswerkers van de ene dag op de andere op straat stonden. Zonder hun vertrouwde netwerk, hun vaste klanten, de samenwerking met de politie. Het was op de woonboten behoorlijk goed geregeld, en safe. Met veel van die vrouwen is het niet goed gegaan, blijkt uit het moeizame onderzoek om ze te vinden. Zomaar ergens anders beginnen, bijvoorbeeld in Amsterdam, was niet te doen. Al te veel concurrentie.Het kost tijd om een nieuw netwerk op te zetten. De vrouwen verdwenen, soms in de illegaliteit. Ze verdienden opeens veel minder. Precies dat is wat vrouwen duwt in de richting van criminele circuits, is de conclusie.

Te repressief, is het algemene oordeel, en dit is daar zo erg aan: het dwingt te veel vrouwen in de illegaliteit, en juist dat maakt hen kwetsbaar en uitbuitbaar. Laurens Buijs, die onderzoek doet en vooral veel weet over de Wallen, zegt dat elke vorm van repressie slecht is voor de vrouwen. Er is geen enkel bewijs voor dat al die registratie goed is, integendeel. De voorgenomen ‘legalisering’ werkt niet, omdat die niet goed is uitgewerkt en uitgevoerd. De stad wil de infrastructuur van de Wallen veranderen, maar denkt te veel aan de belangen van vastgoed bezitters, aan de burgers die de sekswerkers weg willen hebben, het komt er feitelijk op neer dat de sekswerkers worden weggewerkt naar slechtere omstandigheden, met minder veiligheid. De sekswerkers raken ook de vertrouwde buurt kwijt, met een door jaren traditie ontstaan ondersteunend netwerk van GGD, artsen, vrijwilligers, christelijke ondersteuning. En hun vertrouwde vaste klanten.

Maar, er is altijd wel iemand die dat onderwerp aansnijdt, is er dan geen sprake van dwang en mensenhandel? Ja, dat bestaat, het is alleen een enorme vergissing om sekswerk daaraan gelijk te stellen. Hoogleraar Ine Vanwesenbeeck heeft jarenlang onderzoek gedaan. Het mensenhandel discours is ook een anti-migratie discours geworden, zegt ze. In de legale sector komt mensenhandel vrijwel niet voor. Vraag het de sekswerkers zelf, hun zorg is vooral dat ze de huur kunnen betalen, dat ze een bankrekening mogen openen. Ook onderzoeker Dina Siegel beaamt dat. Als we kijken naar mensenhandel, is sekswerk maar een heel klein onderdeel. Mensenhandel is een delict, maar vindt ook plaats in de aspergekweek, in de bouw. In de jaren 90 waren er Oosteuropese bendes, maar het is een mythe dat die allemaal rijk worden aan de handel in sekswerkers. Die handel is aanzienlijk minder lucratief dan die in wapens, drugs, en kunst. Bovendien zijn de Oosteuropese vrouwen niet achterlijk. Die weten ondertussen wel waar ze voor komen. Ze weten ook dat sekswerk beter verdient dan asperges steken. Als sekswerker verdienen ze in een korte tijd veel geld, dat ze weer mee naar huis nemen. Dat zijn geen slachtofferverhalen, maar succesverhalen, zegt Siegel.

Het blijft een discussie zonder einde: doen sekswerkers dat vrijwillig, of worden ze gedwongen? Er is een groot grijsgebied. Ik ken een voormalige sekswerker die er haar verslaving mee bekostigde. Dat was gevaarlijk, want in nood nam ze vaak klanten aan die misbruik van haar maakten, voor een tientje meer deed ze het zonder condoom met risico op SOA’s, en nadat ze een keer geconfronteerd werd met een agressieve klant meldde ze zich om af te kicken, en is nu clean. En geen sekswerker meer. Maar ze schaamt zich nergens voor, zegt ze. Sekswerk was niet het probleem. De verslaving is wat haar kwetsbaar maakte.

Het punt is natuurlijk dat veel mensen werk doen tegen hun zin, er zijn vele beroepen waarin mensen worden uitgebuit. Zo zegt Lily dat ze een tijd niet meer achter het raam stond maar in een restaurant werkte. Dat was pas uitbuiting, zegt ze. Ze staat nu weer achter het raam. Je verdient beter, je bepaalt zelf je werktijden, je bent je eigen baas. Het punt is dat de mensen die hun geld verdienen met sekswerk, ook trans mensen en mannen, gestigmatiseerd worden, alsof het echt heel veel erger is dat je je geld verdient met seksuele diensten dan met andere dienstverlening. Er zit altijd een zwaar morele kant aan de discussie over sekswerk. Waarom hoeven vrouwen die achter de kassa zitten in de Jumbo of kantoren schoonmaken nooit de vraag te beantwoorden of ze dat wel ‘vrijwillig’ doen?

Dit is het punt dat de georganiseerde sekswerkers maken: hou op met de stigmatisering. Hou op met de simpele oordelen. Zie ons niet collectief als ‘slachtoffers’. Neem ons serieus. Laat ons meebeslissen over het beleid, samen met de wetshandhavers, de exploitanten, de politici. Laat ons zelf vertellen wat we nodig hebben voor onze veiligheid. Dwing ons niet in de illegaliteit, in de criminaliteit. ‘Luister’, zegt Lily, ‘Jij mag het weerzinwekkend vinden wat ik doe. Jij hoeft niet te doen wat ik doe. Jij hoeft niet te geloven dat ik mijn werk met plezier doe. Maar kunnen we gewoon met elkaar leven?’